[Inhoud]

HOOFDSTUK V.

De veldslag.

Het was duidelijk te zien, dat men aan den vooravond van ernstige gebeurtenissen stond.

Ondanks het nachtelijk uur trokken onophoudelijk convooien door de nauwe straten, waarvan hier en daar de huizen door granaten waren vernield.

Dreunend rolden de kanonnen en de kruitwagens over de hobbelige keien, lange afdeelingen cavalerie trokken voorbij, terwijl de paardenhoeven stampten, de sabels rinkelden en de paarden hinnikten.

Dan volgden dozijnen eetwagens, waaruit een lichte rook opsteeg, Roode Kruiswagens, vrachtauto’s met granaten en geweeramunitie en voorts vele sleden, beladen met proviand.

Overal heerschte de grootste orde, en het bleek Raffles al aanstonds, dat er streng op werd gelet, dat de tucht onder het Leger der Rooden gehandhaafd bleef.

De officieren waren slechts herkenbaar aan de kleine roode distinctieven en aan hun sabel en revolvertasch, maar de meesten hunner droegen ook een geweer over den schouder.

Op sommige plaatsen was het verkeer der militaire convooien zoo druk, dat de vier mannen op een stoep moesten vluchten, om ze te laten passeeren.

—Dat zijn alle versterkingen, welke ons uit Petrograd zijn toegezonden, zeide Dobrinsky. Zooals gij ziet, zijn het allen jonge, krachtige mannen, en wij hebben gegronde hoop, dat wij den slag zullen winnen en de “witten” ver naar het Oosten terugwerpen, tot naar de Onega-moerassen.

—Maar velen zullen van dezen strijd niet terugkeeren, zeide Raffles op ernstigen toon.

—Zij, die sterven, zullen het voor een eerlijke zaak gedaan hebben, riep Dobrinsky opgewonden uit.

Raffles zweeg, want hij wilde op dit oogenblik niet redetwisten over zulk een onderwerp.

Er zou heftig gestreden worden tusschen zonen van hetzelfde volk, en voor zoover het in zijn macht was, zouden hij en zijn beide reisgezellen de zieken en gewonden verplegen, van beide partijen.

Eindelijk, toen het bijna half vier in den morgen was, bereikten zij de straat waar de ouders van Ilja woonden.

Dobrinsky belde aan, maar het duurde eenigen tijd voor de deur geopend werd door een ouden, slaperigen bediende, die zich niet bijzonder verbaasd toonde bij het zien der militaire uniformen.

Zoo iets was hij blijkbaar gewoon.

Hij hief de lantaarn op, welke hij in de hand droeg, en had haar van vreugde bijna laten vallen, toen hij het gelaat van Dobrinsky herkende.

Deze trad haastig binnen, door de drie Engelschen op den voet gevolgd, en zeide op fluisterenden toon:

—Heeft mijn schellen de oude lui gewekt, Pawel?

—Neen, Iwanowitsch, zij slapen rustig.

—Wek hen dan vooral niet, zij zijn oud en morgen kunnen wij met elkander spreken. Wijs mij en deze heeren slechts een paar kamers, geef ons wat brood en vleesch, en ga zelf rustig weder naar bed. Ik neem de verantwoording op mij.

Snel werd een en ander in orde gemaakt, en een kwartier later strekten allen hun door de koude verstijfde ledematen in een warm bed uit.

Maar lang zou de rust niet duren, want reeds om acht uur in den volgenden morgen werd er alarm geblazen.…..

De trompetters renden door de nauwe straten, op hun kleine snelle paarden gezeten, en op iederen straathoek stonden zij stil, als uit brons gegoten, brachten de trompet aan den mond en lieten het schetterend doorklinkend signaal hooren.

En bijna tegelijkertijd begon heel in de verte het kanon te donderen.

Dobrinsky vloog het eerst overeind, trok het gordijn voor het raam terzijde, en keek de straat door.

Daar trokken reeds de troepen voorbij, en zijn geoefend [20]oog had aanstonds gezien, dat de manschappen met rantsoen voor drie dagen en met een zeer grooten voorraad geweerpatronen belast waren—men rekende dus blijkbaar op een beslissend gevecht.

