145 Alagia was de vrouw van Marcello Malaspina, uit een geslacht aan hetwelk Dante wegens goedheid, in zijn ballingschap hem bewezen, dank schuldig was.
4–6 meerlen, Ital. merli, woord dat hier slechts voorkomt, aanduidend een onderdeel van de verschansing.
13–15 Ook hier denkt Dante aan den held, die een einde zal maken aan de wereldlijke macht van den Paus en zoo aan alle gierigheid der menschen.
16–18 jammerden, Ital. lagnarsi: zich scheuren; kan echter niet van eenig rouwmisbaar, met de handen bedreven, bedoeld zijn, daar deze schimmen de handen en voeten gebonden hebben.
31–33 Sint Nicolaas. De bij ons te lande zoo goed bekende Bisschop van Mira, die eens vernomen had dat een vader zijn drie dochters bij gebrek aan een bruidsschat zich aan de prostitutie wilde laten overgeven, en daarom heimelijk 's nachts twee zakken gouds bij haar in het venster liet werpen.
64–69 tot boete,—ironisch bedoeld.
67 Karel, Hertog van Anjou.
70 eenen tweeden Karel, nl. van Valois.
79 Den ander = Karel van Anjou, Koning van Apulië, krijgsgevangen gemaakt door den admiraal van Pieter van Arragon.
87 In 1303 werd Paus Bonifacius VIII gevangen genomen door Philips den Schoone, Koning van Frankrijk. Alagne is in de Romeinsche campagne.
92 In den tempel, dit slaat op de Orde der tempeliers, door Philips den Schoone gewelddadig opgeheven in 1307.
103 Pygmalion, die uit gouddorst zijnen broeder, Dido's echtgenoot, vermoordde.
109 Acam; op Jozua's bevel gesteenigd om het zich toeëigenen van een gedeelte van den buit van Jericho.
112 Safira, Handelingen V. 113. Heliodorus, op het punt om de tempelschatten te rooven, werd teruggedreven door een gewapend en gespoord man.
115 Polydorus, zie Aen. III.
121 d.w.z. ik was de eenige die luid sprak. Deze eerste regels geven antwoord op 36.
130 Delos, het eiland waarop Latona Apollo en Diana baarde, was volgens de legende vóór die geboorte los van den bodem der zee.
1 De dorst naar weten.
36 zijne zachte voeten: de zandige kust aan den voet des bergs.
50 de dochter van T. is Iris, de regenboog, die op aarde steeds tusschen zon en toeschouwer staat.
52 Droge damp, als oorzaak der winden in tegenstelling met de vochten, die den regen veroorzaken.
56 door wind, die voor oorzaak der aardbevingen werd gehouden.
61–66 De ziel voelt den wil tot opstijgen reeds eerder, maar deze wordt bestreden door den wil zich te louteren. Is de loutering volbracht dan voelt zij den éénigen wil tot stijgen.
85 den naam, die, enz., d.i. die van den dichter.
91 Statius is de dichter der Silvae, der Thebais en der op lange na niet voltooide Achilleïs.
3 een merkteeken, n.l. één van de zeven P's.
5 Het geheele gezang luidt: Welgelukzalig die dorst hebben en die honger hebben. De honger is bewaard voor den hoogeren cirkel in zang XXIV.
40 Zie de Aeneïs III.
en hoe volgens den Zevenden Zang in den 4en omgang der Helexterne link de gierigen worden gestraft.
43 één van de weinige plaatsen waar Dante om het rijm een valsch beeld gebruikt.
46 Zie Hel. VII 57externe link.
49 Evenals in de Hel wordt hier gierigheid met haar, tegendeel spilzucht te zamen gebracht. Weerkaatst heb ik hier zijn letterlijke beteekenis genomen omdat ook Dante het eigenlijke woord aan het kaatsspel ontleent. „Zijn groenheid droogt” is eene omschrijving van louteren.
55 de dubbele droefenis zijn de beide elkaar vijandige zoons van Iöcaste en Oedipus, van wie de ééne, Polynices, de Grieken (vs. 88) tegen zijn broeder en zijn vaderstad Thebe deed optrekken.
