wreekte

[19]

aanschouwen

[20]

af = van

[21]

nooit

[22]

geslagen

[23]

houden

[24]

wat is er?

[25]

dapper, flink

[26]

raad geven

[27]

goem nemen = acht slaan (op), zorg dragen (voor)

[28]

bestaan = verwant zijn met

[29]

welnu

[30]

te werk gaan

[31]

waers = zou daarover zijn

[32]

in blijdschap

[33]

spieden, omzien

[34]

ik weet dicht in onze nabijheid wel een te vinden

[35]

zeer.

[36]

kuisch, edel

[37]

gemoed, draecht = heeft

[38]

geslacht

[39]

in zijn leven

[40]

voorouders

[41]

voorstellen

[42]

gezind

[43]

gericht

[44]

geneigd

[45]

zie vs. 28.

[46]

doorbrengen

[47]

hier leven

[48]

als

[49]

pleegt = gewoon is

[50]

stierft gij zonder kroost na te laten

[51]

ontstaan

[52]

oneenigheid

[53]

Elk zou de naaste willen zijn (om den troon te erven).

[54]

berokkenen

[55]

Dit gepraat is absoluut nutteloos

[56]

een zier

[57]

iets waardig zijn, oudtijds met 2en naamval

[58]

mat zetten, overwinnen, verslaan

[59]

de schoone Absalon

[60]

ten onder

[61]

dat verwondert mij

[62]

dwaasheden

[63]

"zij bleven zich zelf met"

[64]

bedwelmd door.

[65]

vergel. vs. 121.

[66]

scherts; versta dit vers en het volgende aldus: wie uw woorden hoorde, zou ze met ernstig nemen

[67]

aanschouwen, dus hier, beleven

[68]

zie vs. 44.

[69]

dan was ik heelemaal mijn verstand kwijt

[70]

versta ongetrouwd, "mijn eigen baas"

[71]

gewon, verwekte

[72]

te na spreken, kwaad spreken van.

[73]

aangezien worden door een vrouw, dus blik van e.v.

[74]

medicijn

[75]

beleven

[76]

verdedigingswerk, bolwerk

[77]

opgesteld rondom

[78]

adelaar

[79]

onder het gezag van een vrouw stellen

[80]

ondanc hebben = vervloekt zijn

[81]

indien

[82]

ooit

[83]

moeite doe

[84]

blijke.

[85]

zie vs. 68;

[86]

emir

[87]

sultan

[88]

zie vs. 79;

[89]

dat ik door hem bemind zou willen worden

[90]

het gebied der Christenen

[91]

stoutmoedig

[92]

fransch: orgueilleux = trotsch

[93]

portret

[94]

gelaat

[95]

Is het.

[96]

veranderen

[97]

Naar middeleeuwsche meening een Saraceensche godheid; van de Mohammedaansche theologie had de schrijver niet veel idee (zie de inleiding). Tervogan is vermoedelijk een verbastering van een Latijnschen bijnaam van Mercurius

[98]

zegt

[99]

gericht. Moltzer leest hier de rijmwoorden: seght: gewecht (zie vs. 84).

[100]

Ik heb het noodig

[101]

Mohammed (zie de inleiding)

[102]

en het is (het land)

[103]

hij is (de man)

[104]

den edelen ridder, held

[105]

't aanschijn = 't gezicht

[106]

zie vs. 18

[107]

met oprechte trouw; veel gebruikte stoplap

[108]

ter wille van de eer van alle vrouwen.

[109]

daarmee

[110]

leven

[111]

"zonder mankeeren" (stoplap)

[112]

"De Roode Leeuw"

[113]

v. helen = verbergen, geheim houden

[114]

Apolijn, verbastering van Apollo, hier ook al weer als Saraceensche afgod voorgesteld (zie vs. 212)

[115]

Fr. messagier = boodschapper, bode

[116]

zie vs 67

[117]

Zij bidt U op hoop van genade.

[118]

de edele vrouw

[119]

vermaard door haar deugd

[120]

zie vs. 68 en 191: hoghen moet = trots

[121]

het gebied der heidenen

[122]

lijf is hier: lichaam

[123]

vijf

[124]

kon

[125]

hoofsch, welgemanierd, fijn

[126]

bat = beter; comparatief van: wel gheraect = voortreffelijk; lijf in het volgende vs: zie vs. 265

[127]

die zulk een edel gemoed heeft

[128]

uitgedacht, versta: denkbaar, te vinden

[129]

zie vs. 79 en 196;

[130]

absoluut

[131]

kuisch

[132]

van hooge positie, van groote macht

[133]

wees daar zeker van (stoplap).

[134]

zeer

[135]

doen uitrusten, goed ontvangen

[136]

zie vs. 173

[137]

moge

[138]

gedrukt

[139]

Sone saghic ... nie = zoo zag ik nooit

[140]

vorstin

[141]

in het algemeen: geluk

[142]

goede eigenschappen, begaafdheden

[143]

daarvan ben ik overtuigd

[144]

zij draagt een tak ("de eerepalm") van bevalligheden

[145]