[64] Voor karre; verg. tesch voor tasch, enz.
[65] Zooveel als kletsen, klappen.
[66] oud paard, thans veelal knol.
[67] òf van den adem en 't hijgen, òf (met Van Lennep) van het rukken (tocht voor trek, ruk) te verstaan.
[68] Onophoudelijk slaat (gelijk het leer).
[69] verworpen, verschoven.
[70] Thans zonder verbuigingsvorm, schamele, boze.
[71] straf ('t Fransche peine).
[72] Anders uitgenomen.
[73] behagen, inzicht.
[74] die-gestrekt: Germ. voor die gestrekt zijn; ten zij men die wilde wegschrappen en lezen: De stappen in het zand, enz.
[75] eenvoudige.
[76] Voor de, gelijk reeds herhaaldelijk; men wachte zich echter wel dit den als dèn uit te spreken, gelijk ook thans nog velen doen.
[77] uitstel.
[78] Voor in schoonen bloei.
[79] voor benedengrond.
[80] Voor speur; verg. echter opsporen.
[81] Anders oogwenk; evenzoo oogen-merk bij Cats voor ons oogmerk.
[82] Verbogen vorm van ruit, wijnruit.
[83] Van verstand namelijk (verg. 't Hoogd. klugheit en klug).
[84] Voor ten ondergebracht.
[85] gevleid (verg. 't Hoogd. schmeicheln).
[86] Verbogen naamval, thans tot bastaardij verkort.
[87] besmeert het.
[88] voegt, plaatst.
[89] Voor blind, onwijs.
[91] Voor bezocht als gast.
[92] plat bord.
[93] prijkte (verg. ons te pronk staan.)
[94] Voor totter of tot den tijd.
[95] Germanisme voor tergende.
[96] Verschoont zich, zoo goed hij kan.
[97] geklap.
[98] Voor klank.
[99] bijzonder.
[100] 't vroeger wellevens-kunst. Gelijk thans nog welsprekend- en wellevend-heid.
[101] toegelegd, beschikt.
[102] Thans gegund.
[103] onschuld.
[104] doodgebeten.
[105] Thans zou men schrijven gebiedt.
[106] macht (verg. vroeger).
[108] zijner, thans tot zijn ingekort.
[109] voor korten tijd, thans kortelings.
[110] van nut, dienst.
[111] Men vergelijke, des belust, de bevallige bewerking der zelfde voorstelling door den Westfrieschen boer Corn. Maerts, in 't Nederl. Liedeboek of de nieuwe uitgave zijner Gedichten, bl. 141.
[112] Noordewind.
[113] De zonnegod.
[114] mitsdien.
[115] Thans plaats.
[116] Thans na.
[117] Voor reiziger.
[118] Thans begon.
[119] Thans niets.
[120] Versta: hij zich.
[121] Thans rede.
[122] Rijmshalve voor voorgehouden.
[123] Thans verschuldigde, verdiende.
[124] uitgelezen kleinood.
[125] Voor verwilligd, er toe bewogen.
[126] gevraagd.
[127] Hier, in bedrijvenden niet lijdenden zin: barmhartig, niet armzalig.
[128] bereid.
[129] woud ('t Fr. forêt).
[130] Voor met snelle vaart.
[131] boven, meer dan.
[132] onderworpen is aan.
[133] Rijmshalve voor beschutten.
[134] hongert naar.
[135] Thans wier.
[136] ook.
[137] Of zeug, zie 4 reg. lager.
[138] biggen te werpen, kramen.
[139] Germ. voor bood aan.
[140] vet, hier voor den vetten, welgevulden balg.
[141] Daargelaten, wat gij omtrent de opvoeding doet of niet doet.
[142] Volledige verbuigingsvorm voor het thans geheel ingekorte een volle krib.
[143] Roemende van.
[144] Het welbekende paard der vier Heemskinderen; zie de afbeelding, des belust, in Alberdingk Thijms Karol. Verhalen.
