WeRead Powered by ReaderPub
Mythen & Legenden van Japan cover

Mythen & Legenden van Japan

Chapter 317: S.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A curated anthology of traditional Japanese myths and folktales arranged thematically, presenting origin stories, heroic and warrior episodes, Buddhist and Shinto legends, and domestic and supernatural tales. Chapters gather narratives about mountain and sea mysteries, animal and shape-changing spirits, ghosts and festival customs, and objects such as mirrors, fans, bells, and textiles. Each retelling emphasizes customary motifs, seasonal observances, and moral or ritual resonances, and brief commentary highlights how these legends intersect with visual art and popular celebration without privileging a single narrative voice.

S.

Sadayo. De meest geliefde kamenier van Prinses Aya, 157.

Saga, Keizer. Kōbō Daishi verricht de begrafenisplechtigheden van, 226.

Saijosen. De Phoenix en, 270.

Sai-no-kawara. “De Droge Bedding van de Rivier der Zielen”, 87; plaats waar alle kinderen bij hun dood heengaan, 87; de legende van het Gonzen der, 88.

Saion Zenji. Offer van Kwannon ten behoeve van, op den Berg Nariai, 190, 191.

Sakata Kintoki. Naam door Yorimitsu aan Kintaro gegeven, 270.

Salwey, Mevrouw C.M. Nieuwjaarsfeest beschreven door, 205; wat zij zegt over de torii, 212; over de Japansche Waaiers, 230; over symboliek en symbolische ceremoniën der Japanners, 231.

Sambétio. (“Een Haaimensch”.) Totaro helpt hem vriendelijk, 367; de juweelen-tranen, 367370.

Sanemori. Een groot krijgsman, wordt een rijstetend insect, Sanemori-San genaamd, 273.

San-ga-nichi. Pijnboom bij het feest van, 173.

Sanjo, Prinses. Issunboshi wordt page van, 356; de tooverhamer en, 357.

Sankichi. Duikt uit de jonk van Tarada en brengt het Zwaard der Vrouw naar boven, 326.

Sano Genzalmon Tsuneyo. Landbouwer, die drie dwergboompjes verbrandt, om Tokiyori te verwarmen, 168, 169; gaat naar Kamakura, 170; wordt beloond door Tokiyori, die hem de dorpen Matsu-idu, Umeda, Sakurai schenkt, 171.

Sanugi no Miyakko. Ontdekt de Edele Kaguya (“Kostbaar-Slank-Bamboe-van-het-Herfstveld”), 46.

Sanzu-no-Kawa. “De Rivier der Drie Wegen” waarlangs de dooden reizen, 207.

Sawara. Leerling van den kunstenaar Tenko, 103; bemint Kimi, de nicht van Tenko, 103106.

Saeymon, Kato. Een rijk man, die woonde in het paleis van den Shōgun Ashikaga, 361; Ishidomaro, zoon van, 362; wordt priester in den tempel van Kongobuji, op den Berg Koya, 362.

Schip met Wonderschatten. De Takarabune, Zeven Goden van het Geluk als passagiers op, 97.

Schrift. Legendarische oorsprong van het Chineesche, 8.

Sefukuji. Plaats in Izumi, één van de drie en dertig plaatsen aan Kwannon gewijd, 188.

Sengen. Ook wel Ko-no-hana-saku-ya-hime; als Ko-no-hana, de vrouw van Ninigi, 14; de Godin van den Fuji, 114.

Sennin = bergkluizenaars, 347; Yōshō. de eerste groote japansche, 347; Emmei wordt een, 347; Japansche kunst en, 348; Chokoro een, 348; Gama een, 348; Tekkai een, 348; Kumé een, 348; Roko een, 348.

Sentaro. Zijn bezoek aan het Land der Eeuwige Jeugd, (Berg Fuji), 115, 116.

Sesshiu. Een groot kunstenaar; legende over zijn bevrijding uit de gevangenschap door ratten te schilderen, 98.

