Het voormalige riddermatig verblijf der St. Jans Ridders te Oudewater.

Nog ééne geestelijke orde, die te Oudewater eertijds bestond, dient vermeld te worden; ik bedoel de St. Jans Ridders wier commanderie onder het landcommandeurschap van Utrecht stond.

Wij gaan dadelijk bewijzen, dat zij te Oudewater zoodanige riddermatige huizinge gehad hebben, uit de navolgende.

Ordonnantie, roerende Tieleman Batenburch en het St. Jans Huis te Oudewater.

Wi Willem, grave enz. maken cont etc., dat Tieleman Batenburch van Oudewater quam voer ons ende droech op en vrey eigen onsen lieven ende getrouwe Heeren Jacob Bisschop van Suden sine woninge die hy liggende hevet binnen onser porte van Oudewater mid erve ende met visschery en alsoe groet alse Tiedeman voorschreve daer liggende hevet, ende belegen hevet an die nortside Dierc Rapneys, ende an die suutsyde Pieter Cesepeirmit, welcke wooninge voorschreve Hais Jacob Bisschop van Suden voorschreve verliede Tiedeman Batenburch toet sinen leve, ende na siene doet weder te comen op den Bisschop van Suden ende op Sinte Jans huse te Oudewater der oerden van Sinte Jans erfliken te bliven, in oerconde hier off, soe hebben wi dezen brief besegelt met onsen segele. Gegeven in de Hage des dinsendages na Sinte Jansdach uitgaende biechte, int jaer ons Heeren duisent drie hondert vijf en twintigh.

Per episcopum Sudenum et Synomen de Butim.100

Duidelijker bewijs voor hun bestaan te Oudewater is wel niet aan te voeren, zoodat het geschrevene daarvoor reeds genoeg zoude zijn. Wij zijn echter nog in de gelegenheid er meerder van te schrijven.

Zij moeten naar onze meening in genoemd jaar 1325 reeds in vrij groote getale hier aanwezig zijn geweest, daar in 1326 des vrijdags voor St. Bartholomeus dag door gemelden Graaf Willem aan de broeders van het St. Jans huis te Oudewater in eigendom werd gegeven, een hofstede naast hun kapel gelegen, om een kerkhof te maken. Voorts bestaat er onder de oude keuren van Oudewater eene van St. Bartholomeus dach in jaer ons Heeren Duisent vier Hondert vijf en vijftig, waarvan het einde101 aldus luidt: »ende oock mede het Broederschap van St. Jans van hare renten, mogen mede in bieden als voorsz. is.”

Van deze Malthezer of St. Jans Ridders, waarvan het capittel steeds te Utrecht gevestigd was, vindt men vermeld, dat hun commandeur van Oudewater in 1559 prior van die orde was, en dat hij sterk doleerde tegen het onregt, dat Philips II, koning van Spanje bij de invoering der Bisdommen, die orde aandeed.102

Wat er van de goederen dezer orde nader gewierd, is bekend. Onder de negen commandeurs echter, die de staten van Utrecht in 1651 nog aanstelden, wordt die van Oudewater de tweede genoemd.103

De vele pogingen sedert het laatst der 16de eeuw aangewend, om van den commandeur van St. Jans orde alhier, terwille van de behoeftigen behoorlijke alimentatie te mogen hebben, uit de goederen van den commandeur, of dat hij alhier met ter woon zal mogen komen en uitdeeling aan de minvermogenden te doen naar ouder herkomen, den 16 October 1583, bij de magistraat der stad besloten, aan Willem I, prins van Oranje te verzoeken, zijn vruchteloos geweest; zoo ook alle latere pogingen hiertoe aangewend.104

Het huis der St. Jans Ridders is hoogst waarschijnlijk gelegen geweest, voor zoover men uit oude transporten en andere stukken kan opmaken, aan het einde van de St. Jansstraat, die voorheen een aantal huizen bevattede en ook haren naam wel van die orde bekomen zal hebben: alzoo aan de oostzijde der stad nabij de Wijngaard of Achterstraat, en de nu geamoveerde Waardpoort.