Variabiliteit van lichaam en geest bij den mensch.—Erfelijkheid.—Oorzaken van de variabiliteit.—De wetten der variabiliteit zijn bij den mensch de zelfde als bij de lagere dieren.—Rechtstreeksche invloed der levensvoorwaarden.—Gevolgen van het vermeerderd gebruik en van het niet-gebruiken van deelen.—Stilstand in de ontwikkeling.—Atavisme.—Variaties ten gevolge van correlatie.—Toeneming der bevolking.—Hinderpalen daartegen.—Natuurlijke teeltkeus.—De mensch is van alle dieren dat, hetwelk de grootste geographische verspreiding heeft.—Belangrijkheid van zijn lichamelijk maaksel.—De oorzaken die hem hebben gebracht tot den opgerichten gang—Veranderingen in zijn maaksel die daarvan het gevolg zijn.—Afneming in grootte der hoektanden.—Vermeerdering der lichaamsgrootte en veranderde vorm van den schedel—Naaktheid.—Ontbreken van den staart.—Weêrlooze toestand van den mensch.