„Onze familie, dat wil zeggen die van mijn vader, is van Russische afkomst en er bestonden reeds graven Komartscheff onder de regeering van Iwan den Verschrikkelijke. Zij waren rijke schapenfokkers in de vlakten van Ukraine.
„Onder Czaar Alexander I moest mijn overgrootvader om politieke redenen vluchten. Hij was oud en weduwnaar en slechts een zoon leefde met hem samen op zijn bezittingen.
„In den nacht verlieten zij hun woonplaats. Wat zij aan geldswaarde bezaten, namen zij mee en na lang ronddolen vestigden zij zich op Turksch gebied, in het tegenwoordige Bulgarije, waar zij veilig waren voor de Russische wetten.
„In de provincie Oost-Roumelië, bij de kleine stad Aitos, op eenige mijlen afstands van de Zwarte Zee, gingen de beide vluchtelingen in een der dalen van het Balkangebergte wonen.
„Voor een paar duizend roebel kregen zij land van den Pascha, die als gouverneur het district bestuurde.
„Deze gouverneur, Elemer Pascha heette hij, was een welwillend, rechtvaardig mensch, die zich erover verheugde, dat de wilskracht en lust tot werken van mijn overgrootvader en zijn zoon de bevolking, die deels uit Osmaansche Mohamedanen, deels uit Bulgaarsche Christenen bestond, aanspoorde om hun gewone onverschilligheid en werkeloosheid te laten varen.
„Elemer Pascha was tevreden over het goede voorbeeld, dat de Komartscheffs, die hun graventitel hadden afgelegd, gaven, want zijn district werd een toonbeeld van welvaart voor het geheele Osmaansche Rijk.
„Geen enkele andere gouverneur uit het onmetelijke Rijk van den Sultan zond zoo geregeld de inkomsten zijner belastingen op naar Konstantinopel.
„Mijn overgrootvader stierf en zijn zoon, die was getrouwd met de dochter van een Bulgaarschen Wojwode, wiens bezitting aan de onze grensde, nam het beheer der goederen over.
„Een jaar na den dood van mijn overgrootvader werd mijn vader geboren. [23]
„De volksontwikkeling begon in dien tijd in de Balkanstaten reeds beter te worden en mijn vader werd als knaap voor zijn studies naar Weenen gezonden.
„Hij keerde volwassen terug, om zijn ouders te begraven, die in zekeren nacht beide door een bende roovers, die de bezitting hadden geplunderd, werden vermoord.
„De Pascha, die in Aitos resideerde—Elemer Pascha was reeds lang dood en geen zijner opvolgers had zijn populariteit geërfd—haalde de schouders op toen mijn vader hem het gebeurde verhaalde.
„Het volk mompelde, dat hij gemeene zaak maakte met de roovers en dat in Stamboel de gunstelingen van den Sultan, die zelf van deze dingen niets wist, benden samenstelden, om in de provincies te gaan plunderen.
„In onmachtige woede moest mijn vader zich in zijn lot schikken. Hij nam het landgoed onder zijn beheer en zette het bedrijf verder voort.
„Daarop koos hij een nieuwen vertegenwoordiger, een Armeniër, en keerde naar Weenen terug.
„Hier woonde zijn beminde, de eenige dochter van een niet zeer vermogend Oostenrijksch overste.
„In Weenen, ten huize van de ouders der bruid, werd het huwelijk gesloten en mijn vader nam zijn jonge vrouw mee naar de kust van de Zwarte Zee.
„Hij was van plan, zich met haar te vestigen op zijn daar weer opnieuw bloeiende bezitting, maar hij werd danig teleurgesteld.
„Toen zij hun eigendommen hadden bereikt, vonden zij slechts rookende puinhoopen.
„De schurkachtige beheerder zelf had de rooverbenden laten roepen, die alles hadden verwoest en den verrader op hun vlucht hadden meegenomen.
„Andrej, het tweejarig zoontje van den misdadigen Armeniër, was onverzorgd op het landgoed achtergebleven.
„Mijn ouders ontfermden zich over het kind en toen ik een jaar later geboren werd, werden wij zamen opgevoed en Andrej heette algemeen mijn neef.
„Het was een droevig leven, dat mijn ouders leidden. Mijn vader wapende zijn arbeiders en vormde van hen een goed geschoolden, strijdlustigen troep en de aanwezigheid van deze kleine, maar goed gewapende brigade, gaf ons eenige veiligheid.
„Weliswaar werd nog dikwijls gestolen en zelfs een herder vermoord, maar het eigenlijke landgoed, dat alle bezittingen van mijn vader bevatte, bleef gespaard.
„Des te erger hielden de benden huis in de andere deelen van het Rijk. In Westelijk Europa meende men dat deze bloedbaden een gevolg waren van kleine godsdiensttwisten.
„Maar deze opvatting was onjuist.
„Christenen en Mohamedanen leefden overal rustig en tevreden naast elkaar en beide leden in gelijke mate van de plundertochten der Turksche troepen.