Séta. Samébito en Tōtarō bij de Lange Brug van, 367370.

Shaka Muni. Buddha; legende omtrent zijn opoffering als haas, 243.

Shidoji. Tempel genoemd, gebouwd te Shido-no-ura door Kamatari, 73.

Shido-no-ura. Baai van, 70; Kamatari bouwt een tempel, Shidoji genaamd, te, 73.

Shiko-Tsutsu no Oji (“Zoute-zee-oude”), Brengt Hoori naar het Paleis van den Zeegod, 15.

Shin Kiyomizu-dera. Plaats in Harima; een van de drie en dertig plaatsen, aan Kwannon gewijd, 189.

Shingé. Door een slang gebeten in de Vallei van Shimizutani, 151; gered door Yoshisawa, 152; dood gevonden op den bodem van de Violen-Bron. 153.

Shingon-Shū. Buddhistische secte door Kōbō Daishi gesticht, 221.

Shinsaku. De door O Cho San gekozen vrijer, 327; richt een tempel op voor O Cho San, 328.

Shintō. Tempels, in tegenstelling met de Buddhistische, 95; oud gebruik ten opzichte van den Fuji, 113; dienst, “De Weg der Goden”, symbool van de Goede Richting, volgens de Shintō-dogma’s, 213.

Shintōïsme. Eerbied voor de dooden onderwezen door, X; legenden in betrekking tot Japansche helden, verrijkt door, XII; de torii oorspronkelijk in verband met, 212.

Shinzaburō, Hagiwara. Wordt verliefd op Tsuyu, 214; het droeve verhaal over het lot der gelieven, 214220; Tomozō, dienaar van, 216; Hakuōdō, Yusai geeft raad, 216; gaat naar den hoogepriester Ryōseki, 217.

Shippeitarō, De spookkatten en, 257259.

Shiro. Door Emma-Ō gezonden, om den God van den Rijkdom te overmeesteren, 197.

Shita-Teru-Hime. (“Mindere-glans-Prinses”), wordt door Ame-waka ten huwelijk genomen, 11.

Shō-Chiku-Bai. De drie zinnebeelden van den Pijnboom, den Bamboe en de Pruim, 180.

Shōguns. Kamakura, de zetel der, en van de Regenten uit het geslacht der Hōjō’s, 63; het Gouvernement van Yedo vaardigt kennisgeving uit aan Tengu en andere booze geesten vóór het bezoek aan Nikko van de, 346.

Shojō. Een zeemonster, dat dol is op heilige saké, 350; legende over Yurine en, 350353.

Shokuro. De Dondergod, Raiden, en, 242; Chiyo gedood door, 242; verzoent zich met Chiyo, nadat deze weer in het leven was terug geroepen, 242.

Shonin, Shōdō. Stichter van den eersten Buddhistentempel te Nikko, 220; legende over de heilige brug van Nikko, 229.

Shosha-San. Plaats in Harima, één van de drie en dertig plaatsen aan Kwannon gewijd, 189.

Shutendoji. De Koning der Booze Geesten van Oyeyama, 25; zijn gedrag op den Oye, 2528; de dochter van Kimitaka geroofd door, 25; Raiko op een feest bij, 27; tooversaké gedronken door, 27; aangevallen en gedood door Raiko, 28.

Slang. De kat en de slang weenden niet bij den dood van Buddha, 252; de Witte Zee, ook wel Yofuné Nishi, 324.

Smith, R. Gordon. Legende der Sneeuwbruid in zijn Oude Sproken en Folklore van Japan, 103, 136, 150, 162.

Sneeuw, De Sneeuwvrouw. Yuki-Onna is de, 133; Mosaku en, 133, 134; Minokichi en, 133135; Gordon Smith beschrijft in zijn Oude Sproken en Folklore van, 136; Kyuzaemon en 136, 137.

