[Inhoud]

HOOFDSTUK VI.

Naar Siberië!

Het is onmogelijk den indruk te beschrijven, welken deze woorden op den Bolsjewist maakten.

Hij liet zich achterover in de kussens vallen en staarde den Grooten Onbekende aan, alsof hij een geestverschijning zag.

Geruimen tijd bleef het stil in het binnenste van de auto en pas langzamerhand scheen Bogowitsj tot het besef van zijn toestand te komen.

Hij boog het hoofd en zijn blikken bleven eenige oogenblikken rusten op de stalen boeien, die nog altijd zijn polsen omsloten hielden.

Toen keek hij beurtelings Raffles en Henderson, want de zoogenaamde rechercheur was niemand anders dan de trouwe chauffeur van den stoutmoedigen Gentleman-Inbreker, aan alsof hij nog altijd twijfelde aan de betrouwbaarheid van zijn zintuigen.

Maar eensklaps zwollen de aderen aan zijn slapen, zijn oogen kregen een woeste uitdrukking en hij barstte uit:

„Wilt gij zeggen, dat deze geheele arrestatie een comedie is geweest, dat gij volstrekt niets met de politie te maken hebt?”

„Op dat laatste zou ik niet onvoorwaardelijk bevestigend kunnen antwoorden, mijnheer Bogowitsj,” antwoordde Raffles glimlachend. „Ik heb integendeel nog al eens het een en ander met de politie uitstaande gehad, al is dat dan niet in de beteekenis, die gij daaraan hecht. Maar wat het eerste deel van uw vraag betreft, daarop kan ik volmondig bevestigend antwoorden.”

„Dus, gij zijt werkelijk de man van wien wij zelfs in Rusland hebben hooren gewagen? Dien wij meenden aan onze zijde te hebben?”

„Ik ben John Raffles, maar gij vergist u deerlijk als gij ooit gemeend hebt, dat ik de partij zou kiezen van lieden, die hunne beginselen slechts door moord, brandstichting en geweld ingang schijnen te kunnen doen vinden, die de intellectuelen hardnekkig vervolgen, evenals de kunstenaars, zonder welke groepen een menschwaardig bestaan eenvoudig ondenkbaar is; die nog altijd aansporen tot het vreeselijke terrorisme, als zij daar slechts hun doel mee kunnen bereiken, de nivelleering van het geheele bestaan, de gelijkmaking van alle menschen, als het kan ook geestelijk, dat wil zeggen de monsterachtigste misvorming van de geheele maatschappij.”

„Gij zijt dus onze vijand?”

„Ik ben de vijand van alles, wat met geweld en ten koste van duizenden menschenlevens een denkbeeld wil doen zegevieren. Als gij soms denkt, dat dit hetzelfde is als een vijand te zijn van een groot aantal maatschappelijke hervormingen, dan moet gij dat zelf maar weten. Maar voor het oogenblik ben ik voor u en uws gelijken in ieder geval een vijand.”

„En, wat hebt gij met mij persoonlijk voor?”

„Ik heb nog geen vaste plannen daaromtrent, maar ik vermoed welhaast, dat ik u, zoodra ik gedaan heb, wat ik u zooeven mededeelde, eenvoudig aan de politie zal overleveren.”

„Maar gij hebt zooeven geraaskald,” riep Bogowitsj uit. „Denkt gij met een gek of met een kind te doen te hebben? Wilt gij mij wijsmaken, dat gij in dien korten tijd van twee etmalen graaf Stijkof kunt bereiken?”

„Ik heb niet gesproken van twee etmalen, ik heb gesproken van twaalf uren, en daarbij blijf ik,” gaf Raffles kalm ten antwoord.

„Maar dat is volkomen onmogelijk!” riep Bogowitsj uit.

