WeRead Powered by ReaderPub
Keltische Mythen en Legenden cover

Keltische Mythen en Legenden

Chapter 3: Inleiding.
Open in WeRead

About This Book

Een overzicht presenteert de oorsprong, oude geschiedenis en godsdienst van de Keltische wereld, gevolgd door mythische verhalen over invallen en de vestiging van volkeren in Ierland. Vertellingen zijn geordend in cycli — waaronder de koningen van Milesië, de Ulster-cyclus, het Ossiaanse materiaal en zeereizen zoals die van Maeldūn — en omvatten ook legenden van buurstammen. Daarnaast komen goden en mythische huizen aan bod en verschijnen fragmenten uit Arthuriaanse tradities, met achtergrondcommentaar uit etnologie en literatuur. Aantekeningen en illustraties belichten rituelen, megalithische symbolen en volksmotieven.

The Project Gutenberg eBook of Keltische Mythen en Legenden

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Keltische Mythen en Legenden

Author: T. W. Rolleston

Translator: B. C. Goudsmit

Release date: May 4, 2006 [eBook #18305]

Language: Dutch

Credits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
Proofreading Team at http://www.pgdp.net/

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK KELTISCHE MYTHEN EN LEGENDEN ***

Koningin Maev

Keltische Mythen en Legenden

Zutphen—W. J. Thieme & Cie

De Nederlandsche bewerking van deze Keltische Mythen was reeds voor een belangrijk deel gevorderd, toen de door ons zoo hoog gewaardeerde Dr B. C. Goudsmit door den dood werd weggenomen. Wij slaagden er in een bevoegden vertaler te vinden (hij wenscht ongenoemd te blijven) voor het voltooien van zijn arbeid.

De uitgevers.

Inleiding.

Het verleden kan worden vergeten, het sterft nimmer. De elementen, die in de vroegste tijden bij de vorming van een natie in het spel kwamen, blijven bestaan en dragen er toe bij haar geschiedenis te maken en den stempel te drukken op het karakter en den geest van het volk.

Daarom moet het nasporen van die elementen en het bepalen, voor zoover mogelijk, van het deel dat zij hebben gehad aan schering en inslag van het leven van een volk, van niet gering belang zijn voor hen die inzien, dat uit het verleden het heden en uit het heden de toekomst wordt geboren; die zich zelf, hun magen en hun medeburgers niet willen beschouwen alleen als voorbijgaande schimmen, zich van de eene duisternis in de andere spoedend, maar die weten dat door hen een breede historische stroom gaat, van een verwijderden en geheimzinnigen oorsprong naar een toekomst, die in hooge mate wordt bepaald door al de vroegere omzwervingen van dien menschen-stroom, maar ook, in niet geringen graad door hetgeen zij, dank zij hun moed, hun vaderlandsliefde, hun kennis en hun verstand, er van verkozen te maken.

De rol door het Keltisch ras gespeeld als vormende kracht in de geschiedenis, de literatuur en de kunst van het volk dat de Britsche Eilanden bewoont—een volk dat van dat middelpunt uit zijn heerschappij heeft uitgebreid over zulk een uitgestrekt gebied van de oppervlakte der aarde—is in de volksgedachte onbehoorlijk verkleind geworden. Voor een groot deel heeft hieraan schuld de algemeen gangbare benaming “Angel-Saksisch” voor het Britsche volk, als ras-aanwijzing. Uit een historisch oogpunt is die benaming ten eenenmale verkeerd. Niets wettigt deze onderscheiding van twee Neder-Duitsche stammen, wanneer wij het ras-karakter van het Britsche volk willen aangeven. Het gebruik dier benaming leidt tot ongerijmdheden als die welke de schrijver niet lang geleden opmerkte, toen de voorgenomen verheffing van een Ierschen bisschop tot kardinaal, door den Paus, in een Engelsch blad werd voorgesteld als te zijn ingegeven door den wensch van het hoofd der Katholieke kerk om een vriendelijkheid te bewijzen aan “het Angel-Saksisch ras.”

