NAAMLIJST
DER
INTEEKENAREN,
OP DIT WERK.

Z. M. de Koning der Nederlanden.

Z.K.H. Prins Frederik der Nederlanden. 2 Ex.

Ackerwijck, (C. van) te Maastricht.
Aelst, Sr., (A. C. van) wethouder te» Oudewater.
Aelst, (G. C. van) te» Oudewater».
Alter, (S.) boekh. te» Utrecht.
Ameijde, (J. van) te» Oudewater.
Archief der gemeente Oudewater.
Baale, (H.) te» Oudewater».
Bakker, Bz. (C.) boekhandelaar te» Nieuwediep.
Beima, (Dr. E.) te» Leijden.
Blanken, Dz. (H.) notaris te» Schoonhoven.
Bock, (J. D. de) te» Oudewater.
Boellaard, (Mr. D. J. H.), lid der Prov. Staten van Zuid-Holland, te» ’s Gravenhage.
Boere, (H. F. de) onderwijzer te» Jutphaas.
Bom, (G. D.) boekhandelaar te» Amsterdam.
Borger, (P.) rustend predikant te» Arnhem.
Bosch, (A. van den) te» Soetermeer.
Bot, (P.) aannemer te» Sliedrecht.
Broese (J. G.) boekhandelaar te» Utrecht.
Beurs, (B. T.) koopman te» Oudewater.
Caan van Maurick, (Jhr.) op den huize te» Harmelen.
Cleef Jz., (Wed. P. M. van) te» Hilversum.
Cleef, (de Gebroeders van) boekhand. te» Amsterdam.
Cosijn, (A. C.) te» Gouda.
Daalen, (van) ontvanger der dir. belast. ad int. te» Zwijndrecht.
Dain, (J. F. A. van) te» Oudewater.
Doorman, (de Erven) boekh. te» ’s Gravenhage.
Doorn en Zoon, (C. van) boekhand. te» ’s Hage. 3 Ex.
Eeten, (J. C. van) med. doctor te» Utrecht.
Fröbe, (A. J.) te» Oudewater.
Geuns, (Dr. van) te» Utrecht.
Gogh en Oldenzeel, (van) boekhand. te» Rotterdam.
Goor, (G. B. van) te» Gouda. 2 Ex.
Groot, (A. de) theol. stud.
Groot, (L. de) aannemer te» Gouda.
Guddee, (F. J.) broodbakker te» Oudewater.
Haagen, (R. C. van) te» Utrecht.
Haentjens Dekker, (R. W.) burgem. te» Oudew. 3 Ex.
Harting, (P.) hoogleeraar te» Utrecht.
Hartman, H.G. z., (H.G.) secret. der gem. te» Fijnaart.
Hen, (C. van der) te» Nieuwediep.
Heuvel, (P. H. van den) boekh. te» Leiden.
Hoek, (Gebroeders van der) boekh. te» Leiden».
Hoffmann (Mr. M. A. F. A.), lid der Tweede Kamer te» ’s Gravenhage.
Hollander, (J.) te» Oudewater.
Hunck, (P. J.) verkooph. van galanteriën te» Utrecht.
Kikkert, (C.) te» Oudewater.
Kneppelhout, (J.) te» Leiden.
Koch, (C. F.) boekh. te» Utrecht.
Koker Bz., (J.) boekhandelaar te» Monnickend.
Koning, (G. de) te» Oudewater.
Koning, (W. de) te» Utrecht.
Koning Knijff, (A. de) theol. stud. te» Utrecht.
Konings, (wed. N.) te» Oudewater.
Kruijs, (J. van ’t) klokkenist enz. te» Oudewater».
Kruijsheer, (T.) te» Oudewater».
Lange, (G. van) papierfabrikant te» Waddingsveen.
Lee, (C. G. van der) te» Alblasserdam.
Lee (G. van der) lid van den raad te» Oudewater.
Lee Az., (J. van der) genees-, heel- en
verloskundige te» Monnickend.
Lee, (J. Z. van der) te» Brouwershaven.
Maarschalkerweerd, (D. van) boekh. te» Utrecht.
Martens, (A.) te» Utrecht».
Martens, (J. H.) te» Utrecht».
Mathot, (N.) in stroohoeden te» Gouda.
Mol, (G. P. J.) genees-, heel- en verlosk. te» Naarden.
Montijn, (A. M.) oud-burgemeester te» Oudewater.
Montijn, (Joh. Just.) te Fijenoord bij Rott.
Montijn, (T. D.) te» Oudewater.
Mooij, (H. W.) boekhandelaar te» Amsterdam.
Muller, (Fred.) boekhandelaar te» Amsterdam».
Nijhoff, (Is. An.) boekhandelaar te» Arnhem.
Nyhoff, (J. G. Brouwer) notaris te» Haastrecht.
Paisieres, (Mr. Just de la) griffier der staten van Zuid-Holland, ten behoeve van het Prov. Gouvernement
Peijpers, (W. N.) te» Amsterdam.
Putman, (J. J.) R.-C. priester en past. te» Utrecht.
Putman, (J.) boekhouder van het burgerlijk Arm-bestuur te» Oudewater.
Putman (W.) te» Oudewater».
Rahms, (E. C.) te» Oudewater».
Rodenburg, (de Jong van) kapitein bij in infanterie te» Breda.
Roesteen, (J. A.) te» IJsselstein.
Rogge, (H. C.) pred. bij de remonstr. gem. te» Moordrecht.
Roldanus, (A. J. A.) boekhandelaar te» Oudew. 3 Ex.
Roll, (H. F.) te» Gouda.
Römer, (M. J. J.) onder-officier 4 batt. 2 reg. infanterie te» Vlissingen
Rost, (A.) te» Haastrecht.
Rijnenberg, (L.) instituteur op Marienboom bij Nijmegen.
Schadee, (E. C.) te Oudewater.
Schouten, (G. van Ingen) te» Oudewater».
Sivré, (J. B.) Controleur der pl. belast. te» Roermond.
Snaterse, (A.) te» Amsterdam.
Spoel, (A.) te» Dordrecht.
Thier, (W. J.) genees-, heel- en verlosk. te» Oudewater.
Vermeer, (H.) predikant te» Houten.
Vermeulen (J.) te» Oudewater.
Verweij, (P.) te» Oudewater».
Virulij, (T. P.) te» Gouda.
Visscher, (J. W. B.) medicus te» Schalkwijk.
Vliet, (F. van) te» Oudewater.
Vliet, (G. van) landbouwer te» Hekendorp.
Vlooswijck, (A.) nabij Montfoort.
Vries, (E. de) te Oudewater.
Vriesman, (J. A.) oud-resident op Java te» Oudewater».
Vriesman, (J. A.) te» Oudewater».
Vriesman, (N. C.) te» Oudewater».
Weijer, (P. W. van de) stads- en provinciale steendrukker; boek- en plaatdrukker te» Utrecht.
Weijer, (W. van de) papierhandel te» Utrecht».
Welter, (G.) te» Oudewater.
Wolters, (J. B.) boekhandelaar te» Groningen.
Zuilen, (T. van) landbouwer te» Honkoop.
Zwart, (H. de) huis- en hoefsmid te» Oudewater.
Zijll, (wed. J. van) te» Oudewater».

