1 Gelijk de lezer zich zal herinneren, waren wij vier dagen geleden, des avonds te Gnoerag aangekomen. ↑
2 Orang el Meseh, d. i. Messiasmensch; zoo worden in den Indischen archipel de Christenen insgelijks genoemd. ↑
3 Ik wasch mijne handen in onschuld: het is mijne bedoeling niet om dezen te krenken. ↑
4 Raden wordt gewoonlijk vertaald door Prins, welk woord echter beter overeenkomt met het Javasche Pangéran, terwijl Raden de titel van een lageren rang is, ongeveer overeenkomende met ons Baron.—Kapala: hoofd. Tjoetak: distrikt. De voorafgaande woorden zijn de eigennaam van het distriktshoofd. ↑
5 Mijn naam Dag, of korter Dak, spraken de Javanen vrij juist uit; het scheen hun echter niet mogelijk te zijn de ch uit te brengen, want in plaats van Nacht, zeiden zij steeds Nat. ↑
7 De voornaamste dagbladen des lands schamen zich niet mededeelingen te doen, betrekkelijk dergelijke predikatien, zoo als b. v. van „het plegtig lof van den nieuwen, allerprachtigsten mantel van onze lieve vrouwe van den Bosch, met eene welsprekende openingsrede over de vereering van de Moeder Gods, gehouden door den zeer Eerwaarden Pater Coemans, superior der Liguoristen te ’s Hertogenbosch, op den 30 April 1854. (Zie Nieuwe Rotterdamsche Courant, 2 Mei, 1854.)—Mag dat niet echt heidensch genoemd worden, is dat geen afgoden-, geen fetischdienst? ↑
8 Het loon van een Koeli is van regeringswege vastgesteld; het bedraagt 2½ centen per paal en daar 3 palen op een uur gerekend worden, hadden wij slechts 7½ centen per uur behoeven te betalen, maar gaven steeds iets meer, vooral in het gebergte waar de afstand van de eene plaats tot de andere niet door middel van palen wordt aangewezen. ↑
9 Elke zak bevat 25 gulden aan enkele centen, en wordt uit dunne strooken van lange palmbladeren gevlochten; zeer dikwerf bedient men zich tot dat einde van den bast, Tapas, der Kokospalmen, die zich bevindt tusschen den stam en de bladscheden. ↑
10 Desa beteekent in de Javasche en in de Soendasche taal hetzelfde als Kampong in het Maleisch, namelijk, dorp. ↑
11 Warong, een Javasche eetwinkel, bestaat uit eene opene van Bamboes vervaardigde kraam, waarin tafels en banken zijn geplaatst, alwaar—in elk dorp en gedurende den ganschen dag—alles gevonden wordt, hetgeen de Javaan tot leeftogt als anderzins behoeft, voornamelijk rijst, gedroogde visch, gedroogde smalle strooken vleesch (Dendeng), zout, Spaansche peper, allerlei vruchten, zoomede fijn gesnedene tabak, benevens daaruit vervaardigde, in bladeren gewikkelde cigaren; wijders palmwijn (Toeak), dikwerf ook koffij en Chinesche thee, welriekende bloemen, rijst- en honiggebak, enz., enz. De Javaan staat op HOOGEREN TRAP van beschaving dan de Europeër, indien de inrigting zijner Warong’s, vergeleken met de restauratiën des laatstgenoemden, daarbij tot maatstaf wordt genomen. ↑
12 Deze waaijerpalmen worden, ter plaatse waar zij in het wild groeijen, steeds op zekeren afstand van de kust aangetroffen: zij overschrijden den afstand van hoogstens drie palen landwaarts in van de zee gerekend niet, ten gevolge waarvan deze wouden (die bovendien een droogen en rijzenden bodem verlangen) zich altijd in den vorm eener strook uitbreiden. ↑
13 Ieder Javaan weet bij ervaring dat koningstijgers en paauwen in de wildernis onafscheidbaar zijn, weinigen echter zijn in staat de reden er van op te geven.—Het volgende voorbeeld moge ten bewijze strekken, hoe innig de band is welke twee zoo geheel verschillende diersoorten, als tijgers en paauwen zijn, zaâmverbindt. Bekend is het dat de tijger zich bij voorkeur ophoudt in de heete laaglanden; de paauw insgelijks. Op Java echter wordt een gebergte gevonden dat, ter hoogte van 9000 voet boven den spiegel der zee, den vorm heeft eener hoogvlakte, met uitmuntend voedergras is begroeid en (uit dien hoofde) door eene talrijke, ja, over talrijke menigte herten is bewoond. Niettegenstaande het koude klimaat dat op deze hoogte heerscht, wordt—als uitzondering op den regel—insgelijks de koningstijger zeer dikwerf aangetroffen op dit plateau (waar hij zich zoo gemakkelijk eene prooi kan verschaffen) en—steeds ziet men paauwen van de eene boomgroep naar de andere vliegen. ↑
14 Elk dorp op Java, uitgezonderd die van de kleinste soort, bevat tevens eene vierkante grasplek, Aloen aloen geheeten, te midden waarvan gewoonlijk een Wĕringinboom is geplant, welks breed uitgebreid en boogsgewijs afhangend loof een aangenamen lommer geeft. Rondom dit opene plein staan, tusschen geboomte verscholen, de voornaamste woningen, als die der hoofden, enz. ↑
15 Voor onze landslieden in Holland nog immer eene ware verschroeijende hitte. ↑
16 In de pan gebraden leveren zij den Javanen, zelfs onder de hoogere standen, eene zeer smakelijke toespijs op bij hunnen rijstschotel. ↑