De juiste benaming voor de bevolking dezer eilanden en voor het typische en overheerschende deel van de bevolking van Noord-Amerika, is niet Angel-Saksisch maar Angel-Keltisch. Het is juist door deze vermenging van Germaansche en Keltische elementen dat het Britsche volk eenig is—het is juist die vermenging die aan dat volk het vuur, den élan, en in literatuur en kunst het gevoel voor stijl, kleur en handeling geeft—niet in het algemeen producten van den Germaanschen bodem—en te gelijkertijd de vastberadenheid en diepte, den eerbied voor oude wetten en gebruiken en de passie voor persoonlijke vrijheid, die min of meer vreemd zijn aan de romantische volken van Zuid-Europa. Mogen zij aan de Britsche Eilanden nimmer vreemd worden! Ook moet het Keltisch element in die eilanden niet worden geacht als geheel of zelfs zeer overwegend te zijn geleverd door de bevolkingen van den zoogenaamden “Keltischen Rand.” Het is thans aan de ethnologen wel bekend dat de Saksers volstrekt niet de Keltische of met Kelten vermengde bevolkingen uitroeiden die zij in het bezit vonden van Groot-Brittannië. De heer E. W. B. Nicholson, bibliothecaris van de Bodley-bibliotheek1 schrijft in zijn belangrijk werk “Keltische Nasporingen” (1904):

“Namen niet opzettelijk bedacht om rassen aan te duiden moeten nooit worden beschouwd als bewijzen voor ras, maar alleen als bewijzen voor het gemeenschappelijke van taal, of staatkundige organisatie. Wij noemen een man die Engelsch spreekt, in Engeland woont en een klaarblijkelijk Engelschen naam draagt (bijv. Freeman of Newton) een Engelschman. Toch geven statistieken van ‘betrekkelijke nigrescentie’2 goede gronden om aan te nemen dat Lancashire, West-Yorkshire, Staffordshire, Worcestershire, Warwickshire, Leicestershire, Rutland, Cambridgeshire, Wiltshire, Somerset en een deel van Sussex even Keltisch zijn als Perthshire en Noord-Munster; dat Cheshire, Shropshire, Herefordshire, Monmouthshire, Gloucestershire, Devon, Dorset, Northamptonshire, Huntingdonshire en Bedfordshire meer Keltisch zijn—en even Keltisch als Noord-Wales en Leinster; terwijl Buckinghamshire en Hertfordshire zelfs nog meer Keltisch zijn en gelijk staan met Zuid-Wales en Ulster.”3

Het is dus voor een Angel-Keltisch, niet een Angel-Saksisch volk dat dit overzicht van de oude geschiedenis, den godsdienst en de mythische en romantische literatuur van het Keltisch ras is geschreven. Het is te hopen dat dat volk daarin dingen zal vinden, waardig in herinnering te blijven als bijdragen tot den algemeenen schat der Europeesche cultuur, maar vooral waardig in de herinnering te blijven van hen, die meer dan eenig ander levend volk hebben geërfd van het bloed, de neigingen en den aanleg der Kelten.


1 Te Oxford, dus genaamd naar den stichter, Sir T. Bodley (N.v.d.v.).

2 Het voorkomen van het donkere type onder de bewoners. (N.v.d.v.).

3 Met betrekking tot den naam “Freeman” voegt de heer Nicholson er nog bij: “Niemand was meer hartgrondig “Engelsch” in zijn sympathieën dan de groote historicus van dien naam en vermoedelijk zou niemand zich hardnekkiger hebben verzet tegen de onderstelling dat hij misschien uit Wales afstamde; toch heb ik zijn bijna physiek evenbeeld ontmoet in een pachter uit Wales (Evans geheeten), die op een paar minuten afstands van Pwllheli woonde.”

Inhoud.

