Thuis gekomen, las John Raffles meermalen den brief, dien hij van de schrijftafel had weggenomen, daarop riep hij Charly Brand bij zich en gaf hem ook het schrijven ter inzage.
Hij keek met gespannen aandacht naar het gelaat van zijn vriend.
Maar hij ontdekte daarop niet de uitdrukking, die hij had verwacht.
„Geef mij den brief terug. Ik zie wel, dat je er niets bijzonders aan ontdekt,” sprak hij op geërgerden toon.
Zijn vriend keek hem verbaasd aan.
Wat bedoelde Raffles met deze vreemde opmerking!
„Ik begrijp je niet”, antwoordde de secretaris daarom op onthutsten toon, „die brief zegt immers niets”.
„Luister dan eens naar mij”, sprak Lord Lister, den brief ter hand nemend. „Ik zal je hem woord voor woord nogeens langzaam voorlezen.
„Mijn lieve graaf!
Ik ontving hedenmiddag van uw notaris het afschrift van uw testament, zoodanig ingericht, als papa het met u heeft besproken. Daarom zal ik dan ook mijn gegeven woord gestand doen en geef u vrijheid onze verloving bekend te maken. Zendt mij onmiddellijk antwoord wanneer ik u heden mag verwachten, opdat ik ervoor kan zorgen, thuis te zijn.
Gebruik voor uw antwoord bijgaand couvert, opdat ik bij de vele stukken, die de post bezorgt, uw brief dadelijk herken.
Een genoeglijken avond verwachtend,
blijf ik de uwe
EVELIN BONN.”
John Raffles had ieder woord, zonder een lettergreep te verwaarloozen, gelezen.
Peinzend keek hij nu naar den brief, die naar een onbekend parfum rook.
„Ik weet niet, wat je wilt”, sprak Charly, „vindt je iets vreemds in dit schrijven?”
De groote onbekende borg den brief zoo zorgvuldig in zijn portefeuille, alsof het een banknoot van hooge waarde was.
„Ja zeker, mijn lieve Charly, die brief vertelt mij zeer vreemde dingen. Kom, ik zal je eens vertellen, welke tragedie daaraan verbonden is”.
Hij stak een cigarette aan en ging op zijn gemak in een fauteuil bij den haard zitten, terwijl zijn secretaris tegenover hem plaats nam.
„Ik bevond mij twee uur geleden als secondant van Lord Turkington bij den graaf van Heresford. Het was een onaangename boodschap voor mij, omdat ik niet veel voelde voor de oorzaak tot dit duel.
„De graaf was juist van plan, een brief aan zijn secondant te schrijven, met wien ik de zaak verder zou kunnen regelen, toen een bediende hem een brief bracht. Hetzelfde schrijven, dat ik je zooeven voorlas.
„De graaf opende den brief in mijn tegenwoordigheid, las hem en schreef een antwoord, dat hij den bediende overhandigde met de woorden: „Haast u …”
„Hij kwam niet verder, want hij zonk op den grond neer en stierf.
„Een paar minuten later was reeds een dokter aanwezig, doch ook deze kon slechts den dood constateeren. Zijn diagnose luidde: hartverlamming”.
Raffles zweeg, blies rookwolkjes uit zijn cigarette om zich heen en staarde nadenkend in het haardvuur.
Charly Brand draaide zenuwachtig zijn duimen om elkaar heen.
„Ik weet werkelijk niet, welk merkwaardigs daarin steekt. Waarschijnlijk heeft de graaf uit vreugde over zijn bevoorrechting een beroerte gekregen. Ik herinner mij, weleens over dergelijke gevallen gelezen te hebben”.
„Wat gij daar zegt, klinkt heel waarschijnlijk, [7]mijn lieve Charly. Maar mijn zoogenaamd detective- of misdadigersinstinct zegt mij, dat de oorzaak van den dood van den graaf niet een natuurlijke is, doch dat hier een misdaad aan ten grondslag ligt. Ik denk, dat de zaak zich zoo heeft toegedragen:
„Miss Evelin Bonn heeft eenige uren van te voren van den notaris van den Peer een afschrift van het testament gekregen, waarbij de graaf haar tot zijn eenige erfgename benoemt. Onmiddellijk daarna sterft de erflater, als het ware op bevel.
