Tatiana Komartscheff ontwaakte uit haar verdooving.
De zon stond hoog aan den hemel en haar stralen schenen op het bed, waarop het jonge meisje met groote zorg door haar vader was neergelegd.
Nu sloeg zij de oogen op en langzamerhand keerde haar bewustzijn terug.
Zij hief het hoofd op en keek in de kamer rond.
In een hoek van het vertrek zat haar vader.
„Papa, wat is er gebeurd?” klonk het nu op angstigen toon van haar lippen.
De oude man stond op, sidderend en bleek naderde hij het bed zijner dochter.
„Mijn lieve kind, wij zijn verraden, alles is ontdekt.”
Verschrikt sprong Tatiana op.
„Papa, laat ons vluchten, wij zullen elders de middelen vinden om ons onderdrukt volk in zijn strijd tegen het tyrannieke juk te helpen en te steunen.”
De oude schudde zijn hoofd.
In korte woorden vertelde hij haar de gebeurtenissen van den laatsten nacht.
In dien tusschentijd kwam Andrej de kamer binnen.
Hij bleef zwijgend bij de deur staan en zijn blik hing met slaafsche bewondering aan de trekken van de schoone Tatiana.
Komartscheff had zijn verhaal gedaan en Tatiana, die zich in de kussens had opgericht, vroeg:
„Denkt u, dat die heer werkelijk terug zal komen?”
„Ja,” antwoordde haar vader. „Hij zei, dat hij zijn vriend Mc. Allan, den Schot, zou meebrengen.” [14]
„De arme man, die drie weken geleden in onze handen viel!” riep het jonge meisje uit, terwijl een straal van vreugde haar gelaat verhelderde.
Een uitdrukking van haat en minachting vertoonde zich in Andrejs oogen en woedend mompelde hij eenige onverstaanbare woorden.
Komartscheff keek hem vragend aan en op ontstemden toon sprak Andrej:
„De groote belangstelling van Tatiana voor dien knappen Schot leek mij dadelijk een slecht voorteeken en het is zoo uitgekomen. Het lijkt er nu zelfs op, alsof zij er zich op verheugt, hem weer te zullen zien. Als zij zulke gedachten in zich omdraagt, zal de zaak van ons volk daaronder lijden.”
Tatiana wierp een blik vol minachting op den jongen man, en zonder aarzelen sprak zij:
„Jij zoudt er natuurlijk niets tegen hebben, als ik de belangen van ons volk aan jouw persoon opofferde, maar ik verzeker je, dat dit nooit zal gebeuren.”
„Er is nu geen tijd om te twisten, laat ons liever overleggen, wat ons te doen staat,” onderbrak Komartscheff het gesprek.
„Er valt niet veel te overleggen,” mompelde Andrej. „Als die twee zich werkelijk hier wagen, zou het het beste zijn, hun voor eeuwig den mond te snoeren.”
Met een blik vol ontzetting staarde Tatiana hem aan.
Komartscheff stond op, zijn gelaat was ernstig en een uitdrukking van kalme waardigheid lag op zijn gelaat, toen hij tot zijn neef sprak:
„Wij hebben geroofd en de bezittingen van anderen gebruikt voor ons doel, maar ik weet, dat ik al mijn daden voor mijn Hoogsten Rechter kan verantwoorden. Nimmer echter zullen deze handen, die zich uitstrekten naar het geld van anderen, om het onzen onderdrukten broeders aan te bieden, bevlekt worden met het bloed van onschuldige menschen!”
Andrej wilde antwoorden, toen in hetzelfde oogenblik de bel weerklonk.
Beide mannen gingen de kamer uit.
De oude huishoudster, die elken dag haar bezigheden in de villa kwam verrichten, opende de deur en liet Raffles en Charly binnen.
Toen de oude vrouw zich had verwijderd, vroeg Raffles:
„Is uw dochter ontwaakt?”
„Ja, een uur geleden,” antwoordde Komartscheff.
„En mogen wij haar zien?” informeerde Raffles verder.
„Zij ligt nog in bed,” sprak Komartscheff, „maar als de heeren met ons willen binnengaan,” en hij opende de deur van de slaapkamer van Tatiana.
De oogen van het jonge meisje vulden zich met tranen toen zij de beide heeren zag, die bestemd waren geweest om haar slachtoffers te worden. Heftig snikkend viel zij in de kussens terug.
