[Inhoud]

VIERDE HOOFDSTUK

EEN MISLUKTE DOLKSTOOT EN HET TEEKEN DER MAFFIA.

Lord Lister, die Napels door zijn vroeger verblijf in die stad, zeer goed kende, was per rijtuig naar het Engelsche en daarna naar het Amerikaansche consulaat in de Strada Santa Lucia gereden. Hij had tot beide heeren zijn verzoek gericht en de Amerikaansche consul had, op aanbeveling van zijn Engelschen collega en na inzage der papieren, zonder aarzelen de drie passen afgegeven, onder voorwaarde evenwel dat deze, nadat het doel bereikt zou zijn of na het eind der bemoeiingen teruggegeven of vernietigd zouden worden.

Daarna was hij gereden naar het postkantoor Strada Piliero om den brief voor den markies af te halen.

Bij het postkantoor had hij zijn koetsier betaald.

Het ruime postlokaal was nagenoeg leeg. Alleen bij een lessenaar naast het loket voor aangeteekende brieven en post-restante stukken stond een schijnbaar jonge [11]man, wiens gelaat bedekt werd door den slappen rand van een grijzen hoed. Hij was verdiept in het lezen van een briefkaart.

Toen hij den dikken mr. Shaw zag binnentreden, haalde hij minachtend de schouders op en ging weer door met lezen.

Nauwelijks echter had mr. Shaw met een glimlach den beambte het overeengekomen adres: „Vendetta, Cento!” opgegeven en uit de hand van den zeer beleefden ambtenaar den brief aangenomen, of een bruine hand verscheen voor het loket en nog voordat de corpulente heer het kon verhinderen, was deze hand met den brief verdwenen. Toen Lord Lister zich tamelijk overbluft omkeerde, was de lessenaar verlaten en hij zag nog juist den rug van een slanke mannelijke gestalte achter de straatdeur verdwijnen.

Maar als de dief de snelheid van den corpulenten heer gering had geacht, bad hij zich zeer vergist, want Lord Lister, die in alle takken van sport uitmuntte, had reeds menigen prijs verworven met hardloopen.

Na vijftig schreden had hij reeds den brutalen onbekende ingehaald, hem met zijn linkervuist een slag tegen den slaap gegeven en hem den brief weer ontnomen.

Met een „Maledetto!” viel de Italiaan neer, terwijl hij met beide handen naar zijn pijnlijk hoofd greep.

„Die heeft voor een half uurtje genoeg!” dacht Lord Lister, „wat, voor den duivel, valt den kerel in om er met den brief vandoor te gaan? Misschien meende hij, een brief met geld te pakken te hebben!”

Hij liet den half bewustelooze met zijn hoofdpijn achter en liep, nadat hij den brief zorgvuldig in zijn borstzak had weggeborgen, verder om zijn vrienden in het café op te zoeken en Finori het zoo vurig verlangde schrijven uit Messina te brengen.

Het was warm op dien Italiaanschen Decemberdag en het opgeblazen gummiomhulsel, waarvan Lord Lister zich bediende om Mr. Shaw uit Chicago voor te stellen, droeg er niet weinig toe bij om hem bij zijn vlugge loopen last te doen ondervinden van de warmte.

Hij dacht er juist over na, of hij hier in Italië niet verstandiger deed, dit tooneelmiddel af te leggen en alleen wat gelaat en haren betreft, op mr. Shaw te gelijken, toen hij een met kracht toegebrachten stoot in den omtrek van zijn hart voelde en bijna achterover tuimelde. Daarbij vernam hij de woorden:

Vendetta della Mafia.

Tegelijkertijd echter vernam hij een sissend geluid, dat hij eerst niet kon verklaren, maar dat blijkbaar van zijn eigen lichaam kwam.

Maar reeds had hij zijn tegenwoordigheid van geest teruggekregen. Hij herkende naast zich den bruinen Italiaan met den grijzen hoed, dien hij meende, voor een half uur te hebben ingepeperd. De kerel was den vuistslag blijkbaar eerder te boven.

Een ferme slag met Listers linkerhand trof den man zoo gevoelig op den onderarm, dat de glinsterende dolk, dien hij voor een tweeden stoot had opgeheven, op het geasphalteerde plaveisel van de kade neerviel.

Vol ontzetting echter was de Italiaan, een man van ongeveer dertig jaar, op zijn knieën gezonken en smeekend hief hij zijn armen op:

„Erbarmen, Signore!” kermde hij.

En het moest inderdaad voor een bijgeloovigen Siciliaan iets beangstigends zijn, niet alleen zijn nimmer falenden dolkstoot zonder eenige uitwerking in het lichaam van den getroffene te zien dringen, maar ook een gesis te vernemen en met eigen oogen te aanschouwen, hoe de dikke man daar tegenover hem veranderde in een slankgevormden, welgebouwden heer.

Lister begreep de toedracht der zaak aan het uitstroomen van de lucht uit het beschadigde gummiomhulsel en hoewel het lachen hem veel nader stond, wist hij zich te beheerschen en riep hij met dreigenden blik uit:

„Zie je niet, kerel, dat de dolken der vijanden niet in mijn borst doordringen?”