Hij keerde in de kamer terug, schoot haastig een paar kleedingstukken aan, en bonsde met de vuist op de deur van het groote logeervertrek.

Daar achter klonk de stem van Raffles:

—Wat beteekende dat signaal?

—Het gaat er op los! Er is alarm geblazen! Ik geloof dat de anderhalve divisie die hier gelegen hebben, naar voren worden gezonden. Hoort gij het geschut wel?

—Ja, ik hoor het! Is dat ver hier vandaan?

—Onze artillerie-stellingen zijn op drie uren marcheerens afstand—en dan zal het voor ons nogmaals twee uren zijn, voor wij de vuurlinie van de infanterie bereikt hebben.

Onder het spreken had Dobrinsky haastig zijn uniform aangeschoten en vlug toilet gemaakt.

Hij snelde naar de eetzaal, en trof daar de ouders van Ilja Sykorsky aan, die zooeven door den ouden Pawel op de hoogte waren gebracht van de komst van baron Dobrinsky.

De jongeman wierp zich in de armen van de oude lieden, en in korte, afgebroken woorden, deelden zij elkander mede, wat zij van het jonge meisje wisten en dat konden slechts vermoedens zijn!

Nu traden ook Raffles en zijn beide metgezellen binnen en na te zijn voorgesteld, aten zij haastig wat van het geroosterde brood, staken nog wat voedsel in hun knapzakken, dronken een kop heete thee, en namen toen afscheid.

Onder het snelle voortloopen zeide Dobrinsky:

—Nu zullen wij wel niet langer bij elkander kunnen blijven, want gij zult natuurlijk achter de vuurlinie uw taak verrichten, terwijl ik mij naar mijn regiment moet spoeden, dat zich thans op het marktplein in marschorde opstelt. Ik zal u daar wel introduceeren bij den officier van gezondheid die aan het hoofd staat van den Verplegingsdienst Leo Anatof. Hij is een zeer vriendelijk man, en hij zal uw bijstand op grooten prijs stellen.

Toen zij al dravend het marktplein bijna bereikt hadden, vroeg Raffles:

—Zeg mij eens, mijn waarde Iwan—dragen de witten uniformen?

—Ja, voor de overgroote meerderheid dragen zij nog de oude militaire uniform! Waarom vraagt gij dat?

—Omdat ik wellicht een bezoek aan den overkant ga brengen, gij weet met welk doel. Neen, zeg niets! Het is mijn vast plan—en ik blijf er bij!

Juist op dit oogenblik trad hun een slanke officier tegemoet met den Rooden Kruisband om den arm en een fraai gevormd, bijna vrouwelijk gelaat.

Het was Leo Anatof, de officier van gezondheid.

Iwan Dobrinsky stelden de Engelschen vlug voor, dezen lieten hun passen zien, benevens hun armband en zij werden aanstonds door den officier medegenomen, zoodat zij bijna geen tijd hadden afscheid van Dobrinsky te nemen.

—Uw regiment- en divisie-nummer! schreeuwde Charly hem nog achterna.

—2e Divisie, veertiende regiment! riep Dobrinsky terug.

Hij wuifde hun nog eens toe, en het volgende oogenblik was hij in de schijnbaar ordeloos dooreenloopende massa’s strijders verdwenen.

Anatof had zich intusschen tot Raffles gewend, en zeide op zachten toon in gebroken Engelsch:

—Wij hebben last om voorloopig hier te blijven, teneinde het transport niet nog meer te bemoeilijken. Maar over een paar uren zullen wij ons ook wel marschvaardig moeten maken om naar voren te gaan—want wij willen ons niet in de mogelijkheid indenken, dat wij nogmaals zouden moeten retireeren.

En daarop bracht hij de drie mannen naar de bovenzaal van hetzelfde feestgebouw, waar zij den vorigen nacht aan de stafofficieren waren voorgesteld.

Daar vonden zij een aantal Roode Kruiszusters en ziekenverplegers, allen stille, zwijgende menschen, met een ernstig gelaat.

Zij traden naar het venster en zagen op het drukke gewoel aan hun voeten neer.

Er klonken korte commando’s door de ijle vrieslucht, en de rooden schaarden zich in gelederen.

Er waren er slechts weinigen onder, die nog een complete uniform droegen.

