Voor de lezers van het eerste deel van dit werk kan het wellicht interessant zijn te vernemen, wat de heer Dr. Ch. M. van Deventer, de bekende schrijver van „Platonische Studieën”, mij schreef, naar aanleiding van mijne omschrijving van onvertaalbare chineesche begrippen als Tao, Li, enz. Nadat hij in eene bespreking van mijn werk (in het Weekblad „de Amsterdammer” van 27 September 1896) er in ’t kort op gewezen had, dat eenige eveneens onvertaalbare grieksche begrippen wellicht equivalenten waren voor mijne chineesche, was deze heer zoo vriendelijk mij, op mijn verzoek, uitgebreider inlichtingen daaromtrent te verschaffen.—Hij gaf mij de volgende dingen aan:
Kiün Tszʼ (zie „Confucius” blz. 13) = kalokagathos. καλοκἄγαθος
De kleine man (Confucius blz. 14) = ponêros. πονηρός
Jên (door mij bij gebrek aan beter vertaald door menschelijkheid) (zie Confucius blz. 8) = aretê. ἀρετή
Li, Decorum (Confucius blz. 16) = to mousikon. το μουσικόν [217]
De rechtmatigheid die de dapperheid in toom houdt (Confucius blz. 263) = dikaiosunê. δικαιοσύνη
Sing (Confucius blz. 8 en 80) waarschijnlijk = to theion το θεῖον en to agathon. το ἀγαθόν
Shang (Confucius blz. 194) = sofrosunê. σωφροσύνη
Daar ik niet ingewijd ben in het grieksch, kan ik niet over de juistheid dier equivalenten oordeelen, maar toch wilde ik ze gaarne in dit werk opnemen.
„Kalokagathos” schrijft de heer van Deventer, valt in vele gevallen als woord van dagelijksch gebruik, geheel samen met gentleman, fatsoenlijk man („fatsoenlijk man” wilde ik niet gebruiken, omdat er in onze taal een luchtje aan is gekomen, en liever dan een engelsch woord te nemen, behield ik het chineesche), man, op wien niets valt aan te merken. Het kan echter hoogere wijding aannemen, en heeft dan zijn schoonste voorwerp in den Platonischen Socrates.
„Ponêros is zoowel de gemeene, als, en misschien het laatste nog meer, de kleine, de niet-heroïsche, de plebeïsche, de klein- en grofzielige, tegenovergesteld zoowel aan den kalokagathos als aan den mousikos. Als het onheroïsche komt het voor in de beroemde bewering van Aristofanes (Kikvorschen): de dichter moet het ponêron verbergen en niet op het tooneel brengen”.
Mij dunkt dat een en ander wonder wèl overeenstemt met den Kiün Tszʼ en den Siao Jen van Confucius. (Zie „Confucius” blz. 14.) [218]
Omtrent „dikaiosunê” schrijft mij de heer Van Deventer: „Dikaiosunê wordt gewoonlijk met rechtvaardigheid vertaald. In het grootste document echter over de dikaiosunê, Plato’s Politeia, komt men er niet met die vertaling. Beter is dan braafheid en rechtschapenheid, en volgens Plato is een waar, braaf en rechtschapen man, als uitvloeisel van de deugd, óók rechtvaardig”. (Zie „Confucius” blz. 263.)
Het woord „sofrosunê”, schrijft de heer Van Deventer verder, „gewoonlijk, doch met erkenning van het gebrekkige, door bescheidenheid vertaald, heeft, naar ik meen, een vrij precies hollandsch aequivalent, n.l. zedigheid. In zedigheid ligt iets meer vertoon dan in bescheidenheid, en het verschil tusschen sofrosunê en zedigheid ligt vooral daarin, dat die deugd bij de Hellenen hooger werd aangeslagen dan bij ons. Vandaar dat men er niet om denkt om sofrosunê door zedigheid te vertalen. Er is echter een dialoog van Plato, de Charmides, waarin het begrip sofrosunê onderzocht wordt, en men kan de dialektiek in de vertaling handhaven door ons woord zedigheid te gebruiken. In de Phaedo, Cap. XIII, staat: „De sofrosunê, datgene wat men de sofrosunê noemt, (is) het ten opzichte van de begeerten niet ontstuimig zijn, doch zich tegenover hen met geringschatting en welvoegelijk te verhouden.” Ik vertaal natuurlijk te lang en te stijf, doch de bedoeling zal u blijken, zoomede dat de ingetogenheid veel weg heeft van sofrosunê”. (Zie „Confucius”, blz. 194.) [219]
„To mousikon”, vervolgt de heer Van Deventer, „is uiterst moeilijk te vertalen en zelfs te beschrijven. Een musisch man is hij, die een hoogere beschaving van ziel en van geest op zijn minst erként, en liefst beoefent. Het musische is het beginsel van het hoogere leven, dat met geen mogelijkheid materieel en aardsch te verklaren is, en intuïtief als een bewijs voor het bestaan van het goddelijke moet begrepen worden; ik spreek steeds van een Helleensch standpunt”. (Zie „Confucius” blz. 16, Li.)