BEOORDEELINGEN.

Het Handelsblad van 9 Junij 1858 kondigde de eerste aflevering aldus aan, na de aandacht zijner lezers op de advertentie verwezen te hebben:

„Uit den daar vermelden korten inhoud van het werk mag men veel goeds verwachten, en de eerste aflevering stelt deze verwachting niet te leur.”

De Amsterdamsche Courant van 9 Julij 1858 laat zich er aldus over uit:

„De reeks plaatsbeschrijvingen van belangrijke gedeelten onzes lands, hetwelk zoo velerlei gewigtige stoffe tot dergelijke bearbeiding oplevert, is vermeerderd met een werk getiteld: „Oudewater en omtrek, geologisch, mythologisch en geschiedkundig geschetst” door W. C. van Zijll, Jz. Het werk zal in zestien à twintig afleveringen compleet zijn; de eerste ziet het licht. Op het gewoonlijk door de geologen betreden voetspoor vangt de schrijver aan met eenige verklaringen van het diluvium en alluvium. In den loop der behandeling daarvan schetst hij de geschiedenis van den Hollandschen IJssel, en deelt naar aanleiding daarvan zijne meening mede over den naamsoorsprong van Oudewater, volgens hem komende van Oudewaarden. Opmerkenswaardig is, ook uit een oogpunt van nijverheid, hetgeen de schrijver aangaande het veen en de verschillende aard- of kleisoorten van den bodem zegt. Zaakrijk zonder te groote wijdloopigheid, stemt deze eerste aflevering gunstig voor het geheel en regtigt ons aanvankelijk tot de onderstelling, dat zoo de schrijver zijne taak conscientieus blijft volvoeren, hij een goed werk kan leveren.”