„Voor John Raffles is het niet onmogelijk, mijnheer Bogowitsj,” hernam Raffles rustig. „Ik beschik [22]over middelen, waarvan gij u volstrekt geen denkbeeld kunt vormen, maar die ik mij niet gedrongen voel u nader uiteen te zetten. Laat het u genoeg zijn, als ik u op mijn woord van eer verzeker, dat ik, natuurlijk behoudens onvoorziene ongelukken, binnen twaalf uren van Londen naar onverschillig welke stad in Siberië kan reizen.”

Bogowitsj keek Raffles een oogenblik onderzoekend aan, maar hij zag op het vastberaden gelaat niets dan onversaagde vastbeslotenheid en geen zweem van spotternij.

„Het is dus waar,” mompelde hij half voor zich heen, „dat gij, zooals men zegt, beschikt over middelen, machtiger dan die ooit ten dienste stonden aan een sterfelijk mensch.”

„Ik geloof te mogen zeggen, dat dit inderdaad zoo is,” gaf Raffles bedaard ten antwoord.

„Welnu, dan wil ik aannemen, dat gij geen grootspreker zijt, en dat gij inderdaad de kans ziet binnen twaalf uren geheel Europa in zijn grootste breedte en bovendien een stuk van Siberië over te vliegen, want gij hebt niet met een ezel te doen, ik heb natuurlijk aanstonds begrepen, dat een vliegmachine het eenige vervoermiddel kan zijn, waarmede gij die daad kunt volbrengen. Maar daarmee is niet alles afgeloopen. Gij zult tot graaf Stijkof moeten doordringen en gij zult spoedig genoeg tot de ontdekking komen, dat dit zelfs voor een man als John Raffles bovenmenschelijk moeilijk, zoo niet onmogelijk is.”

„Ik heb u reeds gezegd, mijnheer Bogowitsj, dat het woord onmogelijk in mijn woordenboek geen plaats vindt,” hernam Raffles schouderophalend. „Ik wil aannemen, dat de ongelukkige graaf zeer streng bewaakt wordt mijnentwege door een halve compagnie soldaten en ik geef toe, dat de mannen, die hem willen bevrijden slechts drie in getal zijn, en toch zeg ik u, dat wij den ongelukkige zullen weten te bereiken. Gij kent mij nog niet, als gij daaraan zoudt twijfelen. En hetzelfde geldt natuurlijk voor zijn beklagenswaardige vrouw en zijn kind!”

Bogowitsj bleef Raffles eenige oogenblikken in gedachten verzonken aanstaren. Toen hernam hij op een toon van oprechte spijt:

„Hoe jammer is het, dat een man als gij onze tegenstander moet zijn! Ja, waarlijk, ik geloof, dat gij kunt doen wat gij u hebt voorgenomen. Met u in onze gelederen zouden wij de wereld uit haar voegen kunnen lichten!”

En hij vervolgde:

„Zeg mij nu eens waar gij mij heen brengt, nu ik niet naar het politiebureau word gebracht.”

„Gij zult naar een van mijn buitenverblijven worden gebracht, Bogowitsj, en daar zal ik wel genoodzaakt zijn u een paar dagen opgesloten te houden. Ik kan trouwens volstrekt niet zeggen, dat het mij leed doet. Ik beschouw u als een gevaarlijke vijand, niet alleen van mijn eigen volk, maar van de geheele menschheid. Ik wil toegeven, dat er in uw beginselen wellicht een kern schuilt van menschlievendheid, want gij wilt de schreeuwende ongelijkheid tusschen de menschen opheffen. Maar de wijze, waarop gij allen behandelt, die u niet blindelings gehoorzaam zijn, stuit mij tegen de borst, en uw terrorisme verschilt in wezen volstrekt niets van die, welke tijdens het bewind van de Romanoffs over het rampzalige Russische volk werd uitgeoefend.”

Terwijl dit gesprek gevoerd werd, was langzamerhand de duisternis ingetreden, want reeds was de auto uren onderweg en men naderde de grens van de ontzaglijk groote wereldstad.

Hier en daar werden de lantaarns reeds ontstoken.

