IX.

In afwachting.

Dat waren de eerste gevolgen van de edelaardige opwelling, waaraan James Burbank, door zijne slaven, voordat het federalistisch leger van Sherman het grondgebied van den Staat Florida had overschreden, in vrijheid te stellen, gehoor had gegeven.

Thans voerden Texar en zijne aanhangers gezag in Jacksonville niet alleen, maar over het geheele graafschap. Zij zouden in de gelegenheid zijn, en die voorzeker ook benutten, om allerlei daden van geweld te plegen, die hun door hunne ruwe en woeste geaardheid zouden ingegeven worden, dat wil zeggen, dat zij zich schuldig zouden maken aan de verschrikkelijkste buitensporigheden.

Was het den Spanjaard bij slot van rekening ook al niet gelukt, om door zijne lasterlijke aantijgingen en door zijne valsche en onbewezen beschuldigingen de inhechtenisneming van James Burbank te bewerken, zoo had hij toch desniettemin zijn doel bereikt, door gebruik te kunnen maken van den eigenaardigen toestand van Jacksonville, welker bevolking zeer was geprikkeld geworden door de gevolgde gedragslijn der magistraten bij de behandeling der zaak van den eigenaar van Camdless-Bay.

Nadat de anti-slaven-gezinde kolonist, die de invrijheidstelling van alle de dienstbaren op zijn landgoed geproclameerd had, vrij en frank heen was gegaan, de Noordelijke die zoo kenmerkend getoond had tegen de meening der Zuidelijken gekant te zijn, had Texar de menigte van oneerlijke kerels, die de meerderheid in de stad uitmaakten, opgeroepen en had eene omwenteling in de stad tot stand gebracht.

Nadat de regeering der zoodanig verzwakte autoriteiten omvergeworpen was, had hij hunne plaats doen innemen door de meest woeste zijner partijgangers en had daarvan eenen raad gevormd, waarin de halfblanken voor de eene helft en de bewoners van Florida, die van Spaansche afkomst waren, voor de andere helft de macht in handen kregen.

Verder had hij zich van de medewerking der militie-troepen verzekerd, die reeds lang bewerkt waren, en op het gewichtige oogenblik zich dan ook met de lagere volksklasse verbroederden.

Thans bevond zich het lot van al de bewoners van het geheele graafschap in zijn handen.

Hier ter plaatse dient verteld te worden, dat de handeling van James Burbank hoegenaamd geene goedkeuring bij het meerendeel der kolonisten, wier ondernemingen langs de beide oevers van de Sint John gelegen waren, ondervonden had. Deze konden toch terecht vreezen, dat hunne slaven hen zouden willen dwingen, om het gegeven voorbeeld te volgen. Verreweg het grootste gedeelte dier planters waren voorstanders van de slavernij en als zoodanig dan ook vastbesloten, om zich door alle middelen tegen de eischen van de Noordelijken te verzetten. Zij zagen de vorderingen, welke de federalistische leger-afdeelingen maakten, met leede oogen en verbittering aan. Zij eischten dan ook, dat Florida, evenals de andere Zuidelijke Staten, weerstand zoude bieden.

Had ook al het vraagstuk van de vrijmaking der slaven bij het uitbreken van den oorlog hen wellicht onverschillig gelaten, thans beijverden zij zich, om zich onder de door Jefferson Davis opgestoken vlag te laten inlijven. Zij toonden zich geheel gereed, om de pogingen der oproerlingen tegen het gouvernement van den president Abraham Lincoln met al hun vermogen te steunen.

Men zal zich onder die gegeven omstandigheden volstrekt niet verwonderen, dat het Texar, die begreep, dat hij aller meeningen en den invloed van het belang op zijne zijde had, om diezelfde belangen te verdedigen, gelukt was, zich aan de bevolking op te dringen, hoewel hij slechts weinig achting voor zijn persoon afdwong.

Hij zou voortaan als heer en meester kunnen handelen, niet zoozeer om den weerstand, om de verdediging der Zuidelijken te organiseeren, of om de flottilje van den Commodore Dupont terug te dringen, dan wel om zijne kwade neigingen bot te vieren.

Daarom, maar vooral ten gevolge van den haat, dien hij voor de familie Burbank koesterde, was de eerste zorg van Texar geweest om de invrijheidstelling der slaven van Camdless-Bay te beantwoorden met den maatregel, die, zooals de lezer reeds weet, ieder vrijgeworden slaaf noodzaakte het grondgebied binnen de tweemaal vierentwintig uren te ontruimen.

»Door zoo te handelen,” zei hij, »beveilig ik de belangen der kolonisten, die onmiddellijk bedreigd worden. Ja, zij zullen niet anders kunnen dan dien maatregel goedkeuren, daar zijn eerste gevolg zal zijn, den opstand der slaven in het geheele gebied van den Staat Florida te beletten.”

De groote meerderheid had dan ook den genomen maatregel door Texar, zonder nevengedachten goedgekeurd, hoewel niemand zich ontveinsde, dat hij zeer willekeurig was.

Ja! willekeurig, onrechtvaardig en onhoudbaar!

James Burbank bleef bij de invrijheidstelling van zijne slaven geheel en al binnen de grenzen van zijn recht. Hij kon dat recht reeds uitgeoefend hebben, voor dat de oorlog eene scheuring ter zake van de quaestie der slavernij tusschen de Vereenigden Staten van Noord-Amerika veroorzaakt had. Nimmer had dat recht mogen aangetast worden, en nimmer zou de maatregel, door Texar getroffen, billijk, noch wettig, noch rechtvaardig genoemd kunnen worden.

Maar, met betrekking tot den toestand van de familie Burbank, valt vooreerst te vermelden, dat door dien maatregel Camdless-Bay van hare natuurlijke verdedigers beroofd zoude worden. Dienaangaande had de Spanjaard zijn doel volkomen bereikt.

Dat begreep men te Castle-House dadelijk en wellicht ware het te wenschen geweest, dat James Burbank met die invrijheidstelling zijner slaven gewacht had, totdat hij zonder gevaar had kunnen handelen.

Maar, zooals men weet, was hij ten aanhoore van de magistraten van Jacksonville beschuldigd geworden, dat zijne daden niet in overeenstemming met zijne grondbeginselen waren; hij had zich verplicht gezien om dadelijk, overeenkomstig die beginselen te handelen en onder den indruk zijner verontwaardiging had hij in het openbaar zijne verklaring afgelegd, en in het openbaar was hij ook tegenover het personeel der plantage er toe overgegaan, om de negers van Camdless-Bay tot vrije lieden uit te roepen.

Daar nu de toestand van de familie Burbank en van hare gasten ten gevolge van dat feit verergerd was, moest in alle haast besloten worden, wat er in de gegeven omstandigheden moest gedaan worden.

En vooreerst—en daarop kwam het voornaamste gedeelte der discussie dien avond neer—zouden er redenen bestaan om op de daad van invrijheidstelling terug te komen? Neen! Want dat zou aan den stand van zaken volstrekt niets veranderen. Texar zou geen rekening willen houden met dien te laten terugtred.

Daarenboven zoude de overgroote meerderheid der negers van de plantage, wanneer zij het ergerlijk besluit door de nieuwe autoriteiten van Jacksonville tegen hen genomen, zouden vernemen, zich niet beijveren het voorbeeld van Zermah te volgen? Zouden al de akten van invrijheidstelling niet verscheurd worden? Ja, waarlijk, om Camdless-Bay niet te verlaten, om niet van het grondgebied van den Staat Florida verjaagd te worden, zouden allen hun toestand van slaaf willen hernemen, totdat bij eene Staatswet bepaald zoude zijn, dat zij het recht zouden hebben om vrij te zijn en te kunnen wonen, waar hun dat zou goeddunken.

Middelerwijl wandelden mevrouw Burbank en miss Alice in het park van Castle-House op en neer. (Bladz. 132.)

Middelerwijl wandelden mevrouw Burbank en miss Alice in het park van Castle-House op en neer. (Bladz. 132.)