Terwijl het Handels- en Effectenblad van 14 Maart 1859, Aflevering 1–4 aldus aankondigde:

„Bijna iedere stad bevat eene topographie, doch de meeste daarvan tellen reeds eene of meer eeuwen en zijn dus voor den tegenwoordigen tijd, waarin de wetenschap en een naauwkeurig onderzoek ons vele zaken van een geheel ander standpunt hebben doen kennen, en, daar zij de geschiedenis van den lateren tijd niet behandelen, op dit punt al zeer onvolmaakt.

Het was dus wenschenswaard, dat die werken omgewerkt en bijgewerkt werden of nieuwe topographiën in het licht kwamen, ten einde in de bestaande gebreken te voorzien, en het schijnt, dat deze tijd aan dien wensch voor een groot gedeelte zal te gemoet komen. Onlangs immers nog maakten wij melding van het voortreffelijke werk van Dr. Koronel: „Middelburg voorheen en thans,” en thans zijn ons toegezonden 5 afleveringen van het bovenstaande werk.

Den inhoud van deze afleveringen hebben wij met belangstelling en naauwkeurigheid nagegaan, en het is ons gebleken, dat het werk in eene behoefte des tijds voorziet, en voor iedereen ten sterkste aan te prijzen is. Ten einde dit ook aan onze lezers aan te toonen, willen wij den korten inhoud der vier eerste afleveringen opsommen, en zullen dan gaarne wanneer er meer afleveringen in het licht gekomen of het geheele werk compleet zal zijn, in eene verdere beschouwing treden, daar met de vijfde aflevering de afdeeling Geschiedenis een aanvang neemt.

Na eene korte inleiding, begint de schrijver zijne geologische beschouwing, met een duidelijk begrip te geven van de woorden diluvium en alluvium, en wat men onder diluviale en alluviale gronden moet verstaan, en geeft daarna een overzigt van de verschillende grondlagen, die in en bij Oudewater te vinden zijn.

De geschiedenis van den Hollandschen IJssel hangt hiermede in naauw verband, en het was dus natuurlijk, dat deze onmiddellijk daarna behandeld werd. In deze afdeeling worden verschillende naamsafleidingen gegeven, die zeer belangrijk zijn, als: IJssel van IJsala, water (IJ) loop (sala); Waard van worden, grondwording, en Oudewater van Oudewaerd, oude grond, oud eiland.

De tweede groote afdeeling handelt over de mythologie, de feesttijden, feesten en volksgebruiken, en is voor den oudheidkundige, maar vooral voor iedereen, die van de met mythen doormengde godsdienst onzer voorvaderen en van den oorsprong der volksfeesten en nog heerschende gebruiken iets wil weten, van hoog belang. Daarna komen wij aan het hoofdstuk plaatsnamen, en wordt hierin de naamsoorsprong van Haastrecht, Montfoort, Heeswijk, Roosendaal en andere omliggende plaatsen uitvoerig behandeld. Wij hadden deze afd. echter liever gewenscht vóór het hoofdstuk Mythologie, want dan zou de afdeeling feesten en feesttijden, die grootendeels hun oorsprong hebben uit de mythologie, in verband gestaan hebben met de woudendienst, de planten- en boomendienst, de waterdienst, de vuurdienst, de dierendienst, vogelvereering, gedrochten, aardgeesten, luchtgeesten, woud-, veld- en huis-geesten, allen afdeelingen, die in de 4de aflevering behandeld worden. Deze aflev. besluit met eene opgave van de bewijzen, dat de plaats en omtrek, waar nu de groote kerk en toren staan, welligt aan Heidensche eeredienst gewijd waren, er stellig eene Heidensche begraafplaats was, waarbij tevens de begrafenisplegtigheden van voorheên en thans opgegeven worden.

Door deze korte beschouwing meenen wij gerust tot de conclusie te mogen geraken, dat het werk der lezing waard is, en wenschen wij den schrijver geluk met zijne onderneming. Dat de uitgave goed is, behoeven wij niet te zeggen; de heer van Zijll heeft, èn als schrijver, èn als uitgever, voor het welslagen zijner pogingen de uiterste zorg gedragen.”

Het laatstgenoemd blad besluit eene nadere zeer gunstige beoordeeling van dit werk in zijn nummer van 20 October 1859, met deze woorden:

„Wij durven dit werk aan iedereen aan te bevelen en zijn verzekerd, dat de belangrijkheid, gepaard aan den niet hoogen prijs, menigeen zal aansporen, het zich aan te schaften.”