Ik herhaal nog eens, voor de juistheid dezer equivalenten ben ik niet bevoegd in te staan. Maar als van den schrijver der „Platonische Studieën” komende, vond ik het interessant, ze, met mijn’ hartelijken dank voor zijne bereidwilligheid, in mijn werk op te nemen.
Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.
Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op www.pgdp.net.
Het eerste deel van deze serie, over Confucius, is beschikbaar als eboek nummer 64781.
| Titel: | De Chineesche filosofie toegelicht voor niet-sinologen II. Lao Tszʼ | |
| Auteur: | Henri Jean François Borel (1869–1933) | Info |
| Taal: | Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel) |
Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.
Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.
De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:
| Bladzijde | Bron | Verbetering | Bewerkingsafstand |
|---|---|---|---|
| 3 | english | English | 1 |
| 3 | alphabethisch | alphabetisch | 1 |
| 5, 8, 21, 22, 35, 58, 81 | [Niet in bron] | ” | 1 |
| 8 | L’Inprimerie | L’Imprimerie | 1 |
| 9 | „„ | „ | 1 |
| 9 | ressources | resources | 1 |
| 9 | Quoiqu’ il | Quoiqu’il | 1 |
| 9 | day ’s | day’s | 1 |
| 10, 12, 54, 54, 54, 55, 217 | [Niet in bron] | „ | 1 |
| 14 | intrepetatie | interpretatie | 3 |
| 20, 31, 142 | [Niet in bron] | . | 1 |
| 23 | [Niet in bron] | , | 1 |
| 24 | man | maan | 1 |
| 29 | bij | hij | 1 |
| 30 | rgthme | rythme | 1 |
| 31 | bet | het | 1 |
| 32 | nabijë | nabije | 1 / 0 |
| 35 | wezensl | wezens! | 1 |
| 40 | Jehova | Jehovah | 1 |
| 43, 66 | bij | by | 2 |
| 53 | ge-gewone | gewone | 3 |
| 55 | zouder | zonder | 1 |
| 60 | ceremoniën | ceremonieën | 1 |
| 62, 63, 63 | moeielijk | moeilijk | 1 |
| 69 | overnietigbaar | onvernietigbaar | 1 |
| 76 | ” | „ | 1 |
| 98 | tet | tot | 1 |
| 122 | Overheerder | Overheerser | 1 |
| 132 | plaats | plaatst | 1 |
| 142 | bevrijt | bevrijdt | 1 |
| 154 | immateriëele | immaterieele | 1 / 0 |
| 158 | geen | géén | 2 / 0 |
| 178 | artificieele | artificiëele | 1 / 0 |
| 182, 190 | ” | ” | 0 |
| 206 | teer | teêr | 1 / 0 |
| 95 | geeërdheid | geëerdheid | 2 / 0 |
| 97 | Tsz | Tszʼ | 1 |
| 107 | Tsing | Thsing | 1 |
| 109 | connaissauce | connaissance | 1 |
| 109 | sure | sûre | 1 / 0 |
| 109 | hetzefde | hetzelfde | 1 |
| 117 | Cunfucius | Confucius | 1 |
| 187 | pourrait on | pourrait-on | 1 |
| 203 | denHemel | den Hemel | 1 |
| 209 | LXXXVIII | LXXVIII | 1 |
| 216 | bl. | blz. | 1 |
| 216 | [Niet in bron] | ) | 1 |
| 219 | standpnnt | standpunt | 1 |
Overzicht van gebruikte afkortingen.
| Afkorting | Uitgeschreven |
|---|---|
| b.v. | bijvoorbeeld |
| d.i. | dat is |
| D.w.z. | Dat wil zeggen |
| e.a. | en anderen |
| M.a.w. | Met andere woorden |
| n.l. | namelijk |
| Ned.-Indië | Nederlandsch-Indië |
| o.a. | onder andere |
| O.a. | Onder andere |
| z.g. | zoogenaamde |