Raffles was verbaasd bij het zien van haar ontroering, die zoo ongekunsteld was, dat hij niet meer kon twijfelen aan de waarheid van Komartscheffs verhaal.
Charly Brand was diep getroffen. Een gevoel van oneindig medelijden maakte zich van hem meester en bedeesd trad hij naar het jonge meisje toe.
„Ik bid u, wees kalm en droog uw tranen. Mijn vriend heeft mij de opheldering, die uw vader hem gaf, medegedeeld, en ik geloof zonder eenig voorbehoud aan de waarheid er van.”
Een blik vol innige dankbaarheid trof Charly.
Zij stak hem haar smalle, blanke hand toe, die hij eenigen tijd in de zijne hield en met trillende lippen smeekte zij:
„Vergeef mij, wat ik u deed!”
Het kostte Charly moeite om zijn tranen te bedwingen.
„Ik heb u reeds lang vergeven en mijn vriend en ik zijn hierheen gekomen, niet om ons te wreken, maar om u te helpen.”
Raffles had met een glimlach de twee gadegeslagen.
Nu kwam hij een stap nader en sprak: [15]
„Dus, heeren, wij moeten nu niet sentimenteel worden, maar, practisch en kalm overleggen, wat ons te doen staat.”
Hij wendde zich tot Komartscheff.
„Mijn naam is Donald Harrison en ik ben Amerikaan. Ik geloof, dat gij hedennacht de waarheid hebt gesproken en daarom wil ik niet alleen geen rekenschap hebben van hetgeen gij hebt gedaan, maar ik ben zelfs bereid, u in het belang van het door u beoogde doel, verder te helpen.
„Als eerste voorwaarde stel ik echter den eisch, dat uw dochter niet meer gebruikt wordt voor zulke schandelijke dingen, die haar onwaardig zijn.”
Met een woedenden blik wendde Andrej zich tot den Amerikaan:
„Om welke reden maakt gij u bezorgd over het lot van deze dame?”
Raffles keek den jongen man verbaasd aan.
„Niet voor mijzelf, lieve vriend, maar in het belang van mijn vriend Mc Allan.”
Een diepe blos kleurde bij die woorden de wangen van Tatiana en Charly boog zich, als om de woorden van zijn vriend te bekrachtigen, over het fijngevormde handje om er een langen kus op te drukken.
Slechts Andrejs misnoegen scheen grooter te worden, maar niemand lette hierop.
Raffles vervolgde, terwijl hij zich tot Komartscheff richtte:
„Het huis, dat gij met het geld van mijn vriend hebt gekocht, wordt mijn eigendom.
„Gij zult met uw dochter en uw neef de nog onbewoonde eerste étage van de villa betrekken. Deze vertrekken gelijkvloers blijven ter beschikking van mijn vriend en mij.”
Komartscheff scheen een oogenblik na te denken, daarop sprak hij met zachte stem:
„Ik moet natuurlijk elk uwer voorwaarden aannemen, maar zullen wij onze zaken daarboven verder drijven?”
„Neen, dat verbied ik u,” antwoordde Raffles.
„Maar wij hebben geld noodig voor onze heilige zaak,” klaagde Komartscheff.
„Dat zal ik u verschaffen,” verzekerde de voorgewende Amerikaan. „Ik drijf hier in Frankrijk groote zaken en de opbrengst van mijn ondernemingen zal grootendeels uwe zaak ten goede komen.
„Ik denk, dat dit u aangenaam zal zijn, want gij loopt dan geen gevaar meer, een menschenleven te verwoesten en de ziel van uw kind te vergiftigen.”
Komartscheff keek vol innige dankbaarheid op naar den man, die hem als een redder was verschenen.
Toen scheen hij een oogenblik na te denken. Eindelijk sprak hij:
„Al zouden de omstandigheden mij ook niet dwingen, uwe voorwaarden aan te nemen, ik zou dit onder alle omstandigheden toch doen, want gij zijt grootmoedig en edel. Eén verzoek wilde ik nog tot u richten.”
„Spreek,” antwoordde Harrison.
Na eenige aarzeling begon Komartscheff weer:
„Laat ons deze vertrekken behouden, want alleen Tatiana en ik wonen hier. Andrejs woning bevindt zich in een eenzaam gelegen huis in de Rue Bayen, het is door een geheime onderaardsche gang met deze villa verbonden.”
„Dat is interessant,” liet Raffles zich ontvallen, „daar moet ik meer van weten.”