De meesten waren gedost in een zonderling allegaartje—een uniformpantalon, een schapenpels, en als hoofddeksel een muts van berenvel, of een jockey-pet, of zelfs een ouden vilten hoed, dien zij den hemel weet waar hadden gevonden.

Maar allen waren voorzien van uitmuntende geweren, [21]en overvloed van ammunitie—want de fabrieken te Petrograd werkten dag en nacht voort!

Velen droegen bovendien een revolver in een lederen tasch op de heup, en allen torsten op den rug een ransel of knapzak.

Zij schaarden zich vlug in gelederen, en trokken dadelijk weg, om plaats te maken voor anderen.

Het viel Raffles aanstonds op dat er in het geheel geen bereden officieren meer waren.

Op de infanterie volgden mitrailleurs-afdeelingen, wier snelvuurgeschut op sleden geplaatst was, die door sterke honden getrokken werden, artillerie, en tenslotte een luchtvaart-afdeeling met geweldig groote vrachtauto’s, waarvan de wielen echter op zware, met ijzer beslagen slede-schoenen waren geplaatst, daar zij anders zeker niet in de dikke sneeuwlaag vooruit hadden kunnen komen.

En boven zijn hoofd hoorde Raffles het gegons van enkele vliegmachines, en het geknetter van mitrailleurs, hetwelk bewees, dat men daarboven in de blauwe lucht reeds handgemeen was geworden.

En hij overdacht hoe wonderlijk het rad van het toeval weder had gedraaid dat hem thans, zonder dat hij dit slechts weinig dagen geleden had kunnen vermoeden, te midden der veel gehate Bolsjewiki had gebracht.

Ook hij had zich niet kunnen onttrekken aan de algemeen gangbare meening en zich de Roode Legers steeds voorgesteld als een ordelooze, havelooze bende bandieten, slechts in tucht gehouden, steeds met de wodky-flesch gewapend, en bijna den geheelen dag bedronken.

En nu zag hij voor zijn oogen een geregelde legermacht, voortreffelijk gedrild, van een overvloed van munitie voorzien en uitstekend bewapend, ook wat de artillerie betreft, terwijl zij alleen maar gebrek aan vliegmachines schenen te hebben.

En hoe men dan ook over het Bolsjewisme mocht oordeelen—het stond voor hem als een paal boven water, dat zij een niet te onderschatten macht vormde, waarmede men niet alleen in Rusland, maar ook in de rest van Europa rekening zou moeten houden.

Maar tevens overdacht hij hoe afschuwelijk het was, dat hier broeders elkander bestreden met een felheid, welke zij zelfs tegenover de Duitschers niet getoond hadden.

Zuchtend wendde hij zich af, en zag nu, hoe alles in gereedheid werd gebracht om aanstonds zwaargewonden te kunnen ontvangen.

En hij wilde nu ook zelf iets doen, en trad op een groepje verplegers toe, bezield door den wensch om zich nuttig te maken.

Het duurde niet lang of de drie Engelschen waren bezig met een of ander nuttig werk.

Er werden lange tafels gereed gezet, die aanstonds als operatietafel dienst zouden moeten doen, men droeg verbandgaas, spalken, chloroform en allerlei instrumenten aan, die geflambeerd en gezuiverd moesten worden, en in de benedenzaal van het groote gebouw werden de bedden nog eens nagezien, terwijl er nog nieuwe werden bijgezet.

Want hier te Kolodoserskoi zou in ieder geval het voornaamste evacuatiedepot van het Roode Kruis gevestigd blijven—vooropgesteld natuurlijk, dat de Rooden niet zouden behoeven te retireeren.

De uren verliepen in groote spanning, en het was alsof het artillerievuur voortdurend flauwer werd, of juister: dat het van grooteren afstand klonk.

—Ik geloof, dat wij oprukken! zeide luitenant Anatof, terwijl zijn zachte oogen glinsterden.

Een kwartier later kwam er een order—een vijandelijke granaat had een onderkomen vernield, dat als veldambulance was ingericht en had het geheele personeel, bestaande uit een geneesheer en zes verplegers, op slag gedood, benevens twee gewonden en een drager, die er juist waren binnen gebracht.

Men vroeg om versterkingen!