Maar, waartoe zou dat alles dienen? Daar zij toch vastbesloten waren om met hunnen meester ook de plantage, die voor hen een waar vaderland geworden was, te verdedigen, zouden zij dat met evenveel geestdrift en toewijding doen, nu zij vrijgemaakt waren. Zermah stelde zich borg daarvoor.

James Burbank was dan ook van oordeel, dat op zijn eenmaal genomen besluit niet mocht worden teruggekomen. En allen deelden dienaangaande zijne meening. En zij vergisten zich niet; want toen den volgenden morgen de nieuwe maatregel, door het bestuur van Jacksonville uitgevaardigd, bekend werd, braken de betuigingen van toewijding, van getrouwheid en verknochtheid van alle kanten op Camdless-Bay los.

»Als Texar zijn besluit wil ten uitvoer leggen,” werd er van den eenen kant geroepen, »dan zullen wij weerstand bieden!”

»Wanneer hij geweld wil gebruiken,” riep eene andere stem, »dan zullen wij hem met geweld te keer gaan!”

In het heerenhuis dacht men er iets kalmer over.

»De gebeurtenissen zullen nu gaan dringen,” zei Edward Carrol. »Binnen twee dagen, misschien wel binnen vier en twintig uren, zal de quaestie der slavernij in Florida haar beslag gekregen hebben.”

»Hoe bedoelt gij?” vroeg James Burbank.

»Wel, overmorgen kan de flottilje van de federalisten onder Dupont de mondingen der Sint John bemachtigd hebben.”

»Dat is zoo.”

»Maar wanneer de militietroepen, gesteund door de legerafdeeling der geconfedereerden, weerstand zullen bieden?” merkte meester Walter Stannard op.

»Wanneer die weerstand bieden, dan kan zulks niet lang duren,” antwoordde Edward Carrol. »Hoe zouden zij zich, zonder oorlogsschepen, zonder kanonneerbooten zelfs, tegen het binnenstevenen van den Commodore Dupont, tegen het landen van de debarkementstroepen van Generaal Sherman en tegen de bezetting der havensteden Fernandina, Jacksonville en Sint Augustijn kunnen verzetten?”

»Ik beken, dat het moeielijk is.”

»Welnu, wanneer die punten in handen der federalistische zee- en landmacht gevallen zijn, dan is Florida feitelijk in de macht der Noordelijken.”

»Dat erken ik ten volle; maar...”

»En dan blijft aan Texar en zijne aanhangers geen ander redmiddel meer over, dan het hazenpad te kiezen.”

»O, dat het integendeel toch gelukken moge hem in handen te krijgen!” riep James Burbank uit.

»Dat help ik u van harte wenschen!” zei Walter Stannard.

»Wanneer hij in de macht der gerechtigheid van de Noordelijken zal zijn,” vervolgde James Burbank, »dan zullen wij eens zien of hij zich nogmaals op een alibi zal beroepen, om aan de gerechte straf voor zijne misdaden te ontkomen!”

»Ja, op dat gebied is hij slim, dat moet erkend worden,” antwoordde Edward Carrol.

»Maar, dan zouden wij toch zien!” mompelde James Burbank dreigend.

De nacht ging voorbij zonder dat de veiligheid van Castle-House bedreigd, zonder dat de stilte zelfs gestoord was geworden. Maar in weerwil daarvan hadden èn mevrouw Burbank èn Miss Alice dien nacht in de grootste ongerustheid doorgebracht.

Den volgenden dag—den 1en Maart—hield men het oor scherp geopend ter waarneming van de geruchten, die zich van buitenaf konden laten hooren. Niet dat de plantage dien dag in het bijzonder bedreigd was. Neen, het besluit van Texar toch hield in, dat de verdrijving der vrijgestelde slaven eerst na tweemaal vierentwintig uren moest geschied zijn.

Daar James Burbank vast besloten was, aan dat willekeurig bevel niet te gehoorzamen, had hij tijd in overvloed, om de verdedigingsmiddelen van Castle-House zooveel als mogelijk was in gereedheid te brengen.

Het voornaamste was, om goed op de hoogte te zijn van hetgeen op het tooneel des oorlogs voorviel. De berichten daarvan konden toch ieder oogenblik den staat van zaken wijzigen.

James Burbank en zijn zwager stegen dus te paard en verlieten bij het aanbreken van den dag Castle-House. Zij reden tot aan den rechteroever der Sint-John, en zich naar den benedenstroom richtende, wilden zij de monding der rivier verkennen. Vooral wilden zij hunne aandacht wijden aan de trechtervormige kom, die deze monding voorafgaat en op een tiental mijlen van de plantage gelegen is, en in de San-Pablo-kaap eindigt, waarop de vuurtoren, die het vaarwater aanduiden moet, verrijst.

Bij dien tocht moesten zij Jacksonville, op den linkeroever der Sint-John gelegen, voorbijrijden. Zij zouden dan zeer gemakkelijk kunnen waarnemen, of vaartuigen bij elkander gebracht waren of werden, hetgeen eenigermate als een teeken kon gelden, dat er een aanslag door de bevolking op de plantage Camdless-Bay ondernomen zoude worden.

Beiden hadden een half uur later de grensscheiding der plantage overschreden en reden steeds in noordelijke richting voort. De lezer weet waarschijnlijk, dat de Sint John van zuid naar noord stroomt.

Middelerwijl wandelden mevrouw Burbank en miss Alice in het park van Castle-House op en neer, waarbij hare gedachtenwisselingen natuurlijk niet van geruststellenden aard waren. Master Walter Stannard poogde later het onmogelijke om haar tot kalmte te stemmen, maar helaas tevergeefs! Zij beweerden het voorgevoel van een op handen zijnd ongeluk te ondervinden.

Zermah van haren kant had zich beijverd naar de barakken der negers te wandelen. Hoewel de bedreiging van verjaagd te worden thans aan allen bekend was, dachten de gewezen slaven er niet aan om er rekening mede te houden. Zij waren eenvoudig aan den arbeid gegaan, zooals zij gewoon waren. Evenals hun meester, waren zij vastbesloten weerstand te bieden, en vroegen zich dan ook in gemoede af: krachtens welk recht zou men hen, nu zij vrij waren, uit hun aangenomen vaderland verjagen? Zermah kon dus hare meesteres van die zijde de meest gunstige berichten mededeelen. Men kon en mocht ten volle op het personeel van Camdless-Bay vertrouwen.

»Ja,” zeide zij, »al mijne lotgenooten zouden liever weer slaaf willen worden, zooals ik gedaan heb, dan de plantage te verlaten en de meesters van Castle-House in den steek te laten.”

»Maar als men hen daartoe noodzaakt, met geweld noodzaakt?” vroeg mevrouw Burbank.

»Wanneer men hen daartoe zou willen noodzaken,” antwoordde Zermah, »welnu.... dan zullen zij hunne rechten verdedigen! Dan zullen zij geweld met geweld keeren!”

»God geve, dat dit onnoodig moge zijn!” zuchtte de echtgenoote van den eigenaar van Camdless-Bay.

»Ja, God geve dat!” herhaalde Zermah.

Er bleef niets anders te doen over dan den terugkeer af te wachten van master James Burbank en van Edward Carrol. Het was volstrekt niet onmogelijk, dat de flottilje der federalisten dien zelfden dag—wij weten dat het den 1sten Maart was—den vuurtoren van San Pablo in het gezicht liep, in welk geval zij geheel gereed zoude zijn, de mondingen van de Sint John te bemachtigen en in bezit te nemen.

De geconfedereerden zouden aan alle hunne militietroepen waarachtig niet te veel hebben om den Noordelijken dien doortocht te betwisten en dan zouden de autoriteiten van Jacksonville, die zich dadelijk en persoonlijk bedreigd moesten gevoelen, niet meer in staat zijn hunne dreigementen ten opzichte der bevrijde slaven van Camdless-Bay ten uitvoer te leggen.