[145] berijden onder den man (verg. nog pikeur).
[147] verschalken.
[148] komt, vermocht te.
[149] uws weegs.
[150] bewaar, behoud, blijf bewonen.
[151] Thans waarop.
[152] 't Fransche part voor poets.
[153] Thans naar.
[154] van blinde.
[155] Thans tong.
[156] deugd doet, weldoet.
[157] Reintjen de vos.
[158] Eig. apen; wellicht dacht Vondel aan de meer-kat.
[159] Thans klouteren, maar eig. de verlengde vorm van klaven, dat de versterkte vorm van klieven is; verg. het Hoogd. klafter.
[160] Thans niets.
[161] Vondel rekende hier buiten de M'clures en Kanes onzer dagen.
[162] zich achterwaarts bewegen (naar de oorspronkelijke beteekenis van 't woord).
[163] Thans ofschoon ook.
[164] Hunlieden, hun.
[165] Hij zou't het.
[166] voorbeeld.
[167] zoo hij wilde.
[168] zich begeven.
[169] Voor gepelsden; bont (naar Van Lennep's juiste opmerking) in denzelfden zin, als in bont- of pelswerker genomen.
[170] Anders gansch en al, heelendal.
[171] priemen en pramen, gelijk striemen en stramen.
[172] bedrogen, in de luren geleîd.
[173] wijl.
[174] hapert.
[175] vlam (verg. nog ons lichterlaaye d. i. met of in heldere vlam).
[176] als gezegend.
[177] Thans hen.
[178] Er op bedacht zal zijn, zich te wreken.
[179] Voor hield (gelijk nog in de spreektaal).
[180] Thans fêteeren (van 't Fransche fêter).
[182] weest te vreden, vergenoegt u.
[183] bron.
[184] al waart gij ook.
[185] Voor verontschuldiging.
[186] verwoed.
[187] Thans de keel.
[188] hoe langer hoe krachtiger.
[189] Thans goederen.
[190] den goeden naam.
[191] ontziet u, hoedt u.
[192] Voor zal.
[193] meest naar mijn aard.
[194] stilt, voldoet.
[195] beddeveêren.
[196] Wel een bewijs, dat Vondel bewegen niet anders dan met zwakke verbuiging kende, daar hij anders hier zeker bewogen gebezigd had; versta thans: betrokken, getroffen.
[197] Tot den tijd toe, zoo lang tot; verg. vroeger.
[198] belangstelde.
[199] schimpend gesnap.
[200] Thans van een eik.
[201] Germ. voor ver.
[202] Te boven gaan.
[203] uitstekendste, schitterendste.
[204] 't Is met lof, als met beest, feest en andere derg.: de rad uitgesproken d van 't lidwoord is tot t verscherpt, en daardoor 't woord schijnbaar onzijdig geworden. Met oorlog (hier door Van Lennep vergeleken) is 't anders, daar dit, in zijn laatste deel (log) oorspronkelijk werkelijk onzijdig was.
[205] Thans groene.
[206] denkende aan.
[207] Thans hun.
[208] Tot dat.
[209] zwellende.
[210] Tot dat.
[211] Rijmshalve voor het gras.
[212] boven.
[213] achten.
[214] ongelijk, niet gelijkbaar.
[215] zich te verzetten en haantjen de voorste te zijn.
[216] tegen.
[217] Rijmshalve voor vertrouwt.
[218] bron.
[219] Thans bron.
[220] Hier lof.
[221] Thans hoort hij.
[222] Thans moeten wij.
[223] Voor houdt het, eindt het.
[224] ellendig (zie vroeger).
[225] de grootsten met (of en) de kleinsten.
[226] beheeren.
[227] lijden.
[228] benadeelen.
[229] zoo.
[230] Voor verbijsterd, verschrikt.
[231] Gelijk nog wel in de spreektaal voor moest.
[233] in vrijheid.
[234] Thans koos hij.
[235] Voor onrustige of onveilige.