Toen bekend werd, dat de commissie besloten had tot een projectiel van 10,000 kilo, waren bange lieden bevreesd voor de gevolgen van een schot dat zulk een gevaarte wegwierp. Maar het verslag der zitting antwoordde zegevierend op zulke kleingeestigheden.
Den volgenden avond werd de hartsterking wat ruimer genomen—het kon op den aanvankelijk goeden uitslag staan! Daarna kwam men ter zake.
»Thans,” aldus opende de voorzitter de zitting, »is het stuk zelf aan de orde. Dat het reusachtig groot moet zijn, spreekt van zelf, maar ons vernuft is ook niet verwerpelijk klein. Hoort mij dus, en spaart mij in uw aanmerkingen niet.”
»Na het gisteren behandelde,” ging hij voort, »doet het vraagstuk zich voor in dezen vorm: een snelheid van 12,000 yard in de eerste seconde te geven aan een bom van 108 duim doorsnede, zwaar 10,000 kilo.”
»Zoo is het juist,” merkte majoor Elphiston aan.
»Wanneer,” ging Barbicane voort, »een projectiel in de ruimte is afgeschoten, wat gebeurt dan? Er zijn drie krachten, die er, onafhankelijk van elkander, op werken: de tegenstand der middelstof, de aantrekking der aarde en de kracht van voortdrijving. De tegenstand der middelstof, der lucht, zal weinig beteekenen. De dampkring der aarde is slechts tien mijlen hoog. Met een snelheid van 12,000 yard in de eerste seconde heeft het projectiel in enkele seconden den dampkring doorkliefd—kort genoeg om met den tegenstand der lucht geen rekening te houden. En nu de aantrekking der aarde, met andere woorden het eigen gewicht van de bom. Wij weten, dat dit gewicht vermindert in de vierkants-evenredigheid tot den afstand. De natuurkunde leert ons het volgende: wanneer een lichaam vrij naar de aarde valt, legt het 15 voet in de eerste seconde af, en indien dit lichaam verplaatst was naar een afstand, zoo groot als die tusschen de aarde en de maan, zou die valhoogte in de eerste, seconde slechts 173 millimeter zijn, dus zoo weinig als niets. Derhalve bestaat de oplossing van het vraagstuk in een trapswijze bestrijding van deze werking der zwaartekracht. Hoe dit doel te bereiken? Door het voortstuwingsvermogen.”
»Daar zit het hem juist!” merkte de majoor aan.
»Wij verkrijgen die kracht,” ging Barbicane voort, »door acht te geven op de lengte van het stuk en de hoeveelheid kruit. Daarom, eerst over de afmetingen van het stuk. Klaarblijkelijk kunnen wij het zoo vervaardigen, dat de weerstandbiedende kracht om zoo te zeggen oneindig is, want het is toch niet bestemd om er mede te manoeuvreeren.”
»Duidelijk,” zei de generaal.
Barbicane merkte aan, dat de langste tot dusver bekende stukken een lengte hadden van 25 voet, waarop Maston met veel nadruk verklaarde, voor een kanon van een paar kilometer lengte te stemmen—een uitval, die bijna een meer dan levendige woordenwisseling scheen te zullen doen ontstaan, zoodat de voorzitter van zijn gezag moest gebruik maken. Hij gaf toe, dat men een stuk van buitengewone grootte moest hebben, dewijl de lengte een ophooping der gassen onder het projectiel zou veroorzaken; naar zijn gevoelen was het echter vruchteloos, zekere grenzen te overschrijden. Hij voegde er ten slotte nog de vraag bij, welke in dat geval de gebruikelijke regelen waren. »De lengte van een stuk,” zeide hij, »is gewoonlijk 20–25 maal de doorsnede van het projectiel, en beider gewicht staat tot elkander = 1.235 tot 240.”
»Niet genoeg!” riep Maston uit.
»Toegegeven, mijn vriend, en inderdaad zou volgens deze evenredigheid een projectiel van 9 voet dikte en 15,000 kilo wegende, voor het stuk een lengte eischen van 225 voet en een gewicht van 3,600,000 kilo.”
»Bespottelijk!” vond Maston.
»Zoo denk ik er ook over,” antwoordde Barbicane, »en daarom denk ik deze lengte viervoudig te nemen en een stuk te vervaardigen van 900 voet.”
Dit voorstel, ofschoon door twee bestreden, werd, vooral door de nadrukkelijke aanbeveling van Maston, voor vast aangenomen.
»Maar hoe dik moeten nu de wanden zijn?” vroeg Elphiston.
Het stuk kreeg den naam Columbiad. (Bladz. 23).
»Aan een affuit is voor zulk een blaaspijp niet te denken,” was het gevoelen van den majoor.
»Dat ware toch schoon!” zei Maston.
»Maar het kan niet,” antwoordde Barbicane. »Ik wensch dit stuk in den grond zelven te gieten, het te voorzien van sterke ijzeren banden en het vervolgens in een zwaar muurwerk in te metselen, zoodat het weerstand genoeg kan bieden. Als het stuk gegoten is moet de ziel zorgvuldig worden uitgeboord, zoodat geen gas verloren gaat en de gansche kracht van het kruit het projectiel uitdrijft.”
»Leve het projectiel!” riep Maston luide:
»Niet te vlug,” vermaande Barbicane, met de hand werkende. »Wij moeten het eerst eens zijn over het stuk. Zal het een kanon zijn, of een mortier, of een houwitser? Het stuk moet alles tegelijk zijn: een kanon, omdat de kamer even wijd moet zijn als de ziel; een houwitser, omdat het een bom afschiet; een mortier, omdat het schuins staat. Gegroeft moet het niet zijn, dewijl het projectiel een zoo groote snelheid moet hebben. Maar wij zijn er nog niet. Wij moeten nu nog op het metaal terugkomen. Hoort! Ons stuk moet zeer sterk zijn, zeer hard, onsmeltbaar bij groote hitte; het moet niet kunnen springen en vrij wezen van oxydeeren door de werking der zuren. Dit alles zal best bereikt worden door te nemen 100 deelen rood koper, 12 deelen tin en 6 deelen geel koper. Maar—dit komt te hoog in prijs, zoodat wij ons tot gietijzer zullen moeten bepalen.”