Soda, Ito. Een jonge soldaat, die de reden van de ziekte van Prins Hizen ontdekt, 255257.

Sodzu-baba. De Oude Vrouw der Drie Wegen, in verband met het Doodenfeest, 207; Ten Datsu-Ba, de echtgenoot van, 207.

Soga Sadayoshi. Bezoekt den tempel van, 91; verschijnt voor Emma-Ō, 91; Jizō herinnert zich, 91.

Sōjiji. Plaats in Settsu; één van de drie en dertig plaatsen aan Kwannon gewijd, 189.

Sonobé. Door den Heer van Kishiwada ontboden naar den cryptomeriaboom op den Oki-yama, 167, 168.

Spiegels. Beteekenis van Japansche, 175183; De Goddelijke, waarin de Zonnegodin staart, berust te Isé, 176; de ziel van een spiegel, 178; oude bronzen spiegels bijeengebracht om een klok te gieten, 180; de spiegel van Matsuyama, 181183.

Steen des Doods. Waarschuwing van den Geest van den, aan den Buddha-priester Genno, 76; legende van den, 7679.

Steenen. Poëzie, uitgedrukt door de namen gegeven aan, 141.

Sterrenminnaars. Sterren (misschien wel de Lier en de Arend) schijnen in vijf kleuren bij de ontmoeting der sterrenminnaars, 108, 109.

Straat, Eeuwigdurende. Plaats, waarin Geesten wandelen, 209.

Straat van oude Mannen. Bij de Eeuwigdurende straat, 210.

Sullivan, Sir Arthur. In betrekking tot ”De Mikado”, IX.

Suruga. Het Levenselixir gezonden naar den hoogsten berg, door den Mikado, 60; (Zie Fuji); Vizu woonde in, 118120.

Susa-no-o (“De Onstuimige Jongeling”). Zoon van Izanagi en Izanami, 3; broeder der zonnegodin, Ama-terasu, 5; wreed en lastig karakter, 5; door zijn ouders naar het land Yomi verbannen, 5; verzoekt eerst de Vlakte van den Hoogen Hemel te bezoeken, 6; zijn zuster Ama-terasu, maakte zich gereed hem weerstand te bieden, 6; hij bedriegt haar door listen, 6, 7; Ama-terasu ontvlucht hem om zijn wreedheid, 7; eindelijk naar Yomi verbannen, 8; komt aan de Rivier Hi, 9; dingt naar de hand van Kushi-nada-hime, 9, 10; wint haar door de acht-takkige slang te dooden, 10; de Tengu, uitwasemingen van, 343.

Sutra, Schatten-regenende”. Een heilige sutra gegeven door Ryōseki aan Shinzaburō, 218.

Suzuki Shichiro. Ontdekt Kiuchi Heizayemon, 345.

T.

Tachtig Myriaden Goden. Bespreken, hoe zij Ama-terasu, de zonnegodin, weer naar den Hemel zullen krijgen, 8.

Taiko-Hideyohsi. De vriend van Rikiu, 285.

Taira. Yoshitomo gedood in een slag tegen de, 21; Kiyomori, de wreede aanvoerder van de, 21; eindelijk overwonnen en in zee gejaagd te Dan-no-ura door Benkei en Yoshitsune, 24.

Taira Stam. Groot zeegevecht tusschen den Tairastam en den Minamotostam, 280.

Taira-no-Masakado. Zwerm vlinders, terwijl hij een oproer voorbereidde, 202.

Takachichi. Uzume met haar makkers bereiken den top van den, 13.

Takahama. De Witte Vlinder en, 203, 204.

Taka-mi-musubi. De God, die Nigigi afzendt om het Middenland van Riet-vlakten te besturen, 11.

Takasago”. I. De beroemde pijnboomen van, 144; Matsue, de dochter van een visscher te, 173175. II. Eén van de schoonste No of classieke drama’s, 172.

Takeru, Roover, door Yamato gedood, 33.

