No. 3. Het huwelijk van Heer Spin.

In zeker land regeerde een vorst, die een dochter had, schoon als de volle maan. Er kwamen vorstenzonen uit verre landen, om haar hand te vragen, maar zij weigerde allen.

Granman anansi122, dit hoorende, liet zich naar dat land roeien in een twaalfriems tentboot, en nam zijn viool mede.

Toen Zijne Excellentie de landingsplaats naderde, riep de stuurman hem toe:

Mi Granman, siengi joe fienjólo”.123

Heer Spin begon te spelen en zong er het volgende liedje bij:

Mi jére, pikien misi

No wanni man, ô ô ô ô!124

Z. M. de Koning hoorde deze hemelsche muziek en zond een gedeelte zijner troepen ter plaatse, met bevel den muzikant naar het paleis te brengen.

De manschappen en hovelingen ijlden heen, en tot hun verwondering zagen zij, dat het Gouverneur Spin was. Hij werd op plechtige wijze begroet, waarna men hem het verlangen van Z. M. mededeelde.

A boen, wakka, mi de kom!125

Heer Spin logeerde een poos ten paleize, waar hij op de handen gedragen werd, doch na eenige dagen besloot Zijne Excellentie weêr naar zijn dorp terug te keeren. [272]

„Ach! Papa”, riep het meisje, „kunt U Z. E. niet hier houden en tot rijksmuzikant of opperzanger benoemen?”

Granman anansi viel haar in de rede:

„Dat zal niet gaan, tenzij ik met U trouw!”

„Nu, dat is goed”, antwoordden vader en dochter tegelijk.

Spin was de gevierde in huis; hij mocht maken en breken wat hij wilde; hij was letterlijk heer en meester geworden.

Het jonge paar zou dan trouwen.

Schoonpapa stelde zijn schoonzoon voor, om versch vleesch te laten koopen.

„Dat behoeft niet; geef mij maar geld, dat U voor versch vleesch wilt besteden, ik zal er voor zorgen; maar, nog wat, laat voor mijn vrienden een flink huis bouwen met een ijzeren deur. U moet ook aan alle naburige vorsten mijn huwelijk bekend maken, want dan kunnen zij mij nog ’t een en ander ten geschenke geven. Laat U het niet weten, dan houden zij zich stil, en ben ik de lijdende persoon, niet waar, want dat zijn me anders geen gulle snappers!”

Aan Anansi’s verzoek werd voldaan en op den dag vóór de huwelijksvoltrekking waren alle vrienden en kennissen van het jonge paar verzameld.

Anansi’s vrienden kwamen ook en werden verzocht hun intrek in het ijzeren huis te nemen. Toen allen er in waren, sloot heer Spin de deur af.

Krekel, die reeds eenmaal werd beetgenomen, zong op den drempel van het huis:

Dia, dia, sa’ joe dê wan dom méti!126

De aanstaande bruidegom gaf nu bevel, rondom het gebouw een vuur aan te leggen; het werd gedaan en alle [273]dieren verbrandden. Daarna noodigde hij alle gasten van den Koning beleefd uit, de dieren te helpen villen en schoonmaken.

„Hm! Hm! zuchtten de prinsen en de andere edellieden.

„Heden mag geen verdriet zijn, daar het morgen mijn trouwdag is”, zei Spin.

Ik begrijp ze wel, dacht Anansi, ze willen niet helpen werken, maar wel helpen eten; ik ben dus eigenlijk hun slaaf. Neen, dat staat niet in de boeken geschreven, wel staat er: in het zweet uws aanschijns zult ge uw brood verdienen!

Eindelijk werd het werk verricht en den anderen dag trouwde hij het meisje.

Heer Spin bleef in het paleis wonen en zijn kinderen kwamen bij de naburige vorsten aan huis.

Door streken is de spin overal gekomen, tot zelfs in vorstenwoningen toe.