1 Vermoedelijk komen soortgelijke spotnamen als de Nederlandsche, wel in alle landen en bij alle volken voor. Eenigen van die namen uit Duitschland vindt men vermeld in het Korrespondenzblatt des Vereins für Niederdeutsche Sprachforschung, VIII, 47; en anderen uit Frankrijk in De Navorscher, XV, 318. En wat Engeland aan gaat, de spotnaam van de Londenaars, Cockneys, is daar algemeen bekend. ↑
2 De Dokkumer kleermaker spreekt hier natuurlijk ook de dagelijksche spreektaal van Dokkum—dat is: gewoon stad-Friesch, met enkele bijzonderheden. Bij voorbeeld: Luwarden en sil, waar de Leeuwarders Leewarden en sal zeggen. Ook brengt de Dokkumer tongval meê, dat de lange a eenigermate naar den aai klank zweemende wordt uitgesproken. Van daar dat andere Friesche stedelingen de Dokkumers ook plagen en bespotten, door, hunne bijzondere uitspraak nog overdrijvende, te zeggen: Faaider! de blaaiker staait op ’e taaifel. ↑
4 Te IJlst wordt eene soort van moppen gebakken, die kypmantsjes genoemd worden. Die des winters op ’t ijs te IJlst komt, moet kypmantsjes mede nemen naar huis. (Als zoogenoemd „welkom-t’-huis” voor de t’huisgeblevene huisgenooten.) ↑
Zoo schreeuwde toen de uitgelatene Worp:
Ik wil rijden om lijf en leven,
Ik wil tegen den besten uit ulieder dorp,
Dan ik op koeribben.
7 Dr. J. H. Halbertsma, Ringmunten en oorijzers, in Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren, 1853. ↑
9 Bij voorbeeld, van de hedendaagsche geslachtsnamen Akersloot, Medemblik, Wijdenes, Beets, Barsingerhorn, Schermerhorn, Schagen, Opperdoes, Dokkum, Deinum, Hinloopen, Hoogeveen, Barneveld, Eibergen, Pijnacker, Oosterwijk, Steenbergen, Muntendam, Goudriaan, Valkenburg, Hoogstraten, Leuven, en vele anderen. Bijzonderlijk in Noord-Holland is deze soort van namen veelvuldig vertegenwoordigd. ↑
10 Van dit Latijnsche nepos is het Fransche neveu, en van dit Fransche neveu weer het Engelsche nephew afgeleid, terwijl de Hoogduitsche en Nederduitsche en Nederlandsche woorden Neffe, neve en neef met nepos uit den zelfden taalwortel ontsproten zijn. ↑
11 Opmerkelijk is het, dat men ook in Brabant van vretters spreekt, als in Friesland, en niet van vreters. De bekende spotnaam der Brusselaars wordt door den Zuid-Brabantschen volksmond steeds als Kiekenfretters uitgesproken. ↑
12 Deze naam Potmarge is, zonderling genoeg, ook eigen aan eenen ouden, kronkelenden stroom, die, beoosten Leeuwarden, uit de Greuns voortkomt, langs ’t dorp Huizum vloeit en te Leeuwarden in de Stadsgracht of Buitensingel uitmondt. Hoe dit vaarwater aan dezen bijzonderen naam komt, is mij niet bekend. ↑
13 Borst is een echt Oud-Hollandsche aanspraaksvorm voor jongeling of jongman. Hangt dit woord misschien samen met het Hoogduitsche woord Bursche, in de zelfde beteekenis? ↑
15 Buitendien noemde men mij: de Braken van Kassel (die in den langhen Adieu Voorvechters heeten), de Wittigten van Belle (in den langhen Adieu Caesemaeckers), de Zotjes van Hondschoten, anders gezegd de Zots (Gekken) van de witte torre (toren), Hazebroekje Passe-temps van Hazebroek, Koesjes van Godewaartsvelde en ook Koesjes van Boeschepe, dan nog Zots van Merris, enz. ↑