LVIII.

Op een morgen, in den bloemhof, kwam een blind meisje mij een bloemenketen aanbieden, geborgen in een lotos-blad.

Ik deed hem om mijn hals en tranen kwamen in mijn oogen.

Ik kuste haar en zeide: „Je bent blind zooals de bloemen zelf.

„Je weet zelf niet hoe schoon je geschenk is.”