- Zaligheid Gods, II, 178v., 206.
- Zaligheid, als vrucht van Christus’ werk, III, 380v.;
toekomstige, IV, 517v.;
der jongstervende kinderen, IV, 522v.
- Zalving, III, 335;
van Christus, III, 336.
- Zebaoth, als naam Gods, II, 111.
- Zedelijke wereldorde, II, 59;
III, 157v., 344, 347.
- Zedelijkheid en religie, I, 193v., 462,
III, 553.
- Zegel in de H. Schrift, IV, 230.
- Zekerheid, Soorten van I, 158, 470v., 478v.;
des geloofs, I, 158, 469v., 478v.;
III, 526v., 571v.;
der zaligheid volgens Rome, I, 479;
III, 570v.; IV, 251;
moreele, bij Kant, I, 481v.
- Zelfbewustzijn Gods, II, 158v.
- Zelfbewustzijn van Jezus als Messias en Zone Gods, III, 237v.
- Ziel des menschen, II, 536;
en geest, II, 537;
vermogens der, II, 538;
vereeniging met het lichaam, II, 541v.
- Zieleslaap, leer v. d., IV, 381, 386v.
- Zielsverhuizing, leer v. d., in de oudheid, IV, 407;
in den nieuweren tijd, IV, 381v.
- Zielzorg bij de Gereform., IV, 170v.
- Zoenoffer, III, 304v.
- Zonde, In betr. tot de verwerping, II, 373;
tot de regeering Gods, II, 369v., 373v.;
III, 30v., 34v., 55v., 61v.;
oorsprong, III, 34v.;
invloed op de natuur, II, 558v.;
III, 173, 407;
ethisch karakter, II, 53, 80, 81;
wezen, III, 72v.;
IV, 506v.;
bij engelen en bij menschen, III, 51, 66v., 92, 188;
graden in de, III, 89v.;
principe, III, 96v.;
onderscheiding in vergeeflijke en doodel. bij Rome,
III, 98v.;
tegen den H. Geest, zie lastering; verbreiding,
III, 104v.;
straf, III, 155v.;
als straf v. zonde, III, 135v.
- Zondvloed. Zijn geolog. beteekenis, II, 474v., 487v.
- Zoon Gods. Gebruik van dezen naam in de H. Schrift, II, 243;
als naam van den 2en persoon, II, 243v.;
III, 238;
in betrekking tot de schepping, II, 405v.;
IV, 475.
- Zoon des menschen. Beteekenis van dezen naam, III, 235v.