Dadelijk trad Raffles, die het bevel had hooren voorlezen naar voren, nam de militaire houding aan, en zeide:

—Mijn metgezel en ik stellen ons beschikbaar, luitenant!

—Zijt gij geneesheer? vroeg Anatof.

—Als ik wilde, zou ik kunnen practiseeren, luitenant! Ik heb bovendien veel ervaring van wondbehandeling. Geef mij slechts het noodige mede, en ik vertrek.

Anatof wierp den Engelschman nogmaals een doordringenden blik toe, en zeide toen op zakelijken toon, waarachter hij zijn ontroering en bewondering wilde verbergen:

—Ga dan, mijnheer—en zijt bedankt namens allen! Ik behoef er u zeker niet aan te herinneren, dat gij en de uwen u aan levensgevaar gaat blootstellen? [22]

—Dat weten wij, luitenant! antwoordde Raffles eenvoudig. Onze taak is ons echter duidelijk voorgeschreven, en iedere aarzeling is hier buitengesloten. Wij zullen vertrekken.

Dadelijk werden de noodige bevelen gegeven en een half uur later vertrokken Raffles, Charly en Henderson in een slede, getrokken door twee sterke paarden, en voorzien van alles wat zij noodig konden hebben—verbandmiddelen, eenige onontbeerlijke chirurgijns-instrumenten, en rum.

Bovendien waren zij allen voorzien van een pas, om de linie te kunnen passeeren.

De slede werd bestuurd door een soldaat, die het voertuig weder dadelijk terug moest brengen, daar men alle voertuigen dringend noodig had voor het overbrengen van munitie, leeftocht en gewonden.

De soldaat zou dan tevens eenige zwaargewonden mede naar Kolodoserskoi terugbrengen.

Het vroor hard, en de lucht was zoo ijl, dat men zeer ver kon zien.

Zoodra de drie mannen het stadje achter den rug hadden, werd het geraas van den veldslag, die op eenige kilometers afstand woedde, duidelijk hoorbaar, en na een uur konden zij het blaffend geluid van de mitrailleurs reeds tamelijk duidelijk onderscheiden van het dof gerommel van de kanonnen, en het huilend gefluit der mijnwerpers.

Nu en dan verscheen er een vliegmachine boven hun hoofd—en meestal was het er een van de tegenpartij, die er in geslaagd was, door het spervuur te komen en nu achter de linie der Rooden naar een doelwit zocht.

Een paar keeren daalde zulk een vliegmachine zelfs gevaarlijk laag, en twee malen liet er een eenige bommen vallen, die echter gelukkig op een twintigtal meters van de slede ontploften.

Het verwonderlijke was de houding der paarden—zij schenen aan dit alles reeds zoo gewend te zijn, dat zij slechts even met den kop schudden, en dadelijk rustig voortdraafden.

Uren en uren ging de tocht zoo voort, en steeds werd het geraas van den slag beter verneembaar.

De slede was reeds eenige verbandplaatsen en munitiedepots gepasseerd en de reizigers kwamen nu herhaaldelijk lichtgewonden tegen, die alleen konden loopen, en die, na voorloopig te zijn verbonden, zich naar een der veldhospitalen begaven, een kaart met den aard hunner verwonding op de borst gespeld.

De artilleriestellingen der Rooden waren nu achter den rug, en Raffles had voldoende kennis van strategie, om te begrijpen, dat zij een heuvelhelling onder vuur had genomen, die op eenige kilometers afstand in het Oosten te zien was, en om in te zien, dat het bezit van deze helling voor de Rooden van groot gewicht was.

Door eenige vragen was hij te weten gekomen, dat het Veertiende Regiment zich niet ver van die helling had ingegraven, reeds ernstige verliezen had geleden, en na een paar uur zou moeten aanvallen.

De heuvelkling moest tot iederen prijs voor het vallen van de duisternis genomen zijn.

Voor het overige schenen de aanvoerders niet ontevreden te zijn over het verloop van den strijd.

De slede hield eindelijk stil dicht bij een waarnemingspost der artillerie, in een vervallen boerenhoeve, die reeds vroeger half in puin was geschoten.

Verder kon zij niet gaan, zonder zich bloot te stellen aan het gevaar, door de vijandelijke artillerie te worden gezien, daar zij tot dusverre verscholen was gebleven achter een lage terreinplooi.

