Title: Vijftien dagen te Londen, op het einde van 1815.
Author: A.-J.-B. Defauconpret
Release date: November 1, 2015 [eBook #50363]
Most recently updated: October 22, 2024
Language: Dutch
Credits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
Gutenberg in celebration of Distributed Proofreaders' 15th
Anniversary. (This book was produced from scanned images
of public domain material from the Google Books project.)
Quinze jours1 a Londres a la fin de 1815, verscheen, voor eenige weinige maanden, te Parijs in het licht, en werd daar met graagte ontvangen. De vrolijke schrijftrant van den auteur en het, hier en daar ingevlochten, piquante, met opzigt tot eenige, voor den Franschman zeker zonderlinge, gewoonten en gebruiken der Engelschen, heeft, buiten kijf, tot die grage ontvangst niet weinig bijgedragen. Onze natie, die in vele dezer gewoonten en gebruiken (niet alle, het boksen vooral niet!) de hare, met eenige meerdere of mindere afwijkingen en nuances, vindt en herkent, zal er juist zoo vreemd niet van opzien, als een Parijzenaar, die in zijne Capitale du monde het non plus ultra van alle menschelijke beschaafdheid en gezellige genoegens meent te bezitten. Veel zou er dus, bij wijze van aanteekeningen onder of achter den tekst, tegen vele, vrij gewaagde, stellingen en verkeerde opvattingen van onzen Schrijver, te zeggen en ook te bewijzen zijn geweest; doch de Vertaler heeft, daar hij dit werkje voor niets meer, dan voor eene vrolijke lectuur in ledige oogenblikken opdischt, en het ook met geen oogmerk schijnt geschreven te zijn, om een zedekundig tafereel van Londens inwoners te leveren; zich van iedere aanmerking onthouden; terwijl hij geenszins twijfelt, of het zal, zoo als het daar is, zijnen landgenooten, bij de lezing, een vrolijk uurtje verschaffen. De vertaling althans is voor hem eene aangename bezigheid geweest.
Voor eenige, zijns ondanks, ingeslopene drukfeilen (zinstorende zullen er, vertrouwt hij, niet in aangetroffen worden) verzoekt hij nederig verschooning van hen, die het: wij zijn menschen, en ons werk is menschenwerk! niet altijd gedenken: zij, die daaraan steeds gedachtig zijn, vergeven ze hem en den letterzetter gereedelijk.
B.
Amsterdam October
1 Quinze jours gelden, gelijk men weet, bij de Franschen doorgaans zoo veel, als VEERTIEN dagen, of eigenlijk, twee weken. Daar zij echter tot twee weken, op die wijs, in de daad vijftien dagen brengen, en het uit dit werkje niet duidelijk genoeg blijkt, dat de Schrijver slechts veertien, en niet vijftien dagen, te Londen heeft doorgebragt, heeft de Vertaler, die toch van zijne lezers gaarne vertrouwt, dat zij, op reis zijnde, juist op geenen enkelen dag zien, hier het meerdergetal voor het mindergetal gekozen; wijl quinze toch altijd vijftien blijft, en er bovendien niets in dit luimige reisverhaal voorkomt, waarom quinze hier volstrekt veertien zou moeten heeten. Doch reeds genoeg! Wie zou op zulke, niets ter zake doende, kleinigheden willen vitten! ↑