Dit kerkje, dat zich nog in wel onderhouden toestand bevindt, is zijn beziens van binnen om zijn fraaiheid niet onwaardig, het heeft echter eveneens slechts een altaar, het orgel heeft slechts een clavier en bezit geen pedaal, het is zwak, en niet zeer aangenaam van toon terwijl vervaardiger noch jaartal op hetzelve uitgedrukt staan. De oudste patroon van deze kerk is St. Michiel; doch door de opheffing der gemeente van Polsbroek in 1842 toen ook de bezittingen der kerk aldaar aan die onzer beschrijving gekomen zijn, is St. Johannes den Dooper, die patroon van de kerk in Polsbroek was, als tweede patroon alhier aangenomen.
Van buiten zou men bezwaarlijk eene kerk in dit gebouw herkennen, ware het niet, dat aan haren ingang, een houten kruis was aangebragt, waarop het volgende te lezen staat:
IN HOC SIGNO VINCES
dat is:
Door dit teeken zult gij overwinnen.
Om op eenige volledigheid te kunnen aanspraak maken, mogen wij niet onvermeld laten, dat wij nog ten vorige jare een locaal in zeker huis hebben bezigtigd, staande op de have niet ver van de markt56 waarin, naar ons werd medegedeeld, eertijds—eveneens ter sluiks—de Mennonieten bijeenkwamen om hunne eerdienst uit te oefenen.—De zekerheid, dat het Mennonieten waren durven wij echter niet uitmaken, doch bepaald, konden wij aan eenige versieringen nog bemerken, dat er eerdienst in uitgeoefend is.
De christelijk afscheidenen in deze plaats woonachtig, vergaderen tot het uitoefenen hunner godsdienst, in zeker woonhuis57 op het Roodzand, dewijl de gemeente hier niet zoo vele leden telt, dat er eene kerk gesticht worde en een predikant aangesteld om haar geregeld te bedienen.
De Israeliten die hier gedomicilieerd zijn, bezitten—eveneens om hun gering aantal—geen Synagoge, daarom vergaderen zij in plaats daarvan sedert een aantal jaren in een woonhuis58 staande op de Korte donkere Gaard. Hun aantal is zelfs zoo gering alhier, dat zij bij sommige gelegenheden genoodzaakt zijn, Israelieten van eene andere plaats te ontbieden, om naar eisch hun feest te kunnen vieren en uitoefenen.
En hiermede mijne lezers is de beschrijving van de reeks kerkelijke gebouwen ten einde, wij noodigen u nu eerst, met ons weder eenige eeuwen terug te gaan, daar de beschrijving der geestelijke gestichten die hier eertijds in zoo ruime getale aanwezig waren, ons toeft.
Bij die beschrijving, zullen wij ons ten regel stellen, eerst de geestelijke gebouwen enz. te beschrijven, om daarna tot de gestichten over te gaan, die ontstonden, uit bijzondere en algemeene kosten tot liefdadig doel.