De Woudzee baadde in het heldere zonnelicht. Het beekje, dat door de vlakte stroomde, geleek op een zilveren band, dat door een overmoedig kind in de haren is gevlochten.
Het vroolijke gezang der vogels weerklonk. Alles ademde vreugde en levenslust.
De Woudzee lag daar zoo rustig en stil, alsof zij nimmer eenig menschelijk leed had aanschouwd en toch was zij reeds herhaaldelijk getuige geweest van bloedige twisten.
De bodem was reeds meermalen gedrenkt met het bloed van jonge menschenharten, welke waren gekomen om zich op te offeren aan waanbegrippen.
Bij een open plek tusschen de boomen stonden twee rijtuigen. Uit het eene was Lord Westerbull met twee heeren gestapt, terwijl het andere rijtuig den dokter en Lord Exter had gebracht.
De heeren drukten elkaar ter begroeting de hand. De dokter bekeek het terrein aandachtig; spoedig had hij gevonden, wat hij zocht.
Hij liep naar een boomstam, opende daar het meegebrachte kistje met verbandartikelen en maakte alles in gereedheid.
Van den nabijzijnden straatweg hoorde men het rollen van een rijtuig en Lord Morvill verscheen met zijn beide getuigen.
De heeren wisselden een beleefden groet. Daarop gingen de secondanten naar elkaar toe, beraadslaagden eenige oogenblikken om daarna, zich tot de tegenstanders wendend, nog een laatste poging tot verzoening te doen.
Daar deze poging zonder resultaat bleef, begaven zij zich naar het kistje, waarin de pistolen lagen en laadden de wapens.
De onpartijdige getuige duidde de standplaats aan voor Lord Westerbull. Hierop telde hij vijf schreden af en liet daar zijn zakdoek vallen om de plek aan te wijzen, waarop de tegenstanders rug aan rug moesten gaan staan.
In rechte lijn vijf schreden verder loopend, wees hij daarop ook Morvill diens plaats aan.
Toen alles was voorbereid begonnen de beide duellisten zich naar de plek, door den zakdoek aangewezen. Zij begroetten elkaar door de hoeden af te nemen en gingen daarop rug aan rug staan.
De secondanten namen de hoeden der beide tegenstanders aan en de heeren kregen daarvoor in de plaats de geladen pistolen.
„Zijn de heeren gereed?” vroeg de onpartijdige op luiden toon.
„Klaar!” klonk het uit den mond der beide tegenstanders.
Op het commando „vooruit!” zetten beiden zich in tegenovergestelde richting in beweging.
De onpartijdige getuige telde de schreden en commandeerde bij de vijfde: „Vuur!”
Bliksemsnel keerden de beide duellisten zich op hun plaats om en vuurden tegelijkertijd.
Een dubbele knal—een korte schreeuw—en Lord Westerbull zonk op het gras neer.
Onmiddellijk snelde de dokter toe en ontblootte de borst van den gewonde.
Ernstig schudde hij daarna het hoofd. De kogel had den top van de linkerlong geraakt.
De secondanten hadden Lord Morvill van den aard der verwonding op de hoogte gebracht.
Deze naderde nu den gewonde.
Lord Westerbull richtte zich, geholpen door den dokter, op en reikte Lord Morvill de hand ten teeken, dat hij had vergeven en dat de beleediging, hem aangedaan, door het vloeien van zijn bloed was uitgewischt.
Lord Morvill nam de hem toegestoken hand en drukte die zwijgend. [26]
Een beleefde buiging tot afscheid volgde en Lord Morvill verliet, gevolgd door graaf Armani en Lord Exter, de kampplaats.
De heeren namen in het rijtuig plaats en dit begaf zich weer in de richting van de villa van den Lord.
De heeren, die waren achtergebleven, hielden zich met den gewonde bezig. Toen deze verbonden was, werd hij voorzichtig in een rijtuig gelegd en langzaam aanvaardde de droevige stoet den terugtocht naar de stad. [27]