De andere leden vonden dat ook, vooral toen de voorzitter herinnerde, dat het gieten van ijzer tienmaal minder kostte dan van brons; gelijk ook ijzer gemakkelijker in den gietvorm loopt. Bovendien gaat de gieting sneller, hetgeen tevens tijd en geld uitspaart. Ook voegde hij er bij, dat aldus gegoten stukken in de belegering van Atlanta 1000 schoten van 20 tot 20 minuten hebben doorgestaan.
»Zij zijn toch zeer broos,” was de aanmerking van Maston.
»Ja, maar ook zeer sterk; springen zullen zij niet, ik sta er borg voor.”
»Men kan springen en toch geen smaad verdienen,” antwoordde Maston een weinig stekelig.
Barbicane sloeg op deze aanmerking geen acht; hij verzocht den secretaris, een berekening te maken van het gewicht van een stuk, 900 voet lang, inwendig 9 voet in doorsnede wijd, met een wand van 6 voet dikte.
Na eenigen tijd rekenens verklaarde hij, dat zoodanig stuk 68,040,000 kilo wegen zou.
»En de kosten tegen 4 cent1 het kilo?”
»2,510,701 dollar.”
Maston, de majoor en de generaal zagen Barbicane met ongerustheid aan.
»Weest gerust, mijne heeren, ik herhaal het, aan geld zal het ons niet ontbreken.”
De zitting werd gesloten.
1 Van een dollar, dus 10 van onze centen.
Met angst verbeidde het publiek de beslissing aangaande dit derde punt. De grootte van het projectiel en de lengte van het stuk gegeven zijnde, hoeveel kruit werd dan vereischt om het af te schieten?
Kruit—aangaande de geschiedenis van deze zelfstandigheid zegt een, sedert lang naar het gebied der legende verwezen verhaal, dat de monnik Schwarz het heeft uitgevonden, maar de uitvinding met zijn leven betaald. Doch het is zoo goed als bewezen, dat het kruit van het Grieksche vuur afstamt; hoe het echter zij, weinigen hebben een juist denkbeeld aangaande de kracht van het kruit.
Een liter kruit weegt omtrent 900 grammen; ontbrandende levert het 400 liter gas; vrij wordende en onder den invloed eener hitte van 2400°, neemt dit gas een ruimte in van 400 liter. Dus staat de omvang tot het kruit tot dien van het door zijn ontbranding ontwikkelde gas = 1 : 400. Hieruit kan men oordeelen over de geweldige uitbarsting als dit gas zich tot den 400maligen omvang uitzet.
De leden der commissie waren hiermede volkomen bekend. Barbicane gaf het woord aan majoor Elphiston, die gedurende den oorlog directeur van het kruit geweest was.
»Waarde kameraden,” sprak hij, »ik moet beginnen met de onwedersprekelijke cijfers, van welke wij moeten uitgaan. De 24 ponder, over welken onze secretaris eergisteren zoo welsprekend uitweidde, wordt met nog geen 8 kilo kruit geladen.”
»Weet gij dat zeker?” vroeg Barbicane.
»Ja, het Armstrong-kanon eischt 32 kilo, om een projectiel van 400 kilo, het Rodman-stuk 80 om een kogel van een halven ton 6 mijlen ver te schieten. Op deze cijfers kan men aan. Er volgt uit, dat de vereischte hoeveelheid kruit niet toenemend in evenredigheid tot het gewicht van het projectiel. Wij hebben dan ook in den oorlog het gewicht kruit verminderd tot een tiende van dat van het projectiel. En daarop kan men nog afdingen als men grof kruit gebruikt. Dat is wel niet goed voor de ziel van het stuk; maar het onze behoeft geen langdurige diensten te bewijzen.”
»Rodman gebruikt voor zijn stuk een kruit zoo grof als kastanjes; het houtskool was van wilgenhout, eenvoudig verkoold in gietketels. Dat kruit voldeed in allen deele.”
»Welnu, dan is de zaak gezond,” merkte Maston aan.
»Zonder daarover iets te zeggen,” vroeg Barbicane, die er nog niet in gesproken had: »en nu, mijne vrienden, hoeveel kruit stelt gij voor?”
De drie leden der Gun-club keken elkander een oogenblik aan.
Maston sprak eerst: »100,000 kilo.”
»Neen, 250,000,” zeide de majoor, wien Maston beantwoordde met den uitroep: »400,000.”
Elphiston beschuldigde ditmaal zijn ambtgenoot niet van overdrijving. Het was niet tegen te spreken: een projectiel van 100,000 kilo moest naar de maan geschoten worden met een snelheid van 12,000 yards in de eerste seconde.
Er volgde een oogenblik van stilte, het eerst afgebroken door den voorzitter Barbicane.
»Mijn waarde kameraden,” sprak hij bedaard. »Ik ga uit van het beginsel, dat de weerstandbiedende kracht van ons onder de opgegeven voorwaarden vervaardigd stuk onbeperkt is. Daarom—misschien zal ons geacht medelid Maston er zich over verbazen—stel ik voor zijn 400,000 kilo te verdubbelen.”
»En dus, 800,000?” vroeg Maston, van zijn stoel opspringende.
»Zeker.”
»Maar dan moet gij terugkomen op mijn stuk van 2 kilometer lengte. Een hoeveelheid kruit van 800,000 kilo neemt een ruimte in van nagenoeg 800 kubiek meter, en daar uw stuk slechts ongeveer 2000 kubiek meter ruimte heeft, is het bijna half vol; de ziel zal dus niet lang genoeg zijn om aan het ontploffende gas ruimte te geven ten einde het projectiel met genoegzame kracht uit te drijven.”
Daar was niets op te zeggen. Maston had gelijk.
