[Inhoud]

Titel van het volgend deel (no. 40):

„De valsche treinroover”. [28]

[Inhoud]

EEN SPOORWEG-ONGELUK.

Het was slechts een zeer onbeduidend iets, dat in het brein van Mr. James Parkinson een grootsch plan deed rijpen.

In zijn vak was Mr. James Parkinson een genie en dat vak omvatte het geheele omvangrijke gebied der oplichterij.

Eens had hij de eervolle positie van advokaat bekleed, maar tengevolge van zekere gebeurtenissen, was hij door zijn collega’s uitgestooten en onmogelijk gemaakt.

Zijn uitnemende juridische kennis, zijn beschaving en goede opvoeding kwamen hem in zijn nieuw beroep uitstekend van pas, want iemand, die de wet kent en behalve dat lang niet dom is, zal bij zijn oplichterijen niet licht worden betrapt.

Een kleine, schijnbaar onbeduidende aanteekening onderaan het Beursbericht in zijn ochtendblad had hem op het denkbeeld gebracht.

„Weinig vraag naar geld, disconto onveranderd, staatspapieren kalm. Een groote zending goud zal binnenkort van de Bank van Schotland worden gezonden”.

Dat was inderdaad een aanteekening, die voor het meerendeel der lezers van geen belang was.

Voor Parkinson echter was zij voldoende om de een of andere oplichterij, die hij op het oog had, voorloopig uit te stellen en alle krachten te wijden aan deze zaak.

Zou hij misschien in het bezit van het goud kunnen komen?

Liever dan alles anders ter wereld was voor hem gemunt goud.

Hoe echter goud, dat voor de Bank bestemd was, daarheen werd getransporteerd, was hem zeer goed bekend.

Hij wist, dat een dergelijk transport door de straten van Londen meestal geschiedde onder strenge bewaking, doch dat tijdens het transport per spoor de zending slechts zeer gering werd bewaakt.

En daar hij al sinds langen tijd tot de overtuiging was gekomen, dat het in Engeland niets moeilijker is een trein te overvallen dan in Amerika, waar zooiets iedere week schier voorkomt, was hij spoedig besloten te beproeven, zich langs dezen weg in het bezit van het goud te stellen.

Deze gedachte prikkelde hem zoo, dat hij terstond erop uitging om inlichtingen in te winnen.

Zoo vernam hij, dat het zoo goed als zeker was dat het goud in een gewonen sneltrein zou worden overgebracht. In denzelfden trein zou zich ook een postrijtuig [29]bevinden, waarin vele brieven en stukken van waarde werden meegevoerd.

Dat was dus een extra buitenkansje.

Twee dagen had Parkinson noodig om een paar „vrienden”, Amerikanen, die hem over den treinroof in Amerika eenige bijzonderheden konden mededeelen, op te snorren.

Ook sprak hij langen tijd met een ontslagen machinist en met een zes voet langen Ier, een boef, die door de politie ijverig werd gezocht.

In de achterkamer van een kroeg in het beruchte Oost-eind werd de eerste bijeenkomst van het vijftal gehouden.

Met wantrouwende blikken keken de „heeren” elkander aan en eerst moest heel wat alcohol naar binnen worden geslagen, voordat de een na den ander wat toeschietelijker werd.

„Laat ons dadelijk van wal steken,” begon Parkinson.

„Volgenden Dinsdag vroeg komt de nachttrein uit Schotland hier, die een kolossale som aan gemunt goud als lading in heeft. Het metaal is in sterke met ijzeren banden beslagen kistjes verpakt en we kunnen ons het goud uitstekend toeëigenen als we den trein op anderhalf kilometer afstands van het station Carhampton tot staan brengen. Als ons dat lukt, krijgt ieder van jullie 300 pond sterling en bovendien kunt ge nog deelen, wat ge de passagiers aan gouden horloges, sieraden en baar geld kunt afhandig maken”.

Dit voorstel werd door twee der aanwezigen met een luid klinkenden lach begroet, terwijl de twee anderen een veelzeggend stilzwijgen bewaarden.

„Dat klinkt allemaal heel mooi. Ik geloof echter niet, dat een Engelsche sneltrein zoo gemakkelijk door het eenvoudig zwaaien met een roode lantaarn tot staan gebracht kan worden, zooals daarginds in het Verre Westen,” meende op sarcastischen toon een der Amerikanen, die heel groot van stuk was en maar één oog had.

„Neen,” antwoordde Parkinson ernstig, „tot zulke afgezaagde middelen zullen wij ook hier te lande onze toevlucht niet nemen.”

