[Inhoud]

AANTEEKENINGEN.

I. Op Slavante.

1 In viam pacis.… In nomine Domini! (bladz. 8). Dit is het begin van een gebed, dat door vrome Katholieken als reisgebed gepreveld wordt. Die woorden beteekenen: Op den weg des vredes.… In naam des Heeren! 

2 Mompeer, mameer, momfreer en maseur, (bladz. 8) zijn Maastrichter uitdrukkingen, afkomstig van de Fransche uitdrukkingen: mon père, ma mère, mon frère, ma soeur. Het komieke ten dezen is, dat de bezittelijke voornaamwoorden daarbij behouden blijven, al hebben ze geen recht van bestaan. Zoo zal een Maastrichtenaar zich uitdrukken: „Wie geit et met eure mompeer? Hoe vaart uw vader?” of: „ig hub eur maseur gepuund. Ik heb uwe zuster gezoend.” 

3 Pangue lingua (bladz. 8) zijn de beginwoorden van een lofzang, die veelal bij de opheffing van of bij den zegen met de Hostie aangeheven wordt. 

4 De „Lévrier” (bladz. 9) is sedert jaren het voornaamste hotel van Maastricht. 

5 Vade retro Satanas (bladz. 11) beteekent: Wijk terug, o Satan. 

6 Sub tuum presidium confugimus sancta Dei genetrix (bladz. 17) beteekent: „Onder uwe hoede nemen wij onze toevlucht, o Heilige moeder Gods.” Is het begin van een gebed tot Maria. ↑ a b c

II. Te Rolduc.

7 Crypte, (bladz. 24). Zoo wordt een onderaardsch gedeelte eener Roomsche kerk genoemd, hetwelk gewoonlijk onder het koor aangetroffen wordt. Niet alle Roomsche kerken hebben evenwel Crypten. 

8 De Eerw. heer Canoy, (bladz. 24) destijds professeur en philosophie, was een der humaanste en liefderijkste docenten te Rolduc. 

9 Sancta Lydia, ora pro nobis (bladz. 25) beteekent: Heilige Lydia, bid voor ons. 

10 Compareat (bladz. 33) beteekent: dat hij verschijne! 

11 Vere dignum et justum est (bladz. 41) beteekent: het is inderdaad waardig en billijk. Het zijn de eerste woorden van een indrukwekkenden gebedzang, die gedurende het misoffer de consecratie der Hostie voorafgaat. 

12 Ecce agnus Dei qui tollit peccata mundi (bladz. 41) beteekent: Zie hier het lam Gods, dat de zonden der wereld draagt. 

III. Een man over boord.

13 In manus tuas Domine, commendo spiritum meum (bladz. 45) beteekent: In uwe handen, o Heer, beveel ik mijnen geest. 

14 De profondis clamavi ad te Domine, Domine exaudi vocem meam (bladz. 45) beteekent: Uit de diepte heb ik tot u geroepen, o Heer! Heer, verhoor mijne stem. Is het beginvers van een psalm. 

IV. Bij het Koloniaal Werfdepôt.

15 Zoo is menige toekomst ergerlijk verwoest geworden, (bladz. 77). Thans is het aannemen van handgeld geen beletsel meer om officier te worden. Die naam van handgeld is ook veranderd en heet thans premie. 

I. Naar zee.

16 De Balg (bladz. 97) is eene uitgestrekte zandbank, die oostwaarts van Nieuwediep in de Zuiderzee gelegen is. 

17 Het Enkhuizer zand (bladz. 99) is eene belangrijke zandbank, die zich in de Zuiderzee tusschen Enkhuizen en het eiland Urk uitstrekt. 

18 Lutjeswaard (bladz. 100) is eene zandbank in de Zuiderzee ten noorden van het eiland Wieringen. 

19 Bakboord (bladz. 106) wordt de linker- en stuurboord de rechterzij van het schip genoemd. 

20 Brassen (bladz. 109) is de benaming van het stellen der razeilen in de gewenschte richting om den wind op te vangen. Vierkant brassen is de ras loodrecht op de lengteas van het schip brengen. Geschiedt wanneer de wind vlak van achteren inkomt. 

