Aemilii, in te voegen tusschen no. 8 en 9: 8a) M. Aemilius Paulus, consul in 255 met Ser. Fulvius Paetinus Nobilior (Fulvii no. 10) z. a.
Ἀγῶνες, 12de regel: ἆλθα lees: ἆθλα.
Agrariae (leges), bl. 28, kolom 2: Lex Plautia of Plotia agraria, van onbekenden datum, moet zijn: van den volkstribuun M. Plautius Silvanus, van 89.
Antonii no. 13, regel 5: (52–60 n. C.) moet zijn: (52–59 n. C.), en in den volgenden regel: In 58 liet hij, lees: in 57.
Aretas, aan het einde. De ἐθνάρχης van Aretas is naar alle waarschijnlijkheid geen stadhouder geweest, maar een arabisch nomadenhoofdman of scheich.
Arrius (Q.). Bijvoegen achter: zijne verkiezing tot consul: Hij wordt door Catullus bespot om zijn slechte uitspraak van het Latijn.
Asinii. Achter 1) bijvoegen: Een broer van hem wordt door Catullus om zijn kleptomanie gehekeld.
Calvisii. Bijvoegen: 3) Calvisius Sabinus, vrijgelatene ten tijde van Seneca, rijk parvenu, die servi litterati hield, opdat hij met hun geleerdheid bij gastmalen zou kunnen pronken.
Nieuw artikel na Groma:
Grosphus, z. Pompeii no. 16.