De kamer, die tot dusverre als slaapvertrek van Tatiana had dienst gedaan, had een groote verandering ondergaan.
Mc Allan had hier nu zijn intrek genomen om te herstellen van zijn wonde, die gelukkig van ongevaarlijken aard bleek te zijn. De dolk was in zijn vleesch gedrongen, zonder edele deelen te hebben geraakt, maar Charly had veel bloedverlies geleden.
Toen Raffles uit de Catacomben was teruggekeerd, had hij alles in gereedheid gevonden voor de verpleging van den patiënt.
Tatiana had met behulp der huishoudster in haar eigen kamer alles in orde gemaakt.
Het bed, waarop zij kort geleden zelf uit haar verdooving was ontwaakt, had men vervangen door een divan. Hierop droeg zij, met inspanning van al haar krachten, den gewonde, en toen Raffles met Komartscheff terugkeerde, vond hij het meisje vol angst over zijn vriend gebogen, die, in dekens gehuld en op zachte kussens neergevleid, nog steeds bewusteloos was.
Het gelukte den kalmen Amerikaan spoedig, zichzelf en de anderen gerust te stellen. Eerst bracht hij met behulp van zacht prikkelende middelen, die hij in het laboratorium van Komartscheff vond, zijn vriend, al was het ook slechts tijdelijk, weer tot bewustzijn.
Daarop onderzocht hij de wond, waarop hij een zorgvuldig aangebracht verband legde en nu besloot hij, geen dokter te halen, om het gevaar niet te loopen, hun gemeenschappelijk geheim te moeten verraden.
Zoo moest Mc Allan dus zonder geneeskundige hulp herstellen.
Charly was weer in zijn toestand van bewusteloosheid teruggekeerd, die eenige dagen aanhield en toen plaats maakte voor een gevoel van wezenloosheid, zoodat hij niets om zich heen herkende.
Hij zag niets van het geheimzinnige werk, dat Raffles verrichtte, evenmin als de opofferende zorg van het blonde jonge meisje, dat dag en nacht niet van zijn bed week. Hij merkte niet op, hoe een uitdrukking van vreugde zich over haar lief gelaat verspreidde, als in zijn koortsvlagen de naam „Tatiana” van zijn bleeke lippen vernomen werd.
Dit waren voor Tatiana Komartscheff oogenblikken van het hoogste geluk. Zij begreep dan, dat de jonge man haar niet haatte of verachtte, dat hij haar had vergeven, en zij verdubbelde nog haar zorgen voor den zieke.
Ook de verhouding tusschen Raffles en haar was vriendschappelijker geworden. De zonderlinge Amerikaan bracht uren door in de kamer met den geheimen uitgang, en Tatiana was zoozeer in beslag genomen door haar zorg voor den patiënt, dat zij niet lette op de geluiden, die herhaaldelijk uit dat vertrek tot haar doordrongen.
Toen op zekeren dag Charly plotseling onrustiger dan anders was, klopte het angstige meisje op de deur van de kamer, waarin de Amerikaan zich bevond.
„Binnen!” klonk het en zij opende snel de deur.
Een oogenblik bleef zij verbaasd staan, want er was zooveel in de kamer veranderd, dat het haar opviel.
Vóór alles zag zij, dat de steendrukpers en de plank met de chemicaliën van haar vader verdwenen waren, [21]maar haar gedachten waren te zeer vervuld met den patiënt, dan dat zij hierover langer dan een oogenblik nadacht.
Zij deelde den Amerikaan den toestand van Mc Allan mede, en Raffles haastte zich naar de legerstede van zijn vriend. Hij kwam al spoedig tot de overtuiging, dat een zware droom den armen jongen onrustig maakte, en schertsend sprak hij tot Tatiana, dat de zieke van zijn verpleegster droomde.
Een diepe blos bedekte het gelaat van het meisje en zonder eenige bedoeling, alleen om het gesprek een andere wending te geven, vroeg zij, waarom de veranderingen in het aangrenzende vertrek waren aangebracht.
Raffles werd plotseling ernstig.
„Mijn kind,” sprak hij, „vraag niet alles. Het is dikwijls gevaarlijk, te weten!”
