WeRead Powered by ReaderPub
De reis om de wereld in tachtig dagen cover

De reis om de wereld in tachtig dagen

Chapter 40: Inhoud.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

The story follows a methodical gentleman who wagers he can circumnavigate the globe within eighty days; he departs with a newly hired valet and encounters delays, accidents, and a variety of cultural encounters while traveling by trains, steamers, and other means. A persistent detective, convinced the traveler is linked to a crime, pursues the party, and along the way the traveler rescues and accompanies a young woman. The narrative combines brisk travel adventure and comic character contrasts with practical problem-solving, reflections on technology and punctuality, and a mounting tension as the journey becomes a race against time that resolves in an unexpected way.

Loopende zóo hard als men nog nooit iemand had zien loopen. Blz. 223.

“Mevrouw, gij kondt in Indië niet blijven en uwe veiligheid was niet verzekerd vóor gij ver verwijderd waart van die Hindoes.”

“Alzoo, mijnheer,” zeide Aouda, “nog niet tevreden mij van een Bladzijde 218vreeselijken dood gered te hebben, woudt gij mijn bestaan in Europa nog verzekeren?”

“Ja, mevrouw,” antwoordde Fogg, “maar de zaak is mij tegengeloopen. Toch blijft er nog een klein gedeelte van mijn fortuin over en dit wensch ik ter uwer beschikking te stellen.”

“Maar gij, mijnheer Fogg, wat moet er van u worden?” vroeg Aouda.

“Ik mevrouw,” antwoordde Fogg kalm, “ik heb niets meer noodig.”

“Hoe denkt gij dan over het lot dat u te wachten staat?”

“Zooals ik er over moet denken,” antwoordde Fogg zacht.

“In elk geval zal een man als gij niet ongelukkig worden. Uwe vrienden....”

“Ik heb geen vrienden, mevrouw.”

“Uwe bloedverwanten....”

“Ik heb geen bloedverwanten meer.”

“Dan beklaag ik u, mijnheer Fogg, want verlaten te zijn is zeer treurig. Hoe! geen enkel vriendenhart om uw gemoed uit te storten. Men zegt toch, dat men te zamen het ongeluk lichter dragen kan.”

“Men zegt het, mevrouw.”

“Mijnheer Fogg,” zeide toen Aouda opstaande en hare hand den gentleman reikende, “wilt gij tegelijk eene vriendin en eene bloedverwant hebben? Wilt gij mij tot uwe vrouw?”

Fogg stond bij die woorden eveneens op. Het was of er een ongewone glans in zijn oogen flikkerde en of zijne lippen beefden. Aouda zag hem aan. De oprechtheid, de flinkheid en de zachtheid van dien schoonen blik eener edele vrouw, die alles waagt om hem te redden, aan wien zij alles verschuldigd is, verbaasde hem eerst en ontroerde hem daarna zeer. Hij sloot even de oogen als om te beletten dat die blik dieper doordrong.—Toen opende hij ze weder.

“Ik bemin u, mevrouw,” zeide hij eenvoudig. “Ja, waarlijk, bij alles wat heilig op aarde is, ik bemin u, ik ben geheel de uwe.”

“O!”—riep Aouda, de hand aan haar hart brengende.

Passepartout werd gescheld. Hij kwam terstond. Fogg hield de hand van Aouda in de zijne. Passepartout begreep alles en zijn breed gelaat schitterde als de zon in het zenith in de tropische gewesten.

Fogg vroeg hem of het niet te laat zou zijn om den eerwaarden Samuel Wilson van de Sint-Stephaan-parochie te halen. Passepartout lachte allervriendelijkst.

“Nooit is het te laat,” zeide hij. “Het is nog pas vijf minuten over achten.”

“Het zal morgen, maandag zijn?” voegde hij er vragend bij.

“Morgen, maandag?” vroeg Fogg, Aouda aanziende.

“Morgen, maandag,” antwoordde Aouda.

Passepartout liep op een draf heen. Bladzijde 219

Zes en Dertigste Hoofdstuk.

Waarin Phileas Fogg nog eene premie op den koop toegeeft.

