1 Grassoort, omtrent drie meter hoog. 

2 Genoeg! soit! 

3 Slimme schavuit. 

4 Javaansch districtshoofd. 

5 Daar is de rivier. 

6 Eveneens een hooge grassoort. 

7 Rivier. 

8 Door geesten bewoond. 

9 Vlam in hout, rotting enz. 

10 Mindere geestelijke. 

11 Dorp. 

12 Moeite, gezanik. 

13 Gewijd feestje. 

14 Met saamgevoegde handen het voorhoofd aanraken. 

15 Hut. 

16 Stad. 

17 Op z’n gemak, zonder Sehnsucht. 

18 Javaansche huishoudster. 

19 Titel eener chineesche getrouwde dame. 

20 Werklieden, geen vakmannen. 

21 Tijdelijk verblijf. 

22 Een soort hak. 

23 Gordijn. 

24 Letterlijk: Ik smeek (om verlof te mogen spreken met) uwe genade. 

25 Gebakken rijst. 

26 Bergrug. 

27 Arit = kapmes. 

28 Houd even op. 

29 Als een sarong, doch niet toegenaaid en langer. 

30 Smaller dito. Als kain en kemben van dezelfde teekening zijn, heet dat: sawitan

31 Bericht. 

32 Opzichter (javaansch). 

33 Groote heer. 

34 Waterpassen. 

35 Dammetjes der rijstvelden. 

36 Hond. 

37 Oudere broer. 

38 Javaansche wijk. 

39 Moed, moedig. 

40 Vrijdag, én de javaansche dag legie

41 Postlooper. 

42 Heg. 

43 Dak op stijlen. 

44 Losse stallen. 

45 Nieuwe meneer. 

46 Medelijden. Hier als uitroep. 

47 Gevlekt paard, schek. 

48 Meneer verstaat de kunst. 

49 Rustbank. 

50 Jonge plant, stek, zaad. 

51 Hol blok. 

52 Kamponghoofd. 

53 Heel mooi. 

54 Kom, licht op! 

55 Bittertje. 

56 Een vergiftige plant, sterk verdoovend. 

57 Tobben, peinzen. 

58 Rijksdaalder. 

59 Familielid. 

60 Bamboe muziekinstrument. 

61 Een lange, gebatikte shawl. 

62 Gaat het goed? 

63 Hollanders. 

64 Juffrouw. 

65 (Be)ndoro = genadig. 

66 Ziender = javanisme van „opziener”. 

67 Stortvloed. 

68 Smeerlap. 

69 Draagstok. 

70 Parapluie. 

71 Lastpaard. 

72 Oude vrouw, moedertje. 

73 Reeds. 

74 Bijl. 

75 Letterlijk: op kinderen gelijkend. 

76 Draagstok. 

77 Opleidingsschool voor kader, te Gombong. 

78 Niet doen, meneer. 

79 Hoeden. 

80 Dranken, gewoonlijk gebruikt voor morgendranken. 

81 Meiden, alle vrouwelijke dienstboden behalve de kokki

82 Inlandsche honden, steilooren, meton. voor schavuiten. 

83 Streken. 

84 Ongepelde rijst (haver). 

85 Paleis … huis van den chef. 

86 Eerbied … sbewijzen

87 Uitroep van pijn. 

88 Gewoonte. 

89 Heil! 

90 Houten pakzadel.