„Ik was twaalf jaar oud geworden en Andrej was juist luitenant geworden in de brigade van mijn vader, toen op zekeren dag—wij zaten aan den maaltijd—de zoon van den Pascha uit Aitos met 20 soldaten ons erf betrad.
„Mijn vader, die een onheil vermoedde, wilde naar buiten snellen, maar reeds kwam de jonge Achmed—zoo heette de zoon van den Pascha—binnen.
„Achmed stond bekend als een misdadige woesteling.
„Met brutale hoffelijkheid begroette hij mijn moeder, wier schoonheid hem verraste. Maar mijn vader, die door de houding van den jongen man woedend was geworden, vroeg hem kortaf wat hij verlangde.
„Met goed gespeelde vriendelijkheid sprak Achmed:
„„Komartscheff Effendi, ik kom met een onaangename boodschap, maar ik denk, dat wij het wel eens zullen worden. Men heeft in Stamboel vernomen, dat gij uwe ondergeschikten een militaire opvoeding geeft en hen van wapens voorziet.
„„Dat mag niet en de Sultan heeft mijn vader het bevel gezonden, de wapens van u op te eischen. Ik ben gekomen om u te verzoeken, mij de munitie en geweren uit te leveren. Men heeft mij in Aitos 20 man van het garnizoen meegegeven, hoewel ik beweerde, dat dit niet noodig was. Ik meende, dat gij aan het bevel van den Sultan zoudt gehoorzamen.”
„Mijn vader was doodsbleek geworden. Maar aan tegenstand viel niet te denken. Hij gaf de wapens aan [24]de soldaten over, behalve eenige pistolen, die hij verborgen hield en alles werd op een wagen geladen en naar Aitos overgebracht.
„Achmed nam afscheid, vader gaf hem geen gelegenheid, mijn moeder nog verder met zijn laffe vleitaal lastig te vallen.
„Wij waren alleen. Maar de dag zou een vreeselijk einde hebben.
„Het werd nacht en wij hadden ons ter rust begeven.
„Plotseling klonken geweerschoten over het erf en een helle lichtschijn drong door de ramen van de slaapkamer mijner ouders. Mijn vader snelde naar de deur, een revolver in de rechterhand.
„Een enkele blik naar buiten verklaarde hem alles. De schuren en stallen stonden in lichterlaaie, de roovers dreven de kudden weg en daar buiten lagen de lijken der in hun slaap vermoorde bedienden.
„Daar klonk een kreet van ontzetting mijn vader in de ooren. Met een sprong was hij teruggekeerd in het slaapvertrek, waarin mijn moeder zich bevond.
„Hier vertoonde zich een ontzettend schouwspel aan zijn blik.
„Achmed, de zoon van den Pascha, was met twee der roovers door het raam naar binnen geklommen en nu was de schurk bezig, de wanhopige vrouw, die zich met bovenmenschelijke kracht verdedigde, mee te voeren.
„Een schot uit de revolver van mijn vader velde hem neer, een tweede doodde een der helpers. De andere sprong vluchtend op de vensterbank, maar voordat hij naar buiten sprong, schoot hij zijn geweer af op mijn moeder, die in de armen van haar door smart half waanzinnigen echtgenoot, den laatsten adem uitblies.
„„Vlucht, vlucht met Tatiana!” waren haar laatste woorden.
„Er bleef mijn vader geen andere keus, want de moord op Achmed beteekende voor hem een zekere dood.
„Mijn vader haalde mij uit mijn slaapkamer, waarin ik bevend, zonder te weten wat er gebeurde, het vreeselijke had gehoord. In een kast verborgen vonden wij Andrej, die daarin was gevlucht.
„Nog dienzelfden nacht vertrokken wij. Te voet bereikten wij tegen den morgen Misivria, de naastbijgelegen kleine havenplaats aan de Zwarte Zee. Een medelijdende schipper bracht ons naar Konstanta op Rumeensch gebied, vanwaar wij ons naar Weenen begaven.
„Ik werd naar Genève gebracht, op een kostschool.
„Wat mijn vader deed, bleef langen tijd een geheim voor mij.
„Maar op mijn achttienden verjaardag verscheen hij in mijn pensionaat, om mij mede te nemen naar Parijs. Hij vertelde mij alles.
„Ik vernam, dat zich een bevrijdingscomité had gevormd, welks hoofdzetel Saloniki was, maar dit comité had geld noodig, om zijn doel te bereiken.
„En zoo stelde ik mij in dienst van een beweging, waarvan ik verwachtte, dat zij den dood mijner moeder zou wreken.”
Tatiana zweeg een oogenblik, daarop vervolgde zij met een blik op Charly:
„Gij weet wat ik deed en waarom ik het heb gedaan. Kunt gij mij toch nog liefhebben?”
Charly had zich geheel in de kussens opgericht. Heldere tranen glinsterden in zijn oogen. Hij trok het jonge meisje naar zich toe en sprak op vastberaden toon:
„Ik heb je lief, mijn kind, en jouw wraak zal ook de mijne zijn!”
Hartstochtelijk drukte hij zijn lippen op Tatiana’s mond en vol zalige ontroering beantwoordde zij diens kus, welke hun verloving bezegelde. [25]