„Wat kunnen wij dan met z’n vijven tegen al die lieden beginnen?” vroeg de voormalige machinist.

„Mijn waarde heer,” antwoordde Parkinson met een geheimzinnig lachje, „als twee dappere kerels reeds vroeger in Amerika, dus in het land, waar bijna niemand zonder wapens uitgaat, een stampvollen trein hebben overweldigd, dan kunnen toch zeer zeker hier vijf met revolvers gewapende lieden, zelfs zonder al te roekeloos op te treden, ook wel zoo iets tot stand brengen. Als iemand zich verweert schieten we hem eenvoudig neer en dat zal de anderen wel bang maken.

„Maar aan den anderen kant,” vervolgde hij, „moet ik jullie er wel degelijk opmerkzaam op maken, dat de heele zaak geweldige opschudding zal veroorzaken, want ieder Engelschman beschouwt alleen reeds de gedachte aan zooiets als hoogverraad.

„Volgens mijn weten is nog nooit in Engeland zoolang als de spoorwegen hier bestaan, de trein overvallen en geplunderd. Als het moeilijke werk dus voltooid is, moeten wij dadelijk den buit deelen en zorgen, dat we uit de voeten komen.”

„Voordat we verder gaan,” zei de machinist, „moeten we toch weten hoe de locomotief tot staan wordt gebracht.”

„Daar u dit zooveel hoofdbrekens kost, heeren, zal ik u dit mededeelen. Ge kent toch Carhampton?” vroeg hij den machinist.

Deze knikte toestemmend.

„En herinnert ge u ook den grooten berg, dien de trein, vlak achter het station, over moet rijden?”

„Zeker. Dat is de grootste stijging, die ik ooit over ben gereden. Het is daar een heel lastig eind.”

„Juist. En op die plek moet de trein tot staan worden gebracht.”

En Mr. Parkinson zette nu zijn plan nader uiteen.

Kauwende op een pruim tabak, luisterde de machinist.

Hij scheen nog niet heelemaal overtuigd te zijn. En [30]Mr. Parkinson had twee volle uren noodig om de aanwezigen voor zijn plan te winnen.

De „Vliegende Schotlander”, aldus werd de sneltrein wegens zijn groote vlugheid genoemd, vervolgde zijn reis door de binnenlanden van Schotland.

Voorbij gesneld waren de morsige dorpen met hooge schoorsteenen en mijnwerken, waar af en toe de hoogoplaaiende vlammen der hoogovens schilderachtige effecten vormden.

De trein had nu de duistere vlakte bereikt.

Aan beide kanten van de kloof bij Carhampton, boven aan den berg, wachtten de vijf mannen.

Een goederentrein ratelde voorbij en Mr. Parkinson keek op zijn horloge. Toen begon hij de rails op ongeveer vijftig meter afstands boven op den berg, geducht met olie in te smeeren, toen liep hij naar den seinpaal, klauterde langs de ijzeren ladder naar boven, verwijderde daar de beide kleurige signaalschijven en verving ze door andere glazen, die hij had meegenomen.

Als nu het signaal „Veilig” zou worden gegeven, verscheen, inplaats van het groene licht, het roode, dat „halt” beteekent. En omgekeerd.

Nauwelijks was hij weer op zijn plaats teruggekeerd, toen in de verte het geratel van een naderenden trein werd gehoord.

Nader en nader kwam hij, totdat aan den anderen voet van den heuvel, in de vlakte de witte wolken uit de machine duidelijk zichtbaar werden.

De stoomketel was flink opgestookt en werkte onder groote spanning om de moeilijke steiging te volbrengen.

Toen de machinist bij de bocht zag, dat de weg niet veilig was, liet hij de stoomfluit zoo schril werken, dat Mr. Parkinson op zijn post boven op den berg van schrik ineenkromp en de stationschef in Carhampton zich afvroeg, wat er wel gebeurd kon zijn.

Als de nacht helder was geweest, zou de machinist wel gezien hebben, dat de signaallantaarn naar beneden wees, maar daartoe was het thans te donker.

De trein pufte den berg op en in de hoop, dat de weg in het laatste oogenblik nog vrij zou komen, bleef de machinist dezelfde snelheid behouden.

Toen echter nog steeds geen groen licht verscheen, was hij wel gedwongen, te remmen, want aan den anderen kant was de helling zeer steil.

De trein was bijna op den top gekomen en reed langzaam, toen plotseling de machine op de rails stokte. De wielen draaiden wel, maar de trein kwam niet van zijn plaats en dreigde den berg ruggelings weer af te glijden. Zoodoende moest met alle macht geremd worden en de trein werd tot stilstand gebracht.

