Willen de lezers van dit werk de vriendelijkheid hebben, van den schrijver zelven hunne geloofsbrieven te nemen voor de verschillende plaatsen, die het onderwerp zijner herinneringen uitmaken, dan zullen zij ze, in hunne verbeelding, wellicht op des te aangenamer wijze bezoeken, en beter begrijpen wat zij mogen verwachten.
Er zijn veel boeken over Italië geschreven, welke talrijke middelen opleveren ter beoefening der geschiedenis van dat belangwekkende land en de tallooze associatiën die er zich om heen winden. Ik verwijs schaars tot dat magazijn van kennis; want al heb ik, in mijn eigen voordeel, toevlucht genomen tot de voorraadschuur, dan beschouw ik het daarom toch niet als een noodzakelijk gevolg er van, dat ik haar licht toegankelijken inhoud voor de oogen mijner lezers moet ontvouwen.
In deze bladen zullen zij evenmin een ernstig onderzoek van het bestuur of wanbestuur van dat land vinden. Het kan niet missen, of een bezoeker van dat schoone land moet, ten aanzien van dat onderwerp, eene innige overtuiging verkrijgen; maar vermits ik het, als vreemdeling, gedurende mijn verblijf aldaar, verkoos, mij te onthouden van het redetwisten over dergelijke vraagpunten met Italianen, van welke rang ook, zou ik thans maar liever niet in dat onderzoek treden. Gedurende de twaalf maanden, dat ik een huis te Genua bewoonde, heb ik nooit ondervonden, dat de bestuursmachten, uit den aard achterdochtig, mij wantrouwden; en het zou me spijten, als ik ze reden gaf om hare onbekrompen hoffelijkheid, ten aanzien van mij zelven of eenigen mijner landgenooten, te beklagen.
Waarschijnlijk is er in geheel Italië geen beroemd schilderstuk of standbeeld, dat niet begraven kon worden onder een berg gedrukt papier, gebruikt tot verhandelingen er over. Daarom zal ik niet in het breede uitweiden over beroemde schilderijen en beeldhouwwerken, hoezeer ik een warm bewonderaar der schilder- en beeldhouwkunst ben.
Dit boek is eene reeks van zwakke weerkaatsingen—enkel schaduwen op het water—van plaatsen, welke de verbeeldingskracht der meeste menschen in hooger of minder graad aantrekken; aan welke zich de mijne jaren lang heeft gehecht, en welke voor allen eenigermate belangwekkend zijn. Het grootste gedeelte dezer beschrijvingen werden op de plaats zelve ten papiere gebracht en van tijd tot tijd in vriendschappelijke brieven naar huis gezonden. Die omstandigheid vermeld ik niet als eene verschooning voor eenige leemten, daarin te vinden, want dat zou geene verontschuldiging zijn; maar als een waarborg voor den lezer, dat zij ten minste zijn geschreven toen ik van het onderwerp vol was en onder de levendigste indrukken der nieuwheid en frischheid.
Hebben zij misschien het voorkomen van iets hersenschimmigs en beuzelachtigs, wellicht dat de lezer zal veronderstellen, dat ze geschreven zijn in de schaduw, op een zonnigen dag, te midden van de voorwerpen waarover ze handelen, en zij zullen hem er niet te minder om bevallen, dat ze blijk geven van zoodanig een invloed van het land.
Ik hoop niet, dat ik, ten aanzien van eenig ding, in deze bladen vervat, met eenige waarschijnlijkheid verkeerd zal worden verstaan door de belijders van het katholiek geloof. In een mijner vroegere voortbrengsels heb ik mijn best gedaan, hun recht te laten wedervaren; en ik hoop, dat zij het in dit werk ten mijnen opzichte zullen doen. Maak ik melding van eenigerhande vertooning, die mij ongerijmd of onaangenaam voorkwam, dan zoek ik die niet in verband te brengen, noch erken, dat ze noodwendig in verband staan met het wezenlijke van hun geloof. Als ik handel over de plechtigheden in de Heilige Week, dan spreek ik alleen over het uitwerksel er van; dan doe ik daarom geen aanval op des goeden en geleerden Dr. Wiseman’s verklaring van deze. Als ik er een wenk van geef, dat ik een tegenzin heb van nonnenkloosters voor jonge meisjes, die de wereld afzweren alvorens zij ooit een proef van deze genomen of haar gekend hebben; of als ik twijfel aan de heiligheid, krachtens het ambt (ex officio), van alle priesters en monniken; doe ik niets meer dan menig nauwgezet katholiek, in mijn land zoowel als in den vreemde.
Ik heb deze tafereelen vergeleken bij schaduwen op het water geworpen, en zou gaarne de hoop koesteren, dat ik het water nergens zoo ruw heb geroerd, dat er die schaduwen door zijn bedorven. Ik kon nooit sterker verlangen, met al mijne vrienden op goeden voet te staan, dan thans, nu zich al wederom ver gelegen bergen op mijn weg verheffen: want ik heb niet noodig te aarzelen in het afleggen der bekentenis, dat ik er op gezet ben, een kort geduurd hebbenden misslag te erkennen, welken ik, niet lang geleden, beging, door het storen der oude betrekkingen tusschen mij en mijne lezers, en dat ik, voor een oogenblik afwijkende van mijne oude bezigheden, op het punt sta, die met opgeruimdheid in Zwitserland weder op te vatten; waar ik, gedurende nog een jaar afzijns, tegelijkertijd onafgebroken de plannen kan uitwerken, welke ik nu in mijn hoofd heb; en, terwijl ik mijne Engelsche toehoorders binnen het bereik mijner woorden houd, tevens mijne kennis kan uitbreiden van een edel land, dat onuitsprekelijk aantrekkelijk voor mij is.
Dit boek is zoo toegankelijk mogelijk gemaakt, omdat het mij groot genoegen ware, zoo ik mocht hopen, door middel daarvan, mijne indrukken te vergelijken met die van eenigen onder de menigte, welke de geschetste tooneelen later met belangstelling en genoegen zullen bezoeken.
En nu heb ik alleen nog maar, naar de wijze der reispassen, het signalement mijner lezers te schetsen, hetwelk ik hoop dat, voor beiderlei sekse vooronderstellenderwijze, in dier voege geschetst kunne worden:
| Kleur | Schoon. |
| Oogen | Zeer vroolijk. |
| Neus | Niet trotsch. |
| Mond | Lachend. |
| Aangezicht | Stralend. |
| Algemeene uitdrukking | Uiterst aangenaam. |