[Inhoud]

ZESDE HOOFDSTUK.

Altijd.…. Raffles.

Zoodra men te Londen was aangekomen, hoorde men de verschillende courantenjongens al roepen: „Opzienbarende arrestatie. Een Nihilistenbond gearresteerd door het Politieraadsel.”

Nijdig kocht Baxter een blad en zijn woede kende geen grenzen, toen hij de prachtige politiezaak las, uitgevoerd door een onbekend iemand.

Doch het eigenaardigste was dat het raadsel, dat de drie heeren op „Bartram-Haugh” gevonden hadden, ook woordelijk reeds in de couranten stond afgedrukt.

Dat was weer een nieuw raadsel.

—Of zou—zoo redeneerde Baxter,—die kerel zoo brutaal geweest zijn om zelf het bericht in de couranten te zetten?

—Dat is méér gebeurd, ook door anderen!—spotte „de vloo”.

—Wie? Anderen?—nijdigde Baxter.

—U zelf—antwoordde „de vloo”.

De drift van Baxter steeg nu ten top en ’t was maar zeer gelukkig dat men aankwam aan „Scotland Yard”, omdat het anders gevaarlijk was geworden in de auto.

Baxter gaf „de vloo” nog wel een stomp, zoodat deze voorover tuimelde.

Pfanstehl ging, na beloofd te hebben ’s avonds terug te keeren, naar de afgesproken plaats, waar hij Charly ontmoeten zou.

Deze zat al te wachten.

—Alles in orde?—vroeg Raffles.

—Uitstekend. Je moet alvast duizend pond beloning komen halen.

—Prachtig. Is La Rougière veilig opgeborgen?

—Geheel zooals je geregeld hebt is gebeurd. Den kerel heb ik overgeleverd aan den officier van justitie met jou bescheiden er bij. Verder zullen er op ’t oogenblik wel militairen zijn om het slot „Bartram-Haugh” te bewaken en te zuiveren.


’s Avonds bracht de laatste editie der Times het volgende in de kolommen:

HET POLITIERAADSEL.

Hedenmiddag schreven wij over de gebeurtenissen te Derbyshire op het slot „Bartram-Haugh”. Men herinnere zich het raadsel dat onze inspecteur Baxter vond, bij zijn komst aldaar. De oplossing daarvan werd ons heden vanwege het departement van justitie officieel medegedeeld.

De man die alles bewerkstelligde, die den leider der nihilisten gevangen nam en hem overleverde, is niemand anders dan.….. Raffles, de groote onbekende. [32]

De belooning van duizend pond, welke uitgekeerd zou worden, heeft hij, schriftelijk, voor zich persoonlijk geweigerd, met de beveling er bij dat deze som gestort moet worden in het zenuwziekenfonds voor Inspecteurs van Politie.

Nauwelijks was Baxter bekomen van zijn driftbui toen hij dit gelezen had, of bij ’t openen van een juist aangekomen telegram moest hij lezen:

Uit naam van Raffles dank ik u voor het kwartier ballen met uw lichaam. „De vloo” en ik hebben ons geamuseerd. Ook dank voor den langen autorit, die alleen wat vervelend werd, omdat u zoo snoefde Raffles te kunnen vangen. Weer is hij gevlogen.

PFANSTEHL—RAFFLES.

Dagen nadien schreven de dagbladen nog over het optreden van Raffles en voor geruimen tijd werd zijn naam gezegend door velen.

Alleen Baxter zon op wraak, en zwoer voor de zooveelste maal dat hij binnenkort een einde zou maken aan Raffles’ rijk.