De administrateur, master Perry, ging middelerwijl voort zijn dienst te verrichten, alsof niets buitengewoons gebeurd was. Zoo bracht hij dien ochtend zijn dagelijksch bezoek aan de verschillende inrichtingen en arbeidsketen in de plantage, en kon hij daarbij ook van zijn kant de gunstige gezindheid der negers opmerken. Hoewel hij dat uiterst moeielijk ten aanhoore van anderen erkend zoude hebben, zoo zag hij toch met zijne eigene oogen dat, al was ook al de toestand der negers geheel gewijzigd, hun vlijt en naarstigheid bij het werk, hunne toewijding aan de familie Burbank dezelfde gebleven waren. Ook begreep hij ras, dat zij vastbesloten waren, om iederen aanslag, dien de lagere volksklasse van Jacksonville tegen hen zoude willen ondernemen, met alle kracht te keer te gaan. Maar, volgens de meeningen van master Perry, die meer dan ooit hardnekkig aan zijn denkbeelden van voorstander der slavernij vasthield, konden die mooie gevoelens niet lang duren. De natuur zoude volgens hem hare rechten wel weten te hernemen. Wanneer zij van de onafhankelijkheid geproefd zouden hebben, dan zouden zij uit eigen beweging weer om de invoering der slavernij verzoeken. Zij zouden wederom tot den rang afdalen, die hun door de natuur op de ladder der wezens tusschen den mensch en het dier aangewezen was.

Terwijl hij zoo, in zijne gedachten verdiept, liep rond te drentelen, ontmoette hij den ijdelen en opgeblazen Pygmalion. Die domoor had een nog trotscher en nog snoevender voorkomen dan daags te voren. Wanneer men hem daar fier als eene pauw, met de handen op den rug gekruist, met het hoofd in den nek, en met de borst vooruit als eene kropduif, zag voortstappen, dan gevoelde men inderdaad, dat het een vrij mensch was, die zich daar vertoonde. Vrij was hij, dat is waar, vrij om te doen en te laten wat hij wilde, en als zoodanig maakte hij dan ook van dien toestand gebruik, om zoo min mogelijk te doen, of beter om niets te doen en alles, wat op arbeid betrekking had, na te laten.

»Goeden morgen, master Perry!” zei hij op uiterst voornamen toon.

»Goeien morgen....” knorde de administrateur binnensmonds. »Dat komt er nog bij, dat zoo’n lummel je goeien morgen mag wenschen!”

»Mooi weertje vandaag, master Perry!” vervolgde Pygmalion luchtig.

»Hum, ja.... Wat voer jij hier uit, luiaard?”

»Zooals ge ziet, master Perry, ik wandel.”

»Zoo, wandel jij?”

»Heb ik daartoe het recht niet, master Perry?”

»Het recht, uilskuiken?”

»Ja, het recht! Ik ben toch geen ellendige slaaf meer, meen ik, master Perry?”

»Zoo, meen je dat maar, domkop?”

»O, niet alleen dat, ik ben er ook zeker van. Heb ik niet de akte mijner invrijheidstelling in den zak?”

»Wel bekome het je, ezelskop.”

»Dank u, master Perry.”

»Maar, zeg eens Pyg....”

»Wat is er?”

»Wie zal je voortaan voeden?”

»Wel ikzelf, master Perry.”

»Hoe zul je dat doen, Pyg?”

»Wel, master Perry, met mijn mond, door te eten.”

»En wie zal je te eten geven, schaapskop?”

»Mijn meester.”

»Je meester?... Heb je dan al vergeten, dat je geen meester meer hebt, domkop!”

»Neen, master Perry, ik heb geen meester meer en zal er nooit meer een hebben!”

»Welnu?”

»Maar master Burbank zal mij nimmer heenzenden van de plantage, waarop ik, zonder snoeverij, eenige diensten bewijs, master Perry.”

»Integendeel,....”

»Wat integendeel?”

»Hij zal je wel wegzenden!”

»Mij wegzenden?”

»Ongetwijfeld. Toen je hem toebehoordet, toen je zijn eigendom waart, kon hij je houden, zelfs al voerde je niets uit. Maar van het oogenblik, dat je hem niet meer toebehoort, zal hij je, wanneer je voortgaat den luiwammes te spelen en niet te willen werken, de deur goed en wel uitjagen!”

»Mij de deur uitjagen?”

»Ja, en dan zullen wij eens zien, wat je met je mooie vrijheid zult aanvangen, arme dwaas!”

Pygmalion trok een vervaarlijk leelijk gezicht. Het was helder als de dag, dat hij de quaestie der slavernij niet uit dat oogpunt beschouwd had.

»Wat, master Perry,” hernam hij, »zoudt gij denken, dat master James Burbank zoo wreed zoude kunnen zijn, om....”

»Daarbij komt geene wreedheid te pas, domoor,” antwoordde de administrateur, »zoo iets volgt uit de logica der feiten, begrijp je?”

Pyg schudde met het hoofd. Neen, hij begreep die orakelspreuk niet. Dat was erger dan latijn voor hem.

»Om het even,” ging mijnheer Perry voort, »of je het begrijpt of niet. Wat zou ook zoo’n negerkop kunnen begrijpen? Wat je evenwel duidelijk moet zijn, dat is, dat er—het moge master Burbank aanstaan of niet—eene ordonnantie vanwege de autoriteiten te Jacksonville uitgevaardigd is, waarbij de uitzetting van al de bevrijde slaven buiten het grondgebied van Florida bevolen is.”

»Is dat dus waar, master Perry?”

»Zeer waar; en wij zullen eens zien, hoe gij en uwe lotgenooten het nu aanleggen zult, om aan den kost te komen, nu gij geen meester meer hebt.”

»Ik wil Camdless-Bay niet verlaten!” riep Pygmalion uit.

»Zoo, wil je niet, mijn jongen?” vroeg de administrateur sarcastisch glimlachend.

»Neen, ik wil niet!...” schreeuwde de neger. »Daar ik vrij ben....”

»Juist, Pyg.... je bent vrij om heen te gaan, maar je bent niet vrij om te blijven! Hoor je dat? Ik raad je dus aan om je bullen bijeen te pakken.”

»Maar, wat zal er van mij worden, master Perry?”

»Dat zijn zaken, die niemand anders aangaan dan je zelven. Je bent immers vrij!”

»Maar als ik dan vrij ben....” hernam Pygmalion, die maar steeds op zijn stokpaardje terugkwam.

»Dat is niet genoeg, zooals het schijnt.”

»Zeg mij, wat ik doen moet, master Perry?”

»Wat je doen moet, domme gans?”

»Ja, master Perry, ik bid u.”

»Welnu, luister dan.... en volg mijne redeneering, als je die namelijk vatten kunt.”

»O, ik zal ze wel vatten, wees gerust, master Perry. Ga uw gang.”

»Je bent een bevrijde slaaf, niet waar?”

»Ja, dat ben ik, master Perry! Dat ben ik! Ik heb de akte van invrijheidstelling in den zak!”

»Welnu, verscheur dat document!”

»Dat nooit!”

»Nooit?”

»Neen nooit!”

»Welnu, als je weigert dat middel te baat te nemen, dan ken ik nog slechts een, namelijk als je in den Staat Florida wilt blijven.”

»En dat is, master Perry.”

»Om van kleur te veranderen, domoor! Laat je bleeken, Pyg, laat je bleeken! En als je wit zult geworden zijn, dan zul je het recht verkregen hebben om op Camdless-Bay te blijven. Anders niet!”

Pygmalion, verwoed over die scherts, droop grommend af,

De administrateur zette, grinnikend van de pret over de bestraffing, die hij Pygs ijdelheid had doen ondergaan, zijne wandeling voort.

De neger bleef eerst diep in gedachten verzonken. Hij gevoelde wel, dat er meer noodig was om in dienst van Castle-House te blijven, dan slechts een in vrijheid gestelde slaaf te zijn. Vooreerst zou hij blank moeten zijn. Maar, voor den drommel! hoe zou hij het moeten aanleggen, om blank te worden, nu de natuur hem met eene huid van het fraaiste ebbenzwart begiftigd had?

Toen Pygmalion zich naar de bedienden-gebouwen van Castle-House begaf, krabde hij zich dan ook het lichaam, alsof hij de zwarte opperhuid wilde afscheuren.

Het hielp hem natuurlijk niet veel.