Inhoudsopgave

VOORBERIGT. III
I. GEOLOGIE.
OUDEWATER EN OMTREK, GEOLOGISCH, MYTHOLOGISCH EN GESCHIEDKUNDIG GESCHETST. 1
DILUVIUM. 4
ALLUVIUM. 7
Veen. 11
LAAG VEEN. 11
Humus of Bouwaarde, 12
Derrie. 12
IJzeroer. 14
Rood zand. 16
Zakwater. 18
Rivier- en Zeebezinking. 18
DE GESCHIEDENIS VAN DEN HOLLANDSCHEN IJSSEL. 18
Naamsoorsprong van Oudewater 20
Grond- of Kienhout. 32
Steigeraarde. 33
Teelaarde 34
II. MYTHOLOGIE. 36
MYTHOLOGIE. 40
FEESTTIJDEN. FEESTEN. VOLKSGEBRUIKEN. 40
Nieuwjaarsdag 45
Vastenavond 47
Eijermaandag 48
Het Meifeest. 50
Midzomerfeest. 59
Vuige Pinksteren; 59
Kaaloorsche kermis 62
Oestwagen 63
PLAATSNAMEN. 72
Naamsoorsprong van Haastrecht. 73
Heeswijk. 74
Montfoort 75
Wulverhorst 76
Linschoten 76
Roozendaal. 77
Vliet. 77
Benscop, Hoenkoop, Willeskop, Papekop, Reijerskop, Gerverskop, Teccop, enz. 78
Lopik 78
Cattenbroek, Diemerbroek en Polsbroek, 79
Ruige Weide 79
Hekendorp 79
Popelendam 79
WOUDENDIENST. 80
Barwoutswaarder, Schagen bij Linschoten, het Schakenbosch bij Oudewater. 80
Heilig Woud. 82
het Papenhoef 90
PLANTEN- EN BOOMENDIENST. 92
Weesboom, 94
Terpen, Wieren en Vlietbergen 97
Wijken of Wijkplaatsen 97
Go-plaatsen 97
Loo-plaatsen 97
WATERDIENST EN WATERBEVOLKING. 97
VUURDIENST. 99
DIERENDIENST. 100
VOGELVEREERING. 101
GEDROCHTEN. 103
AARDGEESTEN, DWERGEN, enz. 104
LUCHTGEESTEN. 105
WOUD- EN VELDGEESTEN. 106
HUISGEESTEN. 107
DRIETALLEN. 107
Sol.—Mond, Tyr, Lun.—Hertha, Frowa, Frau. 107
Wodan, Thora en Freija. 110
BEWIJZEN, DAT DE PLAATS EN OMTREK WAAR NU GROOTE KERK EN TOREN STAAN, WELLIGT EERTIJDS AAN HEIDENSCHE EERDIENST GEWIJD WAREN, ER ECHTER STELLIG EENE HEIDENSCHE BEGRAAFPLAATS WAS. 113
a. De ligging aan den IJssel. 113
b. In den omtrek der Groote kerk vertrouwden de heidenen hunne dooden. 116
c. Het Helletje. 123
d. De begraafplaats der heidenen wordt het kerkhof der Christenen. 124
BEGRAFENISPLEGTIGHEDEN VOORHEEN EN NU. 126
III. GESCHIEDENIS. 133
NAMEN ONZER VOOROUDERS IN DEZE OORDEN. 133
a. Van de vroegste bewoning onzes lands bestaan geene oorkonden. 135
OUDSTE BEVOLKING. 135
b. Men moet zich eenigzins rekenschap vragen, wanneer ons land, en strenger het oord onzer beschrijving voor bewoning is geschikt geworden. 137
ZEDEN EN GEWOONTEN. 153
a. Zeden en gewoonten onzer voorouders vóor der Romeinen komst. 153
b. Onzer vaderen verkeer met de Romeinen. 154
c. De invloed van het Christendom op de zeden. 155
d. De handel en tegenwoordige communicatie in betrekking op zeden en beschaving. 155
OPKOMST EN ONTWIKKELING DER STAD. 157
Het oord onzer beschrijving tot aan de eerste bescheiden. 157
Het Markveld bij Oudewater. 160
VOORMALIGE EN TEGENWOORDIGE PUBLIEKE EN MERKWAARDIGE GEBOUWEN. 165
De groote of oude parochie-kerk met toren. 165
a. DE STANDPLAATS VAN KERK EN TOREN. 166
b. DE TUF-, DUIF- OF CEMENTSTEEN AAN DEN TOREN. 167
