[Inhoud]
De „Bollenschuur”, de „Bollenpelsters” en de „Sorteermachine”.

De „Bollenschuur”, de „Bollenpelsters” en de „Sorteermachine”.

Toen wij ons uitstapje naar de velden maakten, en wij na het bezichtigen der Hyacinthen de bollenschuur (No. 30) passeerden, namen we ons voor om op het tijdstip, dat de bollen zouden zijn gerooid en op de stellingen uitgestrooid, eens terug te komen. We nemen aan, dat dit tijdstip daar is en kunnen nu ons voornemen ten uitvoer brengen.

Bollen-„schuur” is heden ten dage eigenlijk een te nederige benaming voor zulk een gebouw. Men zou ze haast bollen-„paleizen” durven noemen, want allengs is men den bouwtrant gaan moderniseeren, en heeft men, door er meer stijl in te brengen, het fraaie met het geriefelijke vereenigd.

Dit hebben ze echter alle gemeen, dat ze zóó zijn ingericht, dat licht en lucht steeds rijkelijk kunnen binnenstroomen door de lange, openslaande beglaasde ramen, die ge bij droog weer in Juli en Augustus steeds wijd geopend kunt vinden. Een goede ventilatie is een vereischte om de vochtige bolletjes in een korte spanne tijds voldoende uitwendig te drogen, opdat zij geschikt zullen zijn om reeds einde Augustus, verpakt in papieren zakken en groote kisten, naar alle oorden der wereld verzonden te worden. Duizenden, ja millioenen kilogrammen van Flora’s Kinderen worden jaarlijks uitgevoerd naar Amerika, Engeland, Frankrijk, Duitschland, Oostenrijk, Hongarije, Rusland, Scandinavië, enz., zelfs naar Australië.

Wanneer ge nu onze afbeelding No. 29 beziet, zal het U niet moeilijk vallen om U een voorstelling te maken van het inwendige van een bloembollenschuur. De stellingen, die ge daarop ziet afgebeeld, zijn meestal lange houten bladen of tafels van 1.20 M. à 1.40 M. breedte in stevige jukken boven elkander geplaatst met een onderlinge tusschenruimte van pl.m. 30 cM. Meestal bevinden zich in een flinke schuur 4 of 5 zulke stellingen, waarvan de tusschenruimten van 60 à 70 cM. breedte als looppad dienst doen.

Zooals reeds vermeld, worden de bollen in vochtigen toestand op de stellingen uitgestrooid waarop ze bij goed weer binnen enkele weken voldoende gedroogd zullen zijn, wat echter nog niet beteekent: gereed ter verzending. Thans is het sorteeren der Hyacinthen en Tulpen, benevens het pellen der laatstgenoemde aan de beurt. [66]

Wat pellen is? Eenvoudig het losmaken uit de oude, intusschen verdroogde huid van de groote en kleinere tulpenbollen, hetgeen over ’t algemeen geschiedt door jonge meisjes en vrouwen, onder toezicht van een of meer knechts, opdat onze bollendames zich niet zullen verstouten om het kleine jonge goedje, dat het voortbestaan der partijen verzekert, in de oude huid te laten zitten. Onze dames, die de „pelkunst” telken jare beoefenen, hebben daarin veel vaardigheid.

Het laat zich overigens denken, dat het op een vergadering van 20 à 25 dames, behoudens enkele niet altijd te vermijden kleine kibbelarijen (hoe zou het anders kunnen), vroolijk toegaat, zonder dat de werkzaamheden er onder lijden. We kunnen veilig aannemen, dat het leeuwenaandeel onzer bolletjes onder gezang wordt bewerkt; liederen van groote meesters en dichters staan begrijpelijkerwijze niet op het programma.

Wat nu het sorteeren der verschillende bolgewassen betreft, dit geschiedde vroeger steeds met de hand, dus op het oog, of met ronde zeven, elk voorzien van gaten van verschillende afmeting. Een bollenman, die in zijn vak thuis is, zal U op ’t oog met het grootste gemak zeggen, hoe groot de omvang van een bepaalden hyacinthenbol is.