Het is tijd mede te deelen, welk een omkeer in de publieke opinie in het Vereenigde Koninkrijk had plaats gehad, toen men de arrestatie van den werkelijken dief der bank had vernomen—een zekere James Strand—die den 17den December plaats had gehad.

Drie dagen vroeger was Fogg nog de schuldige, dien de inspecteur voet voor voet volgde; maar toen de dief eenmaal gearresteerd was, werd de gentleman weder de eerlijkste man ter wereld, die mathematisch zijne zonderlinge reis rondom de wereld volbracht.

Welk een indruk maakte dit, en welk een ophef in de couranten! Allen die voor of tegen gewed hadden, of de geheele zaak reeds hadden vergeten, werden als door een tooverroede wakker geschud. Alle overeenkomsten werden weder geldig. Alle verbintenissen herleefden weer. Alle weddenschappen kregen nieuwe kracht, en de Phileas Fogg-actiën rezen.

De vijf medespelers van den gentleman in de Reform-club brachten deze drie dagen in zekere onrust door. Die Phileas Fogg, dien zij allen vergeten hadden, verscheen onverwachts weder voor hunne oogen! Waar was hij nu? Den l7den December, den dag waarop James Strand te Edinburg gearresteerd werd, was het zes en zeventig dagen geleden, dat Fogg vertrokken was en men had nog niets van hem vernomen. Had hij den strijd opgegeven of vervolgde hij zijn weg volgens het overeengekomen reisplan? Zou hij zaterdag den 21sten December 's avonds ten kwart voor negenen als de geest der nauwgezetheid op den drempel der Reform-club verschijnen ?

Wij zullen de spanning niet schetsen, waarin ieder Engelschman gedurende die drie dagen verkeerde. Men zond telegrammen naar Amerika en Azië, om maar iets van Fogg te weten te komen. Men ging 's morgens en 's avonds het huis in Saville-Row eens opnemen. Niets. De politie wist ook niet wat er van den inspecteur Fix geworden was, die zoo ongelukkig een verkeerd spoor had gevolgd. Dit verhinderde niet, dat men nieuwe weddenschappen op nog grootere schaal aanging. Phileas Fogg deelde het lot van het paard, dat aan de laatste barrière is genaderd. Men taxeerde hem niet meer op honderd, maar op twintig, op tien, ja op vijf; alleen de lamme lord Albemarle hield zijne actiën op pari. Bladzijde 220

Dien zaterdagavond was er dan ook een groote menigte naar Pall-Mall en in de naburige straten gestroomd. Men zou gemeend hebben, dat hier alle beursmannen waren samengekomen, en onafgebroken voor de deuren der Reform-club stand hielden. De passage was gestremd; men riep den koers van “Phileas Foggs” af, alsof het engelsche fondsen waren. De politie-agenten hadden zeer veel moeite om het volk in bedwang te houden, en naarmate het uur naderde waarop Fogg moest aankomen, nam de opgewondenheid met onbeschrijfelijke snelheid toe.

Dien avond waren de vijf partners van den gentleman sedert zeven uur in de groote zaal van de Reform-club bijeen. De twee bankiers, John Sullivan en Samuel Fallentin, de ingenieur Andrew Stuart, Gauthier Ralph, administrateur der Bank, de brouwer Thomas Flanagan, allen zagen zijne komst met belangstelling tegemoet.

Op het oogenblik dat de klok der groote zaal vijf minuten vóor half negen aanwees, stond Andrew Stuart op en zeide:

“Mijne heeren, binnen twintig minuten zal de termijn, tusschen Phileas Fogg en ons bepaald, verstreken zijn.”

“Wanneer is de laatste trein uit Liverpool aangekomen?” vroeg Thomas Flanagan.

“Ten zeven uur drie en twintig minuten,” antwoordde Gauthier Ralph, “en de volgende trein komt eerst tien minuten over twaalven aan.”

“Welnu, mijne heeren,” hernam Andrew Stuart, “zoo Phileas Fogg met den trein van zeven uur drie en twintig was aangekomen, zou hij reeds hier zijn. Wij kunnen de weddenschap dus als gewonnen beschouwen.”