»En toch blijf ik bij de hoeveelheid kruit,” zei de voorzitter. »Bedenkt, 800,000 kilo kruit leveren 6 milliard liter gas. Hoort gij wel! Zes milliard.”
»Maar hoe dan?” vroeg de generaal.
»Dat is zeer eenvoudig: de hoeveelheid kruit te verminderen, maar dezelfde kracht te behouden.”
»Goed, maar hoe?”
»Ik zal het u zeggen.”
Zijn medeleden verslonden hem als met de oogen.
»Niets is gemakkelijker dan dit kruit tot op een vierde van zijn omvang, ineen te persen. Gij kent allen die merkwaardige, zelfstandigheid, welke de eerste beginselen van het plantenleven aanwijst, en die men cellenweefsel noemt.”
»Dat het reusachtig groot moet zijn.” Bladz. 27.
»Ik begrijp u al, mijn waarde Barbicane!” riep de majoor uit.
»Deze zelfstandigheid,” ging de voorzitter voort, »bevindt zich in den staat van volkomen zuiverheid in verschillende lichamen, vooral in het katoen, dat eigenlijk niets anders is dan haar van de katoenkorrels. Het katoen, blootgesteld aan rookend salpeterzuur, verandert in een onoplosbare, zeer ontbrandbare zelfstandigheid, die eene geweldige ontploffing geeft. Voor eenige jaren, in 1832, is deze zelfstandigheid door een Fransch scheikundige, met name Bracennot, ontdekt; hij noemde haar xyloïdine. In 1838 onderzocht een ander Fransch geleerde, Pelouse, er de eigenschappen van, en eindelijk sloeg Schönbein, hoogleeraar in de scheikunde te Bazel, voor om het als schietmiddel te bezigen. Het is het....”
»Schietkatoen,” vulde Morgan aan.
»Pyroxyle,” voegde Elphiston er bij.
»Gij kent er de eigenschappen van,” hernam Barbicane, »eigenschappen voor ons onwaardeerbaar. Het is gemakkelijk te bereiden, het weet van geen vocht, en dit is ons veel waard omdat wij eenige dagen lang over het stuk zullen moeten laden; het ontvlamt reeds op 166° in plaats van 240, en het ontbrandt zoo snel, dat men het op kruit kan ontsteken, zonder dat dit tijd krijgt om vuur te vatten.”
»Uitnemend,” antwoordde de majoor.
»Maar het is duurder.”
»Dat is ’t minste,” zei Maston.
»Eindelijk—het geeft aan de projectielen een snelheid, viermaal grooter dan kruit. En indien men 4/5 gewicht nitras potassae bij het schietkatoen doet, wordt de uitzettende kracht nog aanzienlijk vermeerderd.”
»Zou dat noodig zijn?” vroeg de majoor.
»Ik denk het niet,” antwoordde Barbicane. »In plaats van 800,000 kilo kruit zullen wij slechts 200,000 kilo schietkatoen behoeven, en daar men gemakkelijk 250 kilo katoen in 27 kubiek voet ruimte bijeenpersen kan, zal deze zelfstandigheid ons stuk slechts ter hoogte van omtrent 60 meter vullen. Op die wijze zal het projectiel meer dan 700 voet te doorloopen hebben onder den invloed der kracht van 6 milliard liter gas, alvorens het stuk te verlaten om naar de nachtvorstin te rennen.”
Maston was over deze berekening zoo verrukt, dat hij met de snelheid van een projectiel in de armen des voorzitters meende te vliegen, toen deze, hem afwerende, de zitting besloot met de woorden: »Zoo heeft dan de commissie de drie vraagstukken van projectiel, stuk en kruit opgelost. Het plan ligt gereed; het wacht slechts op uitvoering!”
Het Amerikaansche publiek bleef een levendig belang stellen in de onderneming der Gun-club. Het volgde stap voor stap de beraadslagingen der commissie en al wat daarbij ter sprake kwam. De Columbiad—dien naam had de club bij voorbaat aan het stuk gegeven, dat dus een petekind van het Rodman-stuk was—de Columbiad was en bleef het onderwerp van alle gesprekken.
Door één man werd de zuiver wetenschappelijke aantrekkelijkheid der zaak droevig gestoord. Die man was de eenige in de Vereenigde Staten, die zich tegen het ontwerp Gun-club verzette; maar hij deed dat ook met kracht, met hevigheid, met woede.
Die man en Barbicane hadden elkander nooit ontmoet, dus nooit een woord gewisseld, nooit gekeven, nooit geduelleerd. En toch waren de voorzitter der Gun-club Barbicane te Baltimore, en de kapitein der artillerie Nicholl te Philadelphia vijanden, geslagen vijanden. Waarover?
Iedereen weet, dat gedurende den oorlog tusschen de Noordelijken en Zuidelijken een merkwaardige wedstrijd ontstond tusschen het projectiel aan de eene, en de bekleeding der geblindeerde schepen aan de andere zijde: het projectiel wilde de pantsers doorboren, de pantsers wilden zich niet laten doorboren. Projectielen en pantsers waren onophoudelijk in de weer om elkander de loef af te steken; telkens werd het eene grooter en krachtiger, maar telkens ook het andere dikker en ondoordringbaarder. Beiden waren in lijnrechte tegenspraak met het zedelijk beginsel:
Wat gij niet wilt dat u geschiedt,
Doe dat ook aan een ander niet.
Trouwens, tegen die zedeles vloekt de geheele oorlogskunst.
Barbicane nu was een groot projectiel-gieter, Nicholl een volleerd pantsersmid. De een goot nacht en dag te Baltimore, de ander hamerde dag en nacht te Philadelphia.
Zoodra Barbicane een nieuw projectiel had bedacht, kwam Nicholl met een nieuwe scheepshuid voor den dag. Dat gaf een wederzijdsche naijver, die tot personaliteiten oversloeg. Gelukkig ontmoetten zij elkander niet—dat ware onmogelijk zonder duel afgeloopen, en zoo zou het vaderland minstens éen zijner nuttige burgers verloren hebben. Maar Baltimore en Philadelphia liggen nog al ver van elkaar.