58 „tokkelt” in proza schijnt dit woord eenigszins gezocht, is echter in het origineel geheel in overeenstemming met den luchtigen toon die den ganschen Canto, de ontmoeting der drie Dichters vertellende, kenmerkt.
70 Dit zijn de beginwoorden van één der Herderszangen, door lateren opgevat als voorzegging van het Christendom.
104 dien berg: den Parnassus.
10 „Labia etc.” Zie Psalm 51 vs. 17: Heer, open mijne lippen en ik zal uwen lof verkondigen.
25 Erisichthon, die Ceres minachtte; daarom gestraft werd met onverzadigbaren honger zoo dat, door zijn eten van al wat hij bezat, tot volslagen armoede vervallen, hij er toe kwam zijne tanden in zijn eigen vleesch te slaan. Aan dat oogenblik moet hier gedacht worden.
29 Toen Jerusalem door Titus werd belegerd, kwam ééne vrouw, M., ertoe haar eigen kind te verslinden. Zie Vondels Jerusalem verwoest.
45 verwoest: n.l. de kenbare trekken.
48 Forese Donati, broeder van Corso Donati, partijhoofd der zwarten (adel en rijke burgers).
66 loutert, letterlijk: hermaakt zich hier heilig.
73 de begeerte tot verlossing van de zonde die Christus tot het kruis bracht. Eli; één der laatste woorden door Chr. aan het kruis gesproken. Matth. XXVII: 46.
79 Dante verwachtte Forese vóór de poort van den Louteringsberg te vinden, daar deze zich eerst berouwd had op het einde van zijn leven, toen het vermogen om te zondigen hem ontnomen werd.
81 terugbrengt, letterlijk: weder huwelijkt aan God.
84 immers, voor de Póort van den eigenlijken Louteringsberg moeten de tragen even lang wachten als de traagheid in hun leven heeft geduurd.
94 Barbagia, een streek in 't binnenland van Sardinië, waar 't heette dat de vrouwen nagenoeg ongekleed gingen.
109–112 Deze regelen slaan op de vele rampen, die de Florentijnen zullen hebben te doorstaan, voor dat de zuigeling van nu manbaar zal zijn geworden.
119 voor luttel dagen, het origineel heeft eergisteren, doch het was voor-eergisteren. Immers nu is het Paasch-Maandag en het was Goede Vrijdag bij volle maan, wanneer Dante den Tocht begon.
132 Zie XX 127 waar de berg schudt uit vreugde over de voltooide loutering van Statius.
4 weder gestorven, n.l. ten tweeden male, wegens hunne magerheid.
8 Zij: de schim van Statius, die ter wille van Virgilius langzamer gaat.
10 Piccarda, Forese's zuster, die in een klooster gegaan, gedwongen werd er uit te gaan en te huwen maar weldra stierf.
19 B. de Lucca, een rijmer.
22 dit is Martinus IV bisschop van Tours, later Paus.
30 Bonifazio, bisschop van Ravenna; van welk bisdom de herders-staf den vorm van een spinrokken had.
37 ik hoorde hem „Gentucca” mompelen in zijne tanden, dus waar hij den onbevredigden honger voelde.
43 den hoofd-band, het kenmerk der gehuwden.
51 „Vrouwen—etc.” uit de „Vita Nuova.externe link” Zie Inleiding „Hel.”externe link
58 degene, eigenlijk dengene, daar Amore in het Italiaansch mannelijk is.
61 de afstand die den gemaniereerden van den geinspireerden stijl scheidt is zoo groot, dat men van uit den een den anderen niet kan zien.
82 Voorzegging van den dood van Forese Donati's broeder Corso Donati, partijhoofd der zwarten. Hij kwam om door een val van het paard, waarbij hij in het tuig verward bleef (15 Sept. 1308).
90 Forese noemt met opzet zijns broeders naam niet.
121 de Centauren, zijn de wezens, in de wolken geformeerd met tweevoudige borst, n.l. die van een paard en van een man. Toen zij met wijn verzadigd waren, begonnen zij op de bruiloft van Pirithous gewelddadigheden, waarvoor Theseus ze boeten deed.