„Ik heb geen enkele reden, u iets te verbergen,” sprak Komartscheff, „ik verzoek u, mij te volgen.”
Hij opende een deur, die van de slaapkamer toegang gaf tot een zijvertrek.
Raffles trad binnen en zag vol verbazing een groote ruime kamer, die geen enkel meubel bevatte.
Alleen een kleine steendrukpers, een smeltoven, een zetkast en een zeer primitieve, ruw houten plank aan den muur, waarop fleschjes en kleine doosjes onordelijk door elkaar stonden, bevonden zich in deze ruimte, die haar licht kreeg van een groot, nu echter door gordijnen gesloten raam. [16]
In een hoek tegenover het venster bevond zich in schuine richting een met rijk beeldhouwwerk versierde schoorsteen.
Verrast over de vreemde meubelen, die deze kamer bevatte, bleef Raffles een oogenblik op den drempel staan.
Komartscheff wachtte zijn vragen niet af, maar begon dadelijk uit te leggen:
„Hier is mijn laboratorium, ik ben scheikundige van beroep en hier in dit vertrek vervaardig ik de bonbons, die Tatiana noodig heeft voor het verdooven van onze slachtoffers. [17]
„Op deze kleine steendrukpers drukken wij vlugschriften, die van hier uit met veel moeite in het Osmaansche Rijk worden binnengesmokkeld.”
„En waar bevindt zich de geheime gang?” vroeg de Amerikaan.
„Hier, kijk!”
Komartscheff was naar den schoorsteen gegaan; door een druk op een veer, die handig in het snijwerk was verborgen, schoof hij den schoorsteenmantel als een deur op zijde. Hij wees Raffles een smallen ingang, die nu zichtbaar was geworden.
Raffles kwam naderbij.
Hij keek in de donkere opening en zag een trap, die naar beneden voerde, maar waarvan het onderste gedeelte in de duisternis verloren ging.
„Breng licht,” beval hij Komartscheff, „wij zullen naar beneden gaan.”
In dit oogenblik verscheen Andrej op den drempel der deur, die naar de slaapkamer leidde.
Met van woede verwrongen gelaat keek hij naar Raffles en met moeite siste hij:
„Mijn woning zult gij met rust laten, de oude—” hij wees naar Komartscheff—„mag zich door u laten overbluffen, ik niet.”
Met onverstoorbare kalmte keek Raffles den jongen man in de oogen.
„Als woorden niet voldoende zijn, heb ik andere middelen voor u.”
Daarop draaide hij hem vol minachting zijn rug toe.
Achter Andrej zag Raffles Charly staan, die de twistwoorden had gehoord. Andrej scheen echter gekalmeerd te zijn en door Charly gevolgd, kwam hij nu het vertrek binnen.
Komartscheff had intusschen een lantaarn, die op de plank stond, aangestoken en ging nu met het licht langs de smalle trappen naar beneden.
De Amerikaan volgde hem, achter hem liep Andrej en eindelijk de voorgewende Schot Mc Allan.
Op verzoek van Komartscheff trok Charly den schoorsteenmantel, die als deur dienst deed, achter zich dicht en bij het flakkerende licht van de lantaarn daalden zij een steile wenteltrap van ongeveer 40 treden af.
De gang, die zij nu bereikten, kon 12 à 15 meter lager liggen dan de straat. De gang zelf was zoo breed, dat twee mannen elkaar konden passeeren.
Lord Lister begreep, dat hij zich hier in een der diepe schachten bevond, welke nog heden ten dage als de overblijfselen der oude catacomben het onderaardsche Parijs doorkruisen.
Vermolmde doodshoofden en half verteerde beenderen, die op den bodem lagen, bewezen, dat het vermoeden van Lord Lister juist was.
Langzaam bewogen de vier mannen zich voorwaarts bij het licht der lantaarn.
Plotseling voelde Raffles, dat Andrej hem voorbijdrong.
Voordat hij begreep, wat deze van plan was, had Andrej zich tusschen hem en Komartscheff geplaatst en terzelfder tijd weerklonk een slag. De jonge man had de lantaarn op den grond geworpen, het licht doofde uit en een ondoordringbare duisternis omgaf hen allen.
Dadelijk begreep Raffles den ernst van het oogenblik. Hij wilde snel zijn revolver en electrische zaklantaarn te voorschijn halen, maar reeds voelde hij zich door twee armen vastgegrepen en op den grond geslingerd.