c. DE HOOGE LIGGING DER KERK. 169
d. WIEN WAS DE KERK EERTIJDS TOEGEWIJD. 169
e. BOUWORDE EN CONSTRUCTIE VAN KERK EN TOREN. 171
DE GEDAANTE EN DE KLOKKEN DES TORENS 190
OUDHEID DER KERK. 193
BEDIENING DER KERK. 195
i. BEDIENAARS DER KERK. 198
Vicarijen en Vicarissen. 198
j. R. C. GEESTELIJKEN IN DE GROOTE KERK. 200
PREDIKANTEN. 204
DE UITOEFENING DER R. C. EEREDIENST BINNEN OUDEWATER, NA 1575 TOT 1705–1709, EN DE GEESTELIJKEN DIE HIER LEERAARDEN. 212
ROOMSCH CATHOLIJKE ORDE-GEESTELIJKEN AAN HET HEILIG LEVEN. 218
GEESTELIJKEN DER BISSCHOPPELIJKE CLERIZIE DER KERK AAN DE MARKT. 220
De oude kerk der Roomsch Catholijken. 221
De tegenwoordige kerk der Roomsch Catholijken. 221
De kerk der Bisschoppelijke Clerezie. 222
Het voormalige klooster der zusteren van Sinte Lijsbeth of van St. Agnes in Oudewater. 225
Het voormalige St. Ursala-Convent, of het klooster der zusters naar den derden regel van St. Franciscus orde van penitentie. 230
De tegenwoordige huizinge voor zusters naar den derden regel van St. Franciscus orde te Oudewater. 249
Het voormalige Cellebroers en Zustershuis te Oudewater. 250
Het voormalige riddermatig verblijf der St. Jans Ridders te Oudewater. 253
Het Weeshuis. 255
voormalig Arm of Ziekenhuis 261
Het voormalige Gast- en Proveniershuis. 261
de voormalige IJssel of Veerpoort. 264
De voormalige Broekerpoort. 265
De voormalige Linschoterpoort. 266
De voormalige Waard of Utrechtsche poort. 267
de voormalige Romein of Gevangentoren. 271
de Hoofdwacht. 276
Het voormalig Casteel of Slot. 277
Het voormalig Arsenaal te Oudewater. 281
’s Lands voormalig Magazijn van Oorlog. 281
Het voormalig Kruidhuis. 282
De Barak of Caserne. 282
De schuttersdoele. 283
de voormalige latijnsche school. 287
Lombarden. 288
De Waag, ook gezegd de Heksenwaag. 291
NAAMLIJST, 307
EXTRACTEN uit de Registers van Judiciële en Dagelijksche Acten der Stede Oudewater. 309
Geboortehuis van Jacobus Arminius. 314
Het Stadhuis. 315
ONDERZOEK NAAR DE REDENEN WAAROM DE WAPENS DER DRIE STEDEN DELFT, OUDEWATER EN ALKMAAR IN EN AAN EENIGE PUBLIEKE GEBOUWEN ALDAAR GEVONDEN WORDEN. 320
Het Wapen van Oudewater. 329
Regeringsvorm en Regeringslieden. 331
Oudewaters voormalig regt, 345
BEROEMDE EN VERMAARDE MANNEN, GEBOREN TE OUDEWATER 354
DEN GODGELEERDEN JOHANNES PALAEONYDORUS. 355
DE LETTERKUNDIGE CORNELIUS VALERIUS. 355
DE GESCHIEDKUNDIGE GERARDUS DE ROO. 360
PROFESSOR RUDOLPHUS SNELLIUS VAN ROOIJEN. 360
PROFESSOR JACOBUS ARMINIUS. 361
Dr. ABRAHAM VAN STIPRIAAN LUÏSCIUS. 365
OUDEWATER EN HET LEVEN IN OUDEWATER. Van 1265 tot 1860. 368
ALPHABETISCH ZAAKREGISTER DER GEOLOGISCHE SCHETS. I
ALPHABETISCH ZAAKREGISTER DER MYTHOLOGISCHE SCHETS. II
ALPHABETISCH ZAAKREGISTER DER GESCHIEDKUNDIGE SCHETS. V
ALGEMEENE INHOUD. VIII
NAAMLIJST DER INTEEKENAREN, OP DIT WERK. XXVI
BEOORDEELINGEN. XXX