Weer bleef het geruimen tijd stil.

Bogowitsj zat in gedachten verdiept en Raffles, die in de harten der menschen scheen te kunnen lezen, zeide na eenigen tijd glimlachend:

„Ik meen te weten, wat u thans bezig houdt, Bogowitsj. Reeds nu peinst gij over de middelen om uw vrijheid te herwinnen en mijn plannen te dwarsboomen. Ik zie aan uw half verbaasden, half verschrikten blik, dat ik goed geraden heb. Laat ik u echter aanstonds zeggen, dat iedere poging om te ontvluchten van te voren tot mislukking gedoemd is. John Raffles neemt zijn maatregelen nooit half. Wij zullen aanstonds de gordijntjes voor de ramen laten vallen, zoodat het u onmogelijk zal zijn te zien waar wij u brengen en wat de plaats betreft, waar wij u gevangen zullen houden, gij zoudt even goed kunnen trachten uit de safe van de Engelsche Bank te kunnen ontsnappen, dan van die plek!”.

„En wat denkt gij wel met mijn secretaris te doen?” vroeg Bogowitsj.

„O, maak u niet bezorgd over hem!” antwoordde [23]Raffles. „Hij is voor het oogenblik onschadelijk en hij kan blijven waar hij is. Misschien ruikt hij onraad, maar dan is graaf Stijkof reeds bevrijd. Krijg ik hem in handen, door dat de onvoorzichtige zich bloot geeft, dan zal ook hij met de politie kennis maken. Hij is niet minder gevaarlijk dan gij en hoe meer Bolsjewisten hier onschadelijk gemaakt worden, hoe beter het voor ons allen is!”

„En mijn geld en mijn juweelen?”

„Hoe kunt gij daar nog naar vragen!” riep Raffles schouderophalend uit. „Het spreekt vanzelf, dat ik die confisceer! Als gij over mij hebt hooren spreken, dan weet gij ook wat mijn beroep is, meer behoef ik er zeker niet van te zeggen.”

Terwijl Raffles dit zeide, had hij met een vlugge beweging door een kleinen hefboom over te halen de gordijnen voor de beide portierramen, zoowel als voor de voorruit laten vallen.

Tegelijkertijd begon een plafondlamp te gloeien die het binnenste van de auto helder verlichtte.

Vervolgens begonnen Raffles en Henderson eenigen tijd met elkander te spreken in een taal, waarvan Bogowitsj volstrekt niets begreep en dat was ook geen wonder, want het was een taal door Raffles bedacht en alleen begrijpelijk voor hem en zijn beide trouwe metgezellen, Charly Brand en James Henderson.

Nog bijna een vol uur duurde de rit en Bogowitsj kon nu alleen bemerken, dat de auto Londen reeds lang verlaten moest hebben, want hij hoorde niets meer van het stadsrumoer en uit het knisteren onder de wielen van het grind leidde hij af, dat de auto zich over een landweg voortbewoog.

Er werd zoo goed als niet meer gesproken en de Bolsjewist scheen zich in zijn lot te hebben geschikt.

Misschien hoopte hij, dat Biridef, zijn helper, reeds aanstonds argwaan zou krijgen en door het geheime telegram zijn overtuigingsgenooten te Moskou zou waarschuwen. Hij moest echter erkennen, dat deze mogelijkheid niet zeer groot was en dat hij er maar niet al te zeer rekening mee moest houden.

Juist toen hij tot deze weinig bemoedigende slotsom was gekomen, stond de auto stil. Bijna op hetzelfde oogenblik ging het portier open, Henderson vatte den Rus bij den arm en duwde hem de auto uit.

Zoo snel werd de Rus medegetrokken, dat hij nauwelijks den tijd had bij zichzelf de opmerking te maken, dat men hem naar een niet al te groot landhuis bracht, dat op eenige meters afstand van den weg was gelegen.

Een oogenblik dacht hij er aan, luide te schreeuwen, maar hij bedacht bijtijds, dat dit om verschillende redenen geen doel had.