Tot dusver kon men moeilijk zeggen wie van beiden het onderspit gedolven had: de onophoudelijke verbeteringen van het projectiel vergden het uiterste van de pantseringen, en de uitdagende houding der ondoordringbare scheepshuiden dwong den projectilist zijn uiterste pogingen aan te wenden.
Eindelijk scheen de schaal over te slaan ten gunste der pantsers. De projectielen van Barbicane bleven als spelden in de pantserplaten van Nicholl zitten. Maar daar kwam Barbicane te voorschijn met zijn projectielen van 300 kilo—zij brachten den kapitein tot zwijgen. Schoon met slechts matige snelheid geschoten, boorden zij door de beste platen heen, ja deden ze in stukken en brokken vaneensplijten.
Maar daar vervaardigde Nicholl een nieuwe pantserplaat van gesmeed staal, een meesterstuk in zijn soort, dat met al de projectielen der wereld lachte. De kapitein liet zijn plaat naar Washington brengen en daagde den voorzitter der Gun-club uit haar te verbrijzelen. Maar Barbicane wilde het niet doen, nu de vrede geteekend was.
Nicholl hield niet op, alle mogelijke projectielen, mogelijke en onmogelijke, massieve, holle, ronde, puntige, uit te dagen. Barbicane weigerde.
Nicholl bood aan, zijne pantserplaat 200 yard van den vuurmond te plaatsen. Barbicane weigerde; nu, 100 dan—Barbicane weigerde. Nicholl bood aan op 50 yard achter de plaat te gaan staan.
»Al ging hij er vóór staan,” was Barbicane’s antwoord. In één woord, geen aanbiedingen, geen smaadredenen, geen spotternijen van Nicholl—niets kon Barbicane bewegen één schot naar Nicholl’s pantserplaten te richten.
Maar daar kwam de maan-expeditie. Nu klom de afgunst van Nicholl ten top. Zijn vijand werd toegejuicht over het stoutste projectiel denkbeeld, ooit in eenig brein opgekomen—Nicholl’s woede steeg tot wanhoop. Eerst betoogde hij, dat een snelheid van 12,000 yard in de seconde een onmogelijkheid was; daarna, dat een zoo zwaar projectiel onmogelijk buiten den dampkring vliegen kon—geen acht mijlen zelfs! En Nicholl bewees, dat, al werd de opgegeven snelheid verkregen, en al was zij toereikend om het projectiel buiten den dampkring te slingeren, geen projectiel weerstand kon bieden aan de drukking van gas, ontwikkeld door het ontbranden van 800,000 kilo kruit, terwijl eindelijk zijn berekeningen tot bewijzen strekten, dat al kon een projectiel die drukking wederstaan, de groote hitte het projectiel onfeilbaar moest doen smelten en een regen gloeiend ijzer op de hoofden der onvoorzichtige toeschouwers zou vallen.
Kapitein Nicholl. Bladz. 35.
Hij voegde er bij, dat, gezwegen van het gansch nuttelooze der onderneming, de zaak zeer gevaarlijk was voor wie weet hoeveel menschenlevens. Als het projectiel de maan niet bereikte—en dat was onmogelijk—moest het ergens op de aarde terugvallen. En hoe hoogst gevaarlijk was de val van zulk een lichaam, vermenigvuldigd met zijn snelheid. Zijns oordeels moest de Regeering, al waren de burgers nog zoo tuk op hun recht om het projectiel op hun grond te laten vallen, tusschenbeide treden, ten einde de algemeene veiligheid niet aan een gril van weinigen op te offeren.
Barbicane antwoordde niets op al deze uitvallen. Zijn vijand, geen ander middel meer wetende, liet in de couranten de aanbieding plaatsen van weddenschappen. Hij verwedde als volgt;
| 1º. Dat de Gun-club het benoodigde geld niet zou bijeen krijgen | 1000 dollar. |
| 2º. Dat het gieten van een stuk van 900 voet lengte onmogelijk zou gelukken | 2000 dollar. |
| 3º. Dat het onmogelijk zou zijn, de Columbiad te laden, en het schietkatoen uit zich zelf door drukking van het projectiel zou ontploffen | 3000 dollar. |
| 4º. Dat de Columbiad zou springen | 4000 dollar. |
| 5º. Dat het projectiel zelfs geen 6 mijlen stijgen en eenige seconden na het afschieten op den grond zou vallen | 5000 dollar. |
| Dus samen 15,000 dollar! |
Den 19den October ontving hij een verzegeld omslagje, met merkwaardige kortheid alleen dit bevattende:
Baltimore 18 October.
Aangenomen.
Barbicane.
Kapitein Nicholl was niet de eenige die het Barbicane en de Gun-club moeilijk maakte. De vraag werd opgeworpen, welke Staat der Unie de eer zou genieten, het grootsche ontwerp uit te voeren. Aan geen ander plekje op aarde gunde de trots der Yankees die eer. Maar ongelukkig kwamen twee plekken in aanmerking: een gedeelte van Texas en een gedeelte van Florida; alleen die lagen binnen den Breedtecirkel 28°, door de sterrenwacht aanbevolen met de opmerking, dat men het best deed het projectiel loodrecht naar boven te schieten, daar de maan alleen op die plaatsen in het toppunt kon komen, welke minder N. of Z. Breedte hadden dan 28°. De twist over dit punt liep tusschen de Texasisten en Floridalisten tot vechtens toe. Allerlei bewijsgronden of schijngronden werden bijgebracht. Ten laatste echter won Florida het pleit, en daarmede waren, nevens de astronomische en mechanische moeilijkheden, ook de topographische uit den weg geruimd. Nu was de financiëele kwestie aan de orde. Het vraagstuk dat zij stelde was zeer eenvoudig en duidelijk; hoe aan het voor de uitvoering van het plan benoodigde geld te komen? Geen persoon, geen Staat kon over zooveel millioenen beschikken.
