3 Afleiding als in de meetkunde; ontleding naar geslacht soort en het enkele, als in Plato’s Sophista en Politicus. ↑
4 Bij de behandeling der getallen gaat men uit van de eenheid, het gescheidene; bij de vlakken van de lijn, het samenhangende. ↑
7 Naar ’t Grieksche idioom ἤ τις ἢ οὐδείς („bijna niemand”) vertaal ik zoo hier ἤτοι οὐθέν ἐστιν ἢ ὕστερον. ↑
9 Bewijs (ἀπόδειξις) gaat uit van het begrip en brengt het tot stand (Zeller die Phil. der Gr. II 2 p. 233 3e dr.). ↑
10 Het rechte op zichzelf komt niet voor; als ’t raken zal, moet het voorkomen d.i. aan een lichaam verschijnen. De dan mogelijke verhouding van het belichaamde rechte tegenover den koperen bol, is als raakverhouding op zichzelf genomen—d.i. afgezien van de stof van lichaam en bol—eigenschap van het rechte op zichzelf. Zoo kan de ziel, ook niet gescheiden van het lichaam, toch eigenschappen op zich zelf hebben. ↑
13 De geheel bizondere eigenschappen van een enkel voorwerp, die niet als algemeenheden te behandelen zijn. ↑
14 Hierachter staat in de handschriften: „hij noemt de bolvormige vuur en ziel”, verkeerd uit een aan ’t volgende ontleende randaanteekening ingevoegd. In ’t volgende moet uit Cod. V „vuur” opgenomen worden. ↑
18 D.i. de wereld als denkbaarheid, die „het overige”—dus de ziel ook—omvat. Zóó in de mondelinge voordrachten van Plato. ↑
19 Dit alles naar ’t laatste stadium van het Platonisme, waarin idee en getal vereenzelvigd werd en van het getal de eenheid en de onbepaalde 2(veelheid) de elementen zijn. ↑
24 Oneigenlijke naamgeving duidt A. vaak aan door bijvoeging van het tegenwoordig deelwoord „καλούμενος” „genoemd wordend”. ↑
25 Beter zin krijgt men door voorvoeging der ontkenning (οὐ): „Het blijkt niet ook éénmaal mogelijk” (nl. hetzelfde te denken). ↑
28 Slaat waarschijnlijk op den Eudemus, een verloren dialoog van Aristoteles (Zeller III p. 112 n. 3). ↑
30 Tegen Xenokrates’ bepaling van de ziel als een zelfbewegend getal voert A. aan:
1. het getal, als eenheid (monade) is ononderscheiden: de zielsmonade moet onderscheiding hebben van bewegen en bewogen worden.
2. Zielsmonade in het lichaam is als een punt: bij beweging alzoo dus lijn, vlak enz.
3. Getal verandert bij bewerking; ziel bij bewerking van het zielige niet steeds b.v. bij planten en lagere diersoorten.
4. De Demokritische molekels worden bewogen en hierin ligt niet haar verschil met monaden; die dus ook onderscheiden zouden moeten zijn.
5. Zijn lichaamspunten en monaden onderscheidden dan zullen toch steeds 1 punt en 1 monade samen zijn, dus twee (of dan ook wel eindeloos velen) op één plaats zijn.
6. Volgens X. zou alles bezield moeten zijn.
7. Scheiding van ziel en lichaam is volgens hem onbegrijpelijk. ↑
32 Liefde (φιλία) en Strijd (νεῖκος) zijn bij Empedokles de krachten die het Al (de Sphaira) vereenigen en scheiden. ↑
37 Beneden dezelfde zin bij de ziel als doel, waarbij de persoon voorop staat; hier de zaak: de eeuwigheid. ↑
55 Omtrent de grootte van de zon is voorstelling met meening in strijd. Waren zij identiek, dan zou men zijn ware meening [118]verloren moeten hebben of (voorstelling en) meening tegelijk waar en onwaar moeten zijn. Maar als ’t voorwerp ongemerkt verandert, dan wordt alleen de meening onwaar, niet de gewaarwording tevens. Voorstelling is dus niet vereeniging van gewaarwording en meening. ↑