James Burbank en Edward Carrol waren even vóór het middaguur op Castle-House wedergekeerd. Zij hadden niets onrustbarends in de omstreken van Jacksonville bespeurd. Het meerendeel der vaartuigen lag op zijne gewone plaats, een gedeelte vastgemeerd aan de kaden der haven, de anderen voor anker in het vaarwater en op de reede. Toch had men eenige beweging onder de troepen-gedeelten op den anderen oever der rivier waargenomen. Verscheidene detachementen der landmacht van de geconfedereerden hadden zich op den linkeroever der Sint John vertoond, die in noordelijke richting naar het graafschap Nassau oprukten.

Voor Camdless-Bay was evenwel niets dreigends ontwaard.

Toen James Burbank en zijn tochtgenoot bij de riviermonding aangekomen waren, hadden zij hunne blikken natuurlijk zeewaarts gericht. Maar geen enkel zeil werd in de verte bespeurd. Geen rook of damp van eene stoomboot, die de tegenwoordigheid of de nadering van een smaldeel te kennen kon geven, vertoonde zich bij of boven den gezichteinder. Wat de maatregelen betrof, die ter verdediging genomen waren, die waren totaal nul. Geene strandbatterijen, geene schouderweringen van aarde opgeworpen. Geen enkel werkje om het binnenloopen van de monding door een schip of door een flottilje te beletten. Wanneer de schepen der federalisten zich zouden vertoonen, hetzij voor de Nassaukreek, hetzij voor de monding der Sint John, zouden zij zonder de minste verhindering naar binnen kunnen stevenen. Alleen de verlichting van den vuurtoren San Pablo was buiten werking gesteld. De lantaarn van die inrichting was uit elkander genomen en kon derhalve den toegang van de vaarwaters niet aanduiden. Dat kon evenwel slechts moeielijkheden baren, wanneer de vijandelijke flottilje zoude beproeven des nachts naar binnen te stevenen.

Ziedaar, wat de Heeren James Burbank en Edward Carrol berichtten, toen zij op Castle-House teruggekeerd waren.

Maar geen enkel zeil werd in de verte bespeurd. (Bladz. 136.)

Maar geen enkel zeil werd in de verte bespeurd. (Bladz. 136.)

Alles bij elkander genomen, kon de toestand als vrij geruststellend beschouwd worden, daar te Jacksonville geen enkele beweging waargenomen was, die op een aanstaanden aanslag op Camdless-Bay duidde.

»Gij kunt gelijk hebben,” beaamde master Walter Stannard met een hoofdknik.... »Ik zie evenwel het geruststellende van den toestand zoo nog helder niet in.”

»Wat bedoelt gij?” vroeg James Burbank.

»Integendeel, ik vind het een verontrustend feit, dat de schepen van den Commodore Dupont nog niet in het gezicht zijn. Dat is eene vertraging, die mij raadselachtig en vreemd voorkomt.”

»Mij ook,” zei Edward Carrol. »Wanneer die flottilje voorgisteren zee gekozen en de baai Sint Andrews verlaten heeft, dan moest zij nu ter hoogte van Fernandina aangekomen zijn!”

»Wij hebben sedert eenige dagen slecht weer gehad,” antwoordde James Burbank op kalmeerenden toon.

»Ja, maar voor een eskader als het onderwerpelijke....”

»Het is mogelijk,” vervolgde de eigenaar van Camdless-Bay, »dat ten gevolge van de hevige oostenwinden, die eene zware branding hebben doen ontstaan, de Commodore Dupont genoodzaakt is geweest de kust te mijden en zijn heil in volle zee te zoeken. Maar de wind is sedert heden ochtend veel gevallen, zoodat het niemand verwonderen zou, wanneer dezen nacht....”

»Dat de hemel u verhoore, waarde James!” zei mevrouw Burbank, »en dat hij ons ter hulpe kome!”

»Waarde heer James,” merkte miss Alice op, »hoe zal de flottilje, nu de vuurtoren van San Pablo niet meer verlicht is, de Sint John kunnen binnendringen?”

»De Sint John binnendringen, dat zou zeer moeielijk en zeer gevaarlijk, ik durf wel zeggen: onmogelijk zijn, lieve Alice.”

»Dus....” wilde mevrouw Burbank zeggen.

»Dus zullen de federalisten, alvorens de mondingen van den stroom te bemachtigen,” ging haar echtgenoot voort, »eerst het eiland Amelia moeten bezetten, zoo ook het stadje Fernandina, ten einde meester te zijn van de spoorbaan naar Cedar-Keys. Ik denk voor het naaste, dat de schepen van den Commodore Dupont de Sint John eerst over drie of vier dagen zullen opstevenen.”

»Eerst dan,” zuchtte mevrouw Burbank.

»Dat is wel laat,” sprak miss Alice op hare beurt bedrukt.

»James heeft gelijk,” sprak Edward Carrol. »Dat binnendringen kan eerst over een viertal dagen geschieden en in de tegenwoordige omstandigheden is dat een lang tijdperk; maar ik koester de hoop, dat de bemachtiging van de havenplaats Fernandina voldoenden indruk zal teweegbrengen, om de geconfedereerden te noodzaken den terugtocht aan te nemen. Misschien zullen zelfs de militie-troepen de aankomst van de kanonneerbooten der federalisten niet afwachten, maar Jacksonville dadelijk ontruimen. In dat geval zou Camdless-Bay buiten gevaar zijn en niet meer door de muitende bende van Texar bedreigd worden....”

»Dat alles is mogelijk, vrienden!” zei James Burbank. »Laat ons dus hopen, dat de federalistische troepen den voet maar zetten op het grondgebied van Florida; meer is niet noodig om onze veiligheid te verzekeren. En dat zal spoedig genoeg geschieden!—Maar, om over iets anders te spreken: Is er geen nieuws op de plantage?”

»Neen, mijnheer Burbank,” antwoordde miss Alice. »Van de trouwe Zermah vernam ik, dat de negers hunne gewone bezigheden in de constructie-keten en werkplaatsen, als ook bij den houtaankap in de bosschen hervat hadden. Zij verzekert, dat die menschen steeds vol toewijding zijn en zich gereed verklaren, Camdless-Bay te verdedigen tot de laatste hunner gevallen is.”

»Laten wij hopen, dat van hunne verknochtheid die proef niet zal gevergd behoeven te worden!” zeide James Burbank.

»Ja, laten wij dat hopen!” prevelde mevrouw Burbank; »maar laten wij tevens God bidden, dat onze hoop vervuld worde!”

»Het zou mij zeer verwonderen,” vervolgde James Burbank, »wanneer de ellendelingen, die zich door daden van geweld aan de eerlijke lieden tot bestuurders opgedrongen hebben, niet de vlucht zullen nemen, wanneer er geseind zal worden, dat de flottilje der federalisten ter hoogte van Florida zal aangekomen zijn. Intusschen moeten wij voorzichtig zijn, blijven uitkijken en geen enkelen veiligheidsmaatregel veronachtzamen!”

»Ja, zeker, wij moeten de grootst mogelijke waakzaamheid blijven betrachten!” zei Edward Carrol.

»Juist,” hernam James Burbank, »en daarom, Stannard en Carrol, gaat gijlieden na het ontbijt met mij mede, om een bezoek te brengen aan het meest blootgestelde gedeelte van de plantage?”

»Wat wilt gij daar gaan doen?” vroeg Walter Stannard.

»Gij weet: »het oog des meesters enz.”; maar vooral, waarde vriend, wil ik er mij van overtuigen, dat gij en onze lieve Alice hier op Castle-House niet door grootere gevaren zult bedreigd worden dan te Jacksonville. Waarlijk, wanneer de zaken slecht liepen, zou ik het mij zelven nimmer vergeven, dat ik u herwaarts heb doen komen.”

»Waarde James,” antwoordde master Walter Stannard, »wanneer wij in onze woning te Jacksonville gebleven waren, dan zouden wij zeer waarschijnlijk nu aan de knevelarijen der thans aan het roer zijnde autoriteiten blootgesteld zijn, zooals het allen geschiedt, die de meeningen der voorstanders van de slavernij niet toegedaan zijn.”