Daarom besloot de voorzitter Barbicane, de onderneming mocht dan Amerikaansch zijn zooveel zij wilde, er eene zaak der geheele beschaafde wereld van te maken en overal geldelijke medewerking in te roepen. Waar het den wachter des aardbols geldt, heeft de geheele aardbol recht en plicht om mede te doen. Daarom geschiedde dan ook de uitnoodiging zonder beperking, aan allen in het algemeen, en aan ieder in het bijzonder.
Men twijfelde niet aan den goeden uitslag: het was geen leening maar verzoek om bijdragen. Belangloosheid stond op den voorgrond.
De uitnoodiging werd over de geheele wereld verspreid, door de Vereenigde Staten, door geheel de Nieuwe en Oude wereld, op vastelanden en op eilanden. Ook de wetenschap liet er zich aan gelegen liggen. De sterrenwachten der Unie stelden zich in onmiddellijke betrekking tot die in vreemde landen, zoo in de verschillende Staten van Europa als in Azië en Zuid-Afrika. Sommigen zonden gelukwenschen aan de Gun-club; anderen namen een afwachtende houding aan.
Greenwich werd een tweede Nicholl; gevolgd door de 22 andere sterrenwachten van Groot-Brittannië, verklaarde het zich tegen de zaak, haar uitvoerbaarheid loochenende; men legde het voorstel Barbicane eenvoudig ter zijde—Engelsche afgunst, niet anders.
Overigens was de uitslag in de wetenschappelijke wereld schitterend; ook het groote publiek begroette de onderneming met levendigen bijval. Dat voorspelde veel goeds, want het groote publiek zou worden opgeroepen tot het inschrijven voor een aanzienlijk kapitaal.
De voorzitter Barbicane had onder dagteekening van 8 October een oproeping, in ietwat gezwollen stijl, uitgevaardigd »aan alle welwillenden op de aarde.” Dit stuk, in alle talen overgezet, werd met goedkeuring ontvangen.
De inschrijvingen werden geopend in de voornaamste steden der Unie, ten einde ze over te maken aan de bank te Baltimore, Baltimore street Nº. 9. Voorts bij de voornaamste bankiershuizen enz. in de verschillende Staten der Oude wereld als:
Te Weenen bij Rothschild,
Te Petersburg bij Stieglitz en Comp.
Doch wij zullen al die huizen niet opnoemen en alleen iets van den uitslag zeggen, waarbij wij dan de kantoren van inschrijving tegelijk kunnen opgeven,
Drie dagen na het verschijnen der oproeping waren in de verschillende steden der Unie 4 millioen dollar1 gestort. Met zulk eene kas kon de Gun-club haar voorbereidende maatregelen voortzetten.
Eenige dagen later werd van alle zijden naar Amerika getelegrapheerd, dat in den vreemde met buitengewone geestdrift werd ingeschreven! slechts enkele landen maakten hierop een onderscheid.
Rusland stortte voor zijn aandeel de belangrijke som van 368,733 roebels. Men kan zich daarover verbazen, maar bevreemden kan het niet, indien men in aanmerking neemt, dat in Rusland de sterrenkunde zeer bloeit en de voornaamste van de talrijke sterrenwachten in dat land 2 millioen roebels heeft gekost.
Frankrijk begon met de zaak te bespotten. De maan moest het ontgelden in kwinkslagen, in tooneelstukjes en dergelijken. Maar gelijk de Franschen vroeger hadden betaald na het zingen, zoo betaalden zij nu na het spotten: zij schreven bij het Crédit mobilier in voor 1.253,930 franc. En voor dat geld mochten zij wel wat vroolijk zijn.
Oostenrijk maakte het voor zijn geldelijke verwarringen nog zeer goed: een algemeene inschrijving bracht 216,000 florijnen op, die zeer welkom waren.
Zweden en Noorwegen kwamen, te Stockholm bij Tottie en Arfürradson, met 52,000 rijksdaalders—voor dat land waarlijk ruim. Maar het zou meer geweest zijn indien de inschrijving te Christiania tegelijk gekomen ware met die te Stockholm. Waarom dan ook, maar de Noorwegers houden er niet van hun geld naar Zweden te zenden.
Pruisen, inschrijving bij Mendelssohn te Berlijn, toonde zijn hooge goedkeuring van het plan door 250.000 thaler te zenden. De verschillende sterrenwachten van dat land wedijverden in het toestaan van belangrijke bijdragen en moedigden den voorzitter Barbicane met kracht aan.
Turkije hield zich goed, maar het was ook van nabij in de zaak betrokken: de maan regelt den Turkschen almanak en de vastenmaand Ramadan. Men kon dus al niet minder geven dan 1,372,640 piasters, maar gaf die, door tusschenkomst der Bank, met een ijver, die aan een krachtigen aandrang der Porte deed denken.
»De inschrijvingen werden geopend. Bladz. 39.
België onderscheidde zich onder de staten van den tweeden rang door een geschenk van 513,000 Franc, omtrent 12 centimes per inwoner. Het kantoor Lambert te Brussel belastte zich met de inschrijvingen.
Nederland en zijn koloniën lieten zich, bij de Nederlandsche Bank aan de onderneming gelegen liggen ten bedrage van 110,000 gulden, met verzoek om 5 % korting voor de contante betaling.
Denemarken, hoewel kleiner van omvang geworden, gaf toch door tusschenkomst van de Bank, 9000 dukaten, getuigende dat de Denen een hart hebben voor wetenschappelijke expeditiën.
Het Duitsch Verbond droeg 34,285 florijnen bij; men kon er niet meer van vragen en het zou ook niet meer gegeven hebben.
Italië, hoewel niet vrij in zijn bewegingen, vond 200,000 livres in de zakken zijner kinderen, als men ze goed omkeerde. Zoo het Venetië gehad had, zou het beter gegaan zijn; maar het had Venetië nog niet. Het inschrijvingskantoor was Ardouin en Comp. te Turijn.
