[Inhoud]

DE INDIAANSCHE NAMEN.

Cheokhes, kie-ok-ez’, de Amerikaansche „mink”, een ottersoort.

Cheplahgan, tsjep-la’-guan, de Canadeesche arend.

Ch’geegee-lokh-sis, tsj-dsjie-dsjie’-lok-siz, de zwartkopmees: parus atricapillus.

Chigwooltz, tsjigg-woelts’, de stierkikvorsch.

Clote Scarpe, Kloot Skaarp, een fabelachtige held van de noordelijke Indianen, zooals Hiawatha.

Commoossie, kom-moe-sie’, een kleine schuilplaats of hut, van bast en takken gemaakt.

Deedeeaskh, die-die’-ask, de blauwe gaai.

Eleemos, el-ie’-mos, de vos.

Hawahak, ha-wa-hek’, de havik.

Hukweem, huk-wiem’, de groote noordelijke duiker of ijsduiker.

Ismaques, is-ma-kwez’, de vischarend.

Kagax, ke’-guaks, de wezel.

Kakagos, ka-ka-guoz, de raaf.

K’dunk, k’dunk’, de pad.

Keeokuskh, kie-o-kusk’, de muskusrat.

Keeonekh, kie’-onek, de otter.

Killooleet, kil’loe-liet, de witkeel-musch.

Kookooskoos, koe-koes-koes’, de groote oehoe.

Koskomenos, kos’-kom-ie-nos, de ijsvogel.

Kupkawis, kup-kee’-wiz: syrnium nebulosum, een gestreepte uil.

Kwaseekhoo, kwa-ziek’o, de zaagbek. [123]

Lhoks, loks, de panter.

Malsun, mel’-sun, de wolf.

Meekoo, mie’-ko, de roode eekhoorn.

Megaleep, meg’-a-liep, de caribou of ’t N.-Amerikaansche rendier.

Milicete, mil’-i-siet, de naam van een Indiaanschen stam, ook Malicete geschreven.

Mitches, mit’-sjes, het gekraagde hazelhoen, een soort „grouse”: bonasia umbellis of Amerikaansche „patrijs”.

Moktaques, mok-ta’-kwes, de haas.

Mooween, moe-wien’, de zwarte beer.

Musquash, mus’kwosj, de muskusrat.

Nemox, nem’-moks, } de vischmarter uit N.-Amer.
Pekquam, pek-wem,

Quoskh, kwosk, de blauwe reiger.

Seksagadagee, sek’-sa-guee-da’-guie, het Canadeesche hazelhoen, ook een soort „grouse”.

Skooktum, skoek’-tum, de forel.

Tookhees, tok’-ies, de boschmuis.

Umquenawis, um-kwie-na’-wiz, de eland.

Unkwunk, unk’-wunk, het stekelvarken.

Upweekis, up-wiek’-is, de Canadeesche lynx.

Whitooweek, wit’-oe-wiek, de houtsnip.

[Inhoud]

Oorspronkelijke rug.

 

Oorspronkelijke achterkant.

Colofon

Codering

Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.

Documentgeschiedenis

Verbeteringen

De volgende 14 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:

Bladzijde Bron Verbetering Bewerkingsafstand
16, 29 nauwlijks nauwelijks 1
25 boomtronken boomstronken 1
43 windernis wildernis 1
47 boomtronk boomstronk 1
57 of òf 1 / 0
65 , . 1
83 op zij opzij 1
89 terugbegaf terug begaf 1
100 Wollastook Woolastook 1
100 Lhox Lhoks 2
119 éen één 1 / 0
120 -onder en -overheen onder- en overheen 3
123 [Niet in bron] . 1