Aan het station wachtte Charly Brand op hem en beiden stegen in den trein, die even over zevenen naar Londen terugkeerde.
De secretaris vermoedde niet, met welk doel de reis naar Brighton was ondernomen geworden.
Hij had den indruk gekregen, alsof Raffles den laatsten tijd in volslagen zenuwachtigheid handelde.
Hoe verbaasd was hij echter, toen zijn vriend bij aankomst in Londen—het was tegen elf uur ’s avonds—niet direct naar huis reed, maar een restaurant ging bezoeken.
Stilzwijgend gebruikte Raffles hier met Charly Brand een laat souper, betaalde en liep naast zijn secretaris door de nachtelijke straten.
Na een wandeling van een uur, het was één uur na middernacht, bleef hij voor het huis van mr. Sullivan staan.
„Wat wil je hier?” fluisterde Charly Brand, toen Raffles een raam van de benedenverdieping openmaakte en Charly Brand beduidde, hem te volgen.
„In dit huis bevindt zich de strong-room,” was het eenige antwoord, dat hij kreeg.
„Je hebt echter geen hand werktuigen bij je.”
„Zeer zeker,” lachte Raffles, „ik heb alles bij me, wat ik noodig heb. Doch spreek niet meer, wat ik je verzoeken mag. Volg me en bewaar het stilzwijgen.”
Voorzichtig, ieder geruisch zorgvuldig vermijdend, sloop het tweetal over de trappen naar de werkkamer van mr. Sullivan.
Zeer gemakkelijk opende Raffles de deur, die toegang gaf tot het vertrek; hij begaf zich naar den muur tegenover de boekenkast, drukte op het geheime knopje dat zich naast de massieve kast bevond, en onmiddellijk draaide de muur, door het electrisch contact, dat nu werd gemaakt, open.
De lange gang lag voor hen en ze ademden de ijskoude lucht in, die hier hing. Zij volgden de gang, die langzaam naar beneden liep, en na eenige minuten bevonden Raffles en Charly Brand zich in het geheimzinnig onderaardsch verblijf.
Raffles drukte op den hevel, die aan een der muren was aangebracht, het water vloeide uit het bassin en de schatkamer vertoonde zich aan hunne blikken.
Nu kwam echter het moeilijkste.
De groote onbekende moest, om veilig verder te kunnen werken, de geleidingen doorsnijden, die de strong-room als een spinnewiel omgaven, en die, zoodra het slot geopend zou worden, door electrische bellen de politie zouden waarschuwen.
Zooals het meermalen gaat bij het uitvoeren van groote werken: bij de constructie van dezen veiligheidsmaatregel was de technische kennis der makers niet geheel toereikend geweest.
Het was onmogelijk geweest om de draden door de granietplaten en gepantserde muren onzichtbaar aan te leggen.
Spoedig had Raffles de geleidingen ontdekt en met een scherp mes sneed hij de draden door.
Nu was elk gevaar voor hem uit den weg geruimd.
Hij lachte hartelijk, toen hij het slot opende, dat op zijn eigen voorstel op den naam Raffles was gesteld.
Charly Brand was sprakeloos van verbazing, toen hij dit alles zag gebeuren.
Het geheele geval kwam hem voor als een droom of als een episode uit een der sprookjes van „Duizend en één nacht”.
Raffles kwam hem niet meer voor als een mensch, maar als een machtig toovenaar, begaafd met geheimzinnige krachten.
Een kreet van bewondering ontsnapte aan Charly’s lippen.
Voor hem lag in het licht van verscheiden electrische lampen, de beroemde schatkamer van den diamantkoning.
In duizenden kleuren fonkelden en schitterden de kostbaarste steenen der wereld in hun glazen vitrines. Het was een oogverblindend schouwspel.
Raffles echter verwaardigde deze kostbaarheden nauwelijks met een blik.
Hij opende een grooten zak, die op een bank stond, [15]en waarin zich ruwe, ongeslepen kleine diamanten bevonden.
Nadat hij een breeden gordel te voorschijn had gehaald, die eene massa kleine zakjes bevatte en dien hij zorgvuldig onder zijn kleeren verborgen had gehouden, begon hij al die zakjes met ruwe diamanten te vullen.
„Wonderlijk”, mompelde Charly, „de heele pracht laat hem onverschillig, en alleen van de ongeslepen steenen steekt hij handenvol in den zak.” (Zie het titelblad.)
Nadat hij den gordel met de kleine leelijke steenen had gevuld, sloot hij den zak weer en verliet, tot de allergrootste verbazing van Charly Brand, het vertrek.
„Is dat alles, wat je de moeite waard vindt om mee te nemen,” vroeg de secretaris vol verbazing aan zijn vriend.
Raffles lachte hartelijk.
„Ja, mijn beste Charly, de geslepen steenen hebben niet de minste waarde voor mij. Als gij er een mee wilt nemen, ga je gang, er zijn er genoeg.”
Charly Brand kon geen weerstand bieden aan de verleiding.