»In ieder geval, mijnheer Burbank,” vulde miss Alice aan, »wanneer zelfs de gevaren hier grooter mochten zijn, dan vraag ik nog: of het niet beter is, dat wij ze samen deelen?”

»Ja, waarde dochter!” antwoordde James Burbank.

»Ja, zeker, Alice!” zei haar vader.

»Kom!” ging master James Burbank voort. »Ik koester veel hoop en ik vermeen, dat Texar zelfs den tijd niet zal hebben, om het tegen ons geslagen besluit ten uitvoer te kunnen leggen!”

»Het is te hopen!” zuchtte mevrouw Burbank, die zich als een drenkeling aan dat strootje poogde vast te klemmen.

James Burbank en zijne beide vrienden bezochten in de namiddaguren de verschillende barakken, bij welk bezoek de administrateur, master Perry, hen vergezelde. Zij konden zich daarbij overtuigen, dat de stemming der negers uitmuntend was.

Bij die gelegenheid meende James Burbank de aandacht van den waardigen administrateur te moeten vestigen op den ijver, waarmede de nieuw bevrijden den arbeid hervat hadden.

»Jawel!... Jawel!...” antwoordde master Perry. »Het is een nieuwtje, en gij kent het spreekwoord omtrent de nieuwe bezems, master Burbank.”

»Ja, maar dat is hier niet toepasselijk, master Perry,” meende James Burbank.

»Best mogelijk, master Burbank.... Maar dan zal nog te bezien staan, hoe het afgeleverde werk zal zijn.”

»Ja, maar Perry, is dat nu een argument?”

»En een goed argument, master Burbank!”

»Die brave zwarte kerels zullen, bij wisseling van toestand, toch niet hunne handen verwisseld hebben, meen ik.”

»Neen, nog niet, master Burbank,” antwoordde de onverbeterlijke stijfkop. »Maar gij zult weldra ontwaren, dat zij niet meer dezelfde handen aan het uiteinde hunner armen bezitten, of beter uitgedrukt, dat hun de handen geheel verkeerd staan!”

»Kom, kom, master Perry,” zei James Burbank glimlachend. »Hunne handen zullen steeds vijf vingeren hebben en hunne handen zullen op dezelfde wijze aan het polsgewricht bevestigd blijven; wees daaromtrent onbekommerd, en waarlijk, meer kan toch niet van hen gevorderd worden!”

Pruttelend ging de administrateur heen.

»Wie heeft ooit van eene negerhand hooren spreken?” mompelde hij. »Van een negerpoot, dat’s wat anders!”

Zoodra dat bezoek afgeloopen was, keerden James Burbank en zijne beide tochtgenooten naar Castle-House terug.

De avond ging rustiger voorbij dan de avond te voren. Bij gebrek aan tijdingen van Jacksonville, was men weer begonnen te hopen, dat Texar er van afgezien had zijne dreigementen ten uitvoer te leggen of dat de tijd hem daartoe zou ontbreken.

Evenwel werden toch de nauwkeurigste veiligheidsmaatregelen voor den nacht getroffen. Perry met zijne opzieners zouden op de grenzen van de plantage ronden verrichten, voornamelijk op den oever der Sint John. De negers waren gewaarschuwd geworden, dat zij bij aanval of alarm dadelijk moesten terugtrekken op de met palissaden omheinde binnenruimte, terwijl eene sterke wacht bij de buitenpoterne opgesteld werd.

Dat alles getuigde, dat de eigenaar van Camdless-Bay, in weerwil van de gekoesterde hoop, een goed overzicht van den stand van zaken had.

James Burbank en zijne vrienden losten elkander herhaalde malen af, om zich buiten Castle-House te gaan overtuigen, dat hunne bevelen stipt opgevolgd en geen der veiligheidsmaatregelen verwaarloosd werden. Toen de zon aan den gezichteinder verscheen, had geen enkel voorval de rust van de bewoners en gasten van het heerenhuis gestoord.

X.

De dag van den 2den Maart.

Daags daarna—dus den 2den Maart—ontving James Burbank tijdingen van een zijner opzieners, wien het gelukt was onbemerkt de rivier over te steken, binnen Jacksonville te dringen en zonder achterdocht opgewekt te hebben, van die stad weer te keeren.

Die tijdingen, welker waarheidlievendheid niet in twijfel te trekken was, waren zeer belangrijk. De lezer zal uit het ondervolgende er over kunnen oordeelen.

De Commodore Dupont, bevelhebber van het eskader, dat bestemd was tegen de Staten Georgië en Florida te ageeren, was in de baai Sint-Andrews, ten oosten van de Georgische kust gelegen, ten anker gekomen. De Wabash, die den wimpel van den opperbevelhebber voerde, stond aan het hoofd van een smaldeel, hetwelk uit zes en twintig vaartuigen bestond, waarvan achttien kanonneerbooten, een kotter, een transportvaartuig, dat behoorlijk van geschut voorzien, als oorlogsschip dienst kon doen, en daarenboven nog zes gewone transportschepen, die de brigade van den Generaal Wright aan boord hadden.

Zooals Gilbert Burbank het in zijn laatsten brief medegedeeld had, vergezelde Generaal Sherman deze expeditie.

De Commodore Dupont, wiens komst door het heerschende slechte weer zeer vertraagd was, beijverde zich om dadelijk maatregelen tot bemachtiging der toegangen tot het vaarwater van Sint-Mary te treffen. Dit vaarwater, hetwelk zeer moeilijk te verkennen is, levert toegang tot de monding van eene rivier van dien naam, ten noorden van het eiland Amelia, op de grenzen van de Staten Georgië en Florida gelegen.

Fernandina, de havenplaats en de voornaamste stelling van het geheele eiland, werd verdedigd door het fort Clinch, dat, door stevige dikke steenen muren beveiligd, eene bezetting van ruim vijftien honderd man bevatte. Zouden de Zuidelijken, in die sterkte, waarin eene langgerekte verdediging zeer mogelijk was, weerstand bieden aan de federalistische troepen? Dat was zeer goed mogelijk.

Toch gebeurde dat niet.

Volgens het medegedeelde door den opziener, liep het gerucht te Jacksonville, dat de geconfedereerden het fort Clinch ontruimd hadden op het oogenblik, dat het smaldeel van den Commodore Dupont voor de baai Sint-Mary verscheen. Zij zouden niet alleen het fort Clinch verlaten hebben, maar ook de havenplaats Fernandina, het eiland Cambesland, alsook dit geheele gedeelte der Floridasche kust.

Tot zoover luidden de tijdingen te Castle-House aangebracht.

Het zal onnoodig zijn om nog verdere klem te leggen op hare bijzondere belangrijkheid, vooral ten opzichte van de plantage Camdless-Bay.

Daar de federalistische troepen eindelijk in Florida ontscheept waren, kon het niet missen of het geheele grondgebied van dien Staat moest weldra in hunne macht vallen. Blijkbaar zouden nog eenige dagen moeten voorbijgaan, alvorens de kanonneerbooten de bank van de Sint John zouden kunnen overstevenen. Hunne nabijheid evenwel zoude eene heilzame vrees inboezemen aan de autoriteiten van Jacksonville. En het was te hopen dat, voor weerwraak beducht, Texar en zijne aanhangers niets tegen de plantage zouden durven uitvoeren van een Noordelijke, waarop de algemeene aandacht zoozeer gevestigd was als James Burbank.

Dat was inderdaad eene geruststelling voor de familie, die haar, wel wat al te spoedig, van te groote vrees tot te groote hoop, dus van het eene uiterste tot het andere deed overslaan.

Maar, zoowel voor miss Alice Stannard als voor mevrouw Burbank hadden die tijdingen het voordeel haar de zekerheid te verschaffen, dat Gilbert niet meer ver af was, dat zij dus de hoop mochten koesteren de eene om haren bruidegom, de andere om haren zoon binnen kort weer te zien, zonder dat voor zijne veiligheid behoefde gevreesd te worden.

En, inderdaad, de jeugdige luitenant zoude slechts dertig mijlen af te leggen gehad hebben, om van Sint-Andrews af de kleine havenkom van de plantage Camdless-Bay te bereiken.

