62 „Zuletz” zegt hij „wiese uns Herr Leeuwenhoek sein cabinet, in welchen er wohl ein Duzent lackirter kästgen, und in diesen wohl anderthalf hundert ob vermeldeter kleinen Futerälgen hatte, in deren jedem zwey kleinen sorte lagen. Als wir uns über diesen Vorrath wunderten, und fragten, ob er denn keine verkauffte, indem wir gerne etliche haben möchten, sagte er; nein, bey meinen Leben nicht. Er war auch sehr geheim mit [50]seiner Arbeit, wie er sie machte.” En iets later zegt Uffenbach: „Wir hatte gerne gefragt, warum er so viele Microscopia machte und doch keine verkauffen wolte, wir fürchteten aber, wie möchten eine Holländischen, oder kein Antworth bekommen.” Uffenbach, waarschijnlijk uit spijt over dit weigerend antwoord, laat zich daarover echter in onheusche gevolgtrekkingen uit, zeggende: „Vermuttlich steckt vornemlich der Neid dahinter, dasz er bey seinen Lebzeiten niemand seine Art von Microscopiis zu Handen kommen lassen will.” ↑
63 Dr. Halbertsma, „Dissertatio historico-medica inauguralis de Antonii Leeuwenhoekii meritis, in quasdam partes anatomiae microscopiae”, 1843, pag. 12. ↑
68 „Employement for the Microscope. Londen, 1753. (Hollandsche vertaling) Nuttig gebruik van het Mikroskoop. Amsterdam, 1756, blz. 456.” ↑
78 Robert Smith, volkomen samenstel der optica of gesichtkunde 1753 pag. 338 (uit het Engelsch „Dissertations upon Physico-Mathematical Subjects 1732” p. 45). ↑
87 „Philosophical Transactions, Vol. IX, pag. 23. More microsc. observ. made bij Mr. L. Upon the globuls of the Blood” etc. Deze brief werd eerst, na in het Engelsch vertaald te zijn, in de Vergadering van 27 April 1674 voorgelezen, en werd dit onderwerp nader vervolgd in een brief, d.d. 4 September 1674. ↑
103 3de Vervolg, 68ste Brief, blz. 355, en „Biographie Universelle etc. Paris 1819.” T. XXIV, pag. 363. ↑
107 „Philosophical Transactions.” Vol. XII, p. 1002; 49ste Brief, blz. 31. Halbertsma, Diss., t. a. p. blz. 51. ↑
111 Men leze verder wat van der Boon daaromtrent mededeelt, ten betooge, dat Leeuwenhoek anderhalve eeuw vroeger reeds bekend maakte, wat Purkinje en anderen daaromtrent als nieuw vermelden, t. a. p., blz. 81. ↑
115 Deze bijzonderheden komen niet voor in de eerste uitgave mijner biographie van Leeuwenhoek; zij zijn ontleend aan de „Verslagen en mededeelingen der Koninklijke Akademie van wetenschappen, Afdeeling Natuurkunde, deel 13, 3e stuk,” alwaar deze mededeeling van Prof. Halbertsma, op blz. 342 voorkomt. ↑
118 In deze Encyclopaedie wordt eene korte levensbeschrijving van Ludwig von Hammen gevonden, waaruit blijkt dat hij in het jaar 1652, waarschijnlijk te Dantzig, geboren werd, zich aan de geneeskunde gewijd en te Montpellier gestudeerd heeft, alwaar hij tot Doctor gepromoveerd werd. Hij vestigde zich te Dantzig, werd te gelijkertijd lijfarts van Johan Sobieski, koning van Polen, maar stierf zeer jong n. m. den 15 Maart 1680. Er zijn van hem geen geschriften bekend als zijn doctorale dissertatiën „Curriculum medicum Monspeliense” 1674, 4o en „de herniis diss.” en „de crocodilo et vesicae mendaci calculo epistolae. Gedani 1677, 4o Lugd. Bat. 1682, 12o.” Verder staat er te lezen, dat het tamelijk zeker schijnt, dat hij, tegen Hartsoeker’s beweeringen, de ontdekker der zaaddiertjes is, welke ontdekking hij in Augustus 1677 mededeelde aan „dem Professor” (!) Ant. v. Leeuwenhoek te Delft. ↑
127 Cornelis Bontekoe was geboren te Alkmaar in het jaar 1647, studeerde en promoveerde te Leiden, en werd beroepen als Hoogleeraar te Frankfort a/Oder. Hij overleed in 1685. ↑
129 „Anleitung zur historie der medicinischen Gelährheit von Gottlieb Stolle”. Jena, 1731, 4o., 3de Th. S. 535.
Deze en vele andere bronnen werden mij met groote welwillendheid verstrekt door den Hoogleeraar Dr. Groshans, wiens rijke verzameling boeken ten allen tijde mij ten dienste stond. ↑
131 „Rede zur Feier des Leibnitz’schen Jahrestages über Leibnitz’ens Methode Verhältniss zur Natur-Forschung und Briefwechsel mit Leeuwenhoek, in der öffentlichen Sitzung der Königlich-Preuss. Akademie der Wissenschaften am 3 Juli 1845 gehalten von Christian Gottfried Ehrenberg.” Deze redevoering is te vinden in de Bibliotheek der Leidsche Hoogeschool. ↑
133 Ook zou ik wenschen, dat bij het onderzoek de microscopen werden aangewend, waarmede de schrandere en ijverige Leeuwenhoek zoo veel heeft gepraesteerd, dat ik mij dikwijls verontwaardig over der menschen traagheid, die de oogen niet willen openen en zich niet verwaardigen te geraken in het voor de hand liggend bezit van wetenschap. Want indien wij wijs waren zoude hij reeds overal navolgers hebben. ↑
147 51ste Brief, blz. 67, terwijl de bijgevoegde afbeeldingen der met den kapokvezel en zaden gevulde vrucht, volkomen juist zijn, zijnde een exemplaar van deze vrucht aanwezig in het pharmacognostisch kabinet van het Rotterd. Depart. der Ned. Maatsch. t. b. der Pharmacie. ↑