“Laten wij nog geen uitspraak doen,” antwoordde Samuel Fallentin. “Gij weet dat onze collega zeer zonderling is. Zijne nauwkeurigheid is overal bekend. Hij komt nooit te laat, noch te vroeg. Zoo hij hier nog op het laatste oogenblik verscheen, zou het mij niet verwonderen.”

“En ik,” hernam Andrew Stuart, die altijd zeer zenuwachtig was, “ik zou het niet gelooven al zag ik het.”

“Inderdaad,” hernam Thomas Flanagan, “het plan van den heer Fogg was onzinnig. Hoe stipt hij ook moge zijn, hij kon de onvermijdelijke hinderpalen niet outwijken en een oponthoud van twee of drie dagen moest zijn geheele reis in duigen doen vallen.”

“Bovendien moeten wij niet vergeten,” voegde John Sulivan er bij, “dat wij niets van onzen collega vernomen hebben: toch ontbreekt de opgave der telegrafen niet in zijn reisboek.”

“Mijne heeren, hier ben ik.” Blz. 222.

“Hij heeft verloren, mijne heeren,” hernam Andrew Stuart, “hij heeft het honderdmaal verloren! Gij weet bovendien dat de China—de eenige mailboot van New-York, die hij kon nemen om op den bepaalden tijd te Liverpool te zijn—gisteren is binnengeloopen. Bladzijde 221En ziedaar de lijst der passagiers, door de Shipping-Gazette medegedeeld; de naam van Phileas Fogg staat er niet op. Zelfs al namen wij de gunstigste kansen aan, dan is onze collega op dit uur Bladzijde 222nauwelijks in Amerika. Ik reken dat hij minstens twintig dagen ten achter is, en de oude lord Albemarle heeft ook zijn vijf duizend pond verloren.”

“Dat is wel waarschijnlijk,” antwoordde Gauthier Ralph. “Wij behoeven slechts den wissel van Phileas Fogg op de gebroeders Baring af te geven.”

Op dit oogenblik wees de klok tien minuten over half negen.

“Nog vijf minuten,” riep Andrew Stuart.

De vijf leden der Reform-club zagen elkander aan. Men kan licht begrijpen dat hun hart een weinig sneller klopte, want zelfs voor goede spelers was het een hoog spel. Zij wilden er echter niets van laten bemerken, en op voorstel van Samuel Fallentin namen zij plaats aan de speeltafel.

“Ik zou mijn vijfde gedeelte van de twintig duizend niet willen geven,” zeide Andrew Stuart, zich nederzettende, “al bood men er drie duizend negen honderd en negentig pond voor.”

De wijzer wees op dit oogenblik twaalf minuten over half negen.

De spelers hadden de kaarten opgenomen, maar ieder oogenblik keken zij op de klok. Hoe zeker ze ook waren, nooit had een minuut hen zoo lang geduurd.

“Dertien minuten over half negen,” zeide Thomas Flanagan, de kaarten coupeerende, die Gauthier Ralph hem toeschoof. Daarop volgde een oogenblik stilte. In de groote zaal der club hoorde men geen geluid. Maar buiten klonk het geraas der menigte, die somtijds luide kreten uitte. De slinger van de klok gaf elke seconde aan. Ieder speler telde onwillekeurig de slingeringen.

“Veertien minuten over half negen!” zeide John Sulivan, met een stem, waarin zekere ontroering hoorbaar was.

Nog één minuut, en de weddenschap was gewonnen. Andrew Stuart en zijn collega's speelden niet meer. Zij hadden de kaarten neergelegd.

Op de veertigste seconde niets. Op de vijftigste seconde nog niets!

Op de vijf en vijftigste hoorde men buiten iets als een onweersbui, handgeklap, hoezee's en zelfs verwenschingen, die zich al verder voortplantten.

De vijf spelers stonden op.

Op de zeven en vijftigste seconde werd de deur geopend en de slinger had de zestigste seconde nog niet aangegeven, toen Phileas Fogg verscheen, gevolgd door een opgewonden menigte, die den ingang der club was binnengedrongen. Op zijn kalmen toon, zeide hij:

“Mijne heeren, hier ben ik.” Bladzijde 223

Zeven en Dertigste Hoofdstuk.