124 Gideon koos diegenen, die bij de bron gekomen niet neerknielden om te drinken, maar staande water met de hand schepten.
148 Zóó voelde. De dichter zegt het wel niet, maar men kan naar anologie met hetgeen op de andere omgangen gebeurt begrijpen dat hij aldus hier de Zesde P van het voorhoofd kwijt raakt.
1–3 De zon staat nu in den Ram. De Stier is het beeld volgende op den Ram, dus als deze in den middagcirkel staat is het twee uur na den middag. De nacht is het punt, recht tegenover de Zon, aan het Noordelijk halfrond. Dit valt in de Weegschaal. Het beeld, dat daarop volgt is de Schorpioen. Staat deze in den Meridiaan, dan is het in het Noordelijk halfrond twee uur na middernacht.
31 Of volgens andere lezing: „de eeuwige wraak openbaar”.
63 een wijzere n.l. Averroës of Ibn Rasch (zie Hel IV 152externe link) die in zijn commentaar op Aristoteles het mogelijk verstand (intellectus possibilis, den al-geest, in tegenstelling met intellectus agens, die de zinsindrukken tot het bewustzijn brengt) van de ziel scheidt.
79 wat dit in mogelijkheid beteekent kan misschien begrepen worden, indien men de tegenstelling tusschen intellectus possibilis en intellectus agens in het oog houdt.
88 levende leden—het lichaam dat op aarde leefde.
100 dáárvan: van de gevormde lucht.
109 Aankomst op den Zevenden Ommegang.
139 de laatste wonde—de laatste van de zeven P's.
61 n.l. de begeerte om zich te louteren, die nu nog strijdt met de begeerte om ten hemel te stijgen, zie zang XXI, vs. 64.
94 Lycurgus; zie het verhaal bij Statius in de Thebais vs. 721.
130 tot zóóver: dus met weglating van: en veroordeel ons niet.
1 Dante neemt Ganges en Ebro als oostelijke en westelijke grens, Jerusalem als middagcirkel van ons halfrond; dus, wanneer voor den Louteringsberg de zon ondergaat, is het noen bij den Ganges, morgen te Jerusalem en staat de nacht in de Weegschaal, het sterrebeeld tegengesteld aan den Ram, waarin nu de Zon staat.
13 Dante wil zeggen dat het afstand doen van die genietingen hem voorkwam gelijk aan den dood te zijn.
22 Gerion. Zie Hel canto 19externe link.
58 „Komt, gezegenden mijns Vaders.”
94 Cytherea, Venus, nu staande in het teeken der Visschen, dat vóórgaat aan het teeken van den Ram, waarin nu de Zon is.
101 Lea en Rachel uit het O. T. verbeelden het practische en het beschouwende leven, nog voor het licht van Christus aan Dante is verschenen. In het aardsche Paradijs zullen hem weldra hetzelfde verbeelden de Christinnen Mathilde en Beatrice.
127 het tijdelijk vuur, nl. op den Berg en het eeuwige in de Hel.
129 Uit mijzelven—Virgilius is het licht der goddelijke genade niet deelachtig.
142 Over u zelven—nl. als heer over u zelf, dus: als uw eigen meester.
67 Nu recht-op gericht, d.w.z. niet meer bloemen plukkende.
80 Psalm XCII, vs. 5 (Vulgata).
85 Louteringsberg XXI, 52–54 vertelde immers Statius dat vanaf de poort van den Louteringsberg naar boven geen wind of regen meer was.
102 Nl. door de poort van St. Pieter.
103 Dante denkt zich om de stilstaande aarde negen hemelkringen, van oost naar west draaiende, genoemd naar de zeven planeten (de Maan, Mercurius, Venus, de Zon, Mars, Jupiter en Saturnus). De achtste is die der vaste sterren, de negende het Empyreum. Zie „het Paradijs”.