Hij koos een kostbaren edelsteen uit, stak hem in zijn borstzak en volgde Raffles, die hem reeds vol ongeduld bij den uitgang wachtte.
Hier overhandigde zijn vriend hem den tamelijk zwaren gordel met de ruwe diamanten en sprak:
„Ga nu weer naar boven, ik zal de strong-room sluiten.”
Na eenige minuten was de granietmuur weer naar boven gekomen en vulde het water het bassin.
Geruischloos voortloopend, verlieten de vrienden het huis langs denzelfden weg, dien ze waren gekomen.
Charly Brand ademde verlicht op, toen zij eindelijk in een huurrijtuig zaten en naar huis terugkeerden.
De handelwijze van Raffles kwam hem totaal onbegrijpelijk voor.
„Ik begrijp niet, waarvoor jij je de moeite hebt gegeven om in de strong-room van den diamanthandelaar binnen te dringen, terwijl je je tevreden stelt met dat waardelooze goedje.”
„Ik heb je al meer dan eens gezegd,” antwoordde Raffles lachend, „dat het heel goed is, dat je niet alles begrijpt. Wanneer je altijd zou weten, welk voornemen ik had, dan zou je ongetwijfeld zoo zenuwachtig zijn, dat je mij niet tot steun was en ik je voor niets zou kunnen gebruiken.
„Stel gerust vertrouwen in mij en verlaat je op mij.”
Nog denzelfden nacht reed Raffles naar Brighton terug en kwam daar tegen den morgen aan, juist op het oogenblik dat mr. Sullivan was opgestaan.
John Raffles had zich weer vermomd achter het masker van Lord Melbourne.
Hij wachtte in de gang voor de kamer van Mr. Sullivan, daar de kellner hem had meegedeeld, dat Mr. Sullivan juist bezig was, een bad te nemen.
„Dat is geen bezwaar,” sprak Raffles, „ik ben een goede kennis van mijnheer, laat mij gerust naar binnengaan.”
De kellner durfde den voornamen vreemdeling niet tegen te spreken en opende de deur, die toegang gaf tot Mr. Sullivans vertrek.
Koelbloedig stapte Raffles uit het salon, waarin de kellner hem had gebracht, in het aangrenzende slaapvertrek, vanwaar een kleine deur toegang verleende tot de daarnaast gelegen badkamer.
Raffles vernam duidelijk het proesten en plassen van den badenden Mr. Sullivan. Deze kon niet hooren, hoe Raffles den van hem weggenomen sleutel weer in de leeren tasch borg.
Nadat dit werkje was verricht ging de groote onbekende kalm naar het salon terug en wachtte tot Mr. Sullivan zou verschijnen.
De diamantkoning stond versteld, toen hij den vermeenden Lord Melbourne in zijn salon aantrof.
„Ik ben hedenmorgen vroeg in Brighton aangekomen,” zeide Raffles, „en zou zeer graag eenige dagen in uw gezelschap willen doorbrengen.
„Maar daarjuist ontvang ik een telegram, waardoor ik naar Londen word teruggeroepen. In elk geval zou ik er prijs op stellen, met u te mogen ontbijten.”
Mr. Sullivan was zeer verheugd over de voorkomendheid, die zijn voorname kennis hem toonde en in de meest opgeruimde stemming begaven beiden zich naar het ontbijtvertrek.
Zij brachten nog eenigen tijd in aangenaam onderhoud met elkaar door en toen de tijd van vertrek voor Lord Melbourne was aangebroken, bood de koopman hem zijn persoonlijk geleide aan naar het station.
Tegen het midden van den dag bevond de Groote Onbekende zich weer in zijn studeervertrek.— —De diamantkoning had niet opgemerkt, dat hij gedurende één nacht niet in het bezit was geweest van den sleutel, die toegang gaf tot zijn strong-room.—
„Morgen reizen wij naar Afrika terug,” sprak Raffles tot zijn vriend en secretaris.
„Wat zeg je?” riep Charly Brand en trok een gezicht, [16]alsof hij plotseling voor een gapenden afgrond kwam te staan.
„Wij reizen naar Afrika terug,” herhaalde Lord Lister op drogen toon.
„Ik heb daar zeer veel te doen.
„Daar ik vermoeid ben, kun jij eenige werkzaamheden voor mij verrichten en je tegelijkertijd op de hoogte stellen, wanneer er in den loop van den dag van morgen een stoomboot vertrekt, die wij voor onzen overtocht zouden kunnen gebruiken. Ik laat het aan jou over, om het noodige te verzorgen en ga intusschen wat rust nemen.”
Charly Brand waagde het niet om tegen te spreken en nadat Raffles hem een papier had gegeven, waarop alle dingen stonden aangeteekend, die hij naar Afrika wenschte mee te nemen, verliet Charly Brand de kamer en Raffles strekte zijn vermoeide ledematen uit, die gedurende de laatste twee etmalen geen oogenblik rust hadden gekend.