De Italiaan, die een kruis maakte, bleef op de knieën liggen, en boog vol eerbied het hoofd voorover.

„Ja, Signore, Giannettino was blind, maar nu zijn hem de oogen opengegaan!”

Lord Lister luisterde oplettend. Dat leek op een aangeleerd lesje. Maar nog niet zeker van zijn zaak en de een of andere list vermoedend, haalde hij een zijner revolvers te voorschijn, die hij op het hoofd van den Italiaan richtte.

„Je moet sterven, kerel! Nu is de beurt aan mij!”

Zonder zich een oogenblik te bedenken, antwoordde de Italiaan:

„Neem mijn leven, Signore, als gij dat wilt of gebied over mij!”

Verbaasd luisterde Lord Lister.

Hij kreeg een vermoeden van iets, wat hij nog niet durfde gelooven.

„En als ik je diensten aanvaard”, vroeg hij, „kan ik je dan vertrouwen?”

De Italiaan legde nog steeds in knielende houding, [12]met een onderdanige beweging zijn rechterhand op het hart en antwoordde, alsof hij een van buiten geleerde spreuk opdreunde:

„Giannettino volgt getrouw uw bevelen op, Signore, anders kunt gij de vergelding haren loop laten nemen!”

„Welnu!” sprak Lister nadenkend, „ik neem je diensten aan, Giannettino”.

Hij nam een goudstuk uit zijn vestzak en wierp het hem toe. De Siciliaan ving het handig op.

„Je staat nu alleen in mijn dienst, Giannettino”, vervolgde Lister, „en je zult er geen schade van hebben als je mij getrouw bent. Ik moet een groot werk verrichten en heb de hulp nodig van trouwe lieden!”

„Neem de proef, signor Capo! Het is heerlijk, den Grooten Man te mogen dienen!”

„Berg je dolk weg, Giannettino en luister naar mij. Vertel niemand iets van alles, wat ik je beveel en wat je zult doen!”

De Italiaan maakt een diepe buiging en legde zijn hand op den mond.

„Mijn eerste bevel is dit: Begeef je aan boord van het jacht „Meteor”, liggende in de Porto Grande, toebehoorende aan den Amerikaan Shaw, wiens bediende je voortaan zult zijn!”

Hij overhandigde hem een visitekaartje.

„Geef dit aan den kapitein! Binnen korten tijd ben ik er zelf. Dan zullen wij verder spreken!”

„En waarheen gaat onze tocht, Signore Capo?”

„Streng geheim! Naar Messina!”

De Italiaan verbleekte.

„Naar Messina?” riep hij verschrikt uit. „Wat moet ik den Capo Cesare zeggen, wiens bevel ik niet heb uitgevoerd? Kunt gij mij niet vrijstellen van die vaart, Signore?”

Lister’s oogen fonkelden. Zijn vermoeden bleek juist te zijn en hij besloot, zijn troef uit te spelen op gevaar af, zichzelf te zullen verraden.

„Schaam je, Giannettino, welke man is bevreesd? Ik ben gezonden door een hoogere macht, om alle ongerechtigheden en misdaden, waarvan het in Messina wemelt, uit te roeien!

Zware klachten worden aangeheven tegen Cesare, men beschuldigt hem van hebzucht en willekeurige moorden, van een schandelijk misbruik maken zijner macht! Ik ben gezonden om uwe eer te redden! Twijfel je aan mijn macht, aan het slagen van onze pogingen?”

Tutto all’onore della Mafia!” fluisterde Giannettino vol eerbied, terwijl hij het hoofd boog. „Maar het is een zware strijd! Capo Cesare is machtig en groot! Gij echter, die uw lichaam kunt veranderen, en die niet gewond wordt door de dolken van vijanden, gij zijt nog grooter! Beveel over Giannettino en zijn dolk!”

Vol onderdanigheid vouwde hij zijn handen over de borst.

„Als wij overwinnen en mij je trouw is gebleken, Giannettino, all’onore della Società, dan is je fortuin gemaakt, dat beloof ik je plechtig!”

Ebbene Signore! Ik ben de uwe in dood en leven!”

„Vooruit dan!” sprak Lister op bevelenden toon, „naar de „Meteor”. Daar zullen wij nader afspreken!”

De Siciliaan boog diep en haastte zich naar de haven.

Lord Lister keek hem peinzend na.

Daarop maakte hij zich gereed om den markies zijn brief te brengen.

De teerling was nu geworpen.

De heeren zaten nog rookend bij hun glazen, toen Lister met zijn buitengewoon slanke gestalte binnentrad en den markies den zoo vurig verlangden brief ter hand stelde.

„Maar mr. Shaw”, sprak Charly lachend, „waar is uw omvang gebleven?”

„Dat doet het gezonde klimaat hier, mijn beste jongen”, antwoordde Lister op ernstigen toon. „Het doet mij trouwens genoegen, mijn waarde markies, dat de voor u bestemde dolk alleen een opening heeft gestooten in mijn gummibuik! Heb je de kleefstof bij je, Charly?”

