Een tamelijk sterke Zuidoostenwind woei over de Arabische Zee en dreef het vaartuig der vluchtelingen naar den eilandengroep der Lakediven.
De Indische bedienden, die van schrik en angst bij den overval der Brahmapriesters en hun gewapenden bijna zinneloos waren geworden, herademden nu en Kysagotami slaakte een zucht van verlichting.
Charly en de Mohammedaansche bediende Hassan bedienden het eigenaardige, bijna vierkante zeil, dat zich op de boot van den visscher bevond.
Raffles, die met vaardige hand stuurde, riep zijn vriend Charly toe:
„Wij moeten trachten in westelijke richting aan te houden! Voor zoover mij bekend is, bevinden zich ten noorden der eilanden gevaarlijke riffen en zandbanken. Bovendien geloof ik, dat de wind draait.”
Die opmerking van Raffles was juist. De wind was nu pal zuid en dreef het vaartuig onmerkbaar in noordelijke richting.
Het viel den dapperen zeilers nu zeer moeilijk, nauwkeurig koers te houden, daar zij alleen konden beschikken over een zakkompas van Lord Lister. Eenige andere waardevolle instrumenten, die hun goede diensten hadden kunnen bewijzen, waren bij de overhaaste vlucht in den zak, die op den rug van den olifant hing, achtergebleven.
De toestand werd steeds kritieker. Zes personen en de tamelijk omvangrijke bagage waren reeds te veel [20]voor het kleine bootje; nu moesten de inzittenden bovendien nog strijden tegen wind en golven. Daarbij brandde de zon onbarmhartig; en maakte het verblijf in de boot volstrekt niet aangenamer.
De wind blies in het zeil en joeg het vaartuig voor zich uit. De witte schuimkoppen, die rechts en links van de boot opspatten, brachten een weldadige afkoeling.
Zoo hadden zij reeds een paar uur rondgedobberd, toen in de verte smalle, donkere strepen zichtbaar werden.
„Land!” riep Charly.
Lord Lister haalde echter de schouders op en trachtte met het kleine kompas de richting vast te stellen, daarna schudde hij nadenkend het hoofd en meende:
„Ik vrees bijna, dat wij uit den koers zijn geraakt en de Serostresbank naderen.”
Weldra bleek, dat hij gelijk had. Slechts met inspanning van alle krachten gelukte het hun, op de gevaarlijke bank vast te loopen.
Dit onaangename voorval had echter iets goeds, want men kon het nu over de richting eens worden.
Het gelukte vrij spoedig, het vaartuig weer vlot te doen geraken.
Hun weg in Zuidwestelijke richting nemend, bereikten de zeevaarders spoedig hun doel. De reis van Mangalur tot Tscherbanyani was bijna twee uur vertraagd, zoodat de zon reeds bijna aan den horizon verdween, toen men de eilandengroep bereikte.
Naar aanleiding van de aanduiding, die Raffles in den geheimzinnigen ring had gevonden, moest hij aannemen, dat de schat, dien hij zocht, zich op het kleine, noordoostelijke eiland bevond.
Het zoo even doorleefde avontuur deed hem ook begrijpen, wat de laatste teekens op de perkamentstrook beteekenden. Dit was een waarschuwing voor de Serostresbank.
Hoe klein deze eilandjes ook zijn, zij worden toch bijna alle bewoond. De groep der Lakediven telt bijna 15,000 inwoners, voornamelijk Arabieren.
Van het noordoosten komend, had Lord Lister met zijn scherpe oogen een kleine bocht ontdekt. Hij hield daarop aan en weldra landde het vaartuig behouden in deze kleine, natuurlijke haven.
Door het avontuur van den vroegen morgen was de visschersboot in de volle beteekenis van het woord voor de reizigers een reddingsboot geworden, en zij wisten dit op rechte waarde te schatten. Daar men voor het oogenblik nog niet kon weten, hoe de terugtocht van het eiland zou zijn, wijdde men de grootste zorg aan de berging van het vaartuig.
De bedienden trokken het geheel aan den oever, die hier tamelijk vlak was, twee palen werden in den grond geslagen en de boot daaraan bevestigd.
Daar men nu sedert verscheiden uren voor het eerst weer vasten grond onder de voeten had, begon men het allereerst een rustplaats in te richten.
Pakken bagage werden naar de zijde der zee opgestapeld en dekens uitgespreid. Zoo maakte men ten minste voor Kysagotami een eenigszins beschutte legerstede.
De Indiërs hadden intusschen droog hout, twijgen en allerlei brandbare voorwerpen verzameld en daarvan in een kuil een vuur aangelegd. Van den meegebrachten voorraad was weldra een avondmaal gereed gemaakt, dat allen na de inspanningen van den dag uitmuntend smaakte.
Nadat de maaltijd was afgeloopen, maakte Raffles zich gereed om het inwendige van het eiland te onderzoeken. Hij nam alleen den langen Hassan met zich mee, terwijl Charly en de twee Indische bedienden ter bescherming van Kysagotami en de bagage achterbleven.
Raffles had zijn uitstekend geweer omgehangen, revolver en mes in den gordel gestoken, ook Hassan was van wapens voorzien en beiden liepen met snelle schreden voort, in de hoop, zoo mogelijk nog voor het vallen van den nacht een woning te vinden, waarin men zou kunnen overnachten.
Al hun zoeken was echter tevergeefs, het eiland scheen te zijn uitgestorven. Behalve eenige apen, die vroolijk in de boomen rondsprongen en nieuwsgierig de beide wandelaars bekeken, liet zich geen levend wezen zien.
Mistroostig moest Raffles er eindelijk toe besluiten, den terugweg te aanvaarden. De gedachte aan Kysagotami en de noodzakelijkheid om haar in de open lucht te moeten laten overnachten, stemde hem somber.
Voor de mannen was een dergelijk gedwongen verblijf in de vrije natuur niet zoo heel erg, maar Kysagotami leed zichtbaar onder de voortdurende vermoeienissen en wederwaardigheden; dit was reeds de derde nacht, dat zij geen rust en geen slaapplaats had.
Toen Raffles haar bij zijn terugkomst mededeelde, dat het niet mogelijk was geweest, een woning te vinden, sprak zij glimlachend:
„O, maak u over mij maar niet ongerust. Ik wil leven evenals mijn redders en verlang niets beters.” [21]
Van kisten werd met behulp van een paar korte boomstammen een hut gebouwd en die door er overgelegde dekens tegen den zeewind beschut. Hierin zou Kysagotami den nacht doorbrengen.
De bedienden hielden gedurende den nacht om beurten de wacht. Het vuur werd aangehouden, om wilde dieren, die zich misschien op het eiland bevonden, op een afstand te houden.
Nadat alles op deze wijze geregeld was, gaven zij zich over aan de welverdiende rust.