21 Bezaanschoot aan! (bladz. 110). Het aanhalen van den schoot van het bezaanzeil, duidt steeds op goed weer en goede gelegenheid. Daarom wordt veelal na die manoeuvre aan de bemanning een extra oorlam verstrekt. Dientengevolge heeft het commando van: bezaanschoot aan! de beteekenis van eene extra verstrekking van jenever gekregen. 

22 A. V. H. (bladz. 111) de voorletters eener handelsfirma te Rotterdam, is het merk van een der beste jeneversoorten, die [387]naar Indië verscheept worden. Die drie kapitale letters hebben daar eene treurige vermaardheid. 

23 Boontje (bladz. 113). Boon, of liever witte boon, was destijds een schimpnaam, die door het volk in Nederland jegens militairen, maar vooral jegens infanteristen, gebezigd werd. 

II. In de Noordzee.—Kennismaking.

24 Te kooi (bladz. 116). De zeelieden noemen hunne hangmat of slaapstede kooi. De wacht te kooi beteekent dus: in bed liggen. 

25 Noord-Hinder (bladz. 116) is eene zandbank in de Noordzee, waarop een lichtschip op 51° 47′ noorderbreedte en op 2° 38′ oosterlengte van Greenwich gelegen is. In de nabijheid liggen de banken West- en Oost-Hinder, Fairybank en Bligh Bhinks. 

26 De koebrug (bladz. 120). Op de Fernandina Maria Emma stond de groote boot op het dek tusschen den grooten- en fokkemast gesjord. Boven die boot was eene stelling aangebracht, waarop waarlooze stengen, raas, rondhouten, enz. geborgen lagen, die als het ware eene brug boven die boot vormden. Die brug werd koebrug genoemd. 

27 Rosa Damascena (bladz. 120) is de geleerde naam van onze Perzische roos. 

28 Kerk (bladz. 121) is een vertrek in het achtergedeelte van het schip, waarop de hutten der passagiers uitgang hebben. Bij groote passagiers-stoombooten wordt dat vertrek met den naam salon bestempeld. 

29 Fokkemast (bladz. 123) is de naam van den voorsten mast. De tweede heet groote mast en de derde, bij een fregat zooals de Fernandina Maria Emma was, heet kruismast. 

30 Sandettie en Goodwin’s sand (bladz. 123) zijn zandbanken in de Noordzee meer onder de Engelsche kust. Eerstgenoemde nagenoeg in het midden van het vaarwater tusschen Ramsgate en Duinkerken gelegen. 

31 Grietje geien (bladz. 123). Een fregat heeft aan den kruismast de navolgende vierkante zeilen: beneden het bezaanzeil, daarboven het bagijnezeil, verder het kruiszeil en daarboven het grietje; aan den grooten mast: het grootzeil, het groot marszeil, het groot bramzeil en het groot bovenbramzeil; en aan den fokkemast: de fok, het voormarszeil, het voorbramzeil en het voorboven bramzeil. 

32 Vaam (bladz. 124) of vadem is eene lengtemaat gelijk aan 1.83 M. 

III. Verdere kennismaking.—In het Kanaal.

33 Den Burg (bladz. 139) was destijds en is nog, meen ik, het voornaamste logement te Nieuwediep. 

34 Dum nihil est in poculo! (bladz. 140) beteekent: Wijl niets meer in den beker is! 

35 Kondeh (bladz. 142). In Indië kammen, zoowel de Europeesche dames als de vrouwen des lands, zich het haar glad naar achteren, en binden den geheelen haardos, die gewoonlijk rijk en prachtig moet genoemd worden, in een wrong tegen het achterhoofd op, alwaar hij met een paar haarspelden bevestigd wordt. Die zoo opgebonden wrong wordt kondeh genoemd. 