Hij bevond zich in dat oogenblik op de kanonneerboot Ottawa, en die kanonneerboot had door eene schitterende krijgsdaad uitgeblonken, welker weerga in de maritieme geschiedrollen nog niet aangetroffen was.

Ziehier wat er dien morgen van den 2den Maart voorgevallen was.

Het is waar, dat de opziener, welke de tijdingen naar Camdless-Bay overgebracht had, dat feit gedurende zijn verblijf te Jacksonville nog niet had kunnen vernemen; maar wij deelen het bericht er van mede, omdat de lezer het moet kennen voor de duidelijkheid der ernstige gebeurtenissen, die volgen gaan.

Zoodra de Commodore Dupont kennis bekomen had, dat de bezetting der geconfedereerden het fort Clinch ontruimd had, zond hij eenige vaartuigen van weinig diepgang, langs het vaarwater van Sint-Mary.

De blanke bevolking had zich reeds in het gevolg der zuidelijke troepen naar het innerlijke des lands teruggetrokken en de steden, de dorpen, de gehuchten en de plantages, langs de kust gelegen, verlaten.

Het was inderdaad een panische schrik, die allen bezielde, veroorzaakt door de gedachte aan weerwraak, welke de secessionisten ten onrechte aan de hoofden van de federalistische troepenafdeelingen toeschreven.

Maar niet alleen in Florida, maar overal op de grenzen van Georgië, in dat geheele gedeelte van dien Staat, hetwelk tusschen de baaien van Ossabaw en van Sint-Mary gelegen is, sloegen de inwoners overhaast op de vlucht, om aan de debarkementstroepen van de brigade Wright te ontkomen.

In die niet voorziene omstandigheden hadden de vaartuigen van den Commodore Dupont geen enkel kanonschot te lossen gehad, om het fort Clinch en de havenplaats Fernandina in bezit te nemen. Alleen de kanonneerboot Ottawa, waarop Gilbert Burbank, die steeds den mesties Mars bij zich had, als eerste officier dienst deed, kwam in de gelegenheid van hare vuurmonden gebruik te moeten maken.

De zaak droeg zich navolgender wijze voor:

De havenstad Fernandina is met het westerstrand van Florida, hetwelk de golf van Mexico omzoomt, door eene spoorbaan verbonden, die naar de haven van Cedar Keys voert, Die spoorbaan volgt eerst de kust van het eiland Amelia, maar alvorens het vaste land te bereiken, steekt zij de Nassau-kreek over langs eene zeer lange brug op palen gebouwd.

Perry met zijne opzichters zouden op de grenzen van de plantage ronden verrichten. (Bladz. 141).

Perry met zijne opzichters zouden op de grenzen van de plantage ronden verrichten. (Bladz. 141).

Juist toen de Ottawa in het midden van die kreek aankwam, stoomde een spoortrein die brug op. Daarmede vluchtte de bezetting van Fernandina, die al haar mondvoorraad en krijgsbehoeften medevoerde. Bij die bezetting hadden zich eenige aanzienlijken der stad gevoegd. Dadelijk stoomde de kanonneerboot met volle kracht naar de brug en gaf vuur uit hare jaagstukken zoowel op het paalwerk der brug als op den voortijlenden trein. Gilbert Burbank bevond zich op het voorschip en regelde de richting der kanonstukken. Door zijne juistheid van richten werden eenige gelukkige schoten gedaan, Onder anderen trof eene granaat het laatste rijtuig van den trein, waarvan de assen en de verbindingskrammen werden verbrijzeld. De trein, die onmogelijk in dit kritiek oogenblik stoppen kon, was verplicht dat rijtuig in den steek te laten. Hij spoorde dan ook met volle kracht en was alzoo in weinige oogenblikken in zuid-westelijke richting te midden van het dichtbegroeide gedeelte van het Floridasche schiereiland uit het oog verdwenen. Juist in dit oogenblik verscheen een detachement der federalistische troepen, te Fernandina ontscheept, die de spoorwegbrug dadelijk bestormden. In een oogwenk waren de reizigers in dat rijtuig gezeten, allemaal civielen, gevangengenomen. Deze krijgsgevangenen werden den hoofdofficier, den kolonel Gardner, die te Fernandina bevel voerde, in handen gesteld. Om een voorbeeld te stellen, weerhield men hen gedurende vier-en-twintig uren op een van de vaartuigen van het smaldeel, waarna men hen liet gaan.

Toen de spoortrein uit het gezicht verdwenen was, moest de Ottawa zich vergenoegen met een vaartuig aan te vallen, hetwelk met oorlogsmaterieel geladen was en dat eene toevlucht in die baai gezocht had. De kanonneerboot bemachtigde het gemakkelijk.

Die gebeurtenissen waren wel geschikt om de troepen der geconfedereerden en de bewoners der Floridasche steden sterk te ontmoedigen. Dit gebeurde in de hoogste mate te Jacksonville. De monding der Sint John zou weldra evenals die der Sint Mary in handen der Noordelijken zijn. Dit leed geen twijfel, en zeer waarschijnlijk zouden de Unionisten evenmin te Jacksonville weerstand ondervinden als te Sint Augustijn en in de overige plaatsen van het graafschap.

Dat alles bracht het zijne er toe bij, om James Burbank gerust te stellen.

Onder die omstandigheden moest men wel gelooven, dat Texar geen gevolg zou durven geven aan zijne dreigementen. Hij en zijne aanhangers zouden verjaagd worden en binnenkort zouden, alleen door den drang der omstandigheden, de eerlijke lieden weer aan het bestuur komen, dat hen door eene muiterij van de lagere volksklasse aan de handen ontwrongen was.

Er bestond blijkbaar alle reden toe om zoo te denken en bijgevolg ook om goede hoop te koesteren. Toen dan ook het personeel der plantage van Camdless-Bay die belangrijke tijdingen vernomen had, die ook te Jacksonville dadelijk verspreid waren, toonde het zijne vreugde door luidruchtige hoerakreten, waarvan onze bekende Pygmalion een groot deel voor zijne rekening nam.

Evenwel mochten de veiligheidsmaatregelen, die nog gedurende eenigen tijd betracht moesten worden en die zooveel konden bijbrengen om aan ieders gemoedsstemming eene zekere mate van gerustheid te schenken, niet verwaarloosd worden, althans niet tot het tijdstip, dat de federalistische kanonneerbooten in de wateren van de Sint John zouden verschijnen.

Neen, dat mocht vooral niet! Hoewel noch James Burbank, noch een der zijnen dat gissen of ook maar veronderstellen kon, zou ongelukkig nog eene geheele week moeten voorbijgaan, alvorens de Noordelijken de noodige maatregelen zouden getroffen hebben om de Sint John te kunnen opstevenen en meester van zijn stroomgebied te zijn.

En hoeveel gevaren zouden intusschen Camdless-Bay kunnen bedreigen!

Inderdaad, hoewel de Commodore Dupont Fernandina bezet had, zoo was hij toch verplicht met eene zekere mate van omzichtigheid te werk te gaan. Het behoorde tot zijn plan om de federalistische vlag op alle punten, bereikbaar voor zijne vaartuigen, te vertoonen. Hij was dus verplicht zijn eskader in verscheidene onderdeelen te splitsen. Eene kanonneerboot werd de rivier Sint-Mary opgezonden, om de kleine stad van dien naam in bezit te nemen en verder het land een twintig mijlen ver binnen te dringen. Ten noorden zouden drie andere kanonneerbooten, onder de bevelen van den kapitein ter zee Gordon, de baaien onderzoeken, zich meester maken van de eilanden Jykill en Sint-Simon en verder bezit nemen van de kleine stad Brunswijk en van de iets grootere stad Darier, die evenwel door hare bewoners verlaten waren. Zes stoomvaartuigen van geringen diepgang waren bestemd om onder de bevelen van den kommandant Stevens de Sint John op te stevenen en Jacksonville aan te tasten.