De Kerkelijke Staat, inschrijving bij Tortonia en Comp. te Rome, meende niet minder te moeten zenden dan 7040 Romeinsche kronen, terwijl Portugal (Lecesne te Lissabon) zijn wetenschappelijken zin tot 30,000 cruzades opvoerde, en Mexico als penningske der weduwe 86 harde piasters ten kantore Martin Darana en Comp. offerde—nieuwe keizerrijken zijn altijd wat hard in de beurs.
Voor Zwitserland zonden Dombard, Odier en Comp. 257 fr., maar men moet ook zeggen, dat Zwitserland geen dadelijk nut in deze Amerikaansche onderneming zag. Het vond niet dat het schieten van een projectiel naar de maan tot het aanknoopen van betrekkingen met de nachtvorstin zou leiden, en rekende het wat gewaagd zijn geld in een zoo gewaagde onderneming te steken. In den grond had Zwitserland gelijk.
Spanje kon bij geen mogelijkheid meer dan 110 realen2 ten kantore Weisweller te Madrid bijeenbrengen. Het wendde voor, zijn spoorwegen te moeten voltooien. De waarheid is, dat de wetenschap daar te lande weinig in tel is. Het is nog wat achterlijk. En buitendien namen eenige Spanjaarden, en dat niet de minst ontwikkelden, de moeite niet om de massa van het projectiel juist te vergelijken met die der maan; zij meenden, dat het haar in haar baan zou storen en haar op de aarde doen nedervallen. En in dat geval was het best er niet aan te doen, gelijk dan ook op eenige realen na het geval was.
Eindelijk Engeland. Men wist dat dit land sterk tegen het voorstel Barbicane gekant was. De Engelschen hebben enkel gevoel voor de 36 millioen inwoners van Groot-Brittannië. Zij gaven te verstaan, dat de onderneming der Gun-club in strijd was met het beginsel van non-interventie en schreven nog voor geen dubbeltje in.
Dit vernemende, haalde de Gun-club de schouders op, en nadat Zuid-Amerika, namelijk Peru, Chili, Brazilië, de la Plata-provinciën en Columbia hun 300,000 dollar hadden overgemaakt, bleek voorhanden te zijn:
| Uit de Vereenigde Staten | 4,000,000 dollar. |
| Uit verschillende landen | 1,446,675 dollar. |
| ——— | |
| Samen | 5,446,675 dollar. |
Voor de zaak was dit niet zoo overvloedig. Het gieten, het uitboren, het metselwerk, het vervoer der werklieden, hun onderkomen in een bijna onbewoond land, het bouwen van ovens en loodsen, het gereedschap der werkplaatsen, het projectiel, de onvoorziene uitgaven—dat alles zou bijna de geheele som wegnemen. In den Amerikaanschen oorlog zijn wel kanonnen van 1000 dollar gebruikt, en waarom zou dat van Barbicane, dat eenig zou zijn in zijn soort, niet 5000 maal zooveel kunnen kosten?
Den 8sten October, werd een overeenkomst aangegaan met de gieterij der firma Goldspring, bij New-York, die in den oorlog aan Parrott zijn beste kanonnen geleverd had.
Deze firma zou, gelijk tusschen de contracteerende partijen werd overeengekomen, het voor het gieten van de Columbiad benoodigde materiëel naar Tampa-Town in Zuid-Florida vervoeren.
De onderneming moest uiterlijk den 15den October des volgenden jaars voltooid zijn en het kanon in goeden staat opgeleverd, op verbeurte van 100 dollar daags tot op het oogenblik dat de maan zich andermaal in denzelfden stand zou bevinden, dat is 18 jaren en 11 dagen later.
Het in dienst nemen van de werklieden, hun loon en de noodige onkosten kwam voor rekening der firma Goldspring.
Deze overeenkomst werd in dubbel opgemaakt en onder goedkeuring van het daarin vervatte geteekend, ter eene zijde door I. Barbicane, als voorzitter der Gun-club, en J. Murchison als directeur der firma Goldspring, ter andere zijde.
1 De dollar = ƒ 2.50.
2 Misschien zal de lezer gaarne deze sommen in dezelfde geldswaarde willen overbrengen. Hij wete daartoe, dat volgens de in het oorspronkelijke ook in francs opgegeven waarden, de roebel berekend is op bijna 4 fr., de florijn op 2.4 fr., de rijksd. op omtrent 5½ fr., de thaler op 3,7 fr., de piaster op omtrent 0.3 fr., de gulden op 2.2 fr., de dukaat op 13 fr., de florijn op ruim 2 fr., de Rom. kr. op 5.5 fr., de cruzade op 3,7 fr., de harde piaster op 20 fr., de reaal op ruim 0,5 fr., dollar op ruim 5 fr.
Zoodra zich over het uitgestrekte grondgebied der Vereenigde Staten de mare verspreid had, dat Florida de hoogbegunstigde plek was, waar het monsterkanon zou gegoten worden, toog iedereen aan het bestudeeren der aardrijkskunde van dat schiereiland. Bartram’s Travel in Florida, Natural history of East and West Florida van Roman, Territory of Florida van William en andere werken over Florida werden als vet verkocht; de eene nieuwe druk moest na de andere het licht zien.
Barbicane had meer te doen dan lezen: hij wilde het terrein zelf opnemen en de plaats aanwijzen, waar de Columbiad zou gegoten worden. Hij bezorgde zijn zaken, stelde een behoorlijke geldsom in handen van de sterrenwacht te Cambridge ten einde daarvoor een telescoop te laten maken, en ging met het huis Breadwill en Comp. te Albany een overeenkomst aan om het projectiel van aluminium te vervaardigen. Vervolgens ging hij op reis, vergezeld door den secretaris Maston, majoor Elphiston en den directeur der firma Goldspring.
Zij kwamen gelukkig te New-Orleans, scheepten zich in aan boord van het stoomschip Tampico en landden twee dagen later, den 22sten October, te 7 uur des avonds, te Tampa-Town, dat, zooals iedere schooljongen, iedere knappe schooljongen namelijk, weet, in het noordwestelijk gedeelte van het schiereiland ligt en door de golf van Mexico bespoeld wordt.
