Eccles. 49.
En der twaalf profeten gebeenten groenen nog daar zij liggen: want zij hebben Jacob getroost, en verlossinge toegezeid, die zij gewisselijk hopen zouden.
Esra 7.
Esra was een geschikt Schriftgeleerde in Mozes wet, die de Heere de God Israëls gegeven heeft: en de koning gaf hem alles wat hij begeerde, naar de hand des Heeren zijnes Gods over hem.
Eccles. 49.
Nehemias is altijd te loven, die ons de verdorven muren weder opgericht, en de poorten gezet heeft met sloten, en onze huizen weder gebouwd.
Hiob, 6.
Wanneer men mijn jammer woege, en mijn lijden te zamen in een schale leide, zoo zoude het zwaarder zijn dan het zand aan de zee.
Tob. 2.
Tobias vreesde God meer als den koning, en droeg de verslagenen heimelijk te zamen, en behield ze heimelijk in zijn huis, en des nachts begroef hij ze.
1 Mach. 2.
Wij en willen niet bewilligen in 't gebod van Antiochus, ende en willen niet offeren, en van onze wet afvallen, en andre wijze aannemen.
1 Mach. 3.
Judas verkreeg den volke groote eer; hij toog in zijn harnas als een held, en beschermde zijn heer met zijnen zweerde; hij was vrijmoedig als een leeuw.
[1] Gelijk reeds vroeger voor het altaar doen rooken.
[2] Voor deel.
[3] Gelijk reeds vroeger, voor zedeloos.
[4] bij voortduring.
[5] Voor uitmuntend.
[6] verdichte.
[7] te berde brengen.
[8] Thans vatten.
[9] D. i. die om hun naam benijd, uit zich zelf, meer dan de stralen der middagzon, vonken en schitteren.
[10] bron.
[11] van gelijken aard is met.
[12] Godfried van Bouillons wondheeler; zie in Ten Kate's Tasso II, bl. 24.
[13] Voor verheven; verg. vroeger.
[14] van.
[15] Fontein.
[16] Amstel.
[17] Voor Sprokkele, d. i. Sprokkelmaand.
[18] Voor 't gewone staroogen; gelijk herp voor harp, tesch voor tasch, enz.
[19] verkeerde.
[20] Thans verkeerdelijk wenkbraauwen;'t best schreve men wimbrauwen.
[21] even, juist.
[22] Germ. voor tegenwerpen.
[23] Germ. voor iemand.
[24] gelet.
[25] gunt, veroorlooft voor.
[26] oogpunt.
[27] Thans eer.
[28] Hier, tegen de gewoonte, in goeden zin.
[29] Nam. heiland. Gelijk Van Lennep te recht opmerkt, wordt door 't onzijdige voorn. w. (in tegenoverstelling van 't mann.) meer de eigenschap dan de persoon aangeduid.
[30] Thans verwellekomd.
[31] Thans ziel.
[32] Anders verpersoonlijking.
[33] aanleiding vinden.
[34] Den Bijbel natuurlijk.
[35] Germ. voor hartsgeliefde of derg.
[36] Nam. door den Booze.
[37] Thans beschaduwen.
[38] Rijmshalve voor Cherubijnen.
[39] Groot-vader, eerste voor-vader.
[40] schapen.
[41] Germ. voor eensgezind.
[42] Germ. voor beloofden.
[43] Gall. voor weêrzin.
[44] somberst.
[45] spieren.
[46] Min gelukkig, rijmshalve voor zwaard.
[47] bespeurde.
[48] Germ. voor om niet.
[49] zegt het.
[50] Germ. voor instelling, wet.
[51] vrijwillige, ongevergde.
[52] Voor verhindert, belet.
[53] manna.
[54] Hier waarschijnlijk welluidendheidshalve voor haar.
[55] bouwden, takelden op.
[56] Voor kraag-stijvende ijzerdraden.