„Natuurlijk, als goed fietser!” antwoordde Charly vroolijk. „Maar niet hier, ze is in mijn hut op het jacht”.

„Nu, mijn gummibuik kan daar wel hersteld worden!”

Finori had intusschen den brief geopend en uitte een kreet van schrik.

„Wat is er, vriend Cook?” vroeg Lister, als altijd in zijn rol.

„O, lees zelf!” antwoordde de markies, „het is een bede om hulp uit Messina!”

Het schrijven bevatte slechts weinige woorden. Deze waren met een sierlijke dameshand in alle haast neergeschreven:

„Luigi! Kom dadelijk! Wij worden allen door ongeluk bedreigd! Als je van mij houdt, haast je dan! Maar verander je uiterlijk! Ontmoet mij bij de tuinen van Pace op den weg naar de Madonna della Grotta! Marietta”.

[13]

„Dat is zeer dringend, markies! Kunt gij de schrijfster vertrouwen?”

„Als mijzelf, beste vriend! Gravin Marietta di Torresani is mijn bruid!”

„Dan twijfel ik niet aan haar goede trouw. Maar toch wensch ik niet, dat gij onmiddellijk naar aanleiding van dezen brief naar Messina gaat, want ik maak uit het stelen van den brief en uit den dolksteek, welke voor u bestemd was, de gevolgtrekking, dat uw leven wordt bedreigd en dat men ook uw verhouding tot gravin Marietta bespionneert. Kent gij misschien uw vijanden en weet gij, hoever hun macht strekt?”

„Niet in het minst! Ik begrijp niet eens, hoe mijn vader en ik vijanden kunnen hebben!”

„Dan zal ik het u uitleggen!

„Het is mij gelukt, er achter te komen. De vijand, welke u en uwe familie vervolgt, is—” Lister fluisterde hem in het oor: „de Maffia!”

De markies viel bleek en bevend in zijn stoel neer. Sprakeloos keek hij naar Lister en met moeite stamelde hij: „De Maffia? De Maffia?”

„Moed, markies! Zooals eenmaal uwe voorvaderen hebben gevochten als helden tegen de Franschen en Saracenen en den hoogsten roem behaalden, zoo willen ook wij den strijd aanvaarden tegen de verraderlijke pest van uw heerlijk vaderland!”

„Het is een wanhopig geval, evenals een strijd tegen de pest! Laat mij over aan mijn noodlot, edelmoedige vriend! Als gij gelijk hebt, dan ben ik verloren, evenals mijn vader! Waarom zal ik u mede in het verderf sleuren?”

„Onzin, Finori! Wees niet moedeloos! Ik heb al een kleine zege behaald!”

En op fluisterenden toon vertelde hij de bijzonderheden van zijn avontuur. Het toeval was hem te hulp gekomen. Hij had tegenover een medelid van de Maffia het overeengekomen woord gebruikt. De man hield hem voor een der voornaamste leiders van het geheime genootschap en stond nu in zijn dienst. Met behulp van den Italiaan zou het hem gelukken, de geheimen van den gevaarlijken bond te onthullen en het geluk der familie Finori weer te herstellen, het verdwijnen van den ouden markies op te helderen en, zoo mogelijk, het hun afhandig gemaakte vermogen terug te verkrijgen.

Finori schudde droevig het hoofd.

„Gij waagt onmogelijke dingen! Gij kent de macht der Maffia niet, waarvoor zelfs rechters en overheidspersonen het hoofd buigen. Heimelijk en zonder medelijden gaat zij op haar doel af en wie haar vijand is, is verloren!”

„Best!” antwoordde Lister, „laat mij mijn gang maar gaan! Ik heb uw hulp op het oogenblik ook in ’t geheel niet noodig! Men zou u kunnen herkennen! Ik ga vooruit om het terrein te verkennen! Gij blijft met Charly hier tot ik een telegram zend. Gij schetst en teekent, alsof alles hier nieuw voor u was en Charly maakt kiekjes als een echte amateur-photograaf.

Ik zal mijn telegram hierheen zenden aan het adres van Mr. Shaw Junior. Denk er dus om, telkens te vragen of het al is aangekomen of een adres op te geven, als het nagezonden moet worden. De „Meteor” zend ik dadelijk na mijn aankomst te Messina weer terug, zoodat die hier tot uw beschikking blijft! En nu adieu en amuseert u zoo goed mogelijk in het heerlijke Napels!

Maar wacht eens, markies! Ik zou gaarne een groet willen overbrengen aan uw gravin en nadere bijzonderheden omtrent haar vernemen, teneinde mijn plan te kunnen opmaken!”

„Als gij niet anders wilt, beste vriend! Ik zie wel, dat gij u niet laat weerhouden. De kerk Madonna della Grotta ligt in het visschersdorp Pace, op een afstand van vijf kilometer van Messina verwijderd, aan den prachtigen straatweg naar Kaap Peloro en den vuurtoren!”

De vrienden waren opgestaan. Lister schudde hun de hand tot afscheid.

A rivederci![14]