Wat de rest van het expeditionnaire smaldeel betreft, dat maakte zich gereed om andermaal zee te kiezen, ten einde Sint-Augustijn te bemachtigen en de geheele kuststrook van Florida tot Mosquito-Inlet te blokkeeren. Daardoor zouden dan de mondingen van de Mosquitolagune voor den smokkelhandel in oorlogs-materieel gesloten zijn.

Maar die samengestelde bewegingen konden niet in vier-en-twintig uren volbracht worden, en vier-en-twintig uren waren meer dan voldoende om het geheele grondgebied aan de verwoestingen van de Zuidelijke kwaadgezinden over te leveren.

Het was ongeveer drie uren in den namiddag toen James Burbank de eerste tijdingen kreeg, dat er iets tegen Camdless-Bay op til was. De administrateur master Perry, die eene verkenning langs de grensscheiding van de plantage was gaan uitvoeren, kwam buiten adem naar Castle-House loopen.

»Master James!... Master James!...” riep hij.

»Wat is er, Perry?”

»Men heeft eenige verkenners bespeurd, die Camdless-Bay langzaam naderen!”

»Van welken kant, Perry?”

»Van de noordzijde, master James!”

»Van de noordzijde!... Dat is ernstig.”

Al heel spoedig verscheen Zermah, die van de kleine havenkom terugkeerde en haren meester mededeelde, dat verscheidene vaartuigen den stroom overstaken en naar den rechteroever aanhielden.

»Komen zij van den kant van Jacksonville, Zermah?” vroeg James Burbank.

»Voorzeker, master James.”

»Laten wij dan onzen intrek in Castle-House nemen,” sprak James Burbank.

»En wat zal ik doen, meester?” vroeg de mestiesche.

»Gij, gij moogt het heerenhuis onder geen voorwendsel meer verlaten, Zermah. Hebt gij verstaan?”

»Ja, meester.”

Toen James Burbank te midden der zijnen teruggekeerd was, kon hij hun niet ontveinzen, dat de toestand weer zeer onrustbarend geworden was. Daar een aanslag op Camdless-Bay nu als zeker kon aangenomen worden, achtte hij het verkieselijk, dat iedereen verwittigd was.

»Dus,” zei master Walter Stannard, »zouden die ellendelingen, die op het punt staan verpletterd te worden, durven om.....”

»Ja,” antwoordde James Burbank koelbloedig, »zeker zullen zij durven. Texar zal zulk eene gelegenheid om zich op ons te wreken, niet willen laten voorbijgaan. Let er op....”

»Waarop?”

»Dat hij spoorloos verdwijnen zal, wanneer aan zijne wraakgierigheid voldaan zal zijn.”

Allen zaten een oogenblik stil in nadenken verzonken.

Daarna vervolgde James Burbank, die zich bij de gedachte aan zoo iets opwond:

»Maar zullen de misdaden van dien kerel steeds ongestraft blijven?” zei hij... »Zal hij dan steeds een uitvlucht vinden?.... Inderdaad, het is om aan de menschelijke gerechtigheid niet alleen, maar ook aan de Goddelijke gerechtigheid te doen twijfelen!”...

»James,” viel mevrouw Burbank in, »o, beschuldig God niet en dat juist op het oogenblik, dat wij misschien van niemand anders hulp te verwachten hebben dan van Hem!...”

»Laten wij ons onder Zijne Heilige hoede stellen!” zei miss Alice Stannard.

Allen keken een oogenblik, in vrome aandacht verzonken, voor zich heen.

James Burbank herkreeg zijne koelbloedigheid en hield zich onledig met het geven van bevelen, om Castle-House in staat van verdediging te stellen.

»Zijn de negers reeds gewaarschuwd?” vroeg Edward Carrol.

»Nog niet,” antwoordde James Burbank.

»Dan wordt het toch tijd, dunkt me.”

»Het zal dadelijk geschieden.”

»Maar hoe denkt gij de verdediging van Camdless-Bay te voeren?” vroeg master Walter Stannard.

»Volgens mijne opvatting,” antwoordde de eigenaar der plantage, »moeten wij ons bepalen de omheining te verdedigen, die het park en het woonhuis omgeeft.”

»Is dat wel goed ingezien?”

»Mijns inziens, kan het niet anders.”

»Geef uw denkbeeld duidelijk aan.”

»Wij kunnen er niet aan denken,” ging James Burbank voort, »een gewapenden troep op de grens van die plantage tot staan te brengen.”

»Waarom niet?”

»Omdat de aanvallers zeer zeker in grooten getale zullen komen opzetten. Het komt mij dus doelmatig voor, de verdedigers achter de borstwering op te stellen.”

»Ja, maar als de palissadeering bemachtigd wordt?”

»Dan trekken wij op Castle-House terug,” antwoordde James Burbank.

»En dan?”

»Ja, dan... Het heerenhuis is stevig en sterk. Het heeft menigen aanval der Seminool-Indianen glansrijk doorstaan; zoodat ik hoop, dat wij ons daarin ook tegen de bandieten van Texar zullen kunnen verdedigen.”

»Hebt gij nog andere bevelen, James?” vroeg master Walter Stannard.

»Ja, dat mijne vrouw, Alice en Dy, en dat Zermah, aan wie ik die toevertrouw, Castle-House zonder mijn verlof niet mogen verlaten.”

»Maar....”

»Voor het geval dat onze toestand er te gevaarlijk mocht worden, is alles in gereedheid gebracht, dat zij langs de tunnel, die in de kleine baai van Marino en dus ook in de Sint John uitkomt, de vlucht kunnen nemen. Daar zal eene sloep tusschen de hooge biezen van den oever verborgen liggen, waarin zich twee vertrouwde mannen zullen bevinden. En... hoort gij naar mij, Zermah?...”

»Ja, master Burbank,” antwoordde de kleurlinge.

»En in dat geval, Zermah, moet gij de rivier opstevenen, om eene schuilplaats in het paviljoen van de Ceder-Rots te zoeken. Hebt gij dat begrepen?”

»Ja, master Burbank! En uw bevel zal behoorlijk uitgevoerd worden!”

»Maar, gij, James?” vroeg mevrouw Burbank.

»Maar, gij, vader?” vroeg miss Alice.

De twee liefderijke wezens hadden ieder een arm gegrepen, de eene dien van haren echtgenoot James Burbank, de andere dien van haren vader Walter Stannard, alsof het oogenblik reeds daar was om te ontvluchten en Castle-House in allerijl te verlaten.

»Wij zullen allen het mogelijke doen, om ons bij ulieden te voegen, wanneer de stelling niet meer houdbaar zal zijn,” antwoordde James Burbank. »Maar gij moet mij ernstig beloven, dat wanneer het gevaar te groot, te dreigend zal worden, gij veiligheid in die schuilplaats van de Ceder-Rots zult gaan zoeken.”

»Ja, maar....”

»Hier gelden geen maren, waarde vrouw, beste Alice. Wanneer wij overtuigd zijn dat gij in veiligheid zijt, dan zullen wij meer moed hebben, dan zal ons meer stoutmoedigheid bezielen, om die misdadigers terug te drijven of om weerstand te bieden, totdat de laatste patroon verschoten zal zijn.”

Dat was een uiterst treurig vooruitzicht, maar de aangegeven maatregel was toch nog de beste, die te volvoeren was, namelijk wanneer de aanvallers, in dichte drommen oprukkende, er in slaagden de omwalling te bemachtigen en het park binnen te dringen, om dan tot den onmiddellijken aanval op Castle-House over te gaan.

James Burbank hield zich nu terstond onledig met zijn personeel samen te trekken.

Perry en de andere opzieners ijlden naar de verschillende barakken, om de bewoners daarvan bijeen te roepen en hen het park te doen bezetten. In minder dan een uur waren de negers geheel strijdvaardig in de nabijheid der poterne achter de palissadeering gerangschikt. Hunne vrouwen en kinderen evenwel hadden vooraf eene toevlucht moeten zoeken in de bosschen, die in de nabijheid van Camdless-Bay aangetroffen werden.