Waarin aangetoond wordt dat Phileas Fogg niets gewonnen heeft door zijne reis om de wereld, behalve zijn geluk.

Ja, Phileas Fogg was er in eigen persoon.

Men herinnert zich dat 's avonds vijf minuten over achten—omstreeks vier en twintig uur na zijn aankomst te Londen—Passepartout door zijn meester belast was om den eerwaarden Samuel Wilson te waarschuwen, ten einde een zeker huwelijk, dat den anderen morgen zou plaats hebben, te sluiten.

Passepartout was opgewonden van blijdschap vertrokken en was naar het huis van den eerwaarden Samuel Wilson gesneld, die nog niet te huis was. Passepartout wachtte natuurlijk, maar hij wachtte ten minste twintig lange minuten. Het was vijf minuten voor half negen toen hij uit het huis van den eerwaarde ijlde. Maar in welk een toestand! De haren verward, zonder hoed, loopende, loopende zóo hard als men nog nooit iemand had zien loopen; hij wierp de voorbijgangers omver en vloog als een haas over de steenen.

Binnen drie minuten was hij weer in Saville-Row teruggekeerd, en viel buiten adem in de kamer van Fogg. Hij kon niet spreken.

“Wat is er?” vroeg Fogg.

“Mijn meester,” stamelde Passepartout, “huwelijk ... onmogelijk”

“Onmogelijk?”

“Onmogelijk, voor morgen.”

“Waarom?”

“Want morgen ... zondag!”

“Maandag,” antwoordde Fogg.

“Neen ... vandaag zaterdag.”

“Zaterdag? Onmogelijk!”

“Ja, ja, ja!” riep Passepartout. “Gij hebt u een dag vergist. Wij zijn vier en twintig uren te vroeg aangekomen, maar gij hebt nog maar tien minuten tijd.”

Passepartout had zijn meester ondertusschen bij zijn kraag gegrepen en trok hem met onwederstaanbare kracht voort.

Fogg, zóo voortgesleept, zonder den tijd te hebben een oogenblik na te denken, verliet zijn kamer en zijn huis en sprong in een rijtuig met Passepartout, beloofde honderd pond aan den koetsier en na twee honden overreden en twee rijtuigen omvergeworpen te hebben, kwamen zij aan de Reform-club. Bladzijde 224

De klok wees kwart voor negenen, toen hij in de zaal trad.

Phileas Fogg had zijn reis om de wereld in tachtig dagen volbracht.

Phileas Fogg had zijne weddenschap van twintig duizend pond gewonnen.

Maar hoe had een man, die zoo stipt en nauwkeurig was, zich een dag kunnen vergissen? Hoe had hij kunnen gelooven dat het zaterdagavond den 21sten December was, toen hij te Londen kwam, terwijl het pas vrijdag 20 December was—alzoo eerst negen en zeventig dagen na zijn vertrek uit Londen.

De reden van deze dwaling is zeer eenvoudig.

Phileas Fogg had, zonder het te weten, een dag op zijne reis gewonnen door dat hij van het westen naar het oosten ging. Hij zou dien dag integendeel verloren hebben zoo hij van het oosten naar het westen ware gegaan.

Daar Fogg zijn weg in een oostelijke richting volgde, trok hij de zon tegemoet en dientengevolge werden de dagen voor hem zooveel maal vier minuten korter, als hij graden in deze richting aflegde. Er zijn drie honderd zestig graden op den omtrek der aarde, die drie honderd zestig graden vermenigvuldigd met vier minuten, geven juist vier en twintig uren—dat is te zeggen één dag, dien men alzoo zonder het weten wint. Met andere woorden, nu Phileas Fogg oostwaarts trok, zag hij de zon tachtig maal den meridiaan passeeren, terwijl zijne collega's, die te Londen bleven, dit slechts negen en zeventig maal zagen. Van daar dat het op zaterdag en niet op zondag was, zooals Fogg meende, dat zij hem in de zaal der Reform-club wachtten.

