Anno 1709 was pastoor aldaar de eerw. heer Johannes de Ruyter, minderbroeder, die op den 20 Februarij 1725 overleed en tot opvolger had zijn kapelaan in hetzelfde jaar.
1725 Alexander de Neve, die den grooten tol aan de natuur betaalde den 28 Augustus 1767, en opgevolgd werd door deszelfs kapelaan in
1767 met name Franciscus Rogiers, deze den 14 Februarij 1781 overleden zijnde, kwam in zijne plaats in
1781 Lambertus Lem, die onder Rogiers, zijn kapelaan was. Pastoor Lem, die in 1796 den 29 November stierf heeft tot kapelanen gehad:
a. Johannes Augustinus Moorman die den 27 December 1784 overleed.
b. Henricus Marselus ontslapen den 27 November 1790.
c. Michael van de Ven.
d. Johannes Schenk, die tweede adsistent was.
De opvolger als pastoor voor den eerw. Heer Lem, die in 1796 overleed, was nog in hetzelfde jaar de reeds genoemde Michael van de Ven, die tot aan zijn dood (23 Mei 1809) de pastorale betrekking bekleedde. Nog in
1809 werd hij opgevolgd als pastoor door zijnen kapelaan Johannes Schenk,—door zijn overlijden echter, werd in
1814 als pastoor dezer gemeente benoemd Christianus Florus, die reeds sedert Anno 1809 kapelaan was bij pastoor Schenk; deze pastoor is alhier overleden op den 2 Mei 1852 na 43 jaren als priester in deze gemeente te zijn werkzaam geweest. Gedurende zijn ambt van pastoor alhier heeft hij de volgende kapelaans gehad:
a. Gerardus Schouten † 2 Maart 1829 in deze gemeente—hij werd in die betrekking opgevolgd door
b. Josephus Wilhelmus van Ewijk, die van hier als pastoor naar Bommel is vertrokken op den 2den Junij 1834. Na dezen is alhier als kapelaan gezonden
c. Antonius Franciscus Ranshuizen, die van hier als kapelaan naar Hoorn vertrok den 11 Oct. 1835 en opgevolgd werd door
d. Henricus Theodorus Loninck, die uit dezen plaats den 14 Nov. 1849 als kapelaan vertrok naar Rotterdam en in wiens plaats is gekomen
e. Wilhelmus van Asveldt, die als kapelaan naar Haarlem ging den 4 Junij 1851; zijn opvolger was54
f. Fredericus Stephanus Kraaivanger, die van hier als kapelaan naar Leiden vertrok den 24 Mei 1853.
Nog in hetzelfde jaar van het overlijden des eerw. heeren Florus (1852) is alhier als pastoor gezonden Franciscvs Schreurs die als pastoor naar Coevorden ging den 31 Mei 1853 en in
1853 wierd opgevolgd door Alexander Matthias Balthasaar die tot kapelaan had sedert 5 Junij 1853 Stephanus Ignatius Rooters.
De eerw. Heer Balthasaar is van hier vertrokken als pastoor der Mozis en Aaron kerk van Amsterdam in het jaar
1854 als wanneer hij opgevolgd werd als pastoor door den eerw. heer Johannes Henricus Dierhoff, die deze pastorie tot op dezen dag, met zijn kapelaan den eerw. pater Stephanus Ignatius Rooters bedient.