Met een vriendelijken glimlach streelde hij haar wang en keerde daarna in zijn kamer terug.
Ook Tatiana begaf zich weer naar haar plaats aan het ziekbed. De patiënt scheen rustiger te zijn geworden.
Tatiana zat in den leunstoel, die naast den divan stond, waarop Mc Allan lag. Haar blond hoofdje zonk achterover, vermoeid van het lange waken, en de slaap sloot haar oogen.
In de kamer heerschte een diepe rust, de regelmatige tik van de pendule scheen de stilte nog volkomener te maken.
Raffles, die even op den drempel was verschenen, had hoed en stok opgenomen en was uitgegaan.
Patiënt en verpleegster sliepen. Het hoofd van den zieke schoof onrustig op zijn kussen heen en weer en eindelijk opende Charly de oogen.
Verbaasd keek hij door het vertrek. Hij moest lang nadenken, voordat hij zich kon herinneren, wat er was gebeurd. Weer doorleefde hij het voorgevallene in de catacomben en nogmaals voelde hij het moordende staal in zijn zijde dringen.
Daarna liet hem zijn geheugen in den steek, hij wist niet, wat er verder met hem gebeurd was.
Plotseling viel zijn blik op het sluimerende meisje, dat naast den divan in een stoel rustte.
Een vreugdestraal verhelderde zijn gelaat.
Zij, die hem in zijn droomen had bijgestaan als een reddende engel, zij was dus werkelijk in zijn nabijheid.
Hoe lang hij hier had gelegen wist hij niet, maar zij had bij hem gewaakt, volhardend en trouw totdat de slaap haar had overvallen.
Een gevoel van innige dankbaarheid maakte zich van hem meester en vol ontroering keek hij naar het sluimerende meisje.
Maar wat was dat?
Tatiana sliep niet rustig; zij droomde en twee dikke tranen rolden over haar wangen.
De herstellende kon zijn medelijden niet langer bedwingen. Met zachte stem riep hij:
„Tatiana!”
Het meisje opende de oogen.
Zij ontwaakte als uit een bangen droom en haar verlegen blik viel op Charly, die zich half had opgericht.
„Om Godswil, wat doet gij, gij moogt u nog niet bewegen!”
Tatiana was verschrikt opgesprongen en dwong met zachte hand den patiënt weer te gaan liggen.
Glimlachend gehoorzaamde Charly, maar hij hield haar hand in de zijne toen hij geruststellend sprak:
„Ik voel mij volkomen gezond. Mijn wond is zeker reeds genezen, maar gij zijt bedroefd, gij hebt in den slaap geweend!”
Met een weemoedigen klank in haar stem antwoordde Tatiana:
„Ik heb in mijn droom de ontzettende gebeurtenissen uit mijn jeugd doorleefd. Het ongeluk van mijn familie riep mijn tranen te voorschijn. Als gij al mijn verdriet kendet, zoudt gij mij niet meer verachten!”
„Ik u verachten!” Charly richtte zich weer op. „Ik [22]aanbid u, Tatiana, ik ben het toeval dankbaar, dat mij in uw nabijheid voerde, ik dank Andrej voor de verwonding, die hij mij toebracht, want gij hebt mij genezen. Tatiana, hoe zou ik u kunnen verachten, ik, die u liefheb!”
Het meisje trok haar hand uit de zijne en stond op.
„Neen, ga niet verder. Ik kan u niet antwoorden, voordat gij mijn geschiedenis kent. Gij moet weten, wat mijn armen vader en mij er toe heeft geleid om het beroep te kiezen, waardoor gij mij hebt leeren kennen en waarvan gij en uw vriend bijna de slachtoffers waart geworden. Als gij mij liefhebt, zult gij eerst weten, dat ik ook uwe achting verdien.”
Met gloeiende wangen en schitterende oogen stond zij tegenover den verbaasden Mc Allan.
„Maar Tatiana, blijf toch kalm,” sprak hij op bezorgden toon.
„Ik ben kalm,” antwoordde zij met een glimlach. „Wilt gij naar mij luisteren?”
En toen hij bevestigend knikte, begon Tatiana Komartscheff haar verhaal.