In hetzelfde oogenblik werden ook de machinist en de stoker door twee personen met revolvers bedreigd. De een door Mr. Parkinson, de ander door den éénoogigen Amerikaan.

De stoker gaf zich echter niet zoo gemakkelijk over en sloeg met den kolenschop er op los, zoodat hij bijna Mr. Parkinson den schedel had verbrijzeld. Zijn cylinderhoed, dien hij altijd droeg, zelfs bij deze onderneming, redde hem het leven.

Een kogel, die hem door den elleboog vloog, maakte den stoker voor het gevecht onschadelijk en een tweede die de pet van den machinist doorboorde, joeg dezen zoo’n angst aan, dat hij zich zonder verderen tegenstand liet binden en op de kolen in den tender liet gooien.

De conducteur werd onverhoeds overvallen en zonder veel moeite gebonden.

Een particulier detective en een beambte van de Bank, wien de bewaking over de waardevolle zending was opgedragen, werden verschrikt door het plotselinge stilstaan van den trein.

De detective trok zijn revolver en keek uit het venster. [31]

Geruischloos werd de andere deur echter geopend en een stem riep:

„De revolver weg!”

Toen hij zich omkeerde zag hij een elegant gekleed heer met een ingeslagen hoed, die zijn revolver op hem richtte.

De beide mannen keker elkander een oogenblik aan en voor den doorborenden blik van Parkinson liet de ander het wapen zakken.

De Bankbeambte was een goedmoedig heer op middelbaren leeftijd.

Hij verdedigde zich absoluut niet en vlug werd het goud uit den waggon gesleept.

Door het brutale optreden der roovers en het dreigen met de revolvers lieten de passagiers zich zoo overbluffen, dat zij zonder tegenspartelen horloges, kostbaarheden en baar geld overhandigden.

Daar zich een groot aantal rijke lieden in den trein bevond, die van Schotland naar Londen reisden, was de buit aanzienlijk. Het kleine kistje, dat lady Ilfracombes juweelen bevatte had alleen reeds de moeite geloond.

Uit een coupé tweede klasse trachtte een slank gebouwd heer in de duisternis te ontsnappen en hoewel hem meerdere kogels werden nagezonden, vond zijn voorbeeld toch bij meerdere navolging. Maar het grootste deel der passagiers bleef kalm in den trein zitten.

Men kan het waarlijk den passagiers niet kwalijk nemen, dat zij niet meer tegenstand boden, want slechts twee der passagiers waren van revolvers voorzien, waarvan de een de patronen in zijn koffer had gepakt, terwijl de ander niet met het wapen kon omgaan.

Parkinson had, hoewel de roof zeer snel in zijn werk was gegaan, nog nauwelijks tijd om vier bundels brieven snel bijeen te rapen.

Reeds werden de lantaarns der beambten van het naastbij gelegen station zichtbaar, die kwamen zien, waarom de trein halverwege was blijven stilstaan.

Zwaar beladen met goud en kostbaarheden liepen de mannen het veld in en daar werd alles gepakt in een onschuldig uitziend handkoffertje.

Even later liep de trein onder de leiding van den van zijn boeien bevrijden machinist, het station binnen.

En nu begon de telegraaf te werken.

Er werden lange berichten naar Londen gestuurd, naar de verschillende bladen, die den volgenden dag het nieuws meldden tot in de kleinste bijzonderheden.

Slechts vier van de mannen, die den treinaanslag hadden gepleegd, kwamen den volgenden dag samen in een achterbuurt van een fabrieksstad in Noord-Engeland.

De Ier ontbrak.

Hij was sinds de misdaad nog niet nuchter geweest en in zijn roes bazelde hij zooveel en zoolang, dat Parkinson doodsbenauwd was, dat de kerel zijn mond voorbij zou praten en hem daarom een verdoovingsmiddel had gegeven, dat hem voor een paar dagen onschadelijk maakte.

De roovers waren niet weinig verbaasd over den storm, dien zij hadden veroorzaakt.

Overal werd er van gesproken. Iedere krant wijdde er ellenlange artikelen aan.

De Amerikanen besloten naar hun geboorteland terug te keeren. Parkinson was van plan, weer naar Londen te trekken, daar hij zich daar het veiligst gevoelde.

De machinist wist nog niet, waarheen hij zou gaan.

In de „Vliegende Schotlander” zat in een salonwagen een heer in jachtcostuum.

Hij scheen na lang verblijf uit de Schotsche Hooglanden door Engeland terug te keeren.

