[Inhoud]

ZESDE HOOFDSTUK.

De plannen.

Raffles was, toen het hem te lang duurde, naar het „London Hotel” gegaan, om zich ter ruste te begeven.

Charly alias Saraj, lag reeds op één oor en spoedig waren de kamers der beide Arabieren volkomen in rust.

Den volgenden morgen vroeg stond Raffles uitgerust op, en verzorgde zijn uiterlijk weer geheel volgens de eischen, die hij zichzelf daaraan stelde.

Even na het ontbijt werd Lord Bentfield aangediend en onmiddellijk toegelaten tot Raffles’ kamers.

Reeds dadelijk bemerkte Raffles dat Lord Bentfield zich uitmuntend van zijn taak gekweten had en toen deze het verhaal deed, hoe men met Baxter gehandeld had, lachte hij totdat de tranen hem in de oogen kwamen.

Het was, volgens hem, kostelijk.

Juist de wetenschap dat hij nu vrij handelen kon, deed hem zeer veel genoegen.

Baxter was geborgen … de kerels waren gerust … het kon niet mooier.

—En nu onze plannen—begon Raffles.

—Ben Amis—hernam Lord Bentfield—er is geld voor u te verdienen.

—Mooi! Hoeveel?

—Voordat ik dit zeg, moet ik uiteen zetten hoe de zaak geregeld moet worden. Morgen is het rennen en waarschijnlijk zal uw Aldabaran in den eindwedstrijd uitkomen.

—Niet waarschijnlijk, maar zéker.

—Goed, zeker dan. Nu moet uw paard, wil u geld verdienen.… verliezen.

—Wat?—stoof Ben Amis op—mijn prachtpaard verliezen? Waarom?

—Let goed op, Ben Amis. Wanneer uw paard in de arena komt, zal iedere wedder een som op Aldabaran zetten.

—Natuurlijk. [24]

—Wij zullen hooge bedragen inzetten op het andere paard, dat „Mary” wezen zal. Dit is al uitgemaakt door onze club. „Aldabaran” tegen „Mary”. Het publiek wedt op uw paard, wij op „Mary”. Als u uw paard minder snel laat loopen wint Mary het, en de weddenschap is ons. Vooral wanneer u de tweede rondte éérste zijt, wedt het publiek tot abnormaal hooge bedragen.

Raffles had stil toegeluisterd.

Niets verried wat voor plannen hij smeedde.

Hij keek Lord Bentfield aan en vroeg toen bijna fluisterend:

—Hoeveel geeft mij dat?

—Duizend pond sterling!

—Wanneer uitbetalen?

—Direct nà afloop der rennen.

Langen tijd zweeg Raffles. Hij wilde den schijn opwekken of hij er ernstig over nadacht, niettegenstaande hij reeds lang wist wat hij zeggen zou.

—Ik wil het aannemen—zeide hij geruimen tijd later—op deze voorwaarde dat mij heden duizend pond wordt uitbetaald. Het is—vervolgde hij snel—geen gemakkelijk werk en Aldabaran is niet zoo spoedig te regeeren. Voor mij is het een levensquaestie. Want Aldabaran zal zich niet zonder tegenstribbelen tot een nederlaag laten dwingen.

Lord Bentfield draaide onrustig op zijn stoel heen en weer.

—Alleen op voorwaarde dat u mij heden het genoemde bedrag ter hand stelt, zal ik het aannemen, maar op geen andere manier dan ik wil!

—Vijfhonderd pond dan—zeide Lord Bentfield.

—Duizend—antwoordde Raffles kalm—geen penning minder. ’t Is toch al een klein bedrag in verhouding van het groote feit, dat u van mij eischt. Ik verlies tot mijn spijt toch ook de eer en de medaille. Won ik, dan kreeg ik bovendien nog duizend pond.

Lord Bentfield stond op en maakte aanstalten om heen te gaan.

—Vijfhonderd pond, meer niet, Ben Amis.

—Laten wij de onderhandelingen als afgebroken beschouwen.

—Goed!—hernam Lord Bentfield.—Tenslotte kunnen wij toch ook op uw paard wedden.

—Zeker. Maar vergeet niet dat wie eenmaal mijn paard heeft gezien, op geen andere wedden zal en uw plannen vallen in duigen.