36 Zeilen tegengebrast (bladz. 150). Tegenbrassen noemt men de zeilen zoo stellen, dat de wind aan den voorkant invalt. Wanneer een gedeelte der zeilen voor den wind en de andere tegengebrast zijn, dan vernietigen die beide krachten elkander en blijft het schip nagenoeg stationnair. 

IV. In den Atlantischen Oceaan.

37 Een melkmeisje er van maken (bladz. 159). Wanneer het schip aan beide zijden lijzeilen voert, hetgeen slechts met zeer ruimen wind kan geschieden, dan wordt de vergelijking van het melkmeisje, met hare melkemmers aan weerszijden, gemaakt. 

38 Een oppertje (bladz. 168) komt van opperwal, welke term door de zeelieden gebezigd wordt, om een eiland, eene kust, eene landtong, eene kaap, enz. te beduiden, die boven den heerschenden wind ligt en dus daartegen dekt. Achter zoo’n opperwal ligt een schip veilig. Overdrachtelijk wordt nu aan boord ieder voorwerp een oppertje genoemd, dat tegen den wind beschut. 

V. Eene stortzee.

39 Pardoens (bladz. 174). De stengen, de verlengstukken der masten, worden voor gesteund door de stagen en zijdelings-achterwaarts door de pardoens. Stagen en pardoens bestaan uit zwaar touwwerk, evenwel van mindere dikte dan dat, waaruit het want bestaat. 

40 Sapada, bawa minoeman! (bladz. 185) beteekent: Hei daar, breng drank! Het woord sapada is verbasterd van si apa ada, hetgeen beteekent: Wie is er? een gewone uitdrukking in Indië om een bediende te roepen. 

VI. Dobberende bij de Canarische eilanden.

41 Dobberende bij de Canarische eilanden (bladz. 191). De schrijver bracht in October 1872 met het schip Kosmopoliet III vier dagen tusschen de Canarische eilanden door. De bijzonderheden bij die gelegenheid omtrent Teneriffe opgeteekend, worden hier weergegeven. Het verhaal van de schipbreuk der Senhora Dolorès is overgenomen uit het journaal van een scheepsgezagvoerder, [389]die mij dat later toevertrouwde. De aardrijkskundige bijzonderheden van die aanteekeningen en van dat journaal werden bij het terneerstellen van dit verhaal getoetst aan de zeekaart: the Canary-Islands surveyed by Captn A. T. E. Vidal and Lieutt Arlett R. N. Officers of H. M. S. Etna. 

42 Theorie houden (bladz. 192) wordt in de Indische militaire wereld genoemd: het geestdoodend opdreunen van de van buiten geleerde reglementen. 

43 Een halfdekje slaan (bladz. 197) beteekent: Het halfdek—dat gedeelte van het dek, hetwelk zich tusschen den grooten mast en den spiegel uitstrekt—op en neer wandelen. 

44 Cocospalm (bladz. 201) = Cocos nucifera; Dadelpalm = Phoenix dactylifera; Drakenbloedboom = Dracaena draco; Pisang-soorten = Musaceën, waaronder de Musa paradisiaca. ↑ a b

45 De drakenbloedboom te Orotava (bladz. 203) bestaat niet meer. Ongeveer twaalf jaren geleden werd hij door een orkaan midden doorgescheurd en werden zijne overblijfselen voor en na voor brandhout gebezigd. 

46 Kaap Clear en Mizen Point (bladz. 207) zijn de zuidelijkste en zuidwestelijkste punten van Ierland. 

47 Teneriffe-wijn (bladz. 209) is een soort Madeira-wijn. 

VII. Tusschen de keerkringen.

48 Corregidor (bladz. 217). Zoo werd in Spanje en in de koloniën van dat rijk, voor de invoering der nieuwe gemeentewet, de voorzitter van den stedelijken raad genoemd, die behalve met het bestuur tevens met de rechtspraak belast was. 

VIII. De Muiterij.

49 Het kabelgat (bladz. 231) is een nauw hok voor den fokkemast, waarin gewoonlijk kabels, touwwerk, oude zeilen, enz. geborgen worden. Wordt veelal gebruikt tot arrestkamer om weerspannigen te straffen. 