Een sterke hand omklemde zijn hals en met dreigende stem klonk het hem in de ooren:
„Schurk, maak licht of ik wurg je!”
Raffles herkende de stem van Charly Brand, die in de meening was, Andrej te pakken te hebben.
Hij wilde Charly waarschuwen, maar tevergeefs trachtte hij een woord te spreken; als in een schroef was zijn hals vastgeklemd.
Maar daar drong een zwakke lichtstraal door de duisternis en met groote snelheid naderde Tatiana de groep. Zij hield een lantaarn in haar linkerhand, die een schitterend licht verspreidde.
In hetzelfde oogenblik sloop Andrej naar Charly toe, die over Lord Lister gebogen stond. Hij hield een blinkenden dolk in zijn opgeheven hand. (Zie het titelblad.)
Een heesche lach kwam van de lippen van den [18]schurk en nog voordat Charly op kon kijken, was de dolk in zijn zijde gedrongen.
Met een kreet wilde Charly opstaan, maar bewusteloos viel hij op Raffles neer, die zich nu met inspanning van al zijn krachten van den grond oprichtte.
Lord Lister overzag met een enkelen blik den toestand en begreep onmiddellijk, wat hier gebeurd was.
Door een vuistslag neergeveld lag de oude man naast de lantaarn op den grond. Vlak bij Raffles was Charly neergezonken en doodsbleek stond Andrej tegen den muur, het bebloede wapen in de hand houdend.
Met een vloek wilde de schurk zich nu op Tatiana werpen, maar Raffles was hem vóór. In zijn rechterhand het pistool geklemd houdend, riep hij den jongen man toe:
„Terug, of ik schiet.”
Andrej wilde zich op zijn nieuwen vijand storten, maar terwijl hij zich omdraaide, gleed zijn voet uit, hij viel en zijn eigen moordend wapen drong hem in het hart.
Een bloedstroom kwam te voorschijn, een korte doodstrijd volgde en Andrej was een lijk.
Eerst nu zag Tatiana, dat Mc Allan gewond was. Met een kreet van schrik trok zij de kleeren van de wond, waarna zij haar zakdoek gebruikte om het bloed te stelpen.
Raffles, die wel zag, dat Komartscheff uit zijn bewusteloosheid ontwaakte, schoof de bevende Tatiana op zijde.
„Laat dat, kindlief, ik zal onzen vriend naar de villa terugdragen. Ik hoop, dat zijn wond ongevaarlijk is, help gij uw vader, die uw steun noodig heeft.”
Daarop nam hij Charly op en droeg hem naar de trap terug.
Geleund op den arm zijner dochter volgde de oude Komartscheff.
Met moeite beklom men de trap en terwijl de oude man uitgeput in een stoel neerviel, legde Raffles met hulp van Tatiana den gewonden vriend op het bed van het jonge meisje.
Een vluchtig onderzoek had hem ervan overtuigd, dat de wond inderdaad van onschuldigen aard was. Vóór alles moest door een stevig verband verder bloedverlies voorkomen worden.
Met vochtige oogen hoorde Tatiana’s vader naar Raffles’ verhaal over het gebeurde in de onderaardsche gang.
Toen de oude geheel weer op zijn verhaal was gekomen, verzocht Raffles hem, nu nogmaals den tocht te ondernemen naar de woning aan het andere einde der gang.
Hij durfde met alle gerustheid zijn vriend aan de zorgen van het jonge meisje toevertrouwen en zonder uitstel begaven de twee mannen zich weer op weg.
De gang had overal dezelfde afmetingen.
Eindelijk, nadat het tweetal een weg van twee kilometer had afgelegd, bleef de grijze gids plotseling staan.
Raffles zag bij het schijnsel der lantaarn de afgesleten treden van een steenen trap, die niet zoo hoog was, als die, welke naar de villa leidde.
De zes smalle treden voerden naar een deur, welke op bijna onzichtbare wijze in den muur was aangebracht en die nu door Komartscheff werd geopend.
Het heldere daglicht scheen beiden mannen in het gelaat.
Raffles stak zijn electrische lantaarn in den zak en volgde Komartscheff in een klein kamertje, welks schoorsteen, evenals in de villa der Avenue du Bois de Boulogne, den toegang naar de catacomben bedekte.
Het scheen een slaapvertrek te zijn, want in een der hoeken stond een bed.
