Er was eens een tijd van langdurige droogte en voedselschaarschte, toen Boschrat*, bezig om eten te vinden Schildpad* tegenkwam, die ook probeerde wat van zijn gading te ontdekken. Na elkander gegroet te hebben en naar elkanders bezigheden te hebben gevraagd—van waar zij kwamen en waar zij heengingen—begonnen zij over de moeilijkheden te praten, en, zoo van het eene op het andere komend, werd er eindelijk de vraag te berde gebracht, wie van beiden wel het langst zou kunnen vasten, als de nood er toe drong. Zooals dit bij menschen en dieren altijd het geval is, betwistten zij elkander den voorrang, en ten slotte besloten zij tot een wedstrijd, en wel op deze wijze, dat telkens een van de twee een boom zou uitkiezen, terwijl de andere zóó lang zou moeten vasten, tot de boom vrucht zou hebben gedragen. De Boschrat koos een pruimeboom*, en toen zij dezen van een omheining had voorzien, sloot zij Schildpad daarbinnen op. Iedere maand bracht de Boschrat een bezoek aan de vrijwillige gevangene. „Nog levend?” riep de Boschrat. „Waarom niet”, antwoordde Schildpad, „er kan mij niets overkomen”. Iedere maand werd dit gesprek in den tijd van een half jaar herhaald, tot dat aan het einde van dien tijd de knoppen van den boom zich openden, de bloemen vrucht zetten en de vruchten waren afgevallen. De omheining werd toen verbroken en Schildpad wandelde zegevierend naar buiten. [95]
Nu was het de beurt aan de Boschrat, om te toonen, wat hij kon. Schildpad bouwde nu een omheining om een kasjoe-boom*, sloot de Boschrat op en vertrok. Toen een maand om was, kwam Schildpad te voorschijn en riep buiten de omheining de gevangene toe: „Wel, nog levend?” waarop Boschrat antwoordde: „Ja, in blakenden welstand”. Maar na de tweede maand, toen Schildpad dezelfde vraag kwam doen, kreeg zij ten antwoord: „Ja, nog levend, maar wat slapjes”. Maar nadat weêr een maand verloopen was en Schildpad terugkwam, kreeg zij geen antwoord meer, toen zij haar gewone vraag herhaalde. Boschrat was niet meer levend. De vliegen op het doode lichaam leefden echter wel.
De Boschrat had er niet aan gedacht, dat de kasjoe slechts eenmaal in de drie of vier jaar vruchten draagt.