De verbandmiddelen werden ontpakt, en de drie mannen namen ze op den rug, terwijl een groot deel op een kleine slede werd geladen, welke zij achter zich aan zouden trekken.

Men wees hun den weg die voor een deel door een verlaten loopgraaf zou voeren en verder door een zoogenaamde naderingsloopgraaf of approche zou leiden.

Thans dreigde het gevaar op vreeselijke wijze, want indien zij het hoofd boven den rand van de loopgraaf uitstaken, zouden zij zeker door de mitrailleurs van de tegenpartij worden gedood.

Nu en dan sloegen dicht bij hen granaten in, die een fontein van aarde en sneeuw deden opspuiten.

Maar desondanks schreden zij voort, zoo snel zij konden, achter elkander loopend, wegens de geringe breedte van de loopgraaf.

Hier en daar stond een paal met een bordje, waarop in enkele woorden de weg stond aangeduid.

Twee malen moesten zij dwars een loopgraaf oversteken, die vol soldaten was, wachtend op het fluitsein om op te springen en tot den aanval over te gaan, om dien van een meer naar voren liggend regiment te steunen.

Er werd geen woord gesproken en het gezicht van al die mannen stond strak en ernstig.

Zij zagen er uit als lieden, die volkomen bereid zijn, [23]hun leven te offeren, voor hetgeen zij beschouwden als een heilige zaak.

Het geraas van den slag was nu oorverdoovend geworden en de artillerievoorbereiding had haar hoogtepunt bereikt.

Nog een half uur en de Rooden zouden opnieuw tot een bestorming overgaan, nadat zij dien morgen reeds twee stellingen van de Witten hadden weten te veroveren.

Eindelijk bereikten de drie Engelschen een plek, waar de grond over een groot gedeelte was omgewoeld.

Overal lagen stukken van zware boomstammen, planken .…..en menschelijke ledematen.…..

Blijkbaar stonden zij bij de plek, waar eenige uren geleden een treffer van den tegenstander een verbandplaats had verwoest.

En nu zagen zij op eenigen afstand een troep mannen, die, door een lagen heuvel gedekt, druk bezig waren, een soort hol in de helling van den kleinen berg te graven, dien te steunen met inderhaast stukgezaagde boomstammen, en planken.

—Ik geloof, dat jou sterke armen daar een massa goed werk konden doen, Henderson! zeide Raffles op zachten toon.

De drie mannen traden op het groepje mannen toe en Raffles stelde zich voor aan een piepjongen majoor met een baardeloos gelaat en lang, zijdeachtig haar.

Toen hij de stem hoorde, wist Raffles, dat hij met een vrouw te doen had.

Later hoorde hij, dat het veelvuldig voorkwam, dat vrouwen dienst deden in de gelederen der Rooden, meestal bij het verplegingsdepartement, maar ook menigmaal bij den gewapenden dienst.

De majoor bleek Sonja Majofski te heeten en studente in de medicijnen te zijn.

Zij ontving de drie Engelschen met eenige verbazing, maar toen Raffles zijn passen liet zien en verhaalde hoe hij er toe gekomen was zijn diensten aan te bieden, toen namen haar groote, zwarte oogen een zachte uitdrukking aan en zij reikte de drie mannen de hand.

—De hulp van dappere lieden is ons altijd welkom! zeide zij eenvoudig. Hun landaard doet er niet toe. Zooals gij ziet, zijn wij bezig een nieuwe verbandplaats te bouwen. Dit is volstrekt noodig, want hier in de buurt zal aanstonds de voornaamste aanval plaats vinden en wij zullen de handen vol krijgen.

Henderson had er geen woord van verstaan, want de jonge vrouw in de uniform van majoor bediende zich van de Russische taal, maar hij begreep het des te beter.

Hij greep een spade en aanstonds vlogen de aardkluiten in het rond dat het een lust was.

Hij tilde de zwaarste stammen waaraan drie mannen stonden te zwoegen met het grootste gemak op en verbaasde iedereen door zijn verbazende lichaamskracht.

Kortom, hij deed het werk van een half dozijn mannen en het ging hem zoo vlot en flink af, of hij zijn geheele leven geniesoldaat was geweest.