De smalle, ouderwetsche ramen zagen uit op een tuin. Dikke gordijnen, die tot op den grond neerhingen, verhinderen om een blik naar binnen te slaan.
Raffles trad naar een der vensters en opende het gordijn. Hij zag, dat het vertrek zich gelijkvloers bevond en aan de andere zijde van den tuin bemerkte hij een woonhuis van één verdieping, welks front waarschijnlijk aan de straatzijde lag. De kamer, waarin hij zich bevond, behoorde tot een afzonderlijk gelegen tuinhuis.
Komartscheff vertelde hem, dat zijn vermoedens [19]juist waren. Het tuinhuis, dat slechts uit twee vertrekken bestond, die op een klein portaal uitkwamen, behoorde tot het huis in de Rue Bayen, dat door den eigenaar, een ouden vrijgezel Menuisier, geheel alleen bewoond werd.
Deze heer Menuisier was het onderwerp der gesprekken van alle babbelzieke vrouwen uit Ternes, zoo heette het stadsgedeelte, waarin deze woning lag.
Zijn gierigheid was spreekwoordelijk en men verdiepte zich in allerlei gissingen omtrent den oorsprong van zijn onmetelijk vermogen. Twijfelachtige ondernemingen en woeker schenen de hoofdbronnen van zijn kapitaal te zijn.
Hij oefende zijn woekerhandel reeds lang niet meer uit en leefde stil, maar zijn onverzadiglijke gierigheid verhinderde hem, van zijn schatten te genieten.
Hij leefde met zijn oude huishoudster, van wie men vertelde, dat zij vroeger zijn beminde was geweest en was blij, dat hij een goed betalenden huurder had gevonden voor zijn tuinhuis, van welks onderaardschen uitgang hij geen vermoeden had.
Raffles had met groote belangstelling naar de verhalen van Komartscheff geluisterd.
Deze heer Menuisier scheen hem bijzonder te interesseeren en het plan kwam onmiddellijk bij hem op om dezen vroegeren woekeraar tot den eerstvolgenden zijner slachtoffers te maken.
Zonder Komartscheff hiervan iets te laten merken, begon hij met dezen den terugtocht.
Eerst moest Charly weer op de been gebracht en het lijk van Andrej verwijderd worden. Dit laatste kon het gemakkelijkst geschieden door hem een graf te graven in den bodem van de onderaardsche gang.
Dit onaangename werk moest Raffles alleen op zich nemen, want Charly lag hulpeloos op het ziekbed en op Komartscheff’s steun viel bij dit werk niet te rekenen.
Toen de avond aanbrak, begon de groote onbekende zijn werk. Voorzien van een houweel en spade ging hij naar beneden, naar de plek, waar het gevecht had plaats gehad.
Het lijk van Andrej lag in een bloedplas, waarin zacht en spookachtig de waterdroppels van het vochtige dak der gang neervielen! Zonder zijn houweel noodig te hebben, had hij binnen een kwartier een gat van een meter diep in den leemachtigen bodem gegraven. Hierin legde hij het lijk.
Daarop wierp hij de natte, kleverige stukken aarde weer in de opening en nadat nog eens een kwartier was verloopen, waren alle sporen van het bloedige gevecht verdwenen.
Vermoeid leunde Raffles tegen den muur. De ongewone arbeid in gebukte houding had hem veel meer vermoeid dan hij had gedacht.
Maar hij had tijd noch lust om lang uit te rusten.
Hij legde zijn werktuigen op den grond, nam zijn lantaarn op en ging de gang verder in, want hij wilde het wonderlijke tuinhuis nog eens aan zijn onderzoekende blikken onderwerpen.
Spoedig had hij het eind der gang, waar het tuinhuis lag, bereikt. Voorzichtig doofde hij het licht der lantaarn uit en opende de geheimzinnige deur. Het zwakke licht, dat door de vensters binnendrong, was hem voldoende.
Met een uitdrukking van voldoening liet hij zijn blikken door het vertrek gaan. Het resultaat van dit nachtelijk onderzoek scheen zijn wenschen te bevredigen; het plan, dat in hem was opgekomen, nam vastere vormen aan.
Voorzichtig verdween hij weer achter den schoorsteen en sloot de deur aan de buitenzijde.
Hij stak het licht in de lantaarn weer aan en terwijl zijn werkzaam brein zich bezighield met het uitwerken zijner nieuwe plannen, begaf Raffles zich weer naar de villa in de Avenue du Bois de Boulogne. [20]