Dit zou het groote horloge van Passepartout, dat altijd met de Londensche klok gelijk ging, aangewezen hebben zoo het, ter zelfder tijd dat het de minuten en de uren aanwees ook de dagen had aangewezen.

Phileas Fogg had dus de twintig duizend pond gewonnen. Maar daar hij op weg ongeveer negentien duizend pond verteerd had, was het geldelijk voordeel zeer weinig. Intusschen, zooals men weet, had deze zonderlinge gentleman slechts gevaren en geen geld gezocht. Hij verdeelde zelfs die duizend pond tusschen den eerlijken Passepartout en den ongelukkigen Fix, wien het hem onmogelijk was een kwaad hart te blijven toedragen.

Dien avond vroeg Fogg, als altijd even kalm en even flegmatiek aan Aouda:

“Wilt gij nog altijd met mij huwen, mevrouw?”

“Mijnheer Fogg,” antwoordde Aouda, “het is aan mij om u die vraag te doen. Gij waart arm, nu zijt gij rijk....”

“Met uw verlof, mevrouw, dit fortuin behoort u. Zoo gij niet Bladzijde 225aan dit huwelijk gedacht had, zou Passepartout niet naar den eerwaarden Samuel Wilson gegaan zijn; en zou ik niet uit mijne dwaling zijn geholpen en....”

“Dierbare mijnheer Fogg!...” zeide de jonge vrouw.

“Dierbare Aouda,” antwoordde Fogg.

Men begrijpt dat de verbinding acht en veertig uren later gesloten werd en Passepartout, prachtig en schitterend aangekleed, was getuige bij het huwelijk der jonge dame. Had hij haar niet gered, en kwam hem er niet alle eer van toe?

Maar den anderen morgen bij het aanbreken van den dag, klopte Passepartout met groot gedruisch aan de deur van zijns meesters kamer.

De deur ging open en Fogg verscheen.

“Wat is er, Passepartout?”

“Wat er is, mijnheer! Zoo even verneem ik....”

“Wat dan?”

“Dat wij de reis om de wereld in negen en zeventig dagen konden maken.”

“Ongetwijfeld,” antwoordde Fogg, wanneer wij niet over Indië waren gegaan. Maar zoo ik de reis niet over Indië had genomen, zou ik Aouda niet hebben gered; zij zou mijne vrouw niet wezen, en....”

En de heer Fogg sloot bedaard zijn deur.

Phileas Fogg had dus zijne weddenschap gewonnen. Hij had zijne reis in tachtig dagen volbracht. Hij had om dit te doen alle middelen van vervoer gebruikt: mailbooten, spoorwegen, rijtuigen, jachten, koopvaardijschepen, zeilsleden en olifanten.

De zonderlinge man had al zijn koelbloedigheid en stiptheid in deze zaak getoond. Maar wat nu? Wat had hij er bij gewonnen? Wat had hij van deze reis medegebracht?

Niets, zal men zeggen. Ja toch, eene schoone vrouw, die hem—hoe onmogelijk dit ook moge schijnen—tot den gelukkigsten man op aarde maakte.

Inhoud.

I. Waarin Phileas Fogg en Passepartout elkander wederkeerig aannemen, den een als meester, den ander als knecht

II. Waarin Passepartout de overtuiging erlangt, dat hij eindelijk zijn ideaal gevonden heeft

III. Een gesprek dat Phileas Fogg duur te staan kan komen

IV. Waarin Phileas Fogg zijn knecht Passepartout in de hoogste mate verbaast

V. Waarin een nieuw efect aan de Londensche beurs komt

VI. Waarin de agent Fix een rechtmatig ongeduld aan den dag legt

VII. Dat alweer de nutteloosheid van een paspoort in politiezaken bewijst

VIII. Waarin Passepartout een weinig meer spreekt dan hem misschien wel betaamt

IX. Waarin de Roode en Indische zee de plannen van Phileas Fogg schijnen te begunstigen

X. Waarin Passepartout maar al te blij is dat hij met het verlies zijner schoenen er af komt

XI. Waarin Phileas Fogg zich voor een ongeloofelijken prijs eene reisgelegenheid aanschaft

XII. Waarin Phileas Fogg en zijne metgezellen zich in de Indische bosschen wagen, en wat er het gevolg van is

XIII. Waarin Passepartout wederom het bewijs geeft dat de fortuin op de hand is der stoutmoedigen

XIV. Waarin Phileas Fogg het prachtige dal van den Ganges doortrekt, zonder er in het minst aan te denken om dit te bezichtigen