Ten eerste zou men hem hoogstwaarschijnlijk niet eens hooren, daar de streek zeer eenzaam scheen te zijn en al zou men dat wel doen, dan zou het zijn toestand toch zeker niet verbeteren, want Raffles zou natuurlijk niet nalaten, aanstonds zijn waren aard bekend te maken.

Hij had trouwens volstrekt geen tijd om een besluit te nemen, want reeds zag hij zich een gang binnen voeren en daar viel ook de zware buitendeur achter hem in het slot.

Een onzeker lichtje schemerde; hij werd een trap afgevoerd met hardsteenen treden, een zware ijzeren deur naar beneden draaide op haar hengsels en eindelijk trad hij een soort keldergewelf binnen. Hij zag nu ook voor het eerst den chauffeur, een man met vuurrood haar en een stekeligen baard van dezelfde kleur.

Raffles maakte licht en een helder schijnsel, afkomstig van twee electrische lampen aan de zoldering verspreidden hun schijnsel in een ruimen kelder.

Waarschijnlijk had Raffles het zijn gevangene zoo aangenaam mogelijk willen maken, want er stond een gemakkelijk bed, er bevond zich een sofa en voorts was de kelder voorzien van een dik kleed op de steenen, een kleinen electrischen haard, een tafel en eenige gemakkelijke stoelen, en zelfs een paar van de beste boeken van Tolstoi, Dostojewsky en andere Russische schrijvers waren niet vergeten.

Raffles keek zijn gevangene even strak aan en sprak toen:

„Gij zult moeten toegeven, dat het voor een gevangenis, waarin gij slechts een paar dagen zult vertoeven, niet zoo kwaad is! Maar ik herhaal u, dat gij volstrekt niet behoeft te pogen, hier uit te ontvluchten! Lucifers zult gij hier niet vinden, gij zult dus geen brand kunnen stichten! Uw ledikant is van hout en de ijzerdeelen er van kunnen u tot niets van nut zijn, de zware ijzeren deur is gesloten met een slot, dat alleen van de buitenzijde te openen is, en verder met een drietal zeer zware grendels, de muren zijn een halven meter dik en hier in het vertrek is volstrekt niets, waarmede gij de steenen [24]zoudt kunnen aantasten, vensters zijn er niet zooals gij ziet, en er vallen dus ook geen tralies door te vijlen. En zelfs al zoudt gij er in slagen, deze deur te openen, of door den dikken muur heen te graven, dan zou een zelfde arbeid u nogmaals wachten boven aan de trap. Wees dus verstandig, schik u in uw lot, kort u den tijd met lezen en bedenk, dat wij slechts een paar dagen zullen wegblijven. Wat uw voedsel betreft, in deze kleine muurkast vindt gij brood, koud vleesch, flesschen melk en andere eetwaren, genoeg voor twee weken. Als gij iets wilt warmen, kunt gij dat op den electrischen haard doen, die dag en nacht blijft branden.”

Raffles gaf zijn gevangene nog eenige aanwijzingen, ontdeed hem van zijn boeien en daarop verlieten de drie mannen de cel, zonder dat Bogowitsj een enkel woord gesproken had.

De deur werd gesloten en de grendels werden er voor geschoven en deze bewerking werd nog eens herhaald met de deur, die zich boven aan de keldertrap bevond.

Raffles hield zijn kleine electrische zaklantaarn bij zijn horloge en zag dat het vier uur in den middag was.

„Laten wij op weg gaan,” zeide hij met gedempte stem. „Is alles in orde, Henderson?”

„Alles, Mylord,” antwoordde de reus. „Ik heb de „Duivel der lucht” grondig nagezien en de electromotor werkt onberispelijk. Er zijn pelsen, geweren, levensmiddelen, kaarten en munitie ingepakt, zooals gij mij bevolen hebt en dan nog de kist met kleederen, Russische uniformen en zoo meer, welke mijnheer Brand heeft uitgezocht.”