136 Kransje,—nl. de mededeeling van eene waarheid.
3 Wier zonden, nl. de 7 P's die nu alle uitgewischt zijn.
27 Onder eenigen sluier, d.w.z. verstoken van de Kennis des Goeds en des Kwaads.
46 het verkeerd geziene: letterl. het gemeene, d.i. wat beiden dingen gemeen is, dus de gelijkenis doet vinden.
75 Penseelen, het Italiaansche pennelli kan ook beteekenen: baniertjes of wimpels. Delia, nl. Diana of de Maan.
79 de zeven kandelaren = de zeven gaven v. d. Heiligen Geest; de tien schreden = de tien geboden.
82 Vierentwintig ouderlingen—vertegenwoordigend 24 boeken van het Oude Testament, zie Apocal. IV. 4.
94 Argus, de duizend-oogige bewaker, verbeeldende den sterrenhemel, door Juno over hare medeminnares Iö tot bewaker gesteld; hij werd door Mercurius Jupiter ten gevalle gedood. Zijne oogen kwamen neer op Juno's vogel, den pauw.
108 De griffoen is een uit twee dieren samengesteld dier. Het voorste deel van het lichaam is van een arend, het achterdeel van een leeuw. Met dit dier wordt Christus voorgesteld, in wien twee naturen zijn: de goddelijke, die zich verheft (de arend) en de menschelijke, die aan de aarde gebonden is (de leeuw).
118 De zonnekar, door Phaëton onkundig bereden, zoodat hij de aarde verzengde, werd verbrand. Dante verbeeldt hierin alle hare rechtmatige grenzen te buiten gaande macht, waarschijnlijk die der Rom. Curie, die, tot de geestelijke heerschappij geroepen, zich ook de wereldlijke aanmatigt.
121 Drie vrouwen: Liefde, Hoop, Geloof.
130 vier: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, moed en gematigdheid. Voorzichtigheid leidt den dans; deze heeft drie oogen.
133 twee, Lucas als geneesheer, en schrijver der Handelingen, Paulus met het zwaard der waarheid.
142 Vier, wie der apostelen of kerkvaders is niet zeker; een oude is Johannes, die slapende de Gezichten der Openbaring zag.
154 teekenen: de kandelaren.
1 Het zevengesternte zijn de zeven kandelaren. Zie XXIX. 49. De eerste Hemel is het aardsche Paradijs.
16 Zóó groot eenen grijsaard—een van de 24, zie canto 29—dus Salomo als schrijver van het Hooglied.
23 Roos-kleurig, misschien beter „vol-daan”.
39 De aangehaalde woorden zijn die, waarmede Virgilius Dido's liefde kenschetst voor haren eersten man. Zoo ook vs. 48.
52 alles wat, nl. al de heerlijkheden van het Paradijs.
57 zwaard, nl. van het berouw.
73 verwaardigdet, dit is met eenige ironie gezegd en met eenige bitterheid over Dante's afdwalingen.
82 Psalm 30. (Vulgata).
85–90 Men lette er op hoe naar waarheid Italië's klimaat wordt beschreven, blootstaande aan de koude winden uit Slavonië, de heete uit Afrika.
109 De groote raderen, de hemelsferen. Het zaad, nl. ieders aanleg.
112 Met de dampen, die oorzaken zijn van de regens, worden hier vergeleken de ondoorgrondelijke oorzaken, die de goddelijke genade, hun gave, doen nederregenen. Hier wordt wederom even als in de Hel het gedrag der menschen afhankelijk gesteld van de inwerking der sterren en de goddelijke genade.
115 In vermogen, in mogelijkheid of aanleg, in tegenstelling met: in werkelijkheid.
116 gewaad genomen als kenmerk van het ambt door iemand bekleed.
133 De inblazingen of inspiratie die, op hare voorbede, God hem zond.
7 Mijne deugd, hier en meermalen elders wordt het woord deugd gebruikt in zijn oorspronkelijken zin van kracht, evenals het Latijnsche virtus, van vir, man. Vergelijk het Oud-Germaansch degen = held.
30 voor hen uit loopen,—bij wijze van huldebetoon.
40 Het zwaard der gerechtigheid wordt gescherpt door een rad. In geval van belijdenis keert het rad zich tegen de snede en wordt het zwaard gestompt.