XV. Waarin de zak met banknoten weder met eenige duizenden ponden sterling vermindert

XVI. Waarin Fix het doet voorkomen niets te weten van de zaken, waarover men hem spreekt

XVII. Waarin verschillende zaken ter sprake komen gedurende den overtocht van Singapore naar Hong-Kong Bladzijde 227

XVIII. Waarin Fogg, Passepartout en Fix elk hun eigen gang gaan

XIX. Waarin Passepartout te veel belang stelt in zijn meester, en wat het gevolg er van was

XX. Waarin Fix in rechtstreeksche onderhandeling treedt met Phileas Fogg

XXI. Waarin de gezagvoerder van de Tankadère groot gevaar loopt eene premie van twee honderd pond te verliezen

XXII. Waarin Pastsepartout bemerkt dat zelfs bij de tegenvoeters het goed is eenig geld bij zich te hebben

XXIII. Waarin de neus van Passepartout aanmerkelijk grooter wordt

XXIV. Waarin de overtocht van de Stille Zuidzee eindelijk ten einde wordt gebracht

XXV. Waarin men een klein idee van San-Francisco bekomt, op een dag dat er eene meeting plaats heeft

XXVI. Waarin men in een expres-trein van den Stillen Zuidzee-spoorweg eene reis maakt

XXVII. Waarin Passepartout met een snelheid van twintig mijlen in het uur een cursus in de geschiedenis der Mormonen volgt

XXVIII. Waarin Passepartout er maar niet in slagen kan de taal van het gezond verstand ingang te doen vinden

XXIX. Waarin de verschillende ongelukken verhaald worden, die men op een spoorweg der Vereenigde Staten ontmoeten kan

XXX. Waarin Phileas Fogg slechts zijn plicht doet

XXXI. Waarin de inspecteur Fix de belangen van Phileas Fogg zeer ter harte neemt

XXXII. Waarin Phileas Fogg een directen strijd voert tegen het noodlot

XXXIII. Waarin Phileas Fogg toont op de hoogte van den toestand te zijn

XXXIV. Waarin Fix tot betere gedachten komt

XXXV. Waarin Passepartout het bevel van zijn meester zich niet tweemaal laat geven

XXXVI. Waarin Phileas Fogg nog eene premie op den koop toegeeft

XXXVII. Waarin aangetoond wordt dat Phileas Fogg niets gewonnen heeft door zijne reis om de wereld, behalve zijn geluk Bladzijde 228

Oordeel der pers over Jules Verne.

Wie zou ooit gedacht hebben dat de fiere natuurwetenschap ooit een huwelijk zou hebben aangegaan met de luchtige, luchtigere en luchtigste fantazie.... der dichters? De handige fransche romancier en geleerde, die Jules Verne heet, heeft dit snood verraad gepleegd. Hij legde de hand op de schatten der geographische, ethnologische, fyzische en astronomische wetenschap van den dag en hij slaagde met benijdenswaardige takt.

Voor jongelieden zijn zulke boeken onbetaalbaar—de strenge Muze der exacte wetenschappen schenkt hun in die bladzijden haren eersten glimlach.

Dr. Jan ten Brink (Zondagsblad).

De uitmuntende werken van Jules Verne behooren onder de weinige, die men onbeschroomd, ja wij durven zeggen met rechtmatigen trots, aan het thans levend geslacht in handen kan geven. Onder al de geschriften van onzen tijd is er niet één, dat beter beantwoordt aan de dringende behoeften der tegenwoordige maatschappij om eindelijk bekend te worden met de wonderen van dat wereldrond, waarop zij geroepen is haar rol te spelen. Niet één heeft met meer recht dien snellen en schitterenden opgang gemaakt, waarmede Verne's werken reeds bij hunne eerste verschijning worden begroet.