„Hier ligt immers het vermoeden voor de hand, dat de dood geen natuurlijke oorzaak heeft gehad”.
„Jij hadt beslist detective moeten worden”, riep Charly vol bewondering uit.
Zijn vriend lachte.
„Ik zei je al vroeger eens, dat ik, om detective te zijn, slechts een vierde gedeelte noodig zou hebben van het verstand, dat mij te pas komt voor het beroep, dat ik heb gekozen”.
Op dit oogenblik trad de bediende binnen en meldde: „Lord Richard Turkington”.
De Lord trad de kamer binnen en zonder de gewone begroetingswoorden te uiten, riep hij:
„Ik kom daarjuist van de club en vernam daar den dood van mijn medeminnaar.
„Hoe heeft zich dat toegedragen?”
„Een hartverlamming, Lord Turkington. Ik was persoonlijk tegenwoordig, toen de dokter het lijk onderzocht en de doodsoorzaak vaststelde. Een eigenaardige geschiedenis—”
Na een korte pauze vervolgde Raffles:
„Wilt gij mij een genoegen doen, Lord Turkington?”
„Gaarne, waarmee kan ik u van dienst zijn?”
„Rijd dadelijk met mij naar miss Evelin Bonn en stel mij aan haar voor”.
Lord Turkington keek den grooten onbekende eenige oogenblikken aan met een blik, die argwaan verried, maar spoedig schudde hij de gedachten, die in zijn hersens opkwamen, van zich af.
„Ik weet weliswaar niet”, sprak hij, „wat gij met dit verzoek beoogt, maar ik ben gaarne bereid, aan uw verlangen te voldoen.
„Daar ik zelf van plan was, miss Bonn nu te gaan bezoeken, verzoek ik u, mij te vergezellen”.
Eenige minuten later hadden de beide heeren in de auto plaatsgenomen.
„Wilt gij mij niet mededeelen, wat u er toe brengt, mijn—naar ik hoop—aanstaande verloofde te gaan opzoeken?” vroeg de Lord na een pauze.
John Raffles antwoordde op ernstigen toon:
„Alleen mijn vriendschap voor u, Lord Turkington. Ik hoop, dat gij aan mijn oprechte belangstelling niet twijfelt”.
Inplaats van te antwoorden, drukte Lord Turkington zijn hand. Na eenig stilzwijgen sprak de jonge edelman:
„Ik neem aan, dat de oorzaak van uw bezorgdheid voor mijn persoon daarin ligt, dat gij bang zijt, mij een zoogenaamde domheid te zien begaan. Maar ik zweer u, dat geen mensch, zelfs gij, aan wien ik zoo oneindig veel te danken heb, mij van mijn plan kan afbrengen om Miss Bonn tot mijn vrouw te maken.”
„Gij vergist u,” antwoordde Raffles, „als gij meent, dat ik van plan ben, mij tusschen u en Miss Evelin Bonn te plaatsen. Neen. Ik ben er alleen op gesteld om de dame, waarmee gij dweept, persoonlijk te leeren kennen.”
Zij hadden intusschen de woning der diva bereikt en werden dadelijk toegelaten.
Zooals Lord Lister had verwacht, wist Miss Evelin Bonn nog niets van den dood van den graaf.
Met de elegance en beminnelijkheid van een dame der groote wereld ontving zij de heeren en betoonde zich vooral tegenover Raffles, die haar als Lord Randolph werd voorgesteld, buitengewoon innemend.
Deze begreep evenwel dadelijk, dat deze bevoorrechting niet natuurlijk was, maar alleen aan den dag werd gelegd, omdat haar verstand het haar gebood.
John Raffles, die de gewoonte had om een persoon met half gesloten oogen op te nemen en er daarbij schijnbaar onverschillig uit te zien, ontdekte dat de miss hem meermalen met scherpe blikken aankeek.
Ondanks het levendige gesprek, dat zij, naar het scheen, met Lord Turkington voerde, gleed steeds weer een loerende blik naar Raffles, die zich met het doorkijken van eenige plaatwerken bezig hield.
In een hoek van het boudoir stond de schrijftafel, en daar had Raffles eindelijk dat ontdekt, wat hij zocht, nl. het blauwe couvert, dat de graaf van Heresford had gebruikt om zijn antwoord te verzenden. Maar alleen het couvert lag op de schrijftafel. De brief was er niet meer in.