Voor een deel was dat ook de waarheid, want de reus had als soldaat in den grooten oorlog medegestreden en was op Gallipoli gewond, toen hij nog slechts een half jaar streed, waarop hij naar huis was gezonden, daar zijn wonde hem voor den dienst te velde ongeschikt maakte.

Maar gelukkig had die verwonding zijn geweldige kracht geen schade gedaan!

Raffles en Charly ontpakten intusschen de medegebrachte verbandmiddelen en maakten het hol in orde, voor zoover het gereed was.

Het werd verlicht door electriciteit, want reeds had de genie den draad verlegd en voor de noodige lampen gezorgd.

Een paar lange tafels, bossen stroo en wat dekens maakten het primitieve meubilair uit.

Ofschoon de hoofdaanval nog moest plaats vinden, duurde het niet lang of er kwamen druppelgewijs enkele gewonden binnen, de meesten met schotwonden van kleine geweren, enkele met wonden van granaatscherven, die er gevaarlijk uitzagen.

En zoo waren de drie Engelschen reeds spoedig druk aan het menschlievende werk, hetwelk zij vrijwillig aanvaard hadden.

Zwijgend verrichtten zij hun taak, en slechts enkele malen gaf Raffles een kort bevel.

En toen barstte eensklaps zulk een ontzettend geschutvuur los, dat het leek of de wereld verging.

Raffles wist wat dit beteekende—het artillerievuur van de Rooden was naar voren verlegd om den soldaten gelegenheid te geven, de stellingen der tegenpartij te bestormen, en tevens om te beletten dat de vijand zijn [24]loopgraven zou kunnen verlaten, om den aanval in het open veld op te vangen.

Tien minuten duurde dit vreeselijk geweld—en toen stormden er van alle zijden mannen met geveld geweer voorbij, hijgend en steunend van de inspanning—met slechts één doel voor oogen: de stelling van den vijand te bereiken!

Met strakke gezichten stonden de Roode Kruissoldaten bijeen, en de vrouwelijke majoor leunde met gesloten oogen tegen den ruwen post van den ingang van het hol.

Na verloop van een kwartier werd het eigen geschutvuur merkbaar duidelijker—de Rooden maakten dus vorderingen en hadden hun artillerie naar voren kunnen brengen om den wijkenden vijand onder vuur te nemen.

En nu kwamen de gewonden toestroomen, sommigen alleen met bebloede kleederen, anderen gedragen door de brancarddragers, die zich in het dichtst van den strijd hadden gewaagd.

Henderson was sedert een half uur verdwenen.

Hij was er geheel alleen op uitgetrokken teneinde gewonden van het slagveld te gaan halen.

En het duurde niet lang, of de reus kwam terug met een gewonde op de schouders geladen, terwijl hij een tweede, wiens arm was stukgeschoten, en die erbarmelijk kreunde, bij het voortstrompelen hielp.

En niet zoodra had hij de beide mannen zorgvuldig op een bos stroo neergevlijd of hij ging weder heen om andere gewonden bij te staan.

Raffles en Charly waren al spoedig overstelpt met arbeid—vreeselijken arbeid!

Telkens werden er nieuwe zwaargewonden voor hen op een der tafels gelegd, die al dadelijk dropen van het bloed, en dan moesten zij snel een arm amputeeren, die nog slechts met eenige vleeschflarden aan het lichaam hing, of een geheel versplinterd been afzetten, een diepe hoofdwonde verbinden, een granaatsplinter uit een borst verwijderen.

Het hol weerklonk van het gejammer der gewonden, en de stervenskreten van hen, die ten doode waren opgeschreven.

Hier kwam in al zijn afzichtelijkheid het onmenschelijke van dezen broederstrijd te voorschijn!

Sonja Majofski, ofschoon doodsbleek, hielp dapper mede, en Raffles bewonderde in stilte de grootmoedigheid en de karaktersterkte van deze jonge vrouw, die blijkens haar taal en haar manieren, tot de hoogste standen had behoord.

Sleden gleden af en aan, brachten en haalden gewonden, de lichtstgewonden werden voorloopig verbonden en dan doorgezonden naar het veldhospitaal.

De artillerie der Rooden was nu zoover naar voren gerukt, dat men de kanonnen duidelijk kon waarnemen, en het zou aanstonds tijd zijn, de verbandplaats eveneens naar voren te verleggen.