50 Blikvuren (bladz. 240) zijn vuurwerkerssignalen met gekleurd licht. 

IX. Eene lijkplechtigheid aan boord.

51 De patrijspoortjes (bladz. 254) zijn de luiken of vensters in de zijden van het schip, waardoor licht en lucht toetreden kan. De naam patrijspoort is waarschijnlijk eene verbastering van batterijpoort. 

52 Het phosphoresceeren der zee (bladz. 258) wordt veroorzaakt door microscopische zeedieren, waaronder de Noctiluca miliaris eene hoofdrol vervult. Bijna alle groepen van zeedieren evenwel, als: infusoriën, polypen, actiniën, kwallen, medusen, zeesterren, huidzakdieren, schelpdieren, raderdiertjes en kreeftensoorten, werken daartoe mede. 

53 Spinnekop (bladz. 259) wordt genoemd: een blok met ingeschoren lijntjes, waaraan de zonnetent bevestigd is. Door dit blok, hetwelk gewoonlijk aan een der stagen bevestigd is, kan de zonnetent op- en neergehaald worden. Het geheel lijkt veel op eene spin in haar web. 

54 Makreelen (bladz. 264) = Scomber scombrus. 

55 Menschen-haaien (bladz. 265) = Squalus carchrias. 

56 Thonijn (bladz. 266) = Thynnus vulgaris. 

57 Boniet (bladz. 266) = Thynnus pelamys. 

X. Naar Brazilië’s hoofdstad.

58 De Doraden (bladz. 271) behooren tot de Makreelen (Scomberoïdei). De geleerden noemen die vischsoort met den algemeenen naam Coryphaena. Er zijn vele Coryphaenae-soorten, waarvan de C. pelagica de meest menigvuldige in den Atlantischen Oceaan is en de C. hippurus in de Middellandsche zee. 

59 De hoogvlieger (bladz. 273). Onder de vliegende visschen is de Exocoetus volitans. 

60 De op bladz. 277–280 en later volgende mededeelingen omtrent Rio Janeiro zijn getrokken uit een manuscript-dagboek van een officier van het Ned. Ind. leger, dat door den schrijver getoetst werd aan het werk: South America by A. Gallenga London. Chapman and Hall Limited 193 Piccadilly, en aan de zeekaart: Rio de Janeiro Harbour from a chart by J. de Lamare Captn Brazilian navy 1847, with additions and corrections by Captn E. O. Stanley, G. H. Richards and Lieutt C. Bullock R. N. 

61 Palmwijn (bladz. 281). De hier bedoelde is afkomstig van de Mauritia vinifera, wel het grootste, prachtigste en nuttigste specimen van de palmsoorten. Wordt in geheel Brazilië, maar vooral langs de Amazone in uitgestrekte bosschen, aangetroffen. 

XI. Weer naar zee.

62 Djarak (bladz. 292) = Ricinus communis. 

63 Stormzwaluwen (bladz. 303) heeten bij de geleerden Procellaria pelagica. 

XII. Een onderhoud—Bruinvisschen.

64 Ikan poes (bladz. 320). Ikan beteekent visch. Het woord poes is afkomstig van het geluid, hetwelk de visch maakt bij het uitblazen van de lucht door het spuitgat, hetwelk hij boven op het hoofd heeft. Van dat woord poes heeft de Dajak het woord mapoes vervaardigd in de beteekenis van: proestend, met gedruisch en ver wegspuwen. 

XIII. Storm.—Om de zuid.

65 Kaap Agulhas, de zuidelijkste punt van Afrika, ligt op 32° 23′ zuiderbreedte en 19° 44′ oosterlengte niet ver van de Kaap de Goede Hoop (bladz. 324). 

66 Slingerlatten (bladz. 325) zijn latten, nagenoeg drie vingeren breed, die loodrecht op en langs den rand der tafel geplaatst worden. Met het tafelblad tot bodem vormen zij een soort bak, waarin borden enz. betrekkelijk veilig staan. 