Wanneer wij echter bedenken, hoe enorm veel grooter de partijen der verschillende soorten tegenwoordig zijn, hoeveel grooter ook de omzet vergeleken bij vroeger jaren, en dat alles niettemin in hetzelfde korte tijdsbestek als weleer moet worden verwerkt, dan is het begrijpelijk, dat, wanneer alles met de hand en met ronde zeven moest worden gesorteerd, men zeker niet op tijd gereed zou komen.

Waar op velerlei gebied de machinerieën de industrie te hulp kwamen, doordat ze bij een beperkte bediening het werk van veel arbeiders verrichten, daar kwam de sorteermachine zich bij ons bedrijf als redster uit den nood aanmelden. Om te weten, hoe zulk een machine er uitziet, behoeft ge onze afbeelding No. 28 slechts te bezien.

Ge ziet hier echter de machine van pl.m. 2½ Meter lengte bij een breedte van ongeveer 1 Meter slechts uitwendig, met aan beide zijden de uitmondingen van 5 schuin afloopende, bekleede glijplanken, waarlangs de gesorteerde bollen de manden bereiken. De lengte der machine komt ongeveer overeen met de breedte van 5 bollenmanden, of 10 maal de breedte van een glijplank. Ge begrijpt nu allicht, waarom de 10 glijplanken over de beide zijden der machine zijn verdeeld.

Het inwendige der machine is betrekkelijk eenvoudig, doch practisch ingericht. Zes tot 10 stevige, dunne houten platen ter breedte van 25 en ter lengte van ongeveer 90 cM. vormen een naar het achtereinde der machine geleidelijk afloopend vlak. Deze houten platen sluiten zonder oneffenheid nauwkeurig aaneen, terwijl elke plaat voorzien is van ronde gaten van volkomen gelijke afmeting. Zoo heeft de plaat, die zich aan het hoogste gedeelte van het hellende vlak bevindt (dus bij den man aan ’t rad), talrijke op gelijken afstand aangebrachte gaten van bijv. 1½ cM. middellijn. Plaat No. 2 heeft ze iets grooter, en zoo zal de laatste plaat met gaten van 7 cM. in doorsnede zijn voorzien, die dus bollen van ongeveer 22 cM. omvang kunnen doorlaten, aangezien 3½ maal de middellijn den omtrek geeft. Al deze houten platen sluiten in een passend raam, dat door het draaien aan het rad een schommelende beweging aanneemt, waardoor de bollen zig-zag’s-wijze langzaam naar achteren rollen, en wanneer ze de passende plaat bereikt hebben, door de gaten heen op de glijplank tuimelen, en zoo in de manden terecht komen. [67]

Aangezien nu de plaat met de kleinste gaten zich aan ’t boveneinde van het afloopende vlak bevindt, is het begrijpelijk, dat de kleinste bollen het allereerst in de manden rollen, de grootste het laatst. De grootste bollen leggen derhalve steeds den grootsten afstand af. Mochten bollen op gaten blijven liggen, waar ze juist niet doorheen kunnen, dan zorgen twee bekleede rollen, die zich onder het platenvak heen en weer bewegen, dat ze opgewipt worden en verder rollen.

Voorts ontdekt ge op ons plaatje bij den man aan ’t rad een naar voren afloopenden stortbak. Ge ziet juist een ander daarin een mand ongesorteerde bollen uitstorten. Uit dezen bak, die in kettingen hangt, en door het draaien aan ’t rad eveneens een schommelende beweging aanneemt, verspreiden zich de bollen langzaam over de zich daaronder bevindende sorteerplaten.

Voor de bediening der machine zijn doorgaans twee personen voldoende, t.w.: één, die draait, en één die stort, en de volle manden met gesorteerde bollen door ledige manden vervangt.

Ook dat zal U wel duidelijk zijn. Gevoegelijk kan ik nu overgaan tot het laatste deel van mijn causerie. Meent echter niet, dat ik dan ons bedrijf volledig beschreven zal hebben. Het lijkt er niet naar. Er komt heel wat meer bij kijken en nooit, nooit zijn we uitgestudeerd. Maar ik zou U een kijkje geven op de hoofdzaken. En dat doel hoop ik te hebben bereikt.

[68]