Takeru, Idzumo. Bandiet, door Yamato gedood, 34.

Tama, Vrouwelijke dienstbode van Kazariya Kyübei, 272; bezoekt haar meester en meesteres na haar dood, in den vorm van een vlieg, 273.

Tamana. Bemind door Tōtarō, 368370; Tōtarō huwt, 370.

Tamate-Bako. Ook wel genaamd “De Doos van de Juweelen Hand”, geschenk door Prinses Otohime aan Urashima gegeven, 316.

Tamba, Provincie. Raiko en zijn makkers bereiken, 26.

Tameyoshi. Dood van de Zeeslang, Yofune-Nushi, medegedeeld aan, 325.

Tanabata. Ook wel het Wevende Meisje; dochter van den God van het Uitspansel, 108; vrouw van Hikoboshi, 108, 109.

Tango. Dorp Midzunoe, in de provincie, 313.

Tanigumi-dera. Plaats in de nabijheid van Tarui, in Mino; één van de drie en dertig plaatsen aan Kwannon gewijd, 189.

Tarada, Kapitein. Het Zwaard der Vrouw en, 325.

Tawara Toda. (“Mijn Heer Zak met Rijst”). Zie Hidesato, 4245.

Te-nadzuchi (“Hand-slag-oude”). Vrouw van Ashi-Nadzuchi, en moeder van Kushi-nada-hime, 9.

Ten Datzu-Ba. Echtgenoot van Sodzu-Baba, 207.

Tengu. Koning der, zijn vriendelijkheid jegens Yoshitsune, 22; onderwijst Yoshitsune de krijgskunst, 343; Tobikawa bootst een, na, 344; geloof in de, nog in onzen tijd, 346; ambtenaren van het gouvernement te Yedo en hun geloof in de, 346.

Tengu-kakush” beteekent door een Tengu verstopt, 344; legende over den, 344346.

Tenjiku. Prins Ishizukuri wordt opgedragen te reizen naar, om den Bedelnap van Buddha te zoeken, 48.

Tenko. Leermeester van Sawara in de kunst; oom van Kimi, 104.

Tenno Antoku. Jeugdige keizer, die omkwam in den grooten zeeslag tusschen de Taira en de Minamoto stammen, 289

Teoyo. Door Matsue verlost, en door haar bemind, 174.

Thee. Oorsprong der eerste plant 280; in China, 279282; Luwuh, de eerste Chineesche theemeester, 281; Chaking, Het Heilige Geschrift over, 281; door Zenpriesters gedronken vóór het beeld van Bodhi Dharma (Daruma), 282; Chamberlain over, 282; geschrift over, door den Buddhistischen priester Eisai, 283; Rikiu de grootste onder de theemeesters, 385.

Theedrinken. In Europa en in Japan, verschil, 180; de Spectator over, 279; Dr Johnson en zijn verslaafdheid aan, 280; is een godsdienstige plechtigheid in Japan, 280.

Theeketel. Geschiedenis van den Wonderbaarlijken Theeketel, 252, 253.

Toba. I. Keizer. Het Juweeltje, de bijzit van, 79; II. Oud-Keizer. Wil een tempel voor Kwannon in Kyōto bouwen, 164.

Tobikawa. Een oud-worstelaar uit Matsue, die een Tengu nabootst, 344.

Tochi. Ishizukuri ontdekt een beker in, dien hij Kaguya aanbiedt, 49.

Toema-Dera. Chūjō Hime, een Buddhistische non, trekt zich terug in den tempel van, 186.

Toeneming. De Maan van. Yayoi, de, 178.

Togo, Admiraal. Een Japansch held, X.

Tokimune, Regent. Nichiren wordt, om onthoofd te worden door, naar de baai van Koshigoye gezonden.

Tokiwa. Vrouw van Yoshitomo, moeder van Yoshitsune; na den dood van haar echtgenoot trouwt zij met Kiyomori, 21; zij wekt Yoshitsune op, zijn vader te wreken, 21.