Lord Bentfield werd boos en grof.

—Wie zegt mij dat u wel zulk een paard bezit? Laat mij uw paard zien en ik zal u duizend pond betalen.

—Houdt gij uw woord?

—Ja!

—Weet als gij uw woord niet houdt, gij geen stap meer uit mijn stal doet.

—Aangenomen.

Raffles ging daarop met Lord Bentfield mee naar den stal waar „Aldabaran” stond.

Voorzichtig, geheimzinnig, als gold het een heilig iets, opende Raffles de deur, en liet Lord Bentfield binnen.

En daar aanschouwde deze een zóó buitengewoon edel dier, dat hij al aanstonds berekende hoeveel duizenden ponden sterling dit edele dier wel verdienen kon. Inderdaad, als het publiek dit paard zag, zou men ongetwijfeld hoog gaan wedden. Dit dier moest winnen. Alle paarden vielen daarbij in ’t niet.

—Nu?—vroeg Raffles.

—Geeft gij uw woord dat gij niet zult winnen?

—Ja.

—Bedenk dat, als gij valschelijk met ons omgaat, gij niet levend uit York vertrekt.

—Geef mij de duizend pond. Wed zoo hoog mogelijk en gij zult een aangename verrassing krijgen.

—Accoord. Ik neem het aan.

Raffles zag hoe Lord Bentfield een portefeuille uit zijn binnenzak haalde, waarin precies duizend pond sterling aanwezig was.

—Loopt u altijd met zooveel geld in uw zak?—vroeg Raffles terloops, terwijl hij het geld in zijn zak stak.

—Neen. Gewoonlijk niet.

—Dus u rekende er toch wel eenigszins op, dat ik met dit voorstel komen zou?

—Ja, wel eenigszins. [25]

—Zooveel te beter. Zóó is het ook veel aangenamer.

Nog zeer langen tijd bleef Lord Bentfield bij Raffles, en toen hij eindelijk vertrok, wees alles er op dat de man bergen van oneerlijke winst voor zich zag.

—   —   —   —   —   —   —   —   —   —

Natuurlijk was Lord Bentfield bij enkele zijner makkers gekomen en hij deelde hun mede wat er gebeurd was. In een geestdriftige speech vertelde hij van het wonderpaard „Aldabaran” en rekende hun voor hoeveel winst dit dier hun brengen zou.

—Alles goed en wel!—mopperde er een.—Maar duizend pond is geen kleinigheid.

—Wat ben jij een uil! Begrijp je dan niet—aldus sprak Lord Bentfield—dat als de wedrennen zijn afgeloopen, wij dien Ben Amis feestelijk uitnoodigen en hem aan ’t verstand brengen dat hij dit bedrag terug moet betalen wil hij niet dezelfde kuur ondergaan als onzen geëerden Baxter?

—Dat is een pracht-idee! Nu, dan neem ik er genoegen mee.

—   —   —   —   —   —   —   —   —   —   —   —   —   —   —   —   —   —   —   —

Raffles zat in dien tusschentijd met Charly in het hotel.

—Het groote moment nadert, mijn jongen. Er moet snel gewerkt worden. Zorg er voor dat jij goede weddenschappen afsluit met die kerels die op „Mary” wedden. Laat hen zuiver teekenen en op de wed-bureaux moet alles goed beschreven worden. Zijn de wedrennen afgeloopen, dan neem ik de leiding weer wel van je over. Dan moet men binnen enkele uren de hand van Raffles voelen!

—Moet ik nergens anders voor zorgen?

—Neen. Baxter zit veilig. „De vloo” komt nà de wedrennen en de rest zal te Londen afgewikkeld worden.

—Wat zijt ge van plan?

—Dat is een geheim, Charly. Maar ’t zal een goed lesje worden voor onzen goeden vriend Baxter. Hij heeft in lang niets gehad. Londen moet weer eens lachen! En nu, beste jongen, gaan wij rusten. Alles is gereed. Ik ben vol goeden moed.

Intusschen brachten reeds extra-treinen vele belangstellenden naar York om de wedrennen bij te wonen.

Het rustige plaatsje was thans een internationaal punt geworden, want allerlei talen hoorde men.…

York zou morgen in alle organen van Europa genoemd worden.

Alles was gereed voor de jaarlijksche wedrennen!… [26]