17 Zoo wordt het extract van opium genoemd, hetwelk de dikte van gewone siroop heeft en gebezigd wordt om de fijn gesnedene tabaksbladeren mede te doorweeken. ↑
18 Slechts weinige boomen der tropische kustflora, die in den eigenlijken zin des woords behooren tot het zeestrand, bereiken eene dergelijke hoogte. Even als de boomen welke gevonden worden aan de tegenovergestelde grenzen van het plantenrijk, op de hoogste bergtoppen, zijn zij meerendeels dwergachtig klein, in vergelijking van de 100 à 150 voet hoog groeijende woudreuzen, die in het binnenland tot op eene tamelijke hoogte boven den spiegel der zee aangetroffen worden. ↑
19 De Javasche krokodil (Boeaja, door de Europeërs ten onregte Kaiman geheeten) wordt aan de zuider kust in alle kleine beken, in de nabijheid harer mondingen welke gewoonlijk diep zijn, aangetroffen en zwemt door de zee of kruipt langs het strand van de eene riviermonding naar de andere. ↑
20 Gòlok: een korte, zeer zware dikke sabel, welken de Javanen als bijl en als hakmes gebruiken. ↑
21 Het is eene bekende zaak, dat er schildpadden zijn gevangen, die bijna acht centenaars wogen. ↑
22 Een roofdier (Paradoxurus Musanga) dat, even als de Europesche vos, ook vruchten niet versmaadt en vooral verlekkerd is op rijpe koffijbessen. ↑
23 Angklong, dat is, een houten raam of gestel, waarin verscheidene nevens elkander geplaatste Bamboesbuizen staan, wier boveneinde schuin is afgesneden en die op de wijze van orgelpijpen trapsgewijs kleiner worden. Door deze buizen of pijpen gaan houten staven, door middel waarvan het bovenste gedeelte van het raam met het benedengedeelte in verbinding is gebragt; deze staven brengen door het aanslaan in de veel wijdere buizen de toonen voort, indien het raam dat met beide handen wordt vastgehouden, op de maat ginds en herwaarts wordt bewogen. ↑
24 Loerah, hetgeen in andere streken wordt genoemd Patingi, enz., beteekent dorpshoofd, plaatselijke overheid, zooveel als burgemeester in Holland. ↑
25 Sarong: kleedingstuk, dat in Indië personen van beiderlei kunne algemeen bezigen en gewoonlijk het eenige is, dat gedragen wordt; het reikt van de heup tot aan de voeten en wordt, daar het zeer wijd is, in vele plooijen gevouwen. Alleen de hoofden dragen onder den Sarong eene lange broek, hetgeen insgelijks door de Javanen van lageren rang bij plegtige gelegenheden wordt nagevolgd. ↑
26 Kris: het onafscheidelijk wapen van elken Javaan die niet doodarm is, een lange, tweesnijdende dolk met een zeer groot handvatsel, dat een eigenaardigen vorm heeft. ↑
27 Ik geloof niet dat eene tot in de geringste bijzonderheden afdalende beschrijving der bruiloftsfeestelijkheden bij de Javanen bijzonder nuttig of der moeite waardig zou mogen geacht worden, evenmin als uitvoerige beschrijvingen van de gebruiken en ceremoniën welke bij de geboorte, besnijdenis, begrafenis, enz., enz., worden in acht genomen. De ervaring toch heeft mij geleerd dat deze gebruiken—al komen zij algemeen genomen, wat de hoofdzaak betreft, overal vrij wel overeen,—in de bijzonderheden verschillen, niet alleen bij de drie groote, door hunne taal verschillende hoofdstammen op Java (bij de Soendanezen, Javanen en Madoerezen), en niet slechts bij de verschillende standen der maatschappij in elken stam, van den vorstelijken prins tot aan den geringsten Koeli, maar dat zij ook in de verschillende residentiën, distrikten en bewoonde plaatsen, van een en denzelfden stam (in de bijzonderheden der ceremoniën) onderling zeer van elkander afwijken.—Pendopo is een open huis dat op palen is gebouwd en wel een dak, maar geen muren of wanden heeft. ↑
28 Soesah: onrust, moeite, bezwaar, verdriet, hinderpaal, moeijelijkheid.—Sedert den oogenblik dat (op verlangen mijns broeders) de proef was genomen om alleen van vrijwillig dienstbetoon der Javanen gebruik te maken, was geen enkele dag, ter naauwernood een uur verloopen waarop ons geene klaagliederen Soesah soesah,—Soesah sakali! van onze bedienden in de ooren hadden geklonken. ↑
29 Pidjit is de benaming welke aan een mechanisch geneesmiddel, namelijk, aan de manipulatie wordt gegeven welke (gewoonlijk door eene vrouwenhand) op de volgende wijze geschiedt: het geheel ontkleede en uitgestrekte ligchaam wordt van de toppen der vingers en teenen tot aan het hoofd en terug, voornamelijk op de gewrichten en dikkere spieren, zacht gestreken, gekneed en gedrukt. Na sterke vermoeijenis en hevige spierbeweging, of verslapping ten gevolge van overmatige hitte, heeft dit Pidjiten iets zeer verkwikkends en herstelt het de verlorene krachten, maar wordt tevens menigwerf uitsluitend aangewend om de aangename gewaarwording die het te weeg brengt. ↑