Reeds pakten helpers de noodige verbandmiddelen in, en er verschenen genie-soldaten om den electrischen telefoondraad te verplaatsen.

Een gedeelte van het personeel zou hier achterblijven, teneinde de nog steeds aankomende gewonden te behandelen, terwijl de vrouwelijke majoor en de drie Engelschen met nog eenige anderen meer naar voren zouden gaan, en daar een nieuwe post zouden inrichten in een op den vijand veroverd onderkomen, of wellicht in een of andere verlaten boerenhoeve.

Het bleek al spoedig dat de aanval in het centrum het meeste terrein had gewonnen.

Op den rechtervleugel, dat wil zeggen, tegenover de heuvelhelling, waarvoor het Veertiende Regiment had gelegen, ging de vordering minder snel, daar de tegenstander hier een zeer sterke stelling innam, en dit gewichtige punt hardnekkig verdedigde.

Telkens renden adjudanten voorbij, die bevelen overbrachten en hun paarden tot den grootsten spoed aandreven.

Enkele tanks kropen als groote slakken over het sneeuwveld en braakten dood en verderf uit in de vijandelijke loopgraven.

In de lucht gromden de motoren der vliegmachines en snel achter elkaar vielen er twee naar beneden, in vlammen gehuld.…

Zonder dat er een woord gesproken werd baanden de Roode Kruissoldaten zich een weg door het stukgeschoten prikkeldraad, en bereikten zoo de verwoeste loopgraven van den tegenstander.

Zij vonden vrij spoedig een onderkomen uit dikke boomstammen samengesteld met gegolfd plaatijzer overdekt en dat plaats bood voor een dertigtal personen, waar zij haastig een nieuwe verbandplaats in orde maakten.

Op den rechtervleugel was het geschutvuur met verdubbelde hevigheid losgebarsten, en men kon van hier met het bloote oog duidelijk de granaten der Rooden [25]zien uiteenbarsten boven de loopgraven op de heuvelhelling.

Blijkbaar was men voornemens om een uiterste krachtinspanning te ondernemen.

Nog tien minuten van een waarlijk helsch artillerievuur—en toen zag men hoe de soldaten, die uit de loopgraven sprongen, voorwaarts stormden, en het volgende oogenblik als het ware door den grond waren opgeslokt.

Zij waren in de stellingen van de tegenpartij doorgedrongen.

Dadelijk werd het artillerievuur naar voren gebracht en de kanonniers onderhielden een hevig spervuur om te beletten dat de tegenpartij versterkingen zou aanvoeren, of een poging zou doen om de verloren stelling te hernemen.

Telkens opnieuw zag men duidelijk de kleine zwarte figuurtjes tegen de heuvelhelling opsnellen en dan eensklaps verdwijnen.

Een uur verstreek—en toen was de slag beslist.

Door het verliezen van den heuvel moesten de Witten ook hun centrum achteruit brengen, en zij retireerden, en hielden niet eerder op voor zij meer achterwaarts gelegen stellingen hadden bereikt, waar zij zich opnieuw nestelden.

De Roode troepen waren echter door dien dag strijden zoo uitgeput, dat er niet aan te denken viel de vervolging nog verder voort te zetten, of de nieuwe stellingen van den tegenstander aanstonds aan te vallen.

Maar met dit al hadden de Rooden een onbetwistbaar succes behaald, al was het ook ten koste van zware offers van dooden en gewonden.

De geheele avond verstreek met het in orde maken van de nieuwe stellingen en pas tegen een uur of elf konden de doodelijk vermoeide manschappen wat rust nemen.

Ook de drie Engelschen waren zeer vermoeid.

Raffles had echter aanstonds navraag gedaan naar het lot van het Veertiende Regiment, daar dit bij den aanval zwaar geleden had en meer dan de helft van haar effectief had verloren.

Dobrinsky was bij de bestorming gewond, maar gelukkig niet zwaar, en de geneesheeren hadden verklaard, dat hij over acht dagen weder geheel genezen zou zijn. Hij had een kogel door den benedenarm gekregen.

Men had hem naar de woning van het echtpaar Sykorsky vervoerd op zijn eigen verlangen. [26]