Toen men het station Carhampton naderde, wees de heer, die in deze streek goed bekend scheen te zijn, zijn medereizigers de plaats, waar de treinroof was gepleegd. [32]

Ook nu reed de trein uiterst langzaam het station binnen en de heer in jachtcostuum scheen een beetje zenuwachtig te worden, toen hij op het perron zooveel politiemannen zag staan.

„Ja,” beweerde de dikke inspecteur, toen hij den vermeenden jager de handboeien aanlegde, „dat is inderdaad tragisch. Gesnapt, juist op de plaats van de misdaad. Eerlijk gezegd, waarde heer Parkinson, achtten wij het te gevaarlijk, u nog dichter bij Londen te laten komen. Ge hadt ons zoo makkelijk kunnen ontsnappen. Uw zakken zijn zoo zwaar. Wat hebt ge daar? Laat eens zien!! Goud! Echt goud! Neen maar!!”

De politie had te juister tijd ingegrepen!

En dat gebeurt niet altijd!

Zèlfs niet in Engeland! [33]

[Inhoud]

Belooning: 1000 pond sterling.

Wie kent hem?
Portret van Lord Lister.
Wie heeft hem gezien?
Dat vraagt men in Scotland Yard! Dat vraagt heel Londen!

Lord Lister genaamd John C. Raffles, de geniaalste aller dieven

brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters; ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt en behoeftigen ondersteunt.

Man van eer in alle opzichten

spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat:

Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren.

Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, Lord Lister, genaamd John C. Raffles, den geniaalsten aller dieven, te vatten!

[Inhoud]

WARRANT OF ARREST.

Vertaling:

Bevel tot aanhouding.

Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension of the man described as under:

Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt:

DESCRIPTION:

Name: Lord Edward Lister, alias John C. Raffles.
Age: 32 to 35 years.
Height: 5 feet nine inches.
Weight: 176 pounds.
Figure: Tall.
Complexion: Dark.
Hair: Black.
Beard: A slight moustache.
Eyes: Black.
Language: English, French, German, Russian, etc.

Beschrijving:

Naam: Lord Edward Lister, genaamd John C. Raffles.
Leeftijd: 32–35 jaar.
Lengte: ongeveer 1,76 meter.
Gewicht: 80 kilo.
Gestalte: slank.
Gelaatskleur: donker.
Haar: zwart.
Baardgroei: kleine snor.
Oogen: zwart.
Spreekt Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.

Special notes: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown.

Bijzondere kenteekenen: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam onbekend.

Charged with robbery.

A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man.

Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000 pond sterling.

Headquarters—Scotland Yard.

Police Inspector,
Horny.

Het Hoofdbureau van Politie Scotland Yard.

Inspecteur van Politie
(get.) Horny.

[Inhoud]

Roman-Boekhandel voorheen A. Eichler

Singel 236—Amsterdam.

Inhoudsopgave

I. AFGELUISTERDE GEHEIMEN. 1
II. DE HANDTEEKENING. 5
III. EEN ONGELUK. 8
IV. DE ONTVOERING. 10
V. VERRASSINGEN OP DEN HUWELIJKSMORGEN. 14
VI. REDT MIJN KIND! 16
VII. ONVERWACHTE TERUGKOMST. 19
VIII. EEN KRANKZINNIGE. 22
IX. BIJ AFBRAAK. 25
EEN SPOORWEG-ONGELUK. 28

Colofon

Codering

Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.

Documentgeschiedenis

Verbeteringen

De volgende 128 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:

Bladzijde Bron Verbetering Bewerkingsafstand
1 is [Verwijderd] 3
2 van Van 1
2, 13 bruidschat bruidsschat 1
2 , [Verwijderd] 1
2, 6, 33 [Niet in bron] . 1
Passim. [Niet in bron] Van 4
6, 7, 11, 11, 11, 11, 16, 20, 26, 26, 26, 28, 28, 29, 30, 30, 30, 30, 30 mr. Mr. 1
9 quitantie kwitantie 2
11 : ?” 2
12 treken trekken 1
13 etui étui 1 / 0
14 microphoon microfoon 2
15 Fatjana Tatjana 1
15 ruize ruzie 2
16 we wel 1
20 Timmi Timmy 1
20 voetend voeten 1
20, 23 [Niet in bron] 1
22 Oldkent Old Kent 2
22 lord Lord 1
24 [Niet in bron] 1
24 „„ 1
24 „„ 1
24 woren worden 1
26 hij de chauffeur 11
26 [Niet in bron] , 1
29 sarkastischen sarcastischen 1
30 [Niet in bron] en 3
31 baselde bazelde 1
33 Sinclair Raffles 7
33 Scotland-Yard Scotland Yard 1
33 Oktober October 1
33 Inspekteur Inspecteur 1