Jules Verne beschikt over een reusachtige natuurphantazie, waarvoor alle wetten verstommen, en is als de schepper van natuurwetenschappelijke romans te beschouwen. Illustrirte Zeitung, 2 Nov. 1875.

...En de inhoud? Ja, die is alleraardigst, wat den vorm betreft; gemakkelijk en vloeiend en geleidelijk. Wil men op deze wijze enkele weinig bekende gedeelten van den aardbodem beschrijven, dan is zeker het middel uitstekend gehanteerd, want oud en jong zal zich aan de lectuur letterlijk vergasten, terwijl de tijd, er aan besteed, nuttig doorgebracht is tevens. Waarlijk geen schrale lof. De Gids.

Jules Verne heeft ons aan veel wonderbaarlijks gewend! 't Zij wij met de kinderen van kapitein Grant liet geheel zuidelijk halfrond doortrekken om den verloren reiziger terug te vinden, of dat wij met hem in een luchtballon over Afrika heenzweven, of wel eindelijk onder zijn geleide ronddolen onder de oppervlakte der zee, zoodat de geheimen der peillooze diepte ontraadseld voor onze oogen staan, voortdurend zullen wij den aardigen Franschman geloovig en in stomme verbazing vergezellen De Gids.

De WERKEN van JULES VERNE zijn alom afzonderlijk verkrijgbaar in post 8 boekdeelen van 200 bladz. met 50 à 60 fraaie Houtgravures à ƒ 1,50, in linnen ƒ 1,75.

Bij de Maatschappij “Elsevier” zijn van denzelfden schrijver mede verschenen:

De Reis naar de Maan in 28 dagen.

De Kinderen van Kapitein Grant. Zuid-Amerika.
———, Australië.
———, Stille Zuidzee.

20,000 Mijlen onder Zee. Oostelijk Halfrond.
———, Westelijk Halfrond.

Vijf weken in een Luchtballon. Ontdekkingsreis in de Binnenlanden van Afrika.

Het geheimzinnige Eiland. De Luchtschipbreukelingen.
———, De Verlatene.

Naar het Middelpunt der Aarde.

Michael Strogoff. De Koerier van den Czaar.

Het Zwarte Goud.

Hector Servadac. De Vulkaanbewoners.
———, De terugtocht naar de aarde.

Avonturen van drie Russen en drie Engelschen. Gevolgd door “De Blokkadebrekers”.

Een Kapitein van 15 jaar. De Walvischjagers.
———, In Slavernij.

De Schipbreuk van de Chancellor.

Wonderlijke Avonturen van een Chinees.

Eldorado en het Monsterkanon van Staalstad. Gevolgd door “Meester Zacharias”.

Het Land der Buitenste Duisternis. De Pelterijhandel.
———, Het Drijvende eiland.

Het Stoomhuis. De IJzeren Reus.
———, De Waanzinnige der Nerbudda.

Reizen en Lotgevallen van Kapitein Hatteras. De Engelschen aan de Noordpool.
———, De IJswoestijn.

Eene Vlotreis. 800 mijlen op de Amazone.
———, Het Raadselschrift.

Een Leerschool voor Robinsons.

De Wonderstraal.

Keraban de Stijfhoofdige. Een Hollander in de klem.
———, Schipbreuk en Redding.

De Zuidster. Het land der Diamanten.

De Archipel in Vuur en Vlam.

De Vondeling van het Fregat Cynthia.

Mathias Sandorf. Een Verijdelde Samenzwering.
———, De Middellandsche Zee.
———, Een Model-Volksplanting.

Het Loterijbriefje.

Robur de Veroveraar.

De Strijd tusschen Noord en Zuid. Overrompeling eener Plantage.
———, De Zwarte Kreek van Texar.

1792. Op weg naar Frankrijk.

Twee jaar Vacantie. De mislukte Pleiziertocht.
———, Een Knapenkolonie.

De Familie zonder Naam. Het Verraad van Simon Morgaz.
———, De Opstand van 1837.

Een Schot in de Lucht.

Cesar Cascabel. De schoone Zwerfster.
———, Over het ijs en door de steppen.