Het verschil in geestvermogens tusschen den hoogsten aap en den minst ontwikkelden wilde is verbazend groot.—Sommige instinkten zijn aan beiden gemeen.—Gemoedsaandoeningen.—Nieuwsgierigheid.—Zucht tot navolging.—Oplettendheid.—Geheugen.—Verbeeldingskracht.—Rede.—Trapsgewijze ontwikkeling.—Werktuigen en wapenen door dieren gebruikt.—Vermogen om afgetrokken denkbeelden te vormen, zelfbewustzijn.—Spraak.—Schoonheidsgevoel.—Geloof in God, in de werkzaamheid van geesten, bijgeloof.