67 Slingerborden (bladz. 325) zijn in den regel schijfvormige plankjes, die door middel van drie touwtjes, welke zich in het ophangspunt vereenigen, aan de dekbalken bengelen. Die slingerborden hebben voldoende zwaarte om steeds loodrecht te blijven hangen, welke hellingen het schip ook bij het slingeren en stampen aanneemt. 

68 IJzerhoudend water (bladz. 327). De watervoorraad aan boord is gewoonlijk besloten in ijzeren ketels, waarin het water eene roodachtige kleur en eenen onaangenamen smaak verkrijgt. 

69 Die voorspelling kwam uit (bladz. 329). De Stad Leiden kwam drie dagen na de.… Fernandina Maria Emma—laten wij dien naam ook in de aanteekeningen blijven behouden—op Batavia’s reede aan. 

70 Zuidwesters (bladz. 332) zijn bolvormige petten, gewoonlijk van geölied doek vervaardigd, die eene ver achteruitstekende klep van achteren hebben, zoodanig aangebracht, dat zij nek en ooren uitstekend beschut. 

XIV. Kaapsche duiven en Albatrossen.

71 Jan in den zak (bladz. 350) is eene koeksoort van meeldeeg, dat in een zak gekookt wordt. Behoort tot de lekkernijen aan boord. 

72 Spen (bladz. 351) is op Java eene verbastering van dispens. 

XV. In den Zuidoostpassaat.

73 Marion (bladz. 356). In December 1872 stevende de schrijver met het schip Kosmopoliet III langs het eiland Marion. De hiervermelde bijzonderheden werden toen opgeteekend en thans getoetst aan de zeekaart: Prince Edward Islands by Captn L. S. N. R. Nares of H. M. S. Challenger

74 Vetganzen (bladz. 357), ook Pingouïnen genaamd, behooren tot de familie der Alcinae. Bij de geleerden heeten zij Aptenodytes Patagonica. 

XVI. Straat Sunda.

75 De eilanden Sint Paul en Amsterdam (bladz. 367) liggen in den Indischen Oceaan op 37° zuiderbreedte. 

76 De tjoemi-tjoemi of inktvisch (bladz. 374), is een weekdier uit de klasse der Cephalopoda (koppootigen) en uit de afdeeling der Decapoda (tienpootigen). Bij de geleerden heet hij in het algemeen Sepia, waarvan de Sepia officinalis wel de meest talrijke soort is. 

77 Tandjoeng Blimbieng (bladz. 381) beteekent de Blimbieng-kaap. Blimbieng is oen boom, die van 15 tot 20 voet hoog wordt. Hij heet bij de geleerden Averrhoa carambola, en hoort tot de order der Oxalideeën (klaver-zuringachtige). De vrucht—eene bes—is zeer smakelijk, vrij groot, vijfhoekig met scherpe randen, en heeft eene zeer dunne, groene schil, die bij het rijp worden geel wordt. Er zijn twee soorten: de Blimbieng manies—de bovenbedoelde—en de Blimbieng assem, Averrhoa Bilimbi. 

78 Mangistan (bladz. 382) = Garcinia Mangostana, eene overheerlijke vrucht, die door een Engelschman Sir E. Tennent vergeleken werd met: welriekende sneeuw. 

79 Doerian of Doeren (bladz. 382) = Doerio Zebethinus, eene lekkere, maar zeer sterk riekende vrucht. Wij vonden ergens door een Franschman omtrent die vrucht opgeteekend: „Il a tout à la fois la saveur de plusieurs fruits et légumes, de la crême et en même temps une odeur de concombre et d’ail, en sorte qu’il semble d’abord fétide et repoussant; mais il parait qu’on s’y fait peu à peu et qu’on le trouve ensuite délicieux.” Wij onderschrijven die uitspraak ten volle. 