Inleiding IX
I. De Kelten in de Oude Geschiedenis 1
II. De Godsdienst der Kelten 35
III. De Mythen omtrent de invallen in Ierland 79
IV. De Oude Milesische Koningen 130
V. Verhalen van den Cyclus van Ulster 161
VI. Verhalen van den Cyclus van Ossian 231
VII. De Reis van Maeldūn 285
VIII. Mythen en verhalen van de Kimbren 305
Goden van het huis van Dōn 322
Goden van het huis van Llyr 323
Arthur en zijn Magen 324
Register 387

Lijst van illustraties.

Koningin Maev (Titelplaat).
“Wij vreezen niemand” 6
“Wij zijn op weg naar Rome” 8
“Onmiddellijk stapte een ander over hem heen toen hij daar nederlag” 22
Vercingetorix rijdt langs het Romeinsche Kamp 24
“Moge Tara voor eeuwig verlaten zijn” 32
Praehistorische Tumulus te New Grange 38
Rijen Steenen, te Kermaris, Carnac 42
Moderne Steenaanbidding te Locronan, Bretagne 50
Ingang van den Tumulus te New Grange 56
Menschenoffers in Gallië 68
“Zij vroegen melk en koren in ruil voor hun Kinderen” 70
St. Finnen en de Heidensche Aanvoerder 82
Tuan bespiedt Nemed 84
De Twee Afgezanten 90
Corpre en Koning Bres 92
“Sawan gaf den halster der koe aan den Knaap” 94
“De Druïde dreef het naar het huis van zijn vader, Kian” 96
De Boot van Mananan 98
“Bij de feesten van het Toovervolk” 102
“Hier bij het meer werkte hij” 108
Sinend en de Put van Connla 112
De komst van de Zonen van Miled 114
Het volk van Dana luistert naar de Muziek der Zwanen 124
Ethné hoort stemmen 128
Macha meet den omtrek der Stad uit 136
“De eerste boom was een wilg” 138
Midir en Etain 146
“Op den vloer van de hut vallen zijn vogelveeren af” 150
Conary in de Netten van het Toovervolk 154
De Vloek van Macha 162
De Knaap Setanta Volgt Koning Conor 164
De Hond van Cullan 166
Cuchulain vraagt den Koning om wapenen 168
“Cathbad keek naar de sterren en hij werd zeer verontrust” 180
Koningin Maev en de Druïde 188
Cuchulain in den Strijd 190
“Slaap nu, Cuchulain, bij het graf in Lerga” 196
“Cuchulain greep Ferdia toen hij viel” 202
“Het Hoofd ging nog altijd door met roepen en vermanen” 204
Cuchulain en de Toovermaagden 206
Emer hoort van de afspraak 208
De Dood van Cuchulain 214
Forbay en Koningin Maev 224
Koning Fergus en de Dwerg 226
Finn vindt de Oude Mannen in het Bosch 236
“Finn hoorde de tonen der Tooverharp” 238
“Ik ben Saba, O Finn” 244
Oisīn en Niam 248
“Het witte paard was uit hun oogen verdwenen als een krans van nevel” 252
“Zij vonden zich plotseling verward in draden garen” 254
“Patrick verzoekt zijn schrijvers alles nauwkeurig op te schrijven” 256
“Zij joegen hem naar het strand” 262
“De Fianna richtten een steenen pilaar op, met haar naam in Ogham letters” 264
Dermot nam den Horen en vulde dien 270
Dermot en Grania 274
“De troep der Fianna verdween, en liet haar over aan haar smart” 278
“Het ware beter voor u den man te wreken, die hier verbrand is” 286
“De helft van het koren van uw land wordt hier gemalen” 292
“Den vierden dag kwam zij naar hen toe buiten de vesting” 294
Het offer van Diuran den Rijmer 304
De Boetedoening van Rhiannon 332
“Evnissyen legde zijn hand op den zak” 340
“Ik zal haar niet loslaten” 346
“Het jammeren en weeklagen werd nog luider dan te voren gehoord” 372