De tegenwoordige huizinge voor zusters naar den derden regel van St. Franciscus orde te Oudewater.

Nadat gedurende ruim twee eeuwen, de zusters op de hiervoren aangeduide wijze in deze plaats waren verdwenen, scheen men er binnen eenige jaren bijzonder aan te denken, weder een convent van nonnen naar den derden regel van St. Franciscus van penitentie te Oudewater op te rigten. Voor het jaar 1857 was het bestemd aan deze gedachten uitvoering te kunnen geven. Immers reeds op den 29 Maart van gezegd jaar, werd er uit Rotterdam verzoek gedaan, tot het voorschreven doeleinde een huis op de korte Have, onder No. 53 aangeduid te koopen, en eenigen tijd daarna, werd door den Heer Johannes Putman, als lasthebbende, dit perceel dan ook aangekocht voor eene som, met de daaronder begrepen onkosten over de ƒ 5000—beloopende.

Dit van buiten en binnen vrij aanzienlijk huis, was weldra, door de noodige veranderingen, tot eene geschikte nonnenwoning geconstrueerd, zoo dat nog in hetzelfde jaar 1857 eenige zusters uit een Rotterdamsch zustershuis, in deze plaats zich met ter woon vestigden.

Deze zusters staan onder het opzigt van den Bisschop van Haarlem, terwijl aan het hoofd dier orde gesteld is, eene zoogenaamde algemeene overste der religieuse recollectinen penitenten, van de orde van den H. Franciscus te Rotterdam.

Voornamelijk maken deze nonnen ook hare bezigheid van het opvoeden en onderwijzen van kinderen, waardoor zij tevens in hare dagelijksche behoeften moeten voorzien.—Dat zij daarin vrij wel naar wensch geslaagd zijn, schijnt ons toe uit de nadere inrigting van eene schuur tot schoollocaal, die de zusters kunnen genaken, door den tuin harer huizinge, waaraan deze school, die aan de Achter of Wijngaardstraat gelegen is, grenst.