Toen de verjaardag van den woudkoning naderde, werden alle dieren door hem uitgenoodigd, om dien dag met hem te komen doorbrengen.
Heer Spin, de huisvriend van Tijger, verzuimde niet, aan het feest deel te nemen; wel is waar was hij dien dag niet goed geluimd, daar Kakkerlak* hem het leven moeilijk maakte. Hij kon krakáko149 nl. niet meer onder [294]de oogen zien en meende, dat het oogenblik van zijn dood gekomen was.
Om twaalf uur zetten de dames en heeren zich aan tafel. Anansi stond op en nam het woord:
„De plaatsen zijn niet goed geregeld; het is niet zooals het zijn moet”.
„Hoezoo?” zei Tijger.
„De zaak, waarop ik U wijzen wilde, is deze. Kakkerlak gaat eenvoudigweg zitten, waar het hem belieft, en wel tusschen Hert en onzen vriend djiendja-makkà.150 Hij hoort thuis onder de gevleugelde dieren, daar is zijn plaats, maar niet tusschen de heeren, waar hij is gaan zitten”.
„Dat is niets, dat kan gemakkelijk hersteld worden”, zei Tijger.
„Ga hier zitten, naast je vriend Haan; er is nog een plaats open”.
„Dank je, dank je wel”, antwoordde Kakkerlak.
„Gaat nu niet twisten”, vermaande Tijger. „Indien gij reden hebt om te vechten, vecht dan, maar niet hier, en wees gerust, vriend Kakkerlak; de haan zal je niets doen; hij heeft geen enkele reden. Kijk me niet aan als een woedende stier; ik heb hem niets gezegd”.
„Hm!” zuchtte Kakkerlak.
„Denk je misschien, dat ik hem verteld heb, hoe je steeds kwaadspreekt van hem, welke blaam je op zijn naam hebt geworpen, of dat je een deuntje op hem hebt gemaakt, dat je steeds achter zijn rug zingt: Kákka na mi ningre! reh! reh! reh!151 Denk je, dat ik hem zijn gedrag tegenover dames heb verweten? Neen, vriend”.
„Prosit! heeren, op de gezondheid van Tijger”, begon heer Spin zijn rede, waarin hij alle goede hoedanigheden van zijn vriend deed uitkomen. [295]
Daarna begon hij te eten en hitste hij den haan net zoo lang op, tot deze Kakkerlak oppikte.
Dit is de oorsprong van de vijandschap tusschen de kippen en de kakkerlakken. Anansi is er de oorzaak van. Toen de kippen hem echter leerden kennen, onderging hij hetzelfde lot.
Iffi joe díki wan hólo gi wan trà, joe srefi de fadòn na ini.152