46 het zaad nl. de oorzaak, hier de zware last van vs. 19.
57 zoodanig, niet meer behoorend tot de sterfelijke zaken.
70–72 door Noord- of Zuid-wind.
76 de eerste schepselen, de engelen.
81 Voor den griffoen. Zie XXIX, 108.
97 Psalm 50.
109 versta: de drie van ginds van de kar, de theologische deugden, die dieper spieden, zullen Uwe oogen scherpen om te zien in het aangename licht, dat daarbinnen, nl. in B.'s oogen is.
121 daarbinnen-in, nl. in B.'s oogen, het ééne en het andere bestier, zijn menschelijke en goddelijke natuur.
23 De boom verbeeldt Rome of het Romeinsche Rijk.
37 „Adam” wordt geroepen als de eerste zondaar, maar ook wordt met Adam, die in het Aardsche Paradijs geplaatst zich vergreep aan den verboden Boom, verbeeld de Paus, die te Rome geplaatst als ondergeschikte van den Keizer, zich aan diens autoriteit onttrok en zich vergrijpt aan diens wereldlijke macht. Van de ongehoorzaamheid des Pausen komt de verlatenheid van het Romeinsche Rijk, de wanorde en ellende van Italië.
52 In de lente staat de zon in den Ram die volgt op de Visch.
64 Iö werd bemind door Jupiter; Juno had daar erg in; Jupiter herschept de beminde in eene koe; Juno laat de koe bewaken door den honderd-oogigen Argus; Jupiter zendt Mercurius die zoetelijk zingt van Syrinx, de nimf bemind door Pan, zoodat Argus' honderd oogen insluimeren en hij door Merc. wordt gedood.
82 Pia = Mathilde.
73–87 Christus wordt hier vereenzelvigd met den appelboom uit het Hooglied cap. II, en voor de geheele vergelijking zie men Mattheüs XVII. Met den diepen slaap is bedoeld die van Lazarus.
100–102 Vreemdeling, eigenlijk woudbewoner, silvano. Italië wordt als woud of wildernis beschouwd in tegenstelling met den Hemel, hier Rome genoemd, met Christus als burger.
109 De bliksem gedacht als komende (regenende) uit de hoogste luchtstreek, grenzende aan het vuur.
De adelaar verbeeldt de keizers, vervolgers der Christenen, de wolvin de ketterij.
124 Deze vederen verbeelden de wereldlijke macht en goederen aan de Kerk gegeven.
130 De draak verbeeldt Satan.
136 verg. Hel XIX 115externe link.
142 De hoofden verbeelden de zonden der Kerk, de Hoer, de Pausen; de Reus, die koningen van Frankrijk die bewerkten dat de Paus zijn zetel te Avignon hield.
154 —naar mij—nl. naar de Ghibellijnen.
157–160 Door het vertrek der Pausen naar Avignon (hier voorspeld en gebeurd in 1305 onder Clemens V) raakt de Paus geheel uit het oog der Ghibellijnen.
1 De psalm 78, waarin voorzegd worden de rampen die zullen komen over Jerusalem, hier toegepast op die van Italië.
34 Het vat—nl. de wagen die de Kerk verbeeldt.
43 een aanvoerder, een keizer door Dante steeds verwacht als hersteller van het Pausdom binnen de daaraan gestelde grenzen en als hervormer van het geheele Rijk, vooral van Italië.
49 Zonder schade enz. Zooals te Thebe de oplossing van het raadsel der Sfinx door Oedipus.
63 nl. door zich te laten kruisigen.
67 De wateren van den Elsa (in Toscane) overdekken al wat er in valt, met een steenachtige laag. Piramus maakte met zijn bloed de witte moerbei rood.
76 d.i. opdat men wete dat gij hier zijt geweest, gelijk men aan de palm-bladeren om den pelgrimsstaf, de pelgrims herkent die in het Heilige Land zijn geweest.
91 ulieden, de hemelingen.
123 Alleen van het kwade verliest men de heugenis door het drinken van Lethe.