Lombarden.

Reeds in het jaar 1319, drie weken na St. Maarten in den Winter, vindt men gewag gemaakt, dat het Lombardhuis te Oudewater ter bewoning gegeven werd aan Vranke Oudekijns, tot ’s Graven wederopzeggens toe. Kort daarop moeten echter de Lombaarden uit Oudewater getogen zijn,140 daar men vermeld vindt, dat in het jaar 1323. Dirk Batenburg verleid werd met het Lombaarthuis te Oudewater, mits het zelve weder opgevende by de terugkomste van de Lombaarden, &c:

Ziet hier de inhoud van het bedoelde stuk.141

Wi Willaem Graue &c: maken cont allen luden, dat wy Dirc Batenburg van Oudewater gegeven hebben onse huys, dat ons ane gecomen es van de Lombaerts binnen onse Poirte van Oudewater in rechten liene van ons te houden in der maniere, wair dat saeke dat die Lombairts weder quamen ende wise in dat huys voirsz. weder setten mitter woone, soo souden wi Dirc voirsz. sinen cost en sinen scade, dien hi aen den huse gedaen hadde, gelden, ende dair meede waer die manscap quite. In oirconde &c: Gegeven tote Scoenhove op Sinte Martynsdach in de Somer in ’t jaar ons Heeren MCCC drie en twintich.

Daarna werd ten zelfde jare het volgende bevel aan den Magistraat gegeven, om de nagenoemde Lombaarden in deze Stad te ontvangen en Burger-regt te laten genieten.

Wi Willaem Gratie &c: onsen lieven en getrouwen Schout, Schepenen, ende Raed van onser Poirte van Oudewater, saluyt ende onse goede jongste; Wi doen u te weten, dat wi in onse beschermte en geleyde genomen hebben, en nemen dese Lombairden, die hier na geschreven staan, dat es te wetene, Dammaes en Philips Asinier, broeders, en de Hore Maysinden om te wonene en te blivene in onser Poirte van Oudewater van onser Vrouwe dage in den Mairte die naestcomet, twaalf jaer daer na volgende, ende sullen coipmanscip driven ande hoir oirbair doen mit haren gelde, geliken onse andere Lombarden die wonen ende bliven in onse goede Poirten van Hollant; En ombieden ju naerenstelicken, dat ghi se ontfaet over uwe Poerters ende hem helpet, vordert en starket in alle hore rechten, gelike juwe Poerters die jairscarende durende voirsz. ende des en laet niet. Gegeven in die Hage op den Jairsdach in ’t Jaer ons Heeren M. CCC. en drie en twintich.

In het jaar 1595 werd van wege de regering van Oudewater aan Jaques de Causa Michielsz., een piemontees, octrooi verleend tot het houden van de »tafel van leeninge” binnen Oudewater. Aan ieder die omtrent de aanstelling van zoodanigen tafelhouder, de voorwaarden waarop de verpanding en bij niet lossing, den verkoop der panden plaats greep, iets meer weten wil, verwijzen wij naar de beschrijving van Oudewater door G. R. van Kinschot bladz. 439–450.

Nog omstreeks de helft der voorgaande eeuw, vindt men vermeld, dat de Bank van leening, met het daarbij van ouds behoorende woonhuis, onder de accijnsen der stad, voor zekere jaren verpacht werd.

Uit een en ander zien wij, dat Oudewater nevens alle andere steden in Holland en West Vriesland geprivilegieerd was, zoodanige bank te mogen hebben en verpachten, met uitsluiting van alle andere plaatsen in het platte land142 zijnde zelfs ingevolge deze volmagt, de steden niet gehouden, eenige tafelen toe te laten, al hadden zij ook eertijds octrooijen daarvoor verkregen143. Volgens resolutie der staten van Holland 3–12 Maart 1594 mogt door den Lombardhouder van de zes gulden, een halve stuiver in de week geheven worden.

Het laatste Lombardhuis te Oudewater bevond zich op de Donkere Gaard en is tegenwoordig bekend onder nummer 491. Sedert een groot aantal jaren, werd dit huis verkocht, en wordt het door particulieren bewoond.

Alleen het stadswapen met het bijschrift:

SAUVE GARDE Ao. 1756

doen den opmerkzamen voorbijganger alligt vermoeden, dat hij zich bij het oude Lombardhuis bevindt. Tegenwoordig bestaat er te Oudewater slechts een hulp Lombard en wel onder opzigt en contrôle van den Lombard uit het naburig Woerden.