De inwoners dier stad, de verdiensten van den voorzitter der Gun-club waardeerende, hadden hem een luisterrijke ontvangst bereid; maar Barbicane onttrok zich aan alle eerbewijzen en liet door zijn secretaris onmiddellijk alles in orde brengen tot een uitstapje naar het uitgekozen terrein.
Ik mag den lezer niet ophouden met een aardrijkskundige beschrijving van Florida; ’t is alleen noodig te zeggen, dat dit terrein een allergunstigsten indruk op den voorzitter der Gun-club maakte uit hoofde van de glooiing des bodems.
Hij deed Maston opmerken, dat een eerste vereischte was, een hoogen grond te hebben tot het gieten van de Columbiad.
»Misschien om dichter bij de maan te zijn?” vroeg de secretaris der club.
De gieterij der firma Goldspring. (Bladz. 43.)
»Waarachtig niet!” antwoordde Barbicane. »Wat maakt een voet of wat? Neen! maar in een hooge streek zal het werk beter vlotten. Wij zullen geen last hebben van water, en dat is geen kleinigheid als men een gat van 900 voet diepte te graven heeft.”
»Beter is het zeker,” meende de ingenieur Murchison, »maar wij hebben werktuigen genoeg om het water weg te werken.”
»Toch moeten wij een honderd voet of wat boven den waterspiegel der zee zijn; in allen gevalle zou ik gaarne de eerste spade in den grond steken,” sprak Barbicane.
»En ik de laatste,” riep Maston levendig uit.
»Het zal best gaan,” merkte de ingenieur aan; »de firma Goldspring zal u geen boete voor overtijd werken behoeven te betalen.”
»’t Zou anders een aardig sommetje zijn, 100 dollar daags over 18 jaar en 11 dagen. Weet ge wel hoeveel?”
»Neen,” zeide de ingenieur droogjes, »en ’t is mij ook glad onverschillig.”
Het was een prachtige natuur, vruchtbaar bovenmate, maar Barbicane zag daar alleen dit van, dat die vruchtbaarheid hem zoo bijzonder niet aanstond, want deze was hem een kenteeken van vochtigen grond, en hij zocht allereerst naar droog terrein.
»Hier moeten wij zijn!” riep hij opeens uit.
Waar waren zij?
Dat vroeg de voorzitter ook, en wel aan een man van het sterke geleide dat zij—dit moet nog worden verhaald—veiligheidshalve te Tampa-Town hadden aangenomen, een vijftigtal ruiters, met karabijnen op zijde en revolvers in de holsters. Men kon wilden aantreffen!
»Het heet daar Stone’s-Hill,” onderrichtte de ruiter.
Barbicane steeg af. Zonder een woord te spreken, nam hij zijn instrumenten en begon ze te stellen.
Juist op dat oogenblik ging de zon door het zuiden—het was middag. Barbicane schoot de zon, bekeek zijn barometer en maakte in zijn zakboekje met potlood een kleine berekening.
»Dit punt ligt,” zeide hij, »900 meter boven de zee, op 27°7′ Noorderbreedte en 5°7′ Westerlengte. Naar mij toeschijnt is het wegens droogte en hardheid van den grond volkomen geschikt voor onze zaak. Hier zullen wij dus onze magazijnen, onze werkplaatsen, onze ovens, de hutten onzer werklieden opslaan, en hier”—bij deze woorden stampte hij met den voet op den top van den heuvel, die Stone’s-Hill heet—»hier zal ons projectiel het luchtruim invliegen.”
Dienzelfden avond keerden zij naar Tampa-Town terug. De ingenieur Murchison reisde met de Tampico naar New-Orleans terug. Hij moest een geheel leger werklieden aanwerven en het grootste gedeelte van het materiëel aanvoeren. De leden der Gun-club bleven te Tampa-Town, teneinde de voorbereidende werkzaamheden aan te vangen met behulp van volk uit den omtrek.
Weldra was een groote menigte werklieden, als het ware een landverhuizing, ter plaatse van hunne bestemming. In allerijl was een spoorweg van Tampa-Town naar Stone’s-Hill aangelegd—dat is in Amerika een kleinigheid—en reeds den 1sten November kon Barbicane, de ziel der geheele onderneming, Tampa-Town verlaten met een onoverzienbare bende. Even snel verrees op het terrein eene stad van als uit den grond verrezen hutten, waar een levendigheid, eene bedrijvigheid heerschte, alsof men zich in een der groote Amerikaansche steden bevond.
Op den 4den November vereenigde Barbicane de opzieners en hoofden om zich en opende de eigenlijke werkzaamheden met de volgende toespraak:
»Gij kent allen, mijne vrienden, de reden, voor welke ik u in dit woeste gedeelte van Florida heb doen komen. Het geldt hier de vervaardiging van een kanon, metende 9 voet inwendige doorsnede, met wanden van 6 voet dikte en een steenen bemanteling van 9½ voet. De kuil moet derhalve 60 voet wijd en 900 voet diep zijn. Dit groote werk moet in acht maanden voltooid wezen; gij hebt dus 2.543.400 kubiek voet grond uit te graven in 250 dagen; dat maakt in ronde cijfers 10.000 kubiek voet daags. Dat zou niets zijn voor 1000 werklieden, als men de armen vrij had, maar in een zeer nauwe ruimte zal het lastiger zijn. Toch moet het gebeuren; het zal ook gebeuren, en ik reken evenzeer op uwen moed als op uwe handigheid.”
Des morgens te 8 uur werd de eerste spade gestoken, en van dat oogenblik af waren houweel en schop geen oogenblik uit de handen der gravers. De werklieden wisselden elkaar viermaal daags af.
