[Inhoud]

TIENDE HOOFDSTUK.

SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.

Verschillende organen van de mannetjes om de wijfjes te grijpen.—Verschillen tusschen de seksen, waarvan de beteekenis niet wordt begrepen.—Verschil in grootte tusschen de seksen.—Springstaarten (Thysanura).—Tweevleugeligen (Diptera).—Halfvleugeligen (Hemiptera).—Gelijkvleugeligen (Homoptera); alleen de mannetjes bezitten het vermogen muzikale geluiden voort te brengen.—Rechtvleugeligen (Orthoptera); de muziekwerktuigen der mannetjes van zeer verschillend maaksel; strijdlustigheid; kleuren.—Netvleugeligen (Neuroptera); seksueele kleurverschillen.—Vliesvleugeligen (Hymenoptera); strijdlustigheid en kleuren.—Schildvleugeligen (Celeoptera); kleuren; sommige bezitten groote horens, die blijkbaar tot versiering strekken; gevechten; sjirporganen gewoonlijk aan beide seksen gemeen.