Het was voor Raffles een kleinigheid om in den loop van het gesprek tusschen Miss Evelin Bonn en Lord Turkington op te staan en, zonder dat het werd opgemerkt, de schrijftafel te naderen. Met een handige beweging nam hij het couvert en stak het bij zich.
Daarop mengde hij zich in het gesprek van het tweetal en begon met de dame te redeneeren over haar vroeger [8]verblijf in Parijs, waar zij tot voor eenige maanden had gewoond.
Hij bemerkte aan het beantwoorden zijner vragen, dat zij niet bijzonder verstandig was.
Midden in het gesprek trad plotseling een man van ongeveer zestigjarigen leeftijd het vertrek binnen.
Lord Turkington stelde hem voor als Mr. Lodewijk Bonn, de vader der schoone Miss.
„Pardon, heeren,” sprak de oude man, „ik kom met een treurige tijding voor mijn dochter. Zoo even hoorde ik van een bekende, dat de graaf van Heresford plotseling aan hartverlamming is overleden.”
„Wat?” riep Miss Bonn uit, „is de graaf van Heresford dood?”
„Ja,” antwoordde haar vader, „ik nam, nadat ik het bericht had gehoord, een rijtuig en begaf mij naar de woning van den graaf, waar men mij hetzelfde meedeelde.”
„Maar dat is onmogelijk,” riep Miss Bonn uit. „Een paar uur vóór zijn verloving met mij sterft hij? O, mijn God, hoe vreeselijk!”
Lord Turkington was bij deze woorden opgesprongen.
„Hadt gij werkelijk het plan, Miss Bonn, om u met den graaf van Heresford te verloven?”
Met fonkelende oogen keek hij Miss Bonn aan.
„Het was de wensch van mijn vader,” antwoordde zij op zachten toon, „ik werd er toe gedwongen. Gij zult toch niet gelooven, dat ik een man van dien leeftijd zou kunnen beminnen?”
Zij zag hem aan met een blik, die Lord Turkington door merg en been ging en drukte zijn hand.
Galant boog hij zich er over heen en kuste haar vingertoppen.
Nu mengde zich de vader in het gesprek:
„Je hebt immers nog antwoord gehad van den graaf van Heresford, dat hij je hedenavond wilde bezoeken.”
„Ja,” antwoordde Miss Bonn, „hij schreef mij, dat hij om zes uur bij mij zou zijn en nu—o God, het is vreeselijk! Ik smeekte den hemel, om mij van den graaf te bevrijden. Maar zijn plotselinge dood is verschrikkelijk!
„En toch ben ik dankbaar, dat het noodlot mij heeft behoed voor een huwelijk, zooals mijn vader dat wenschte!”
De oude man was naar de schrijftafel gegaan en vroeg:
„Wil je mij den brief laten lezen, dien de Lord je heeft geschreven?”
Miss Bonn kwam naast hem staan.
„Ik heb den brief weggesloten, maar— —” Zij zweeg plotseling en Raffles zag, hoe haar hand zoekend over de schrijftafel gleed.
Na eenige oogenblikken sprak zij op zachten toon tot haar vader, wat echter Lord Lister duidelijk kon verstaan:
„Hebt gij het blauwe couvert weggenomen?”
„Neen,” antwoordde de vader, eveneens met gesmoorde stem.
Miss Bonn wierp een snellen blik op haar gasten die blijkbaar in druk gesprek waren met elkaar.
Dit stelde haar gerust en Raffles hoorde haar zeggen:
„Mon Dieu, waar kan het blauwe couvert gebleven zijn? Het moet gevonden worden. Gij weet— — —”
„Sst,” fluisterde de oude, „ga nu naar je vrienden, ik zal zoeken. Heb je het stellig hier neergelegd?”
„Ja. Ik liet het op mijn schrijftafel liggen, in mijn vreugde vergat ik het weg te sluiten.”
„Dat is dom!”
„Mag ik de heeren verzoeken, met mij een kop thee te gaan drinken in de eetkamer?” vroeg Miss Bonn aan haar gasten.
Met een buiging stemden beide toe en eenige oogenblikken later zaten zij aan de rijkgedekte tafel in druk gesprek.