Ongelukkig waren de middelen tot het voeren van eene ernstige verdediging op Castle-House zeer beperkt. In de tegenwoordige tijdsomstandigheden, dat wil zeggen van af het uitbreken van den oorlog, was het zoo goed als onmogelijk te noemen geweest om wapenen en munitie in voldoende hoeveelheid, voor de verdediging der plantage benoodigd, aan te kunnen schaffen. De poging om ze te Jacksonville aan te koopen, zou volkomen vruchteloos geweest zijn, en men moest zich tevreden stellen met hetgeen, na den laatsten strijd, gevoerd tegen de Seminool-Indianen, in het heerenhuis was overgebleven.

Om kort te gaan: in hoofdzaak bestond het plan van James Burbank, om Castle-House tegen brandstichting en tegen overrompeling te beveiligen. Het geheele landgoed te willen beschermen, de werkplaatsen, de keten, loodsen en timmerwerven te willen redden, de barakken der negers te willen verdedigen, te willen beletten dat de plantage veroverd werd, dat zou eenvoudig onmogelijk zijn. Hij dacht er dan ook niet aan. Ternauwernood had hij vierhonderd negers, in staat om den aanvallers weerstand te kunnen bieden, ter zijner beschikking, en dan nog zouden die brave lieden nog zeer onvoldoende gewapend zijn. Eenige dozijnen geweren werden aan de meest behendige schutters uitgereikt, waarbij de zekerheidswapenen natuurlijk afzonderlijk gehouden waren voor James Burbank en zijne vrienden, alsook voor master Perry en zijne opzieners.

Allen begaven zich naar de poterne. Daar hadden zij hunne manschappen op zoodanige wijze opgesteld, dat zij den stormaanval, die op de buitenomwalling ondernomen mocht worden, zoolang mogelijk weerstand konden bieden. Die buitenomwalling werd daarenboven door de rondgaande gracht versterkt en de nadering derhalve zeer bemoeielijkt, daar die gracht den voet der palissadeering bespoelde.

Het zal wel niet behoeven medegedeeld te worden, dat de wufte Pygmalion zich te midden van al die drukte, uiterst bedrijvig en uiterst bewegelijk betoonde, en dat hij heen en weder liep zonder eenigen dienst te bewijzen. Men zou hem gevoegelijk voor een van die clowns van een kermis-paardenspel hebben kunnen houden, die zich het voorkomen geven alles voor het vermaak van het publiek te doen, maar wier bedrijvigheid al bitter weinig om het lijf heeft.

Pyg beschouwde zich als te behooren tot de bijzondere verdedigers van het woonhuis en dacht er dus volstrekt niet aan om zich bij zijne makkers te voegen, die daar buiten opgesteld waren. Nimmer had hij zijne borst van zooveel toewijding voor James Burbank voelen ontgloeien!

Toen alles ter verdediging in gereedheid gebracht was, wachtte men natuurlijk.

De voornaamste quaestie was thans, te weten te komen, van welken kant de aanval ondernomen zoude worden.

Wanneer de aanvallers zich op de noordelijke grens van de plantage zouden vertoonen, dan zoude de verdediging met meer klem gevoerd kunnen worden. Wanneer daarentegen de aanval van den kant der rivier zou ondernomen worden, dan zou de zaak meer moeielijkheden aanbieden, daar Camdless-Bay van dien kant geheel open lag.

Wel is waar, kan een debarkement steeds als eene lastige onderneming beschouwd worden. In ieder geval zou een vrij groot aantal vaartuigen benoodigd zijn, om een gewapenden troep met spoed van den eenen oever der Sint John naar den anderen over te voeren.

Dat waren de gebeurlijkheden, die James Burbank en zijne vrienden Edward Carrol en Walter Stannard bezighielden en waarover zij druk van gedachten wisselden, terwijl zij den terugkeer der verkenners afwachtten, die zij naar de grenzen der plantage gezonden hadden.

Men zou niet lang behoeven te wachten, om behoorlijk ingelicht te worden omtrent de wijze hoe de aanval geschieden zou en hoe hij geleid zoude worden.

Tegen half vijf in den avond, keerden de verkenners, na de noordelijke grens van de plantage ontruimd te hebben, in allerijl op de hoofdstelling terug en brachten hun rapport uit.

Eene kolonne van gewapende mannen, welke van dien kant kwam, rukte tegen Camdless-Bay op.

Was het eene afdeeling der militietroepen van het graafschap of was het slechts een gedeelte van het grauw, dat, op plundering belust, zich belast had, het besluit van Texar tegen de vrijgelaten slaven ten uitvoer te brengen?

Dat kon toen nog niet met zekerheid gezegd worden, maar vooral was reeds zeker, dat die kolonne meer dan duizend man sterk was, waaruit volgde, dat het onmogelijk geacht moest worden aan die macht met het geringe personeel van de plantage weerstand te bieden. Men mocht evenwel hopen, dat wanneer ook al de gepalissadeerde omheining stormenderhand genomen werd, Castle-House evenwel een meer ernstigen en meer langdurigen weerstand zou kunnen bieden.

Maar wat al dadelijk helder bleek, dat was dat die kolonne geen debarkement had willen beproeven in de kleine havenkom of op den oever van de Sint John, waar die Camdless-Bay bespoelde, dat niet van moeielijkheden ontbloot was; maar dat zij de rivier beneden Jacksonville door middel van een vijftigtal vaartuigen overgestoken was. Ieder dier sloepen had evenwel drie of viermaal den overtocht moeten bewerkstelligen om dien troep over te voeren.

Het kon dus als een doelmatige maatregel geroemd worden, dat James Burbank al het personeel der plantage in de binnenruimte van het park van Castle-House had doen terugtrekken. Het zou toch onmogelijk geweest zijn de grens van het landgoed aan een behoorlijk gewapenden troep te betwisten, die daarenboven het vijfvoudige van de verdedigers bedroeg.

In één woord: de naderende verwoesting uitte zich onder de verschrikkelijkste vormen. (Bladz. 155).

In één woord: de naderende verwoesting uitte zich onder de verschrikkelijkste vormen. (Bladz. 155).

Maar wie voerde de aanvallers aan? Was dat Texar in persoon? Dat mocht met grond betwijfeld worden. De Spanjaard toch zou er wel op bedacht zijn geweest, dat het roekeloos mocht heeten zich aan het hoofd zijner benden te stellen, in dit tijdperk dat de federalistische troepen naderden. Intusschen, mocht het zijn, dat hij zoo handelde, dan kon dat daarop duiden, dat hij besloten was, wanneer zijne wraak gekoeld, wanneer de plantage verwoest, de familie Burbank vermoord of in zijne handen gevallen zoude zijn, te vluchten naar de Zuidelijke graafschappen, wellicht naar de Everglades, dien moerassigen uithoek van Zuid Florida, waar het zeer moeielijk zoude zijn hem te gaan opsporen.

Die gebeurlijkheid kon als de ergste van allen beschouwd worden, en zij was het dan ook, die het brein van James Burbank voornamelijk bezighield. Om die reden had hij besloten zijne echtgenoote, zijn dochtertje en Alice Stannard, die hij allen aan de toewijding van Zermah toevertrouwd had, in die schuilplaats van de Ceder-Rots in veiligheid te stellen.

Wanneer hij en zijne vrienden genoodzaakt zouden worden om Castle-House te ontruimen, dan zouden zij pogen zich daar bij hunne lievelingen, hun kroost te voegen en daar dan te verwijlen totdat de zekerheid en veiligheid der eerlijke lieden onder de hoede van het federalistisch leger zouden gewaarborgd zijn.

Eene sloep lag dan ook, onder de bewaking van twee te vertrouwen negers verscholen tusschen de biezen van den oever der Sint John, te wachten bij het uiteinde van de tunnel, die het woonhuis in verborgen gemeenschap stelde met de Marino kreek.

Maar alvorens tot die scheiding, tot dat uiterste middel zijne toevlucht te nemen, moest men zich verdedigen. Men zou eenige uren weerstand moeten bieden, althans tot aan het vallen van den nacht. Dan zou de sloep, begunstigd door de duisternis, heimelijk de rivier kunnen opstevenen, zonder gevaar te loopen door de verdachte vaartuigen, die men op de Sint John zag zwerven, achtervolgd en ingehaald te worden.