Tokiyori Saimyoji. Een beroemd Regent tijdens de regeering van Keizer Go-Fukakusa, 168; zijn zending om de boeren te verlossen van de slechte handelingen der tyrannieke ambtenaren, 168.

Tokoyo. Dochter van Oribe Shima, 324; zij zoekt haar vader, 323, 324; doodt Yofuné-Nushi (de Witte Zee Slang), 325.

Tokudō Shonin. De groote Buddhistische abt der achtste eeuw, 187.

Tokutaro. Zijn ongeloof ten opzichte van vossen, en hoe hij door hen werd misleid, 7981.

Tokutarō-san. Een levensgroote jongenspop, 200.

Tōkyō. Met asch van den Fuji bedekt, 113.

Tomozō. Eén van de bedienden van Shinzaburō, 216; Miné, de vrouw van, 219.

Toovermiddelen. Zie Bijgeloof, 338.

Torii”. De beteekenis der = “Hoenderplaats” of “Vogelrustplaats”, 211; “Het Voetbankje van den Koning” de schoonste poort ter wereld, 212.

Tōtarō. Samébito geholpen door, 368; wordt verliefd op Tamana, 368; huwt met Tamana, 370.

Tottori. De futon (deken) van, 298300.

Toyo-Tama. (“Rijk-Juweel”). Dochter van den Zeegod; trouwt met Hoori, 16; schenkt het leven aan een zoon, neemt den vorm aan van een draak, en vertrekt van Hoori, 17.

Tsubosaka-dera. Plaats in Yamato; één van de drie en dertig plaatsen aan Kwannon gewijd, 189.

Tsugaru. Kikuo, de onderhoorige van, 150.

Tsuki-Yumi. De Maangod. Zoon van Izanagi en Izanami, bestijgt de Ladder des Hemels, om de echtgenoot van de Zonnegodin, Ama-terasu te worden, 3.

Tsuna. De meest waardige van de volgelingen van Raiko, 30.

Tsure-Dzure-Gusa. Kroniek door Kenkō in de veertiende eeuw geschreven, IX.

Tsuki no Iwaksa. Rol van het Levenselixir gegeven aan, om het te brengen naar den top van den hoogsten berg in Suruga, 60.

Tsuyu (“Ochtenddauw”). De eenige dochter van Iijima, 214; het verhaal van, als bewijs van de macht van het Karma, 214220; wordt verliefd op Hagiwara Shinzaburō, 214; het verhaal van hun treurig lot, 214220.

Tuin met Doodshoofden. Fantastische voorstelling, door Hiroshige ontleend aan Heike Monogatari, 100.

Tuinen. Europeesche en Japansche, 138; algemeene beschrijving der Japansche, 140; Kobori-Enshiū, de groote Japansche tuinarchitect, 140; de torii of boog, een karakteristieke vorm in Japan, 141.

U.

Uda, Keizer. Gedoopt door Kōbō Daishi, 226.

Uji, Rivier. De glimwormen leveren daar de oude gevechten tusschen de Taira en de Minomoto, 274.

Urashima. De legende van, 313317; ballade van “De Visschersknaap”, van, 314; de schildpad en, 313; in het paleis van den Drakenkoning, 314316; huwt Otohime, de dochter van den Drakenkoning, 314; krijgt van Otohime tot geschenk “de Doos van de Juweelen-Hand”, 316; het graf van, nog steeds aanwezig in den tempel van Kanagawa, 317.

Uzume. (“Hemel-Verontrustende-vrouw”). Danst om de Zonnegodin (Ama-terasu) weer naar den hemel te lokken, 8; vergezelt Ninigi, 13; spreekt de Godheid der Veldwegen aan, 13; bereikt den top van Takachichi, 13; door Ninigi aan de Godheid der Veldwegen tot vrouw gegeven, 14.