1 Zie over deze zaak mijne verhandeling Haarringen, Hoofdbengels en Oorijzers, voorkomende in het werk Oud Nederland, ’s Gravenhage, 1888. 

2 Aeldrik (in Nederlandsche spelling Aaldrik, oorspronkelijk voluit Adelrik), Aelwyn (in Nederlandsche spelling Aalwijn, oorspronkelijk voluit Adelwin = Edele vriend), Ayold, Albert (oorspronkelijk voluit Adelbrecht), Aldert (de zelfde naam als Aaldert, bovenvermeld), Alef en Alof (oorspronkelijk voluit Adelelf, Adellof, Adelwolf), Alfert (Alfred, Adelfred, Adelvrede), Alger (oorspronkelijk voluit Adelger, Adelgar), Almer (Adelmar), Arend (Arnwald of Arnhold, de zelfde naam als Arnout), Bareld (Barwald), Bindert en Binnert (Bernhard), Bronger, Eadsger, Edser, Edsert, Edzard en Idsert; dan Egbert, Eilard (Agilhart), Eilof (Agilolf), Evert (Everhart), Folken (Folkwin), Folkert (Folkhart), Freark of Frjerk (Freerk, Frederik), Gerlof of Geerlof, bij samentrekking Gelf (Gerolf, Gerwolf), Gerben en Gerbren (Gerbern); Gerbrand; Gerrolt, bij samentrekking Grealt, Greolt of Greult (Gerhold), Germen (German), Gysbert (Giselbrecht), [201]Gisold, Godsskalk (in Nederlandsche spelling Godschalk), Hartger, Hartman, Hattem of Hattum (Harthelm), Hilbert (Hildbrecht), Hilbrand of Hillebrand (Hildbrand), Idsert (zie hier voren bij Edser), Ysbrand, Jelger (Ethelgar), Jelmer (Ethelmar), Jildert of Jillert, Jodserd, Jorrit (Everhart), Jouwert, Lammert (Lambert, Landbrecht), Leffert (Liafhart), Lubbert (Hludbrecht), Meindert en Meinert (Meginhart), Nittert (Nidhart), Olfert (Olfhart, Wolfhart), Reinhard, Reinert en Reindert (Reginhart), Richolt, Ryken (Rikwin), Ritsert (Richard, Rikhart), Rodmer (Hrodmar), Sibrand (Sigbrand), Sibren of Sybren (Sigbern), Sibout (Sigbald), Symen (Sigman), Tetman, Tsjalf (in Nederlandsche spelling Tjalf, oorspronkelijk voluit Thiadlef), Wibrand (Wigbrand), Wibren of Wybren (Wigbern), Wigbold, Willem (Wilhelm), enz. 

3 Alem (voluit Adelhelm, als Hattem en Willem gevormd), Alman (Adelman), Alwart (Adelwart), Aswyn (vriend der Goden), Bornlef, Bernlef of Bernolf, Brotryck, Edgar, Edleff, Egilbald, Eilbrand, Folcbrat, Folkmar, Folkwart, Gardolf, Garhelm, Garlef, Gerbald, Gerhold, Gerwalt, Godsfriund, Gondebald, Hadlef, Harald, Hartmod, Hatebrand, Heylgar, Hellingbern, Helmrik, Herbern, Herbrand, Herdrad, Hildegrim, Hilderik, Hildmar, Hildulf, Hildwin, Ibrand, Liafwin, Lindrad, Liudger, Liudmund, Liudric, Liobbren, Ludelef (Ludelf, Ludolf, Lulof, Hludwolf), Meinbern, Meynum (Meginhelm), Meinward, Notgrim, Odelbald, Radbald, Radbad, Radbod, Rabbod, Rabbold (Radbout), Randolf, Ratger of Redger, Redlef, Redward, Reinbern, Ricbald, Ricbern, Ricfred, Riklef, Ricward, Robet (Hrodbald), Rodbern, Tancmar, Tethard, Thiadlef (Tsjalf; zie hier voren), Ulfbold, Waldger, Werinhad, Wicholt, Wilbrand, Wolbern, Wolbrand, Wolbrecht, enz. 

4 Bernou, Edwer, Eedwer of Idwer, Eland (Edelland), Ferdou, Fardou of Fredou, Gerland, Hadewei (Hedwig), Jildou, Jeldou of Joldou, Ludewei (Hlodwige), Meinou, Reinou, Welmoed, enz. 

5 Adelgonda, Aldburga, Armgard, Hatheburgis, Herbilda, Irmgard, Irmtrude, Ysland, Liafburg, Machteld, Rikou, Swanelt (Swanhilda; zie Swenelt op bladzijde 190 hiervoren), Switburga, Thiadlindis, Wigmod, enz. 

6 De eenig goede uitspraak van dezen naam is dan ook met den vollen klemtoon op de eerste lettergreep, op de A, terwijl de tweede lettergreep de toonloos is; en geenszins als Adeelen, met de stemsate op de tweede lettergreep die dan als dee wordt uitgesproken, gelijk Hollanders, uit onverstand, wel spreken en schrijven. Zie bij voorbeeld Mr. J. van Lennep, De Roos van Dekama, in welken roman een der hoofdpersonen den verknoeiden naam Seerp van Adeelen draagt.