Hoe reusachtig overigens het werk was, toch overschreed het de kracht der handen niet. Verre vandaar. Hoevele werken zijn niet voltooid, die grooter moeielijkheden opleverden en waarbij de natuur-zelve zich verzette! En, om niet te spreken van dergelijke ondernemingen, zal het genoeg zijn de Jozefs-putten te noemen die bij Kaïro door sultan Saladin zijn gegraven, en dat in een tijd, toen de werktuigkunde nog niet in staat was den menschelijken arbeid honderdvoudig te versterken—een werk, dat zelfs afdaalde tot den waterspiegel van den Nijl, op een diepte van 300 voet! En dan die andere put, te Coblentz gegraven door markgraaf Johan van Baden, 600 voet diep! Wat was hier te doen! Eenvoudig deze diepte te verdriedubbelen, maar op tienmaal meer wijdte, waardoor het uitgraven veel gemakkelijker werd. Er was dan ook geen opziener en geen werkman, die aan den goeden uitslag twijfelde.
Een belangrijk besluit door den ingenieur Murchison in overleg met den voorzitter Barbicane genomen, leidde nog tot bespoediging van het werk. Een der artikelen van de overeenkomst hield in, dat de Columbiad zou omzet worden met banden van smeedijzer. Men achtte dit gansch onnoodig, daar het stuk sterk genoeg zou zijn zonder deze sluitringen, zoodat deze bepaling werd weggenomen. Dit bespaarde veel tijd; want men kon nu gebruik maken van een nieuw stelsel van uitgraving, daarin bestaande, dat het metselwerk van den kuil onmiddellijk met het graven voortgaat. Dientengevolge behoefde men de aarde niet meer van stutten te voorzien; het muurwerk strekte tot een stevigen dam en zakte door zijn eigen zwaarte naar gelang van het uitgraven dieper. Doch deze wijze van arbeiden kon eerst dan gevolgd worden, wanneer het houweel den vasten grond zou bereikt hebben.
Den 4den November groeven 50 werklieden in het midden der vooraf afgepaalde ruimte, op het hoogste gedeelte van Stone’s-Hill, een rond gat van 60 voet wijdte.
Men vond eerst een laag zwarte teelaarde, 9 duim dik, die zeer gemakkelijk door te steken was; daarna 2 voet fijn zand, dat zorgvuldig bewaard werd, als bruikbaar bij het maken van den binnenvorm. Vervolgens witachtig leem, veel gelijkende naar het mergel in Engeland, 4 voet dik.
Na deze aardlagen stootte het houweel op een harde rotslaag, bestaande uit versteende schulpen, zeer droog, zeer vast. Zoover 6½ voet, gekomen, begon men met het metselwerk.
Op den bodem van den gegraven kuil vervaardigde men een soort van schijf van eikenhout, stevig met ijzeren bouten bevestigd; deze schijf had in haar midden eene opening, even groot van doorsnede als de doorsnede van den buitenwand der Columbiad. Op deze schijf rustten de benedenste lagen van het metselwerk, waarbij men door best tras de steenen ijzervast aaneenverbond. Toen de werklieden van den omtrek naar binnen hadden gemetseld, stonden zij in een put van 21 v. doorsnede.
Na dezen arbeid togen de gravers opnieuw aan het werk, om de rots onder de schijf weg te hakken, de schijf zelve onderschragende. Zoodra zij 2 voet gevorderd waren, werden de stutten achtereenvolgens weggenomen; de schijf zakte van lieverlede en tegelijk het metselwerk, op welks bovenste laag onmiddellijk weder werd voortgewerkt, zorg dragende om luchtgaten open te laten, ten einde bij het gieten de gassen te laten ontsnappen.
»ging de arbeid geregeld voort.” Bladz. 50.
Deze arbeid eischte bij de werklieden een zeer groote handigheid en onafgebroken oplettendheid; meer dan een werd bij het arbeiden onder de schijf gevaarlijk, enkelen zelfs doodelijk, gewond door vallende rotsblokken; maar de ijver verflauwde geen oogenblik en de arbeid ging dag en nacht door; daags onder een hitte, eenige maanden later van 40° C, in die kale vlakte; bij nacht bij electriek licht, onder het getik der houweelen op den rotsgrond, het donderend geraas der vallende stukken, het gonzen der machines, terwijl onophoudelijke rook- en dampwolken mensch en dier in den geheelen omtrek schrik aanjoegen.
Onder dat alles ging de arbeid geregeld voort; de stoomkranen haalden onophoudelijk het uitgegravene weg; onvoorziene hindernissen kwamen weinig voor, wel moeilijkheden, maar die men had voorzien, en men was er tegen gewapend.
Na een maand was de kuil zoo diep geworden als voor dien tijd berekend was: 120 voet. In December het dubbele, in Januari het driedubbele. In Februari hadden de werklieden het te kwaad met een waterader, die dwars uit den grond sprong. Men moest sterke pompen en andere werktuigen bezigen, ten einde de bron te stoppen, gelijk men een lek aan boord van een vaartuig stopt. Eindelijk was men die lastige besproeiing meester. Doch nu zakte, tengevolge der losheid van den bodem, de schijf ongelijk en week uit, zoodat het muurwerk van 75 voet hoogte neerzakte, hetgeen aan onderscheiden werklieden het leven kostte en 3 weken arbeid eischte eer het ongeval hersteld was. Maar dank zij der bekwaamheid van den ingenieur en der kracht der machines—alles kwam weder in orde en het werk ging ongehinderd voort, zoodat den 10den Juni, 20 dagen vóór het door Barbicane berekende tijdstip, de kuil de diepte van 900 voet bereikt had en van een stevigen muurwand voorzien was. Op den bodem rustte het metselwerk op een massieven teerling van 30 voet dikte terwijl het boveneinde met den beganen grond gelijk kwam.
De voorzitter Barbicane en de leden der Gun-club wenschten den ingenieur Murchison geluk met de voltooiing van dezen voorbereidenden arbeid, die, ja, aan eenige onvoorzichtigen en ongelukkigen het leven had gekost; maar dit is met elke groote onderneming van dien aard allicht het geval, en den voorzitter Barbicane komt de lof toe, tijdens acht maanden lang ongemoeid in het touw geweest te zijn en zoo voor het voortgaan van het werk als voor de gezondheid en het welzijn der werklieden uitstekende zorg te hebben gedragen.