WeRead Powered by ReaderPub
Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer / En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene beschrijving van dat rijk cover

Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer / En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene beschrijving van dat rijk

Chapter 72: U.
Open in WeRead

About This Book

Een ooggetuigenrelaas van opvarenden van een schip van de Oost-Indische Compagnie die na schipbreuk tussen 1653 en 1666 op een Koreaans eiland en het vasteland verbleven. Het verslag combineert dagboekachtige beschrijvingen van leven, arbeid en omgang met lokale autoriteiten met nauwkeurige waarnemingen van landschap, gebruiken, bestuurlijke instituties en religieuze en sociale gewoonten. Aanvullende bijlagen geven gegevens over betrokken vaartuigen en personen, verslagen van ontsnappingen en vrijlatingen, en kaarten en prenten om reizen en locaties te verduidelijken. De toon is observatief en feitelijk, gericht op concrete details van het alledaagse en bestuurlijke leven in het toen gesloten koninkrijk.

T.

  1. Tabak, 49.
  2. Tacca Sanga (Formosa), 123.
  3. Tadjang, 11.
  4. Tai-Ma-To, 32.
  5. Tai-Tjyeng, 11.
  6. Taifoen, 96.
  7. Takasago, III.
  8. Tan Lo, XLI.
  9. Tansuij, zie Kelang.
  10. Taijoan, III enz.
  11. Tchae-Tchiou, XIX.
  12. Tchyeng-Am, 20.
  13. Tempels, 40–41, 69.
  14. Teijn, 20.
  15. Thella Penig, 27.
  16. Thiellado, 20, 54, 67, 70–71.
  17. Tholen (Schip), 121.
  18. Thijssz, 86.
  19. Tieckese (Titel), 48.
  20. Tiele (P. A.), XXVII–XXVIII
  21. Tin, XXXVII, 49.
  22. Tiocen Cock, 31.
  23. Tiongop, 20.
  24. Tiongsiangdo, 20.
  25. Tjyen-Tjyou, l8, 20.
  26. Tjyen-Ra, 19–2O, 27, 54.
  27. Tjyen-Ra-To, 20.
  28. Tong-Pok, 20.
  29. Traudenius (P.), XLVI–XLVIII.
  30. Tribuut, XXXIV, 24, 26, 32, 34, 48, 51, 68, 70, 85.
  31. Trollope (M. N.), XVIII, XXIII, XXX, XXXII.
  32. Trouw (Schip), IX, 98–100.
  33. Tschyoung-Tchyeng-To, 20.
  34. Tsee-Tsioe, XLI.
  35. Tsiang-kün, XXXIV.
  36. Tsushima, XV–XVI, XXXIII, XXXV–XXXVII, XXXVIII, 32, 47. 115.
  37. Tuffon, 96.
  38. Tumen, 32.
  39. Tycoon, 32.
  40. Tijger (Schip), XIII–XIV.
  41. Tijgers, 50.
  42. Tijgervellen, 49, 115.
  43. Tymatte, 32.

U.

  1. Uldriksen (Anthonij), 73, 89.

V.

  1. Vaartuigen der Koreanen, 55.
  2. Velsen (J. van), XXII–XXIII, 10, 15–16, 18, 24.
  3. Verbaest (Jan Pieterse), 13.
  4. Verburgh (N.), III, V–VI, VIII, 3, 66, 101, 118–120, 122.
  5. Verhaar (Hendrik), LII.
  6. Verhaar (Margaretha), LII.
  7. Visscher (Schip), XLIV, L.
  8. Visser (Frans), 97.
  9. Vlaerdingen (Schip), XIII, XXIV, 132.
  10. Vlamingh (A. de), 122.
  11. Vliegende Hart (Schip), III.
  12. Vliet (D. van), X, 80.
  13. Vogel Struijs (Schip), LI, 77.
  14. Volger (W.), X, XIV–XV, 65, 79–82.
  15. Vooreb, 6l.
  16. Voortbrengselen van Korea, 49, 69.
  17. Vos (Schip), III.
  18. Vries (J. Pietersz. de), 16.
  19. Vrijheijt (Schip), XIII, XIV, XXIV.

W.

  1. Waaigat, 33.
  2. Wakende Boeij (Schip), 107, 110.
  3. Walvisch (Schip), 78.
  4. Walvisschen, 33.
  5. Wapen van Hoorn (Schip), XIII, XXIV.
  6. Wapen van Middelburgh (Schip), XIII–XIV.
  7. Wassende Maen (Schip), XIII, XXIV.
  8. Weeder (J.), 56.
  9. Weltevree (Jan Janse), XI, XVIII, XXVI, XXVIII, XXXIII, 13–15,22, 25–27, 68, 79, 84.
  10. Wevelinckhoven (Cunera van), LII.
  11. Wierook, 92.
  12. Wiese (Gouv. Gen.), LI.
  13. Willeboorts (A), 97.
  14. Wiltsen (N.), XVI, XXI–XXII, XXVIII–XXIX, 9.
  15. Witt (G. Fr. de), XLVI, 125.
  16. Witte Druijff (Schip), XLII.
  17. Witte Leeuw (Schip), XIII, 74, 82, 84.
  18. Witte Paart (Schip), IX, 99, 101.
  19. Witte Valck (Schip), XLII, XLIX.
  20. Woerden (Schip), 103.
  21. Wortel nise, 34, 49, 70, 114–115.
  22. Wijffel maent, 60.
  23. Wijntint, 7, 10.

Y.

  1. Yalu, 32.
  2. IJbokken, zie Eibokken.
  3. Yeh-kwan, zie Iquan.
  4. Yei-na-ra, 8.
  5. Yen Ssu Ch’i, zie Gaan Si Tsee.
  6. Yeng-Tchoun, 20.
  7. Yoongjung, 48.
  8. IJzer, 49.

Z.

  1. Zaijer (Schip), 108–109, 121.
  2. Zeelandia (Fort), IV.
  3. Zeelandia (Schip), 77–78.
  4. Zendelingen (Katholieke) in Korea, XXXII, XXXV.
  5. Ziekten der Koreanen, 47.
  6. Zilver (Zilvermijnen), XXXIX, XLVII, 48–50, 70, 74, 83, 92, 94, 110, 114.
  7. Zinsabrodonne, 77–80, 82, 89, 92.
  8. Zout, 33.
  9. Zuidland, 48.
  10. Zuijlen (Schip), 89.
  11. Zwaardecroon, XXIV.
  12. Zijde, XXXIX, 70, 94, 108, 114.
  13. Zijwormen, 49.