„Prachtig! Laten wij dan spoedig vertrekken, want het is niet onmogelijk, dat wij er nog dezen nacht in slagen, dien ongelukkigen graaf Stijkof te bevrijden.”

Zoo snel zij konden verlieten de drie mannen het huis, dat inderdaad zeer afgelegen was en stapten weder in de auto, welke ditmaal door Henderson bestuurd werd.

Een afstand van ongeveer vijf en twintig kilometer scheidde de drie mannen op dat oogenblik van het vliegveld, waar de talrijke loodsen stonden, die de machines van een aantal schatrijke sportvliegers bevatten.

Dat was voor Henderson natuurlijk een peulschilletje!

Zoodra de auto zich in beweging had gesteld begon Charly Brand:

„Geloof je werkelijk, dat het te doen is, Edward?”

„Ja, tenminste wanneer er niets onvoorziens gebeurt!” antwoordde Raffles.

„Waar is de graaf ergens?”

„Hij wordt gevangen gehouden in het dorp Kusina, dat niet ver van de Russische grens in Siberië is gelegen op den linker oever van de Loswa. Zijn arme vrouw is, tenminste als de papieren niet liegen, die ik gevonden heb, met haar kind op dit oogenblik in het stadje Soswinskoje, op den rechteroever van de Sijgwa gelegen, bijna twee honderd kilometer van het dorp, dat ik je zooeven noemde.”

„Maar dat is geen bagatel, Edward” riep Charly uit.

„Een bagatel voor een voortreffelijke auto, die langs goed gebaande wegen rijdt, en in het geheel niets voor mijn vliegmachine, mijn waarde,” zeide Raffles glimlachend, „maar een ontzaggelijke afstand in een land als Siberië met zijn zeer weinige verkeerswegen, zijn onherbergzame steppen, zijn schaarsche bevolking, en in dit jaargetijde zijn meestal hooge sneeuw!”

„Hoeveel bedraagt de afstand van Londen naar Kusina?” vroeg Charly na eenigen tijd.

„In rechte lijn omstreeks drie duizend kilometer, Charly. En daar de „Duivel der lucht” vijf honderd, kilometer per uur kan afleggen, zouden wij, strikt genomen, aan zes uur genoeg hebben om den overtocht te doen; ik heb echter dubbel zoveel gerekend, omdat wij steeds met tegenslagen rekening moeten houden.”

De beide mannen spraken nog eenigen tijd over hun reis door en toen reed de auto het hek binnen, dat rondom het vliegveld geplaatst was en waar een portier de wacht hield.

Raffles noemde den naam, onder welken hij hier een loods gehuurd had en eenige oogenblikken later was de wonderlijke vliegmachine, die aan het brein van den Grooten Onbekende ontsproten was en die door electriciteit werd voortbewogen, naar buiten gerold.

De „Duivel der lucht”, van bijzonder fraaien vorm, was geheel uit aluminium vervaardigd en kon zes personen vervoeren, wanneer het moest zelfs acht, maar dan moest men alle bagage derven. [25]

Henderson bleek reeds alles wat er noodig was voor de onderneming, keurig te hebben opgeborgen in een soort kleine roef, die zich achter de bestuurdersplaats bevond en waarvan men desgewenscht het dak kon terug schuiven, en de drie mannen behoefden niets anders te doen dan de pelsen aan te trekken, en zich in te schepen.

Een paar mecaniciens keken toe, niet goed begrijpend, hoe mijnheer de graaf er lust in kon hebben, bij deze zwarte duisternis en met deze felle koude op te stijgen.

Een ruk aan een kleinen hefboom, de schroef begon met groote snelheid te draaien en als het ware met een sprong verhief de vliegmachine zich van den grond en steeg in den avondhemel omhoog.

Binnen enkele minuten had de „Duivel der lucht” een hoogte van bijna twee duizend meter bereikt, de tocht naar Siberië had een aanvang genomen.