Eerst een kwartier later trad de vader binnen.
John Raffles, die hem met scherpen blik aankeek, bemerkte, dat hij zeer opgewonden en zenuwachtig was. De groote onbekende wist, waardoor. De oude had het blauwe couvert niet gevonden.
Welk geheim kon hierachter verborgen zijn?
„Neemt mij niet kwalijk,” sprak de oude man. „als ik uw gesprek moet storen. Ik zou mijn dochter graag even alleen spreken.”
„Ga uw gang,” antwoordden beide heeren.
Een paar minuten later trad Miss Bonn weer binnen met haar lieftalligen glimlach.
Niemand zou hebben vermoed, dat zij nog kort geleden bevend van angst met verwrongen gelaat voor haar schrijftafel had gestaan, alle kastjes en laden had opengetrokken en, toen het blauwe couvert niet werd gevonden, de schrijftafel van den muur rukte, de kleeden optilde en zocht, alsof het een voorwerp van groote waarde was, dat teruggevonden moest worden.
Maar dat, wat zij hoopte te vinden, was verdwenen. Het blauwe couvert was er niet meer. [9]
„Ik heb het hier op de schrijftafel gelegd,” had Miss Bonn tot haar vader gezegd.
„Het kan jou en mij den nek breken. Wat een dwaasheid van je, om het couvert hier te laten liggen,” had de oude geantwoord. „Daar in den haard zou het voor eeuwig vernietigd zijn geweest. En vertel nu eens, wat denk je met Lord Turkington te doen?”
„Hetzelfde, wat met Heresford is gebeurd.”
Haar vader knikte.
„Dan maar gauw,” meende hij, „men moet het ijzer smeden, terwijl het heet is. Wat ik nog wou zeggen, de vriend, die door je aanbidder is meegebracht, bevalt mij niet.”
„Mij ook niet,” antwoordde Miss Evelin, „ik voelde mij angstig in zijn tegenwoordigheid, vanaf het eerste oogenblik, toen hij in mijn boudoir kwam!”
„Maakt hij je het hof?”
„Neen. Hij schijnt een uiterst koel en nuchter mensch te zijn. Ik zal trachten te informeeren hoeveel vermogen hij bezit. Misschien kan hij de opvolger van Lord Turkington worden.
„Maar de heeren zullen mij missen,” viel zij zichzelf in de rede, „ik zal naar hen teruggaan. Zoek alleen nog maar door. Het couvert moet hier in de kamer zijn, of misschien— —” zij aarzelde eenige oogenblikken, „of een der heeren zou het moeten hebben.
„Gij weet, met hoeveel ijverzucht minnaars als Lord Turkington overal op letten; misschien heeft hij het weggenomen.”
De oude dacht even na en antwoordde:
„Je hebt gelijk, Lord Turkington zal in het blauwe couvert een aan jou gerichten brief vermoeden. Dan is er niet het minste gevaar bij de zaak.”
Eenigszins gerustgesteld verliet Miss Bonn het boudoir en ging naar Lord Turkington en Raffles terug.
Zij brachten den avond in een schouwburg door, soupeerden daarna te zamen en bij de champagne vroeg Lord Turkington in tegenwoordigheid van Raffles de hand van Miss Evelin Bonn.
„De koning is dood, leve de koning,” dacht Raffles.
Miss Evelin Bonn echter boog zich naar Lord Turkington en antwoordde:
„Ik ben bereid, mij aan u te geven, maar ik kan het beslissende woord niet spreken, voordat gij met mijn vader de geheele zaak hebt geregeld. Papa wenscht dat, omdat hij het mijn moeder op haar sterfbed heeft beloofd.”
„Wanneer mag ik komen om met uw Papa alles te bespreken?”
Zij dacht eenige oogenblikken na.
„Om twee uur des middags.”— — —
„Wilt u mij een genoegen doen, Lord Turkington?” vroeg Raffles op den terugweg, „en mij den inhoud, meedeelen van het onderhoud met den vader van uw toekomstige bruid?”
De vragen van Raffles begonnen den jongen Lord reeds onaangenaam te worden.
Het kwam hem voor, alsof hij min of meer onder voogdij stond.
Maar hij beloofde het. [10]