80 Slamat tahoen baroe (bladz. 382) = nieuwjaars-heilwensch. 

81 Ramboetan (bladz. 382) = Nephelium lappaceum, ook eene zeer gewilde vrucht. 

82 Tien kojangs prauwen (bladz. 384) zijn vaartuigen, die tien kojangs kunnen laden. Een kojang = 30 pikols. Een pikol = 61,76125 kilogram. Een tien kojangs prauw kan dus ruim 18528 kilogrammen laden. Het zijn logge vaartuigen met een mast, die een gaffel- en een kluiverzeil voert. 

Colofon

Beschikbaarheid

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.

Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op www.pgdp.net.

Metadata

Codering

Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.

Documentgeschiedenis

Verbeteringen

De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:

Bladzijde Bron Verbetering Bewerkingsafstand
v Direkteur Directeur 1
v, vi, 66, 74 Nederlandsch Indië Nederlandsch-Indië 1
vi, 191, 389, 288, 355, 356 bizonderheden bijzonderheden 1
vii Werfdepot Werfdepôt 1 / 0
3 bizonder bijzonder 1
8 vade-mecum vademecum 1
9 en „ „en 2
19 trachttet trachtet 1
20, 56, 59, 74, 97, 121, 181, 183, 186, 197, 347, 348, 368 [Niet in bron] 1
23 geneuchten geneugten 2
30, 68, 74, 132, 197, 200 [Verwijderd] 1
36 veelmeer veel meer 1
36 Dusseldorf Düsseldorf 1 / 0
44, 141, 204, 354 [Niet in bron] . 1
45, 56, 70, 71, 78, 89, 97, 102, 121, 131, 162, 183, 185, 202, 203, 219, 369 [Niet in bron] 1
50, 92, 102, 105, 188, 358 » 1
50 oudederlijke ouderlijke 2
50 aan sloeg aansloeg 1
51, 132, 336 [Verwijderd] 1
54 Schoppenhauer Schopenhauer 1
62 Staat Straat 1
62, 67, 102, 204, 204, 303, 340, 340, 347, 348, 348, 348, 359 [Niet in bron] , 1
71 ? . 1
74 latenp hotografeeren laten photografeeren 2
76 afgeëxcerseerd afgeëxerceerd 2
82, 117, 120 Nederlandsch Indische Nederlandsch-Indische 1
92 belett’en beletten 1
98, 191 Oktober October 1
104 moder moeder 1
104 gendag goedendag 3
105 Herculus Hercules 1
109 van aan 1
110 welkomsgroet welkomstgroet 1
119 toonen teenen 2
120 Persische Perzische 1
130 onderoffieren-verblijf onderofficieren-verblijf 2
138 Beachyhead Beachy Head 2
140, 222 , [Verwijderd] 1
140 Duin Dum 2
144 , . 1
149 schrijverijën schrijverijen 1 / 0
149 achter dek achterdek 1
155 - 1
155 nie-meenen niet meenen 2
156 fokke zeil fokkezeil 1
156 voo-den voor den 2
157 recipient recipiënt 1 / 0
159, 237, 237, 325, 327 van Van 1
165, 230 1
166 Dat’s Dat ’s 1
170 Hernam Herman 2
185 , „ 2
185 antwoorddde antwoordde 1
187 ge-egenheid gelegenheid 1
189 - [Verwijderd] 1
193 detachements kommandant detachements-kommandant 1
199 Teydo Teyde 1
204 geleerde geleerden 1
210 XII VII 1
220 grietjegeien grietje geien 1
226 . [Verwijderd] 1
227, 250 bizonderheid bijzonderheid 1
232 hennepen henneppen 1
257 wetten metten 1
259 opspatt’en opspatten 1
259 Scorpioen Schorpioen 1
260 jon gman jongman 1
266 Thonyn Thonijn 2
266 - 1
280 oorlogschepen oorlogsschepen 1
280 charth chart 1
284 mij zelven mijzelven 1
286, 292, 293, 293 beafsteak beefsteak 1
295 roastbeaf roastbeef 1
299 50.000 50,000 1
327, 328 lekkernijën lekkernijen 1 / 0
368 gesmeedde gesmede 2
368 konde konden 1
370 traditionneele traditioneele 1
383 Java wal Javawal 1